Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BX5207

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-08-2012
Datum publicatie
21-08-2012
Zaaknummer
10/730162-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schietpartij 1e IJzerstraat te Rotterdam. Verdachte is door zijn oudere broer (medeverdachte) gebeld dat hij naar een woning in Rotterdam moet komen, een vuurwapen moet meenemen en op twee in de woning aanwezige Fransen moet schieten. Als de Fransen de woning verlaten, wordt aangever beschoten en meerdere malen met een mes in zijn rug gestoken, waardoor hij ernstig gewond raakt. Zijn vriend weet te ontkomen door weg te rennen. Nadere bewijsoverweging over de geloofwaardigheid van de verklaringen van aangever en getuigen met betrekking tot het schietincident. De rechtbank acht de verklaringen geloofwaardig en bruikbaar voor bewijs, nu deze op essentiële punten overeenkomen en worden ondersteund door de resultaten van technisch onderzoek. De rechtbank acht het medeplegen van poging tot doodslag door te schieten en te steken op het slachtoffer, gevolgd door diefstal van geld, bewezen en veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4,5 jaar. In het voordeel van verdachte is rekening gehouden met het feit dat hij ten tijde van het plegen van het feit net meerderjarig was geworden en betrokken lijkt te zijn geraakt door toedoen van zijn oudere broer.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 287, geldigheid: 2012-08-21
Wetboek van Strafrecht 288, geldigheid: 2012-08-21
Wetboek van Strafrecht 312, geldigheid: 2012-08-21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/730162-11

Datum uitspraak: 21 augustus 2012

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te Rotterdam,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsman: mr. W.R. Smeets, advocaat te Maastricht.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2012.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Boender heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren, met aftrek van voorarrest.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 21 januari 2011 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen kogels in de benen en/of bil en/of knie, van die [slachtoffer 1] heeft geschoten en met een mes, meermalen, in de rug, van die [slachtoffer 1] heeft gestoken

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd, van enig strafbaar feit, te weten een poging tot diefstal van een (groot) geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 1] en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

NADERE BEWIJSMOTIVERING

Namens de verdachte is aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen van de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde. De verdediging heeft daarbij de bewijskracht van een aantal verklaringen besproken. De rechtbank zal daar – voor zover noodzakelijk – hieronder op ingaan.

Verklaring getuige 2

De verdediging heeft aangevoerd dat de inhoud van de verklaringen van [getuige 2] slechts uit vermoedens en aannames bestaat en derhalve geen waarde heeft als bewijs en derhalve van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Zo de rechtbank deze verklaringen al zal gebruiken, dient daarbij de nodige behoedzaamheid te worden betracht, nu deze getuige er als direct betrokkene c.q. verdachte, alle belang bij heeft om de verklaring naar zijn hand te zetten.

Anders dan de raadsman primair heeft bepleit acht de rechtbank (de verklaringen van) de getuige [getuige 2] voldoende betrouwbaar, nu hetgeen deze getuige heeft verklaard in overwegende mate en op essentiële punten overeenkomt met hetgeen de aangever [slachtoffer 1] en de getuige [slachtoffer 2] hebben verklaard over (de aanloop tot) het feit, de omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd en de daarbij betrokken personen. Zo komt de gedetailleerde verklaring van [getuige 2] over de ontmoeting met de Fransen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in Maastricht, de rit van Maastricht naar Rotterdam en de gang van zaken in de woning in Rotterdam en de in de woning aanwezige personen vrijwel geheel overeen met hetgeen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] daarover hebben verklaard.

De verklaring van [getuige 2] dat de medeverdachte [medeverdachte 1] zijn broertje belde met de mededeling dat hij moest komen, de verdachte moet zijn geweest, wordt onder andere ondersteund door de herkenning van de verdachte door de getuige [getuige 3]. Bovendien bevond de andere broer van medeverdachte [medeverdachte 1], broer [naam broer], zich reeds in zijn gezelschap en blijkt - in tegenstelling tot de anderen - nergens uit het dossier dat de andere (oudere) broer van [medeverdachte 1] regelmatig in het gezelschap van zijn drie broers verkeert en op enigerlei wijze bij onderhavige zaak betrokken zou zijn.

Verklaring [getuige 1]

De raadsman heeft betoogd dat de verklaringen bij de politie van de getuige [getuige 1] over hetgeen de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aan hem zouden hebben toevertrouwd over hun betrokkenheid bij de onderhavige zaak, een verzonnen verhaal is. Dit, zo betoogt de raadsman, blijkt uit het verhoor van deze getuige bij de rechter-commissaris op 10 november 2011.

