Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BX4964

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-08-2012
Datum publicatie
20-08-2012
Zaaknummer
1343511
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verstekzaak. Onjuiste stellingen in de dagvaarding ten aanzien van aanmanings- en administratiekosten, waarna eiseres bij akte haar vordering vermindert met circa 1/3 deel van de hoofdsom. Kantonrechter oordeelt dat eiseres in strjd heeft gehandeld met de waarheidpslicht ex art. 21 Rv en compenseert om die reden de kosten van het geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/314

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

vonnis

in de zaak van

[eiseres],

woonplaats: [vestigingsplaats],

eiseres bij exploot van dagvaarding van 25 april 2012,

gemachtigde: Van Arkel gerechtsdeurwaarders te Leiden,

tegen

[gedaagde],

woonplaats: [woonplaats],

gedaagde,

in persoon.

1. Het verloop van de procedure

Eiseres heeft bij dagvaarding onder overlegging van producties gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan eiseres te betalen € 2.290,16 met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven.

Gedaagde heeft mondeling op de eis geantwoord.

Bij rolbeslissing van 22 juni 2012 is eiseres door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de vraag of in de door haar in de hoofdsom opgenomen eindnota van € 1.971,73 eenmalige kosten en/of aanmaningskosten begrepen zijn.

Eiseres heeft een akte met twee producties in het geding gebracht, waarbij zij haar vordering heeft verminderd met een bedrag van € 575,00 aan aanmaningskosten.

Vervolgens is de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

2. De beoordeling van de vordering

Gedaagde heeft de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist en hij heeft om een afbetalingsregeling verzocht.

De vordering is op de wet gegrond en wordt dan ook toegewezen, een en ander voor zover hierna niet anders blijkt.

Aangezien het waarschijnlijk is dat eiseres het bedrag aan gevorderde rente ook heeft berekend over de aanmaningskosten zal dit gedeelte van de vordering worden afgewezen. De rente zal worden toegewezen vanaf de vervaldag der facturen.

Gelet op het bepaalde in artikel 6:29 BW, is de kantonrechter niet gerechtigd om een betalingsregeling vast te stellen zonder instemming van eiseres. Voor het (eventueel) treffen van een betalingsregeling met eiseres wordt gedaagde verwezen naar de gemachtigde van eiseres.

Er bestaat geen aanleiding om gedaagde als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding te veroordelen. Vaststaat dat eiseres heeft gehandeld in strijd met haar waarheidsplicht als bedoeld in artikel 21 Rv. Immers eiseres heeft onder randnummer 9 in de dagvaarding benadrukt dat “in haar vordering op gedaagde op geen enkele wijze aanmanings- dan wel administratiekosten zijn opgenomen”. In de hiervoor bedoelde akte stelt eiseres echter dat in de vordering een bedrag van € 575,- aan aanmaningskosten begrepen is en in die akte heeft eiseres haar vordering met dat bedrag verminderd. In die tegenstrijdigheid vindt de kantonrechter aanleiding om de kosten van het geding te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen € 1.381,73, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over het saldo dat aan hoofdsom, exclusief kosten, telkens na elke credit- en debetmutatie heeft uitgestaan, vanaf de vervaldag der facturen tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander een bedrag van € 25.000,00 niet te boven gaand;

compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en uitgesproken ter openbare terechtzitting.