Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BX5206

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-08-2012
Datum publicatie
21-08-2012
Zaaknummer
10/660062-12 en 10/663718-10 (TUL vv)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Strafbare voorbereidingshandelingen ex art 46 Sr; het tezamen en in vereniging voorhanden hebben van voorwerpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/660062-12

Parketnummer vordering TUL VV: 10/663718-10

Datum uitspraak: 16 augustus 2012

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[de verdachte],

geboren op [datum] te [plaats],

niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie

gemachtigd raadsman mr. G.S.J. van Gestel, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 augustus 2012.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Swaak heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van voorarrest.

VORDERING TENUITVOERLEGGING VOORWAARDELIJKE VEROORDELING

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de tenuitvoerlegging zal worden gelast van de straf, groot 2 weken, die aan de verdachte voorwaardelijk is opgelegd bij vonnis d.d. 21 april 2011 van de politierechter in deze rechtbank.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

(zaak Eindhoven)

hij

in de periode van 13 januari 2012 tot en met 27 februari 2012

te Rotterdam, ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop

naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is

gesteld, te weten een afpersing in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in

artikel 317 lid 1 en/of lid 3 Wetboek van Strafrecht oplevert) en/of een

diefstal met geweld in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 312

lid 2 Wetboek van Strafrecht oplevert), opzettelijk tezamen en in vereniging met zijn

mededader(s),

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1

van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1

onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool

van het merk UMAREX, model Napoleon , kaliber 8 MM K en

- een bivakmuts

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft

voorhanden heeft gehad

en

hebbende hij, verdachte en zijn mededaders - (telefonisch en/of via pingberichten) afspraken met een of meerdere van zijn

mededaders gemaakt en

- getracht een auto te (laten) huren en

- het beoogde slachtoffer (getracht te) laten volgen;

2.

(zaak Zundert)

hij

in de periode van 17 januari 2012 tot en met 27 februari 2012

te Rotterdam,

ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop

naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is

gesteld, te weten een afpersing in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in

artikel 317 lid 1 en/of lid 3 Wetboek van Strafrecht oplevert) en/of een

diefstal met geweld in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 312

lid 2 Wetboek van Strafrecht oplevert), opzettelijk tezamen en in vereniging met zijn

mededader(s),

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1

van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1

onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool

van het merk UMAREX, model Napoleon , kaliber 8 MM K en

- een bivakmuts

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft

voorhanden heeft gehad

en

hebbende hij, verdachte en zijn mededaders meerdere malen, althans eenmaal

- (telefonisch en/of via pingberichten) afspraken met een of meerdere van zijn

mededaders gemaakt en

- getracht een auto te (laten) huren en

- een (vlucht)scooter klaar gezet en

- met en/of vanuit een voertuig en in persoon (een) observatie(s)

gedaanin (de omgeving van) Zundert (welke observatie(s) bedoeld

was om te zien wat de (beste) route of vluchtweg(en) was);

3.

(zaak Casino)

hij

op 13 februari 2012 en/of 14 februari 2012

te Rotterdam, althans in Nederland

ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop

naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is

gesteld, te weten een afpersing in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in

artikel 317 lid 1 en/of lid 3 Wetboek van Strafrecht oplevert) en/of een

diefstal met geweld in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 312

lid 2 Wetboek van Strafrecht oplevert), opzettelijk tezamen en in vereniging met zijn

mededader(s), - een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1

van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1

nder 3 van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool

van het merk UMAREX, model Napoleon , kaliber 8 MM K en

- een bivakmuts

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft

voorhanden heeft gehad

en

hebbende/zijnde hij, verdachte en/of zijn mededaders - (telefonisch en/of via pingberichten) afspraken met een of meerdere van zijn

mededader(s) gemaakt (onder meer inhoudende dat in het casino contact gemaakt

moest worden met iemand met geld en/of dat het beoogde slachtoffer mee naar

buiten moest worden genomen en dat het beoogde slachtoffer moest worden

gevolgd naar de hotelkamer en dat het beoogde slachtoffer moest worden

meegenomen naar de sauna) en

- met [slachtoffer] gesproken en

- met [slachtoffer] naar een restaurant gegaan en

- met [slachtoffer] afgesproken om naar Amsterdam gegaan om cadeaus te kopen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

