Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BX0421

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-04-2012
Datum publicatie
05-07-2012
Zaaknummer
1255753
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een rechtskundige vordert kosten voor het opzeggen van de overeenkomst. Gedaagde stelt dat er geen sprake is van een overeenkomst. Zij is er niet van op de hoogte gebracht dat voor het eerste gesprek kosten in rekening zouden worden gebracht. Zij heeft na dat gesprek niet meer gereageert. Eiser stelt dat er sprake is van een overeenkomst die door gedaagde is opgezegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/268

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Brielle

vonnis

in de zaak van

[eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres in conventie bij exploot van dagvaarding van 1 juli 2011,

gedaagde in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. R.J.J.M. [eiseres] te Vught,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: Arag Rechtsbijstand te Breda.

Eiseres verder te noemen ‘[eiseres]’ en gedaagde verder te noemen ‘[gedaagde]’.

Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de navolgende processtukken:

Inleidende dagvaarding met producties;

Conclusie van antwoord, tevens voorwaardelijke eis in reconventie;

Conclusie van repliek in conventie en van antwoord in voorwaardelijke reconventie;

Conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in voorwaardelijke reconventie;

Conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie;

Tussenvonnis d.d. 10 januari 2012;

Proces-verbaal van comparitie d.d. 8 maart 2012.

Alle bovengenoemde processtukken worden als hier ingelast en herhaald beschouwd.

De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

De beoordeling van het geschil in conventie en in voorwaardelijke reconventie

[eiseres] presenteert zich onder de naam [A-Claim] als letselschadespecialist en bedient zich daarbij van een website.

Op deze website staat onder het kopje “waarom [A-Claim]?” een zevental redenen vermeld om voor [A-Claim] te kiezen, waaronder no cure no pay en gratis second opinion.

Op de website van [A-Claim] staat onder het tabblad “Werkwijze” het volgende vermeld:

“Als u telefonisch contact opneemt met [A-Claim] wordt tijdens dit gesprek een intake gemaakt van uw zaak en beoordeelt [A-Claim] of een letselschadeprocedure kan worden gestart. Als dat het geval is wordt u zo spoedig mogelijk een letselschadeformulier en contract toegezonden of wordt met u direct een afspraak gemaakt. Dit kan op kantoor of bij u thuis, afhankelijk van de stand van zaken.

Onder het tabblad “Kosten” staat o.a. vermeld:

“[A-Claim] hoeft u niets te kosten.

Ten behoeve van slachtoffers van letselschade is bij wet (art. 6:96 BW) bepaald dat de kosten van juridische bijstand moeten worden vergoed door de aansprakelijke partij. In de praktijk is dit meestal de verzekeringsmaatschappij van degene die aansprakelijk is voor uw letsel. De kosten die [A-Claim] ten behoeve van de afwikkeling van uw letselschadezaak maakt, bestaan uit zijn persoonlijke verrichtingen (bijv. uren en reiskosten) en eventuele kosten van zijn medisch adviseur.”

Als in uw zaak de aansprakelijkheid van de tegenpartij is vastgesteld, wordt dus op grond van art. 6:96 B.W. de factuur namens u rechtstreeks bij de verzekeraar van de aansprakelijke partij ingediend. Met andere woorden: de kosten van uw rechtsbijstand worden door [A-Claim] voorgefinancierd en tijdens uw procedure verhaald op de aansprakelijke verzekeringsmaatschappij.”

Voorts staat er vermeld, in het geval de aansprakelijkheid niet wordt erkend:

“In die situatie draait het slachtoffer toch op voor de rekening van de advocaat. Die mag namelijk niet op no cure no pay basis werken en moet dus een uurtarief hanteren, ongeacht het resultaat. Hiervoor biedt [A-Claim] een oplossing: door het sluiten van een no cure no pay contract neemt [A-Claim] dit risico van u over.”

Ten slotte staat op dat tabblad vermeld dat alle afspraken met [A-Claim] op heldere wijze in een contract worden vastgelegd.

