Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BX3790

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-08-2012
Datum publicatie
07-08-2012
Zaaknummer
404847 / HA RK 12-487
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. Het proces-verbaal van de zitting van 29 juni 2012 houdt ten aanzien van de door de rechters ter zitting meegedeelde beslissing op het door de verdediging gedane verzoek -voor zover van belang- het volgende in: "Het horen van de "melder" en diens "souffleur" zal tevens worden afgewezen bij gebreke aan verdedigingsbelang mede gelet op de inhoud van de in het strafdossier uitgewerkte melding; niet valt in te zien dat zij iets relevants voor de verdediging zouden kunnen verklaren." Naar het oordeel van de wrakingskamer vormt de enkele omstandigheid dat de rechters het verzoek om het horen van de twee getuigen met de gegeven motivering hebben afgewezen, ook al zou deze beslissing niet juist zijn, geen aanwijzing voor het oordeel dat de rechters jegens verzoekster een vooringenomenheid koesteren, althans dat de door verzoekster daaromtrent gekoesterde vrees naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 7 augustus 2012

Zaaknummer: 404847

Rekestnummer: HA RK 12-487

Parketnummer: 10/660147-12

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoekster],

geboren te [geboorteplaats],

preventief gedetineerd in [naam P.I.],

verzoekster,

raadsvrouw: mr. I.N. Weski, advocaat te Rotterdam,

strekkende tot wraking van [namen gewraakte rechters], rechters in de rechtbank Rotterdam, sector strafrecht (hierna: de rechters).

1. Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 29 juni 2012 van de meervoudige kamer ter behandeling van strafzaken in deze rechtbank, welke kamer werd gevormd door bovengenoemde rechters, is behandeld de tegen verzoekster aanhangig gemaakte strafzaak.

Bij op 2 juli 2012 ter griffie van de sector Strafrecht ontvangen (op 29 juni 2012 gedateerde) fax heeft de raadsvrouw de rechters gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het dossier van genoemde strafzaak, waarin zich onder meer bevindt:

- het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting.

Daarnaast heeft de wrakingskamer kennisgenomen van voornoemde fax van de raadsvrouw van verzoekster.

Verzoekster, de raadsvrouw van verzoekster, de rechters, alsmede de officier van justitie zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechters zijn in de gelegenheid gesteld voorafgaand aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechters hebben bij brief van 20 juli 2012 van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Ter zitting van 24 juli 2012, alwaar de gedane wraking is behandeld, is verschenen verzoekster, bijgestaan door haar raadsvrouw. Zowel de rechters als de officier van justitie zijn - zoals aangekondigd in hun brief van 20 juli 2012 respectievelijk na bericht van verhindering - niet verschenen. De raadsvrouw van verzoekster heeft haar standpunt onder meer aan de hand van drie ter zitting overgelegde producties nader toegelicht. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.

2. Het verzoek en het verweer daartegen

2.1

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoekster - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd:

2.1.1

Het verzoek heeft betrekking op de wijze waarop de rechters de verzoeken van de verdediging tot het horen van met name de melder en diens "souffleur" op de zitting van 29 juni 2012 afgewezen hebben, namelijk stellende dat op basis van hetgeen de melder tot op heden heeft gezegd niet te verwachten was dat deze nog iets kon aangeven in het belang van de verdediging of woorden van gelijke strekking. Dat is volgens verzoekster hoe dan ook een stelling, die vooruitloopt op een verklaring over hetgeen deze getuigen hebben kunnen zien of hebben gezien. Dit terwijl de hiervoor genoemde getuigen niet alleen van belang zijn in verband met de grondslag van de verdenking, maar vooral ten aanzien van de waarheidsvinding. Immers, deze getuigen worden verondersteld directe getuigen geweest te zijn van het door de verdediging bestreden 'sjouwen' van tassen door verzoekster.

2.1.2

De overige stellingen van verzoekster worden - voor zover van belang - in de beoordeling besproken.