NADERE BEWIJSOVERWEGINGEN

Feiten 1 en 2 (zaken Eindhoven en Zundert)

- Feiten

De politie heeft in de periode van 13 januari 2012 tot en met 27 februari 2012 een aantal ping-berichten en telefoongesprekken afgeluisterd van een telefoonnummer dat in gebruik was bij de verdachte. Dat het afgeluisterde telefoonnummer door de verdachte werd gebruikt, volgt uit de inhoud van de met dat nummer gevoerde gesprekken en de verzonden berichten. De verdachte heeft in de genoemde periode veelvuldig contact met zijn broer, [medeverdachte 1]. Zij spreken elkaar in de berichten ook voortdurend met broer aan.

Het taalgebruik in de ping-berichten is verhullend. Uit deze berichten kan worden afgeleid dat de verdachte en [medeverdachte 1] voornemens zijn tezamen en in vereniging een afpersing of diefstal met geweld te plegen in zowel Eindhoven als in Zundert. Samengevat volgt uit de berichten allereerst dat de verdachte en medeverdachte van plan zijn een Chinese vrouw (een “chino”) te achtervolgen die in de buurt van Eindhoven woont en die thuis € 170.000 (“170 kop”) in een kluis heeft liggen. In de berichten verklaren de verdachte en medeverdachte meerdere keren dat ze deze vrouw moeten “volgen en pakken”. Ook wordt in de berichten de reisroute van deze vrouw besproken (“die vrouw pakt tram bij middelland dan trein en dan taxi naar haar huis een dorpje vlakbij eindhoven”) en de vraag of ze alleen woont (“met haar kind volgens mij”, “Voor de rest niemand”). Als onderdeel van de voorbereiding vatten de verdachte en medeverdachte het plan op om het beoogde slachtoffer te laten volgen door [voornaam], waarmee mogelijk wordt bedoeld [naam], de vriendin van de verdachte. Tegelijk met de voorbereiding van de overval in Eindhoven bespreken de verdachte en de medeverdachte een mogelijke overval in Zundert. Ook wordt besproken welke van de twee overvallen als eerste gepleegd gaat worden (“als eerst had k in mijn hoofd zundert maar als we gelijk weten waar die chino woont spreekt die mij het meest aan”)

Een belangrijk onderdeel van de voorbereiding vormt het huren van een auto waarmee de overvallen kunnen worden uitgevoerd. De verdachte en de medeverdachte bespreken in ping-berichten hoe zij aan een (huur)auto kunnen komen en [medeverdachte1] informeert bij een autoverhuurbedrijf naar de beschikbaarheid en de prijs van de huurauto’s welke informatie hij vervolgens weer met de verdachte deelt. Voor het huren van de auto roepen de verdachte en medeverdachte de hulp in van twee bekenden, [bekende 1] en [bekende 2]. Pas als duidelijk wordt dat het niet mogelijk is een huurauto te bemachtigen (omdat [bekende 1] een openstaande boete heeft en [bekende 2] minder dan een jaar zijn rijbewijs heeft) laten de verdachte en de medeverdachte hun plan voor de overvallen in Eindhoven en Zundert varen.

- Artikel 46 Sr

Uit de hiervoor geschetste feiten volgt dat de verdachte en medeverdachte voor ogen hadden een diefstal met geweld of een afpersing in Eindhoven en in Zundert te plegen. Beide voorgenomen feiten kwalificeren als een misdrijf waarop een maximumstraf van acht jaren of meer is gesteld.