De rechtbank overweegt dat de getuige bij de politie een tweetal inhoudelijke verklaringen heeft afgelegd die op meerdere punten juist zijn gebleken. [getuige 1] werd op 23 mei 2011 samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] aangehouden. Dit maakt de verklaring van [getuige 1] dat hij zich regelmatig in de kring van de verdachte en diens broer bevond en zij hem hebben verteld wat er is gebeurd, geloofwaardig. Daarnaast wordt geconstateerd dat hetgeen hij verklaart en ook de overige namen van personen, met name [getuige 2] en [medeverdachte 2], die [getuige 1] heeft genoemd als zijnde betrokken bij het ten laste gelegde feit, grotendeels overeenkomt met hetgeen de andere (latere) getuigen hierover verklaren. Ook de woning van [getuige 5], waar de verdachte zou verblijven, te weten de bovenste verdieping van een flatgebouw in de wijk Pottenberg te Maastricht, die door [getuige 1] is aangewezen, bleek bij controle door de politie te kloppen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank deze getuige niet onbetrouwbaar en zijn zijn verklaringen in beginsel bruikbaar voor het bewijs. Bij de waardering van dat bewijs, in het bijzonder of daarbij aan de tweede en derde - voor de verdachte belastende - verklaringen van deze getuige, dan wel aan zijn verklaring bij de rechter-commissaris, waarde moet worden toegekend, volgt de rechtbank, mede gezien hetgeen hiervoor is overwogen, de eerstgenoemde verklaringen.

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen feit levert op:

Medeplegen van poging tot doodslag, gevolgd van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden.

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met zijn medeverdachte(n), geprobeerd om een ander van het leven te beroven door schoten op hem te lossen en hem met een mes te steken. Het doel hiervan was om het slachtoffer van zijn geld te beroven.

Het slachtoffer is daarbij ernstig gewond geraakt; hij heeft meerdere steekwonden in zijn rug opgelopen en drie schotwonden op de rechterbil, in het rechterbeen en linkerknie. Er was sprake van een ingeklapte long met bloeding in de borstholte en om de long weer tot ontplooiing te brengen moesten drains worden aangelegd. De door de kogel toegebrachte bloedvatschade aan de linkerknie moest operatief worden hersteld. Er was een ziekenhuisopname van ruim een week noodzakelijk en het letsel is door de artsen als potentieel dodelijk aangemerkt.

Het is algemeen bekend dat gebeurtenissen als hiervoor omschreven, naast de lichamelijke gevolgen, grote emotionele impact hebben op slachtoffers. De impact die deze overval op het slachtoffer en zijn vriend heeft gehad blijkt ook uit de door hen ingediende voegingsformulieren.

De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door de zucht naar financieel gewin zonder stil te staan bij de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer en zijn vriend. Een dergelijk feit schokt de rechtsorde en draagt bij aan algemene gevoelens van onveiligheid. Deze handelingen worden de verdachte dan ook zwaar aangerekend. Dat het bij een poging is gebleven is vooral te danken aan het optreden van een van de getuigen die hard “politie” heeft geroepen waarna de verdachten zich uit de voeten maakten.

Op een dergelijk ernstig feit past een gevangenisstraf van lange duur.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het nadeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.19 juli 2012 reeds eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict. In het voordeel van de verdachte is rekening gehouden met het feit dat hij ten tijde van het plegen van het onderhavige feit net meerderjarig was geworden en dat hij bij dit voorval betrokken lijkt te zijn geraakt door toedoen van zijn oudere broer. Het lijkt niet de verdachte te zijn geweest die op de bewuste dag het initiatief heeft genomen om de Fransen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar Rotterdam mee te lokken en te beroven.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

VORDERING BENADEELDE PARTIJ / SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

[slachtoffer 1].

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer 1], wonende te [adres], Frankrijk, terzake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een voorschotbedrag van in totaal € 110.000,- aan materiële en immateriële schade, een gerechtelijk geneeskundig onderzoek en een psychologisch onderzoek.

De officier heeft gerekwireerd tot toewijzing van een voorschotbedrag ad € 10.000,- ter zake van immateriële schadevergoeding en voor het overige de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, omdat behandeling daarvan een onevenredige belasting zou opleveren van het strafgeding.