Vast is komen te staan dat [gedaagde] via de internetsite van [eiseres] een informatieaanvraag heeft gedaan op 16 juni 2010 en dat daarop telefonisch contact is gevolgd op 18 juni 2010, waarbij tevens een afspraak is gemaakt voor een huisbezoek door [eiseres] aan [gedaagde] op 21 juni 2010.

Tijdens dit huisbezoek is door [gedaagde] een door [eiseres] aangereikt letselschadeformulier ingevuld en heeft zij tevens een door [eiseres] aan haar overhandigde overeenkomst/machtiging getekend, die als productie 3 bij de dagvaarding is gevoegd.

In die overeenkomst staat onder sub 5 vermeld dat de opdrachtgever ([gedaagde]) hierbij [eiseres] machtigt en met haar overeenkomt dat [eiseres] rechtstreeks aan de aansprakelijke wederpartij/verzekeraar zal declareren de door [eiseres] in opdracht en voor rekening van [gedaagde] gemaakte buitengerechtelijke kosten via op naam van [gedaagde] gestelde declaraties, een en ander op grond van artikel 6:96 BW.

Deze kosten vangen aan op het moment van het eerste telefonische/schriftelijke contact tussen van [gedaagde] en [eiseres] en deze kosten zijn gebaseerd op het door [eiseres] gehanteerde standaard uurtarief van € 275,-- exclusief 6% kantoorkosten, verschotten en btw.

In artikel 8 van deze overeenkomst staat vermeld dat de in de overeenkomst omschreven financiële afspraken worden gemaakt onder de opschortende voorwaarde van erkenning van aansprakelijkheid en betaling van schadevergoeding door de aansprakelijke wederpartij. Indien de aansprakelijke wederpartij niets betaalt, is de opdrachtgever aan opdrachtneemster niets verschuldigd, behoudens andere schriftelijke afspraken. Indien opdrachtgever de overeenkomst voor afwikkeling van de letselschadezaak opzegt, behoudt opdrachtneemster zich het recht voor de openstaande declaraties buitengerechtelijke kosten en de hierdoor misgelopen succes fee op opdrachtgever te verhalen.

Na het huisbezoek van [eiseres] aan [gedaagde] heeft [gedaagde] per mail van

13 juli 2010 aan [eiseres] meegedeeld dat zij zal proberen uiterlijk donderdag 15 juli 2010 de resterende bescheiden aan [eiseres] toe te sturen.

Ondanks herhaalde rappellen van [eiseres] heeft zij dit niet gedaan waarna [eiseres] bij brief van 24 maart 2011 het dossier heeft gesloten en een slotdeclaratie aan [gedaagde] heeft toegezonden ten bedrage van € 1733,18 inclusief btw.

[gedaagde] heeft deze declaratie onbetaald gelaten.

[eiseres] vordert thans betaling van deze declaratie met nevenvorderingen als nader omschreven in de inleidende dagvaarding, waartoe zij stelt dat [gedaagde] de opdracht voortijdig heeft opgezegd, zodat [eiseres] gerechtigd is conform het bepaalde in artikel 5 en artikel 8 van de overeenkomst/machtiging de tot dan gemaakte kosten in rekening te brengen.

[gedaagde] verweert zich tegen de vordering en stelt daartoe het volgende (zoals weergegeven in sub 24 van de conclusie van antwoord):

? [eiseres] heeft, als professionele partij zijnde, verzuimd zich ervan te vergewissen of er voor hem werkzaamheden in het verschiet lagen en had, kennisnemende van de overeenkomst tussen [gedaagde] en de verzekeraar, nimmer een overeenkomst met [gedaagde] mogen sluiten.

Daarmee handelt [eiseres] onrechtmatig dan wel schiet hij tekort in zijn verplichtingen (indien sprake zou zijn van een geldige overeenkomst).

? [eiseres] adverteert op haar website dat een analyse van de zaak gratis en vrijblijvend zou zijn, hetgeen waarop [gedaagde] heeft mogen vertrouwen.