In het kader van artikel 46 Sr dient vervolgens de vraag te worden beantwoord of de verdachte samen met de medeverdachte de in de tenlastelegging opgesomde voorwerpen, te weten een bivakmuts en een vuurwapen, voorhanden heeft gehad en de vraag of die voorwerpen kennelijk bestemd waren tot het begaan van een misdrijf. Op 27 februari 2012 zijn in de woning van de [medeverdachte 1] een bivakmuts en een daarin gewikkeld gaspistool aangetroffen en in beslag genomen. Van een telefoonnummer dat bij [medeverdachte 1] in gebruik is zijn op 3 februari 2012 twee ping-berichten verstuurd met een foto van een wapen dat volgens de politie zeer grote gelijkenis vertoond met het in de woning van de medeverdachte aangetroffen wapen. Een van die ping-berichten is verstuurd naar het telefoonnummer dat bij de verdachte in gebruik was met de tekst “Dese heb ik maar geen bullits toch”. Hieruit leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] op 3 februari 2012 reeds een wapen van het in de tenlastelegging genoemde type in bezit had. In een ping-bericht verstuurd op 12 februari 2012 deelt [medeverdachte 1] aan de verdachte mee dat hij een bivakmuts heeft gewassen zodat alle dna eruit is en de bivakmuts weer “fresh voor nieuwe start” is. Uit die bewoordingen volgt volgens de rechtbank dat [medeverdachte 1] en de verdachte de bivakmuts wilden gebruiken voor het plegen van een misdrijf. Het wassen van de bivakmuts was kennelijk bedoeld om te voorkomen dat de politie, in geval naar een onderzoek naar het misdrijf, dna-sporen zou aantreffen. Het vorenstaande in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat deze bivakmuts en het gaspistool kennelijk bestemd waren voor het plegen van de in de tenlastelegging genoemde misdrijven. Dat de bivakmuts en het vuurwapen zich in de woning van de [medeverdachte 1] bevonden neemt niet weg dat ook de verdachte deze voorwerpen voorhanden heeft gehad. Gezien de nauwe samenwerking bij de voorbereiding van de overvallen, staat voor de rechtbank vast dat de verdachte ook over deze voorwerpen kon beschikken. Het onder 1 en 2 ten laste gelegde acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3 (zaak Casino)

- Feiten

[Medeverdachte 2] is via een vriendin in contact gekomen met een jongen [ die bleek te zijn de verdachte]. Deze jongen had [medeverdachte 2] voorgesteld mee te doen aan een plan om snel geld te verdienen dat mede omvatte het door [medeverdachte 2] op krediet kopen van een aantal producten bij de Media Markt. In dat kader bezochten de [verdachte] en [medeverdachte 2] op 13 februari 2012 de Media Markt in Rotterdam. De [verdachte] was die dag in gezelschap van de [medeverdachte 1]. Bij buitenkomst stelde [verdachte] aan [medeverdachte 2] voor om naar het casino in Rotterdam te gaan en daar contact te maken met een rijke man die [verdachte] vervolgens bij buitenkomst zou beroven. De opbrengst zou 50/50 worden verdeeld tussen [medeverdachte 2] en [verdachte]. Tussen 19:00 en 20:00 uur die avond ging [medeverdachte 2] naar het casino waar zij na enige tijd in contact kwam met een man genaamd [slachtoffer] die op dat moment grote geldbedragen vergokte. Intussen stelde [medeverdachte 2] [verdachte] via ping-berichten op de hoogte van het feit dat zij zojuist een man had ontmoet die grote geldbedragen vergokte en die in een hotel nabij de Erasmusbrug verbleef. In de berichten bespraken [medeverdachte ] en [verdachte] met elkaar op welke plaats en op welk moment zij [slachtoffer] het beste konden beroven.

