Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BX5571

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-08-2012
Datum publicatie
23-08-2012
Zaaknummer
10/811018-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling van een softbaltrainer wegens grooming, webcamseks en ontuchtige handelingen met jonge meisjes (circa 14 jaar), mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Verwerping verweer dat OM de meisjes niet over de vervolging had gehoord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/811018-12

Datum uitspraak: 23 augustus 2012

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren [plaatsnaam] op [datum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op [adres en woonplaats]

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam inrichting]

raadsman C.C.M. Welten, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 augustus 2012.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage A aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Loman heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 primair en het onder 2 tot en met 6 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren en als bijzondere voorwaarden

1) dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van Reclassering Nederland;

2) dat de verdachte zich onder behandeling zal laten stellen in het kader van een therapieprogramma voor zedendelinquenten bij het DOK en/of de Waag

3) dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal onthouden van contacten met de minderjarigen [naam meisje 1] en [naam meisje 2], zolang deze laatste personen de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt.

ONTVANKELIJKHEID OFFICIER VAN JUSTITIE

Namens de verdachte is aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging om de navolgende redenen:

a) er is geen toepassing gegeven aan het hoorrecht als bedoeld in artikel 167a van het Wetboek van Strafvordering, nu de in de dagvaarding genoemde minderjarigen [naam meisje 1 en naam meisje 2] niet in de gelegenheid zijn gesteld om tegenover de officier van justitie dan wel een door laatstbedoelde aangewezen persoon hun mening kenbaar te maken over de wenselijkheid van vervolging.

b) aan verdachte is geen toestemming gevraagd voor het gebruiken van het wachtwoord van zijn hotmail-account. De privacy van verdachte is geschonden doordat het onderzoek zich zonder zijn toestemming tot dat Hotmailaccount heeft uitgestrekt. Het gegeven dat verdachte het wachtwoord van zijn personal computer en Ipad heeft gegeven doet hieraan niet af.

De rechtbank overweegt terzake als volgt:

ad a)

Artikel 167a Sv voorziet in een hoorrecht voor minderjarige slachtoffers van twaalf jaar of ouder bij vervolging van bepaalde zedendelicten, waaronder de misdrijven die thans aan de verdachte zijn tenlastegelegd. Blijkens de wetsgeschiedenis is deze regeling bedoeld als een extra waarborg dat in dit soort zaken strafrechtelijk wordt opgetreden waar dat geboden is, en strafrechtelijk optreden achterwege blijft indien de belangen van het kind daartoe aanleiding geven.

De verdediging heeft er terecht op gewezen dat uit het dossier niet blijkt dat het openbaar ministerie de minderjarigen in de gelegenheid heeft gesteld om hun mening over het gepleegde feit kenbaar te maken. De hierna weer te geven onderdelen van het dossier waarin die minderjarigen hun mening aan de politie kenbaar maken zijn niet aan te merken als de wijze waarop het openbaar ministerie aan vorenbedoeld hoorrecht inhoud behoort te geven. Er is daarmee immers niet door de officier van justitie, noch door een door het openbaar ministerie daartoe aangewezen persoon, een apart gesprek met de slachtoffers gevoerd, gericht op het vernemen van de mening van de slachtoffers over de feiten. De rechtbank is derhalve van oordeel dat het bepaalde in artikel 167a Sv is geschonden.

Bij de beoordeling of en zo ja welk gevolg aan de schending van dat voorschrift dient te worden verbonden dient acht te worden geslagen op het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.

In dit verband is van belang dat uit de zich in het dossier bevindende verklaring zoals [naam meisje 1] die op 25 januari 2012 tegenover de politie heeft afgelegd (proces-verbaalnummer 2011113499) blijkt dat zij aldaar te kennen heeft gegeven niet te vinden dat de verdachte moet boeten voor wat hij haar heeft aangedaan, nu zij hierin een eigen verantwoordelijkheid heeft gehad.

Uit de zich in het dossier bevindende verklaring van [naam meisje 2] zoals zij die op 10 april 2012 tegenover de politie heeft afgelegd (proces-verbaalnummer PL17AO 2012253660-6) blijkt voorts dat zij, als men haar vraagt wat er met de verdachte moet gebeuren, te kennen geeft dat hij moet weten dat het niet zo hoort en dat haar vertrouwen beschadigd is.

Aangezien de officier van justitie haar vervolgingsbeslissing mede baseert op de door de politie aangeleverde processen-verbaal, heeft zij bij de beoordeling van de zaak ook kennis genomen van voornoemde passages waarin het belang dat de slachtoffers al dan niet hechten aan een strafrechtelijke reactie in deze zaak duidelijk naar voren komt.

