Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BX1404

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-04-2012
Datum publicatie
13-07-2012
Zaaknummer
380879 / HA ZA 11-1484
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 1.7 Rolreglement; artikel 133 lid 4 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 380879 / HA ZA 11-1484

Vonnis van 11 april 2012

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAILING ELDORADO B.V.,

gevestigd te Hoorn en kantoorhoudende te Vleuten,

2. [Eiser 2],

wonende te [woonplaats 1],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. I.M.F. van Emstede te Amsterdam,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats 2],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats 3],

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats 4],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. B. van Mieghem te Rotterdam.

Eisers zullen hierna gezamenlijk ook als SE aangeduid worden, gedaagden als [gedaagden].

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de exploiten van dagvaarding van 26 en 30 mei 2011 en de producties 1 tot en met 9;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met de producties 1 tot en met 8;

- de akte niet-dienen van 4 januari 2012, verleend aan SE wegens het niet nemen van de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;

- de brief van 30 januari 2012 van de rolrechter aan partijen, waarbij de akte niet-dienen is gehandhaafd.

2. Het geschil

in conventie

2.1. SE vordert, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, [gedaagden] te veroordelen tot:

a. integrale nakoming van de tussen partijen op 6 november 2010 gemaakte afspraken / gesloten overeenkomst, te weten in alle opzichten medewerking te verlenen aan het oprichten van de vennootschap onder firma tussen [Eiser 2] en [gedaagde 1] en aan het zonder beperking vercharteren van het onderhavige vaartuig, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000 per dag;

b. vergoeding van alle door SE geleden en te lijden schade als gevolg van de handelwijze van [gedaagden] in deze, op te maken bij staat;

c. vergoeding van de kosten van buitengerechtelijke rechtsbijstand van € 6.021,69;

d. betaling van de proceskosten.

2.2. [gedaagden] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring, althans tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van SE in de proceskosten, met rente en nakosten.

in reconventie

2.3. [gedaagden] vordert (samengevat), bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, Sailing Eldorado BV te veroordelen tot betaling aan [gedaagde 1] van een bedrag van € 568.081,23 (lening), te vermeerderen met rente (van 7% per jaar) en met € 885,85 (beslagkosten) en bij staat op te maken advocaatkosten, met veroordeling van SE in de proceskosten, met rente en nakosten.

2.4. SE is een akte niet-dienen verleend vanwege het niet nemen van de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie.

3. De beoordeling, in conventie en in reconventie

3.1. In deze procedure is geen comparitie van partijen gelast na de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie. De rechtbank acht het wenselijk dat alsnog een comparitie plaatsvindt en zal die dan ook gelasten. Om een aantal redenen is het wenselijk dat de zaak in dit stadium met partijen wordt besproken voordat verdere beslissingen worden genomen. De rechtbank wijst op het navolgende.

3.2. In procedureel opzicht is sprake van de bijzondere situatie dat, nadat de zaak naar de rol was verwezen voor repliek in conventie en antwoord in reconventie, de desbetreffende conclusie niet is genomen.

3.2.1. Voor de conventie betekent dit in beginsel dat op basis van de stellingen van SE bij dagvaarding en de verweren van [gedaagden] bij conclusie van antwoord een beoordeling dient plaats te vinden.

Dit wordt echter gecompliceerd doordat de dagvaarding in belangrijke mate steunt op de verwijzing naar de stukken in een gevoerd kort geding en [gedaagden] tegen deze methode van verwijzen bezwaar aantekent en verlangt dat SE tenminste de relevante passages aanhaalt, zodat hij weet waartegen concreet verweer moet worden gevoerd.

Dit bezwaar weegt des te zwaarder omdat - zoals [gedaagden] opmerkt - de vordering in kort geding werd gegrond op de intentieverklaring van 15 januari 2010, terwijl in deze procedure de vordering strekt tot nakoming van op 6 november 2010 gemaakte (nadere) afspraken. Deze afspraken ter bevestiging van de uitvoering van de intentieverklaring -"ondanks de gezondheidstoestand van [gedaagde 1]", aldus SE - zijn door [gedaagden] betwist.

In deze situatie wenst de rechtbank met partijen de verdere procesgang te bespreken, met als achtergrond dat hier niet kan worden aangenomen dat het niet nemen van een conclusie van repliek voortvloeit uit een keuze om daarvan afstand te doen.