Nadat [slachtoffer] aan [medeverdachte 2] voorstelde om de volgende dag naar Amsterdam te gaan om daar cadeaus voor haar te kopen, stelde [medeverdachte 2] aan [verdachte] voor [slachtoffer] niet die avond maar de volgende dag in Amsterdam te beroven. [verdachte] stemde hiermee in. Bij thuiskomst die avond voerde [medeverdachte 2] een telefoongesprek met een vriendin en met haar nichtje waarin zij het plan samen met [verdachte] het [slachtoffer] te beroven uitvoerig besprak.

Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 2] verklaard dat [slachtoffer] door [verdachte] met een pistool van zijn geld zou worden beroofd. Toen zij met [verdachte] en [medeverdachte 1] naar het casino liep, spraken zij over de overval en zei [verdachte] tegen haar: “wij regelen het allemaal, wij hebben pistolen”. Ter terechtzitting, gehoord als getuige, heeft [medeverdachte 2] ontkend dat zij deze uitspraak bij de rechter-commissaris heeft gedaan en heeft zij de juistheid van het proces-verbaal op dit punt betwist. De rechtbank gaat aan die betwisting voorbij nu de verdachte [medeverdachte 2] en haar raadsman het proces-verbaal van de verklaring bij de rechter-commissaris voor de ondertekening hebben kunnen doorlezen en het proces-verbaal bovendien op verzoek van [medeverdachte 2] op één punt is aangevuld of aangepast. Zou de [medeverdachte 2] de bedoelde uitspraak niet hebben gedaan dan had haar raadsman of zijzelf daar zeer vermoedelijk ook een opmerking over gemaakt. Daar komt bij dat de verklaring van [medeverdachte 2] bij de rechter-commissaris wordt ondersteund door het afgeluisterde telefoongesprek tussen de verdachte [medeverdachte 2] en haar vriendin op 14 februari 2012 0:44 waarin zij, in antwoord op de vraag hoe ze het geld van de man gaan stelen, verklaart dat dit door middel van een “pistool-rob” zou gebeuren. De verklaring van [medeverdachte 2] dat die uitspraak slechts grootspraak was en zij niet wist of de verdachte de overval met een vuurwapen zou plegen, acht de rechtbank ongeloofwaardig.

De vraag is of de verdachte de jongen is die zich tegenover [medeverdachte 2] heeft voorgedaan als [bijnaam verdachte]. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Aan [medeverdachte 2] is een politiefoto getoond met daarop de afbeelding van de verdachte. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat de afgebeelde persoon degene is die zich als [bijnaam verdachte] voorstelde en met wie zij het casinobezoek en de overval op [slachtoffer] heeft besproken en voorbereid. Van procedurefouten bij het tonen van deze foto is - anders dan de raadsman van verdachte stelt - geen sprake. In dit verband is van belang dat bij het tonen van de foto geen sprake is geweest van een zogenoemde FOSLO-confrontatie. Ook zijn op 13 en 14 februari 2012 een groot aantal ping-berichten over de voorgenomen overval op [slachtoffer] verstuurd tussen het telefoonnummer dat bij [medeverdachte 2] in gebruik is en het telefoonnummer dat bij de verdachte in gebruik is.

- Artikel 46

Uit de hiervoor geschetste feiten volgt dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] voor ogen hadden [slachtoffer] met geweld of door middel van afpersing te beroven. Dit feit kwalificeert als een misdrijf waarop een maximumstraf van acht jaren of meer is gesteld.

Ook is gebleken dat de verdachte voornemens was de overval met behulp van een vuurwapen te plegen.