Geconcludeerd kan worden dat de officier van justitie - zij het via indirecte weg - deze belangen in deze zaak wel degelijk bij de vervolgingsbeslissing (en het doorzetten daarvan) heeft kunnen betrekken.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat aan de omstandigheid dat niet uit het dossier blijkt dat de officier van justitie aan haar inspanningsverplichting van artikel 167a Sv heeft voldaan, geenszins de conclusie kan worden ontleend dat door het verzuim geen sprake kan zijn van een behandeling van de zaak die aan de beginselen van een behoorlijike procesorde voldoet, zodat dit gebrek de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie niet raakt. Integendeel is de rechtbank van oordeel dat op basis van het vorenstaande in deze zaak aan het gebrek geen consequenties behoeven te worden verbonden.

Ad b)

Uit het proces-verbaal genummerd PL17FO 2011340063-45 d.d. 9 mei 2012 van de verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] blijkt dat [naam verbalisant 1] het wachtwoord voor het e-mailaccount [aanduiding hotmailaccount] van de verdachte heeft verkregen. Op grond van dit - op ambtseed opgemaakte - proces-verbaal oordeelt de rechtbank dat het wachtwoord rechtmatig is verkregen. Ook dit verweer wordt verworpen.

Nu beide verweren met betrekking tot de ontvankelijkheid van de officier van justitie zijn verworpen en ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die een beletsel zouden zijn voor die ontvankelijkheid, is de officier van justitie ontvankelijk in haar vervolging.

MOTIVERING VRIJSPRAAK

Het onder 5 en 6 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen niet is gebleken dat de betrokken minderjarige op het moment van het begaan van de feiten aan de zorg en/of waakzaamheid van de verdachte was toevertrouwd.

Immers uit de verklaring, die het betrokken slachtoffer [naam meisje 2] tegenover de politie op 10 april 2012 heeft afgelegd valt af te leiden dat de onder 5 genoemde ontuchtige handelingen in de woning van de verdachte hebben plaatsgevonden, waarnaar [naam meisje 2], alhoewel daartoe aangespoord door de verdachte, zich uit eigener beweging had begeven. Derhalve is niet aangetoond dat de verweten ontuchtige gedragingen zijn begaan in een situatie waarin de betrokken minderjarige aan de zorg of waakzaamheid van de verdachte in zijn hoedanigheid als softbaltrainer was toevertrouwd.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat blijkens de weergave van de WhatsApp gesprekken in de bijlage bij het proces-verbaal genummerd PL17AO 20113400663-18 tussen de verdachte en [naam meisje 2] via de internetdienst “WhatsApp” een afspraak was gemaakt, die behelsde dat [naam meisje 2] op 12 februari 2012 rond half 12 in de morgen naar [woonplaats verdachte] zou reizen om de verdachte in zijn woning op te zoeken. Op basis van het dossier kan echter niet worden vastgesteld dat de verdachte ter verwezenlijking van bedoelde ontmoeting (de in de tenlastelegging opgenomen) uitvoeringshandelingen heeft ondernomen, hetgeen voor een veroordeling ter zake van art. 248eSr (grooming) is vereist.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de onder 1 tot en met 4 ten laste feiten gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij

in of omstreeks de periode van 15 mei 2011 tot en met 15 oktober 2011

te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 4],

in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens)

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had

bereikt, te weten met [naam meisje 1] [geboortedatum in het jaar 1997]),

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het

(telkens)

- brengen en/of houden van zijn penis in de vagina en/of mond van die [achternaam meisje 1]

en/of

- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die

[achternaam meisje 1] en/of likken aan de vagina van die [achternaam meisje 1] en/of

- brengen van zijn tong in de mond van die [achternaam meisje 1]

- aanraken van en/of wrijven over de borsten en/of billen van die [achternaam meisje 1];

(artikel 245 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij

in of omstreeks de periode van 15 mei 2011 tot en met 17 oktober 2011

te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 4],

in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst (te weten Hyves en/of MSN en/of SMS en/of Skype

en/of Whats app), [naam meisje 1] [geboortedatum in het jaar 1997] van wie hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaar nog niet

had bereikt, (een) ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige

handelingen met die [achternaam meisje 1] te plegen, terwijl hij enige handeling heeft

ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting(en),

immers heeft hij, verdachte, die [achternaam meisje 1] concrete voorstellen gedaan wat betreft

tijd en/of plaats (zijn woning in [woonplaats verdachte] en/of een parkeerplaats te

[plaats 3] en/of plaats 4] van die ontmoeting(en), en/of

is hij, verdachte, daadwerkelijk naar een parkeerplaats gegaan en/of heeft hij

(vervolgens) die [achternaam meisje 1] met een auto naar zijn woning in [plaats 4] gebracht.