2.2

De rechters hebben niet in de wraking berust. Zij verzoeken om afwijzing van het wrakingsverzoek en voeren hiervoor in hun brief van 20 juli 2012 - verkort en zakelijk weergegeven - aan dat uit de motivering van de beslissing tot afwijzing van de twee getuigen niet een vrees voor partijdigheid kan blijken.

3. De beoordeling

3.1

Vooropgesteld wordt dat hetgeen de raadsvrouw van verzoekster in haar fax van

29 juni 2012, inhoudende het wrakingsverzoek heeft aangevoerd (zie hiervoor onder 2.1.1) als grondslag van het wrakingsverzoek wordt aangemerkt. Krachtens artikel 513 lid 3 Sv moeten alle feiten en omstandigheden immers tegelijk bij het wrakingsverzoek worden voorgedragen. Dit betekent dat hetgeen de raadsvrouw van verzoekster ter gelegenheid van de behandeling van het onderhavige wrakingsverzoek verder aan het wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat de voorzitter eerder deel uitmaakte van de raadkamer die op 6 april 2011 over de voorlopige hechtenis van verzoekster heeft beslist en de omstandigheid dat hoewel de officier van justitie kenbaar had gemaakt dat de bezwaren ten aanzien van feit 1 niet langer gehandhaafd werden, de voorzitter hieraan voorbij is gegaan door te stellen "De bezwaren en gronden waarop de voorlopige hechtenis met betrekking is gebaseerd, zijn nog aanwezig ten aanzien van beide ten laste gelegde feiten.", buiten beschouwing wordt gelaten. Daaraan doet niet af dat het proces-verbaal van de zitting later beschikbaar is gekomen. Voornoemde argumenten waren immers reeds op de zitting van 29 juni 2012 bekend, zodat ze onmiddellijk bij het verzoek tot wraking aangevoerd hadden kunnen worden.

3.2

Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.3

Aan de door verzoekster aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechters - subjectief - niet onpartijdig waren. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.

3.4

Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde of overigens naar voren gekomen omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door verzoekster geuite vrees dat de rechters jegens verzoekster een vooringenomenheid koesteren - objectief - gerechtvaardigd is.

3.5

Daarbij wordt vooropgesteld dat een voor een partij onwelgevallige beslissing van een rechter op zichzelf geen grond voor wraking oplevert. Dat geldt ook indien er geen hogere voorziening mocht openstaan tegen die beslissing.

3.6

Dat kan anders zijn indien een omstreden beslissing zozeer onbegrijpelijk is, dat daarvoor redelijkerwijze geen andere verklaring is te geven dan dat de beslissing door vooringenomenheid is ingegeven, althans dat de door verzoekster daaromtrent gekoesterde vrees naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is.

3.7

Het proces-verbaal van de zitting van 29 juni 2012 houdt ten aanzien van de door de rechters ter zitting meegedeelde beslissing op het door de verdediging gedane verzoek -voor zover van belang- het volgende in:

"(...) Het horen van de "melder" en diens "souffleur" zal tevens worden afgewezen bij gebreke aan verdedigingsbelang mede gelet op de inhoud van de in het strafdossier uitgewerkte melding; niet valt in te zien dat zij iets relevants voor de verdediging zouden kunnen verklaren. (...)"

Naar het oordeel van de wrakingskamer vormt de enkele omstandigheid dat de rechters het verzoek om het horen van de twee getuigen met de gegeven motivering hebben afgewezen, ook al zou deze beslissing niet juist zijn, geen aanwijzing voor het oordeel dat de rechters jegens verzoekster een vooringenomenheid koesteren, althans dat de door verzoekster daaromtrent gekoesterde vrees naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is.

3.8

Het voorgaande brengt met zich dat de wraking ongegrond is en dat verzoek afgewezen dient te worden.

4. De beslissing

wijst af het verzoek tot wraking van [namen gewraakte rechters].

Deze beslissing is gegeven op 7 augustus 2012 door mr. M.F.L.M. van der Grinten, voorzitter, mr. W.J.J. Wetzels en mr. L.A.C. van Nifterick, rechter.

Deze beslissing is door de oudste rechter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. E.M. Beumer, griffier.

Om reden van afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door de oudste rechter en de griffier ondertekend.