De volgende vraag is of de verdachte en de medeverdachten [1 en 2]de in de tenlastlegging genoemde voorwerpen,te weten een bivakmuts en een vuurwapen, opzettelijk voorhanden hebben gehad en of deze voorwerpen kennelijk bestemd waren tot het in vereniging begaan van een misdrijf jegens [slachtoffer]. De rechtbank meent dat niet kan worden bewezen dat de bivakmuts bestemd was voor het plegen van een misdrijf jegens [slachtoffer]. Voor wat betreft het in de tenlastelegging genoemde vuurwapen komt de rechtbank tot een andere conclusie. Vast staat dat de overval met een vuurwapen zou worden gepleegd. Toen zij naar het casino liepen, heeft de verdachte immers tegen [medeverdachte 2] gezegd “wij regelen het allemaal, wij hebben pistolen”. Aangezien de verdachte op dat moment in gezelschap was van [medeverdachte 1] neemt de rechtbank aan dat de verdachte met “wij” doelde op de [medeverdachte 1] en hemzelf. Hiervoor is reeds overwogen dat het in de tenlastelegging genoemde vuurwapen op 27 februari 2012 in de woning van [medeverdachte 1] is aangetroffen. Bij de [medeverdachte 1] noch bij de verdachte is een ander wapen dan het in de tenlastelegging genoemde wapen is aangetroffen. Dat het vuurwapen zich in de woning van de [medeverdachte 1] bevond, neemt niet weg dat ook de verdachte deze voorwerpen voorhanden heeft gehad en hierover kon beschikken.

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat het wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte het tenlastgelegde feit heeft begaan.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1, 2 en 3

medeplegen van voorbereiding van afpersing in vereniging en/of diefstal met geweld in vereniging, meermalen gepleegd

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het verrichten van voorbereidingshandelingen voor het plegen van drie gewelddadige berovingen die gepleegd zouden worden te Eindhoven, Zundert en Rotterdam. In alle drie de zaken is hiertoe een pistool voorhanden geweest; in twee van de drie zaken was daarnaast ook nog een bivakmuts voorhanden. De verdachte heeft bij het plegen van deze feiten een leidende rol vervuld door het onderhouden van de contacten tussen de verdachten. Het is volstrekt ontoelaatbaar dat de verdachte zich aan dergelijk gedrag schuldig maakt.

Op dergelijke ernstige feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Bij het bepalen van de op te leggen straf is in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 6 juli 2012 recent nog werd veroordeeld voor een geweldsfeit en daarvan nog in een proeftijd liep.

Ten nadele van de verdachte telt zijn houding ten opzichte van de feiten. De verdachte is zonder enige opgave van de reden niet op de terechtzitting waarop de inhoudelijke behandeling van zijn zaak heeft plaatsgevonden, verschenen. De verdachte heeft ook op geen enkel ander moment blijk gegeven inzicht te hebben in het verwerpelijke van zijn handelen. Niet is gebleken dat hij de door hem gepleegde feiten betreurt of dat hij zich begaan voelt met het lot en de gevoelens van de mogelijke slachtoffers, zodat het er voor gehouden kan worden dat bij de verdachte bij het begaan van de feiten slechts het geldelijk gewin voor ogen heeft gestaan. De op te leggen straf valt lager uit dan door de officier van justitie is geëist. Dit is het gevolg van een andere weging van de ernst van de feiten. De rechtbank ziet daarnaast geen aanleiding om de verdachte een andere dan de hierna genoemde onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen.

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringrapport d.d. 26 juli 2012 waarin wordt geadviseerd om de verdachte gelet op het hoge risico van het zich onttrekken aan eventueel op te leggen voorwaarden een onvoorwaardelijke straf op te leggen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

VORDERING TENUITVOERLEGGING

Bij verstek gewezen vonnis d.d. 21 april 2011 van de politierechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van mishandeling veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 2 weken, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.De proeftijd is op grond van artikel 14b, derde lid van het Wetboek van Strafrecht ingegaan op 6 mei 2011.

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd.

Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 14g, 46, 47, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaar;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

gelast de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte, groot 2 (twee) weken, van de bij vonnis d.d. 21 april 2011 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van der Kaaij, voorzitter,

en mrs. De Knoop en Boesman, rechters,

in tegenwoordigheid van Nederlof, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 augustus 2012.