(artikel 248e Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 08 oktober 2011 te [plaats 1], en/of

[plaats 4], althans in Nederland,

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht of door misleiding [naam meisje 1], [geboren in het jaar 1997],

waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden

dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige

handelingen van verdachte te dulden,

immers heeft verdachte (tijdens chatgesprekken achter de computer via Skype)

door het voortdurend en/of onophoudelijk aansporen van en/of aandringen bij

[achternaam meisje 1] tot het doen van webcamseks en/of door gebruik te maken van een uit

leeftijd voortvloeiend overwicht op die [achternaam meisje 1], die [achternaam meisje 1] bewogen tot het ten overstaan van verdachte voor de webcam tonen van haar vagina en/of over/langs haar vagina wrijven en/of zichzelf vingeren, althans een vinger in haar vagina

steken en/of een deodorant, althans een voorwerp, in haar vagina heen en weer

bewegen;

(artikel 248a Wetboek van Strafrecht)

4.

hij

in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 13 februari 2012

te [plaats 4] en/of [plaats 5], in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had

bereikt, te weten met [naam meisje 2] (geboortedatum in het jaar 1997),

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het

- brengen van zijn tong in de mond van die [achternaam meisje 2]en/of

- wrijven over de buik en/of billen van die [achternaam meisje 2].

(artikel 245 Wetboek van Strafrecht)

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging verschrijvingen voorkomen zijn deze verbeterd. De verdachte is door deze verbeteringen niet in zijn verdediging geschaad.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

TOELICHTING OP DE BEWEZENVERKLARING

Namens de verdachte is ten aanzien van de tenlastegelegde feiten een bewijsverweer gevoerd. De rechtbank zal daar – voor zover noodzakelijk – hieronder op ingaan.

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde feit:

[Meisje 1] beschrijft bij haar verhoor door de politie de seksuele handelingen als genoemd in de bewezenverklaring, welke tussen haar en de verdachte hebben plaatsgevonden. Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat [meisje 1] twee keer bij hem thuis in zijn woning te [plaats 4] is geweest en dat zij elkaar hebben gezoend op bed, maar de handelingen welke betrekking hebben op het binnendringen van het lichaam worden door de verdachte ontkend. Echter, ten aanzien van veel van die handelingen is aanvullend bewijs aanwezig in de weergave van gesprekken via de internetdienst Skype tussen de verdachte en [getuige], welke zijn opgenomen in de bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen PL17AO 2011340063-8 d.d. 7 februari 2012. Het gaat dan met name om het gesprek van 8 oktober 2011, waarbij de verdachte onder meer de bewoordingen bezigt “Ik mis dat geile kutje nog steeds”. Deze uitlating kan niet anders dan betrekking hebben op eerder plaatsgevonden seksueel verkeer tussen de verdachte en [meisje 1]. Ook gelet op de overige inhoud van het bedoelde gesprek van 8 oktober 2011, waarin veel gesproken wordt over seksuele handelingen moet de ontkenning van de verdachte met betrekking tot seksueel verkeer tussen hem en [meisje 1] ongeloofwaardig worden geacht. Daarbij komt nog dat de rechtbank de verklaringen van [meisje 1] des te meer geloofwaardig acht, nu zij haar bij haar eerder aangehaalde verklaring tegenover de politie erkent dat zij even goed verantwoordelijk is voor de seksuele handelingen als de verdachte zelf en dat zij vindt dat de verdachte daarvoor niet hoeft te boeten. Daaruit blijkt in elk geval dat haar verklaring niet door rancune is ingegeven.

Nu de verklaring van [meisje 1] deels (haar verblijf in de woning van de verdachte en het zoenen en strelen door de verdachte) door de verklaringen van de verdachte wordt ondersteund en handelingen van een verdergaand intiem karakter worden bevestigd door de inhoud van het voornoemde Skype-gesprek, vindt haar verklaring voldoende steun in het overig bewijs. Derhalve kan het onder 1 ten laste gelegde als hierboven omschreven bewezen worden verklaard.

ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde feit

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij [meisje 1] een ontmoeting bij hem thuis heeft voorgesteld, waartoe hij haar heeft afgehaald op een sportveld [in plaats 1] of in [plaats 2]. [Meisje 1] heeft in haar eerdergenoemde verklaring van 25 januari 2012 bij de politie opgemerkt dat de verdachte haar omstreeks 10.00 uur heeft opgehaald van een parkeerplaats vlak bij haar huis in [plaats 2] en dat zij rond 11.00 uur in zijn woning in Schiedam is aangekomen, waarna vervolgens seksuele handelingen tussen haar en de verdachte hebben plaatsgevonden. Daarnaast verklaart [meisje 1] ook over een afspraak, waarbij zij elkaar zouden hebben ontmoet op parkeerplaatsen in [plaats 3]en [plaats 2].. De afspraak op de parkeerplaats in [plaats 2] zou de verdachte per sms hebben gemaakt. Bij die gelegenheid zou de verdachte onder andere diverse door haar in haar verklaring nader omschreven seksuele handelingen met haar hebben verricht. Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij zich met [meisje 1] op een parkeerplaats in [plaats 3] en [plaats 2] heeft bevonden en dat hij haar toen heeft gezoend en gestreeld. Mede gezien het bovenstaande, is – in tegenstelling tot hetgeen de verdediging heeft aangevoerd - voldoende gebleken hoe de ontmoetingen tot stand zijn gekomen, zodat het onder 2 ten laste gelegde bewezen wordt geacht.

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde feit

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij [meisje 1] heeft gevraagd om voor de webcam de onder 3 in de tenlastelegging opgenomen seksuele handelingen te verrichten, welke handelingen hij dan via zijn computer kon zien. Een en ander wordt bevestigd door de de weergave van het Skype-gesprek op 8 oktober 2011 tussen de verdachte en [meisje 1], waarin onder meer de navolgende bewoordingen van de verdachte zijn opgenomen: “Ik wil actie zien”, “Ga lekker met je klit spelen”, “Mag ik meegenieten”, “Show me” en van [meisje 1] *Wat vond je nu van die deo in mijn kut”. Het door de raadsman betwiste overwicht vloeit reeds voort uit het leeftijdsverschil tussen [meisje 1] en de verdachte. Ook dit feit acht de rechtbank derhalve bewezen.

Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde feit

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij [meisje 2] slechts over haar buik heeft gewreven en gezoend. [Meisje 2] heeft bij haar verhoor door de politie op 10 april 2012 verklaard dat zij ook bij de verdachte thuis is geweest en dat de verdachte haar toen over haar kleding heen over haar billen gestreeld en onder haar kleding over haar buik heeft gestreeld en haar heeft gezoend. Daarnaast blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen met nummer PL17AO 2011340063-21 dat [meisje 2] tegen de verbalisanten heeft verklaard dat zij en de verdachte hebben getongzoend.

De getuige [naam getuige] (de moeder van [meisje 2]) verklaart blijkens het proces-verbaal met nummer PL17AO 2012253660-2 eveneens dat [meisje 2] tegen haar heeft verteld dat er sprake is geweest van tongzoenen. Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank dit feit eveneens bewezen.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1) met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

2) door gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, welk voorstel tot ontmoeting is gevolgd door enige handeling gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, meermalen gepleegd;

3) door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen;

4) met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft met twee meisjes van omstreeks 14 jaar seksuele handelingen verricht. Daarnaast heeft hij met één van de meisjes een afspraak gemaakt om seksuele handelingen met haar te plegen. Tenslotte heeft hij laatstbedoeld meisje door langdurig op haar in te praten bewogen om met zichzelf seksuele handelingen voor de webcam te plegen. Door aldus te handelen heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de betrokken meisjes. Het gegeven dat de handelingen plaatsvonden met instemming van de meisjes doet hieraan niet af.

Verdachte had als man van ruim 40 jaar oud, moeten beseffen dat zulke handelingen de geestelijke en seksuele ontwikkeling van de betrokken meisjes ernstig kunnen schaden en hun voor hun latere leven trauma’s kunnen bezorgen. Dit klemt des te meer, nu de verdachte als softbaltrainer regelmatig contact met jonge meisjes had. Hij had dus hun kwetsbaarheid in psychisch opzicht kunnen inschatten, maar heeft van die kwetsbaarheid misbruik gemaakt.

De ten laste van de verdachte bewezen verklaarde feiten rechtvaardigen op zichzelf een gevangenisstraf van geruime duur.