? Het bezoek van [eiseres] aan [gedaagde] en de daaraan voorafgaande correspondentie, hetgeen waarvoor [eiseres] [gedaagde] factureert, worden rechtens gekwalificeerd als acquisitiewerkzaamheden en zijn niet declarabel. Zaaksinhoudeljik zijn door [eiseres] nimmer werkzaamheden verricht.

? Ten hoogste de kosten gemaakt na het sluiten van de overeenkomst, derhalve na het huisbezoek, zijn in beginsel declarabel (€ 192,50).

? [eiseres] heeft de overeenkomst evenwel zelf opgezegd zodat ook deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Conform het litigieuze contract (onder 8) is [gedaagde] niets verschuldigd wanneer de wederpartij niets betaalt.

? De buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente zijn niet verschuldigd omdat [eiseres] primair geen vordering op [gedaagde] heeft en subsidiair omdat [eiseres] geen als zodanig te kwalificeren werkzaamheden heeft verricht. [gedaagde] verwijst daarbij naar vaste jurisprudentie, dat een enkele herinnering geen vergoeding conform het Rapport Voorwerk II kan rechtvaardigen.

In voorwaardelijke reconventie vordert [gedaagde], voor het geval de eis in conventie voor algehele dan wel partiële toewijzing in aanmerking komt, dat de overeenkomst vernietigbaar is op grond van misbruik van omstandigheden, bedrog dan wel dwaling en voorts omdat er sprake is van een tekortkoming van de zijde van [eiseres] en tenslotte omdat de in rekening gebrachte kosten onredelijk zijn.

[eiseres] weerspreekt dit verweer en stelt dat er tussen partijen een perfecte overeenkomst tot stand is gekomen; [eiseres] stelt dat er nimmer over een gratis second opinion is gesproken, maar dat [gedaagde] bij het eerste telefonisch contact hem opdracht had gegeven de zaak van haar rechtsbijstandverzekeraar over te nemen. [eiseres] stelt dat hij [gedaagde] heeft meegedeeld dat, nu er aansprakelijkheid was erkend door de wederpartij, er een dekking was voor de kosten en hij heeft vervolgens [gedaagde] een bezoek gebracht. [gedaagde] heeft niet meer gereageerd op de verzoeken van [eiseres] om nadere informatie toe te zenden, op grond waarvan [eiseres] met goede reden de overeenkomst heeft opgezegd en zijn/haar kosten in rekening heeft gebracht.

[eiseres] betwist dat er sprake is geweest van wilsgebreken die tot vernietiging van de overeenkomst zouden kunnen leiden en heeft bovendien gesteld dat het door hem in rekening gebrachte tarief redelijk is; in de tijd dat [eiseres] advocaat was heeft hij een VSA- specialistencursus met goed gevolg doorlopen en hij is dus gerechtigd een specialistentarief te hanteren. Dit tarief mag ook worden toegepast op de reistijd.

Naar aanleiding van de hierboven kort en zakelijk weergegeven standpunten van partijen overweegt de kantonrechter als volgt:

De website van [eiseres] is zodanig ingericht dat daaruit valt af te leiden dat aan cliënten/opdrachtgevers van [eiseres] nimmer kosten in rekening worden gebracht. Er is immers sprake van een gratis second opinion, bij een opdracht worden de kosten bij de (verzekeraar van de ) wederpartij in rekening gebracht en als de wederpartij niets uitkeert geldt no cure no pay.

Nergens wordt vermeld dat er toch een mogelijkheid bestaat dat er wel kosten aan de opdrachtgever in rekening worden gebracht.

Tegen die achtergrond bezien is het volstrekt aannemelijk en ook begrijpelijk dat [gedaagde] in de veronderstelling verkeerde dat zij geen kosten aan [eiseres] verschuldigd zou zijn.

Tegen die achtergrond bezien is het ook volstrekt aannemelijk en begrijpelijk dat [gedaagde] ermee heeft ingestemd dat [eiseres] haar op haar woonadres kwam bezoeken. Ook is vast komen te staan dat [eiseres] in het telefoongesprek, waarbij de afspraak is gemaakt dat [eiseres] [gedaagde] thuis zou bezoeken, niet over kosten is gesproken.