3.2.2. Voor de reconventie ligt het voorgaande nog gecompliceerder door de regeling van artikel 1.7 van het rolreglement en artikel 133 lid 4 Rv, in combinatie met artikel 128 lid 3 Rv, De rechtbank wenst ter comparitie te verifiëren of - mede gelet op de relatie tussen conventie en reconventie - sprake is van zodanig bijzondere omstandigheden dat alsnog gelegenheid moet worden geboden voor het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie. Los daarvan speelt de vraag of uit het gestelde in conventie niet reeds het verweer voortvloeit waarmee de rechtbank bij de beoordeling van de reconventie rekening behoort te houden.

3.2.3. Indien beide partijen er in het licht van het voorgaande de voorkeur aan geven dat de conventie wordt vervolgd door een conclusie van repliek en de reconventie door een conclusie van antwoord in plaats van door de comparitie - wellicht mede ter voorkoming van een hoger beroep - zal de rechtbank daaraan haar medewerking verlenen door de zaak alsnog naar de rol te verwijzen voor conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie. In dat geval dienen partijen de comparitierechter zo spoedig mogelijk, bij voorkeur binnen twee weken na de datum van dit vonnis, daarover te berichten. In het andere geval kunnen partijen zich over voorgaande procedurele aspecten (nader) uitlaten ter comparitie.

3.3. Ook inhoudelijk is sprake van een bijzondere situatie.

3.3.1. In conventie wenst SE (onder meer) nakoming van (gestelde) afspraken tot gezamenlijke exploitatie van een schip, waartoe partijen al kosten hebben gemaakt ten behoeve van de "refit" en de certificering van het schip. Wat deze nakoming precies zou moeten inhouden, is niet uit het petitum in deze procedure op te maken, met name niet voor wat betreft mogelijke financiële aspecten. Beide partijen lijken er evenwel in elk geval van uit te gaan dat toestemming van [gedaagden] nodig is voor het vercharteren van het schip (vergelijk conclusie van antwoord 47). Daarvan uitgaande zou zonder de gevorderde medewerking het schip niet in exploitatie kunnen worden gebracht. Een bodemprocedure als de onderhavige kan zo veel tijd in beslag nemen dat zeer goed denkbaar is dat de nu ontstane patstelling tot schade lijdt en partijen er beide belang bij hebben dat die patstelling wordt doorbroken. Ook [gedaagden] lijkt hierop aan te sturen, blijkens het betoog dat hij (uitsluitend) indien alsnog een deugdelijk en renderend exploitatieplan wordt gepresenteerd, bereid is verchartering toe te staan c.q. gehouden is bij te dragen aan de exploitatie van het schip (vergelijk conclusie van antwoord 24-27, 43-48).

Het voorgaande levert voldoende reden op om ter comparitie te bespreken of partijen alsnog tot een onderlinge regeling van hun geschil zouden willen en kunnen komen. Daarbij kan ook de mogelijkheid van mediation aan de orde komen.

3.3.2. In reconventie maakt [gedaagden] (onder meer) aanspraak op terugbetaling van het (gestelde) openstaande bedrag van de verstrekte lening, € 568.081,23, te vermeerderen met rente. Gelet op de door SE (in kort geding) geschetste liquiditeitsproblemen en uitgeputte financieringsmogelijkheden, zou onder ogen gezien kunnen worden - de vraag of genoemd bedrag opeisbaar is nog in het midden latend - of het reëel is te veronderstellen dat daadwerkelijk incasso zou kunnen plaatsvinden, dan wel dat hierin een extra aanleiding is gelegen om tot een onderlinge regeling van het geschil te komen. Dit kan eveneens ter comparitie worden besproken.

3.4. Ter bespreking van het voorgaande zal een comparitie van partijen worden gelast. Eventuele nadere stukken en/of procedurele verzoeken dienen partijen zo spoedig mogelijk, en uiterlijk twee weken voor de zitting, aan de comparitierechter en aan de wederpartij te sturen.

4. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

4.1. beveelt een verschijning van partijen, voor het geven van inlichtingen en voor het beproeven van een minnelijke regeling, op de zitting van mr. R.J.A.M. Cooijmans in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan het Wilhelminaplein 100 - 125 op donderdag 24 mei 2012 van 9.30 tot 11.30 uur;

4.2. bepaalt dat de partij die op genoemde datum en tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de maanden mei en juni 2012;

4.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en is in het openbaar uitgesproken op 11 april 2012.?

[1694 / 1980]