De verdediging heeft betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht.

Het materiële deel van de vordering dat ziet op kosten in verband met ziekenhuisopname (€ 6.188,25), ambulancevervoer (€ 671,25), ziekenhuiskamer (€ 48, -), transportkosten (€ 28,51) en kleding (€ 616, -) zal, nu deze genoegzaam is onderbouwd, worden toegewezen.

Ten aanzien van de overige posten van materiële aard zal de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu beoordeling van die posten een onevenredige belasting zou opleveren van het strafgeding. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Voorts is vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit rechtstreeks immateriële schade heeft opgelopen. Omdat die schade thans niet definitief is vast te stellen, zal de rechtbank die kosten gelet op ervaringsregels vaststellen op een bedrag van € 10.000,- en dit bedrag bij wijze van voorschot toewijzen. Ten aanzien van het overige gedeelte van de immateriële schade zal de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van de benadeelde partij voor materiële en immateriële schade zal worden toegewezen tot een bedrag van € 17.552,02 en dat de benadeelde partij voor het overige gedeelte van die vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.

Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd. Het vorenstaande laat onverlet dat de verdachte en zijn mededaders onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding moeten bijdragen, tenzij de billijkheid een andere verdeling vordert.

Nu de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op € 2.000,- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

[slachtoffer 2].

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer 2], wonende te [adres] Frankrijk, terzake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 10.000,- aan immateriële schade.

De door deze benadeelde partij gevorderde schade komt niet voor vergoeding in aanmerking nu deze op geen enkele wijze nader is onderbouwd. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.

Nu de vordering van de benadeelde partij de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, tot heden begroot op nihil.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Behalve de reeds genoemde artikelen is gelet op de artikelen 45, 47, 287, 288 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaar en zes (6) maanden,

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 17.552,02 (zegge: zeventienduizendvijfhonderdtweeënvijftig euro en twee eurocent) en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting te betalen aan [slachtoffer 1], wonende te [adres], Frankrijk, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op

€ 2.000,- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering voor wat betreft het meer gevorderde en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] te betalen € 17.552,02 (zegge: zeventienduizendvijfhonderdtweeënvijftig euro en twee eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 122 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van der Bijl-de Jong, voorzitter,

en mrs. Poppe-Gielesen en Volker, rechters,

in tegenwoordigheid van Ramdihal-Poeran, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 augustus 2012.

Bijlage bij vonnis van: 21 augustus 2012

TEKST TENLASTELEGGING .

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij

op of omstreeks 21 januari 2011 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 1] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

met een vuurwapen een of meer kogels in de benen en/of bil en/of knie, althans bet lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geschoten en/of

met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal in de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gestoken

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een (poging tot) diefstal van

een (groot) geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2],

in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of diens mededader(s),

en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

(Art. 288 jo 287 jo 47 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op of omstreeks 21 januari 2011 te Rotterdam op of aan de openbare weg, te weten de 1e IJzerstraat, althans een openbare weg,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een (groot) geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- tonen en/of voorhouden van een vuurwapen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- met een vuurwapen schieten van een of meer kogels in de benen en/of bil en/of knie, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] en/of

- meermalen, althans eenmaal, steken met/van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] en/of

- (dreigend) aan die [slachtoffer 1] toevoegen van de woorden: "We maken je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl het jegens die [slachtoffer 1] gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel,

te weten,

-een of meer schotwonden in de benen en/of bil en/of knie en/of

-een of meer steekwonden in de rug en/of

-een ingeklapte long en/of

-een of meer blijvende littekens

althans enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

(Art. 312 lid 2 sub 1/2/4 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op of omstreeks 21 januari 2011 te Rotterdam op of aan de openbare weg, te weten de le IJzerstraat, althans een openbare weg, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een (groot) geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en of [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- een vuurwapen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft getoond/voorgehouden en/of

- met een vuurwapen van een of meer kogels in de benen en/of bil en/of knie, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft geschoten en/of

- meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of

- (dreigend) aan die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd de woorden: "We maken je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl het jegens die [slachtoffer 1] gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel te weten,

- een of meer schotwonden in de benen en/of bil en/of knie en/of

- een of meer steekwonden in de rug en/of

- een ingeklapte long en/of

- een of meer blijvende littekens

althans enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

(Art. 312 lid 2 sub 1/2/4 jo 45 Wetboek van Strafrecht).