Was dit anders geweest, dan had [gedaagde] de gelegenheid gehad zich op haar positie te beraden. Zij had dan van tevoren geweten dat er een mogelijkheid bestond dat [eiseres] zijn/haar werkzaamheden bij [gedaagde] in rekening zou brengen op basis van € 275,-- per uur exclusief btw en exclusief kantoorkosten en dat [eiseres] bovendien voor het huisbezoek aan reiskosten een tarief hanteerde van € 1,-- per gereden kilometer.

[gedaagde] had dan ook nog de keus gehad om ervoor te kiezen naar het kantoor van [eiseres] af te reizen, zodat zij in ieder geval op die manier zich de reisuren en reiskosten van [eiseres] kon besparen. Deze kosten, waarover bovendien nog een opslag van 6% aan kantoorkosten in rekening wordt gebracht, maken het leeuwendeel uit van de in deze bestreden declaratie.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] tekort is geschoten door [gedaagde] niet behoorlijk voor te lichten omtrent het risico van kosten dat zij liep. [eiseres] stelt dat hij reeds een telefonisch verleende opdracht had, zulks terwijl vast is komen te staan dat [gedaagde] niet op de hoogte was van de condities, laat staan dat zij daarmee had ingestemd, waaronder [eiseres] die opdracht zou gaan uitvoeren

[eiseres] kan dit niet repareren door, nadat het grootse deel van deze kosten reeds zijn gemaakt, [gedaagde] een overeenkomst te laten tekenen waarbij zij instemt met deze kosten. [eiseres] koketteert wel met zijn advocatuurlijk verleden, maar de kantonrechter betwijfelt of de handelwijze van [eiseres] de toets van het advocatentuchtrecht zou doorstaan.

Behoudens het gesprek dat [eiseres] met [gedaagde] heeft gevoerd (welk gesprek volgens [eiseres] een uur en volgens [gedaagde] ongeveer een half uur heeft geduurd) heeft [eiseres] geen inhoudelijk werk ten behoeve van [gedaagde] verricht. Alle handelingen van [eiseres], vanaf de ontvangst van het eerste mailtje, tot het schrijven van enige herinneringsbrieven en het opstellen van de declaratie, zijn strak doorberekend op het door [eiseres] gehanteerde uurtariefmet een minimum van 6 minuten, terwijl dit allemaal werkzaamheden zijn die door een secretaresse (kunnen) worden afgehandeld en niet noodzakelijkerwijs door de specialist zelf.

Zelfs over de reisuren is de opslag van 6% kantoorkosten in rekening gebracht, zulks naast de ruim berekende reiskosten.

Naar het oordeel van de kantonrechter is er dan ook geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen, bij gebrek aan wilsovereenstemming aan de zijde van [gedaagde], nu de wil van [gedaagde] niet gericht was op het tot stand brengen van een overeenkomst met de gevolgen die thans het onderwerp van dit proces vormen; zij heeft gedwaald.

Had zij niet gedwaald, dan was er een rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen die maakte dat de vordering van [eiseres] voor algehele of wellicht partiële toewijzing in aanmerking kwam; daarmee komt de kantonrechter toe aan de voorwaardelijk ingestelde reconventionele vordering die op grond van hetgeen hierboven is overwogen voor toewijzing in aanmerking komt, zoals hieronder bepaald.

Een en ander betekent dat de vordering van [eiseres] in conventie wordt afgewezen met veroordeling van haar als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding

en de reconventionele vordering van [gedaagde] wordt toegewezen, eveneens met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.

Hetgeen partijen voorts nog hebben aangevoerd kan als in deze niet van belang zijnde verder onbesproken blijven.

De beslissing:

de kantonrechter,

in conventie:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 450,00 aan salaris gemachtigde.

In reconventie:

vernietigt de overeenkomst tussen partijen wegens dwaling aan de zijde van [gedaagde];

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 225,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Veenendaal en uitgesproken ter openbare terechtzitting.