Uit het uittreksel uit de Justitiële documentatie blijkt dat de verdachte niet eerder voor enig strafbaar feit is veroordeeld.

Voorts is er over de verdachte een reclasseringsrapport en een psychologisch rapport uitgebracht. In het reclasseringsrapport d.d. 27 maart 2012 van J. Ivasko wordt gesteld dat bij de verdachte voor een belangrijk deel het inzicht ontbreekt waarom seksuele contacten met jonge meisjes, ook op de wijze zoals hij die volgens zijn eigen verklaringen heeft gehad, ongewenst zijn. Verdachte geeft volgens de rapporteur ook geen inzicht in zijn beweegredenen om dergelijk contacten aan te gaan. Hoewel de rapporteur constateert dat de verdachte zich bereid toont om mee te werken aan behandeling van zijn gedrag, persisteert de verdachte wel bij de stelling dat hij zich niet daadwerkelijk grensoverschrijdend tegenover de meisjes heeft gedragen.

De reclassering bepleit om bij een strafoplegging een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact en het volgen van een therapieprogramma gericht op zedendelinquenten, bij de polikliniek “Het DOK” te Rotterdam.

In het psychologische rapport d.d. 7 juni 2012 van drs. A.F.J.M. Zwegers wordt geconcludeerd dat in betrokkene’s persoonlijkheidsstructuur sterke afhankelijke trekken zichtbaar zijn, waaruit kan worden geconcludeerd dat betrokkene zich mogelijk in het contact met kinderen veiliger en volwaardiger kan voelen dan in het contact met volwassenen. De psycholoog kan niet met zekerheid stellen dat de verdachte pedofiele neigingen heeft, maar kan die mogelijkheid ook niet geheel uitsluiten. Ook de psycholoog adviseert om bij een strafoplegging een poliklinische behandeling bij De Waag of het DOK als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf op te leggen.

Van de gevangenisstraf zal – de bovenstaande rapporten in aanmerking nemend – met het doel om herhaling in de toekomst te voorkomen een deel voorwaardelijk worden opgelegd met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact en behandeling bij de polikliniek “Het DOK”. Omdat er op basis van vorenaangehaalde rapportages ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen zal de proeftijd bij voormelde voorwaardelijke veroordeling op 5 jaren worden gesteld. Tevens zal aan de verdachte door middel van een daartoe strekkende bijzondere voorwaarde worden verboden om op enige wijze contact op te nemen met de meisjes [meisje 1] en [meisje 2], zolang zij de leeftijd van 18 jaren niet hebben bereikt.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen voorwerpen terug te geven aan de verdachte.

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet langer verzet, zal ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 245, 248a en 248e van het Wetboek van Strafrecht, zoals die artikelen luidden ten tijde van het begaan van de feiten.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten;

stelt daarbij een proeftijd van 5 (vijf) jaren en stelt de volgende algemene voorwaarden:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1) de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, regio Rotterdam-Dordrecht dan wel een door de reclassering aan te wijzen instelling, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt en de veroordeelde zal de door of namens de reclassering te geven voorschriften en aanwijzingen opvolgen;

2) de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van het DOK dan wel een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg voor zijn seksuele problematiek en aldaar gedurende de proeftijd onder behandeling blijven, zolang zulks voor hem noodzakelijk wordt geoordeeld;

3) de veroordeelde zal – in elk geval tot haar achttiende verjaardag - op geen enkele wijze contact (laten) opnemen, zoeken of hebben met [meisje 1], [geboortedatum in het jaar 1997] [te geboorteplaats meisje 1];

4) de veroordeelde zal – in elk geval tot haar achttiende verjaardag - op geen enkele wijze contact (laten) opnemen, zoeken of hebben met [meisje 2], [geboortedatum in het jaar 1997] [te geboorteplaats meisje 2];

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- gelast de teruggave aan de verdachte van de goederen vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, welke lijst als bijlage B bij dit vonnis is gevoegd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Geeerars , voorzitter,

en mrs. Volker en Bek, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Knol, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 augustus 2012 .

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage A bij vonnis van 23 augustus 2012:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING .

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij

in of omstreeks de periode van 15 mei 2011 tot en met 15 oktober 2011

te [plaats 1] en/ of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 4],

in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens)

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had

bereikt, te weten met [naam meisje 1] [geboortedatum in het jaar 1997],

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het

(telkens)

- brengen en/of houden van zijn penis in de vagina en/of mond van die [achternaam meisje 1] en/of

- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die

[achternaam meisje 1] en/of likken aan de vagina van die [achternaam meisje 1] en/of

- brengen van zijn tong in de mond van die [achternaam meisje];

- - aanraken van en/of wrijven over de borsten en/of billen van die [achternaam meisje 1];

(artikel 245 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij

in of omstreeks de periode van 15 mei 2011 tot en met 15 oktober 2011 te

[plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of plaats 4]

in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [naam meisje 1] (geboortedatum in het jaar 1997], buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

namelijk het

- aanraken van en/of wrijven over de borsten en/of billen van die [achternaam meisje 1];

- likken aan de vagina van die [achternaam meisje 1];

(artikel 247 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij

in of omstreeks de periode van 15 mei 2011 tot en met 17 oktober 2011

te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 4},

in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst (te weten Hyves en/of MSN en/of SMS en/of Skype

en/of Whats app), [naam meisje 1] [geboortedatum in het jaar 1997] van wie hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaar nog niet

had bereikt, (een) ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige

handelingen met die [achternaam meisje 1] te plegen, terwijl hij enige handeling heeft

ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting(en),

immers heeft hij, verdachte, die [achternaam meisje 1] concrete voorstellen gedaan wat betreft

tijd en/of plaats (zijn woning in [plaats 4] en/of een parkeerplaats te

[plaats 3 en plaats 3] van die ontmoeting(en), en/of

is hij, verdachte, daadwerkelijk naar een parkeerplaats gegaan en/of heeft hij

(vervolgens) die [achternaam meisje 1] met een auto naar zijn woning in [plaats 4] gebracht.

(artikel 248e Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 08 oktober 2011 te [plaats 1], en/of

[plaats 4], althans in Nederland,

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht of door misleiding [naam meisje 1], geboren op [geboortedatum] 1997,

waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden

dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige

handelingen van verdachte te dulden,

immers heeft verdachte (tijdens chatgesprekken achter de computer via Skype)

door het voortdurend en/of onophoudelijk aansporen van en/of aandringen bij

die [achternaam meisje 1] tot het doen van webcamseks en/of door gebruik te maken van een uit

leeftijd voortvloeiend overwicht op die [achternaam meisjes 1], die [achternaam meisje 1] bewogen tot het ten

overstaan van verdachte voor de webcam tonen van haar vagina en/of over/langs

haar vagina wrijven en/of zichzelf vingeren, althans een vinger in haar vagina

steken en/of een deodorant, althans een voorwerp, in haar vagina heen en weer

bewegen;

(artikel 248a Wetboek van Strafrecht)

4.

hij

in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 13 februari 2012

te [plaats 4] en/of [plaats 5], in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had

bereikt, te weten met [naam meisje 2] [geboortedatum in het jaar 1997],

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het

- brengen van zijn tong in de mond van die [achternaam meisje 2] en/of

- wrijven over de buik en/of billen van die [achternaam meisje 2].

(artikel 245 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij in of omstreeks 1 maart 2011 tot en met 13 februari 2012 te [plaats 4] en/of

plaats 5, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

met een (in zijn hoedanigheid van softbalcoach/-trainer) aan zijn zorg en/of

waakzaamheid toevertrouwde minderjarige en/of

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren,

te weten [naam meisje 2], [geboortedatum in het jaar 1997],

(buiten echt) ontucht(ige handelingen) heeft gepleegd, namelijk:

- het brengen van zijn tong in de mond van die [achternaam meisje 2] en/of

- het wrijven over de buik en/of billen van die [achternaam meisje 2].

(artikel 247/249 Wetboek van Strafrecht)

6.

hij

in of omstreeks de periode van 11 februari 2012 tot en met 13 februari 2012

te [plaats 4] en/of [plaats 5], in elk geval in Nederland,

(telkens) door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van

een communicatiedienst (te weten Hyves en/of MSN en/of SMS en/of Skype en/of

Whats app), [naam meisje 2] [geboortedatum in het jaar 1997],

van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van

zestien jaar nog niet had bereikt,

een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met

die [achternaam meisje 2] te plegen, terwijl hij enige handeling heeft ondernomen gericht op

het verwezenlijken van die ontmoeting,

immers heeft hij, verdachte, die [achternaam meisje 2] concrete voorstellen gedaan wat

betreft tijd en/of plaats (te weten op 13 februari 2012 in zijn woning in

[plaats 4]) van die ontmoeting en/of afgesproken die [achternaam meisje 2] daartoe op te komen halen bij een treinstation.

(artikel 248e Wetboek van Strafrecht)