Bijlage TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

(zaak Eindhoven)

hij

in of omstreeks de periode van 13 januari 2012 tot en met 27 februari 2012

te Rotterdam, althans in Nederland

ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop

naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is

gesteld, te weten een afpersing in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in

artikel 317 lid 1 en/of lid 3 Wetboek van Strafrecht oplevert) en/of een

diefstal met geweld in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 312

lid 2 Wetboek van Strafrecht oplevert), althans een met anderen of een ander

te plegen misdrijf waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van

acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk tezamen en in vereniging met zijn

mededader(s), althans alleen

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1

van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1

onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool

van het merk UMAREX, model Napoleon , kaliber 8 MM K en/of

- een bivakmuts

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft

verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd

en/of voorhanden heeft gehad

en/of

hebbende hij, verdachte en/of zijn mededaders meerdere malen, althans eenmaal

- (telefonisch en/of via pingberichten) afspraken met een of meerdere van zijn

mededaders gemaakt en/of

- getracht een auto te (laten) huren en/of

- het beoogde slachtoffer (getracht te) laten volgen;

2.

(zaak Zundert)

hij

in of omstreeks de periode van 17 januari 2012 tot en met 27 februari 2012

te Rotterdam, althans in Nederland

ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop

naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is

gesteld, te weten een afpersing in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in

artikel 317 lid 1 en/of lid 3 Wetboek van Strafrecht oplevert) en/of een

diefstal met geweld in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 312

lid 2 Wetboek van Strafrecht oplevert), althans een met anderen of een ander

te plegen misdrijf waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van

acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk tezamen en in vereniging met zijn

mededader(s), althans alleen

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1

van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1

onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool

van het merk UMAREX, model Napoleon , kaliber 8 MM K en/of

- een bivakmuts

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft

verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd

en/of voorhanden heeft gehad

en/of

hebbende hij, verdachte en/of zijn mededaders meerdere malen, althans eenmaal

- (telefonisch en/of via pingberichten) afspraken met een of meerdere van zijn

mededaders gemaakt en/of

- getracht een auto te (laten) huren en/of

- een (vlucht)scooter klaar gezet en/of

- met en/of vanuit een voertuig en/of in persoon (een) observatie(s)

gedaan/uitgevoerd in (de omgeving van) Zundert (welke observatie(s) bedoeld

was/waren om te zien wat de (beste) route en/of vluchtweg(en) was/waren);

3.

(zaak Casino)

hij

op of omstreeks 13 februari 2012 en/of 14 februari 2012

te Rotterdam, althans in Nederland

ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop

naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is

gesteld, te weten een afpersing in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in

artikel 317 lid 1 en/of lid 3 Wetboek van Strafrecht oplevert) en/of een

diefstal met geweld in vereniging (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 312

lid 2 Wetboek van Strafrecht oplevert), althans een met anderen of een ander

te plegen misdrijf waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van

acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk tezamen en in vereniging met zijn

mededader(s), althans alleen

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1

van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1

nder 3 van die wet in de vorm van een pistool, namelijk een gaspistool

van het merk UMAREX, model Napoleon , kaliber 8 MM K en/of

- een bivakmuts

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft

verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd

en/of voorhanden heeft gehad

en/of

hebbende/zijnde hij, verdachte en/of zijn mededaders meerdere malen, althans

eenmaal

- (telefonisch en/of via pingberichten) afspraken met een of meerdere van zijn

mededader(s) gemaakt (onder meer inhoudende dat in het casino contact gemaakt

moest worden met iemand met geld en/of dat het beoogde slachtoffer mee naar

buiten moest worden genomen en/of dat het beoogde slachtoffer moest worden

gevolgd naar de hotelkamer en/of dat het beoogde slachtoffer moest worden

meegenomen naar de sauna) en/of

- met [naam slachtoffer] gesproken en/of

- met [naam slachtoffer] naar een restaurant gegaan en/of

- met [naam slachtoffer] afgesproken om naar Amsterdam gegaan om cadeaus te kopen;

art.46/47 Sr