Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BW9212

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-06-2012
Datum publicatie
22-06-2012
Zaaknummer
10/960194-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens een poging tot invoer van ongeveer 1.000 kilo cocaïne in Nederland, verstopt in een verborgen ruimte in een schip. Verdachte wordt als mededader van dat drugstransport en als schuldig aan het witwassen van een aanzienlijk geldbedrag veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar.

Verdachte stond in belangrijke mate onder invloed van diens vader. Het beroep op psychische overmacht wordt evenwel verworpen. Van verdachte kon redelijkerwijs worden verlangd anders te handelen. De verdachte heeft in belangrijke mate meegewerkt vanuit een financieel motief.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/960194-11

Datum uitspraak: 22 juni 2012

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [1978] te [plaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres:

[adres] [woonplaats],

raadsman mr. D. Vermaat, advocaat te Barendrecht.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 en 8 juni 2012.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. G.H. Rip heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaar met aftrek van voorarrest.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 1 juli 2010 tot 2 juni 2011 te Waalwijk en Amsterdam en elders in Nederland en te Antwerpen en te Curaçao en te Venezuela (Isla de Margarita) en de Britse Maagdeneilanden, en te Southampton (GB),

ter uitvoering van het door hem en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen

en in vereniging met anderen, opzettelijk een grote hoeveelheid cocaïne (ongeveer 1000 kilogram), zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, binnen het grondgebied van Nederland te brengen,

tezamen en in vereniging met zijn mededaders toen en daar opzettelijk heeft gepoogd om die cocaïne, verborgen in een motorjacht (Louise), via Southampton naar Nederland te vervoeren,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar opzettelijk:

-één of meermalen afgereisd naar Venezuela, en de Britse Maagdeneilanden

en/of Groot Brittannië en/of Antwerpen en/of aldaar verbleven en

-dat motorjacht naar het Caribisch gebied verscheept of laten verschepen en

-een grote hoeveelheid cocaïne verborgen in dat motorjacht en

-zorg gedragen voor het vervoer van dat motorjacht en de daarin verborgen cocaïne van het Caribisch gebied naar Southampton en

-betalingen gedaan aan personen in het Caribisch gebied ten behoeve van het vervoer en het onderhoud en de reparatie van dat motorjacht en

-betalingen gedaan en geldbedragen ter beschikking gesteld aan zijn mededaders ten behoeve van het vervoer en het onderhoud en de reparatie van dat motorjacht en de reiskosten van zijn mededaders en van deze betalingen een administratie bijgehouden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij op 02 augustus 2011 te Heusden een wapen van categorie III, te weten een revolver, merk Keserü, met bijbehorende munitie van categorie III voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1.

medeplegen van een poging tot het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

2.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De raadsman heeft ter terechtzitting een beroep gedaan op psychische overmacht en stelt dat de verdachte ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging ten aanzien van het primair tenlastegelegde. De raadsman heeft hiervoor aangevoerd -verkort zakelijk weergeven - dat de verdachte door toedoen van zijn vader betrokken is geraakt bij - en mede aansprakelijk is geworden voor de aflossing van een grote schuld veroorzaakt door zijn vader. Door zijn beperkte intelligentie en zijn afhankelijkheidsrelatie zowel privé als zakelijk ten opzichte van zijn vader, [de medeverdachte 1], was hij geheel in de macht van zijn vader en voelde hij zich geheel geïsoleerd. De verdachte werd onder ‘morele dwang’ uitgaande van zijn vader gedwongen hem te assisteren bij het verstoppen van de cocaïne in de Louise, hetgeen versterkt werd door een bedreiging in de zin dat zijn vader hem zou hebben gezegd “dat hij dan maar eens met medeverdachte [medeverdachte 2] zou moeten gaan praten."

De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat het niet aannemelijk is geworden dat bij de verdachte sprake is geweest van een zodanige psychische druk dat van hem in redelijkheid niet kon worden verlangd anders te handelen. De verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank - in belangrijke mate - meegewerkt met zijn vader vanuit een financieel motief, namelijk om van zijn schuld af te komen. Het beroep op psychische overmacht stuit daarop reeds af, nog afgezien van het feit dat onvoldoende is gebleken van het bestaan van een daadwerkelijke dwang of concrete bedreigingen door de medeverdachte(n).

Het verweer wordt derhalve verworpen.

Overigens zijn er geen omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, zodat de verdachte strafbaar is.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot invoer van ongeveer 1.000 kilo cocaïne in Nederland. De opsporingsautoriteiten van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland hebben in Southampton de cocaïne, die verstopt zat in een verborgen ruimte van het schip Louise, weten te onderscheppen.

Het in georganiseerd verband smokkelen van een dergelijke hoeveelheid cocaïne is een zeer ernstig feit en dient krachtig bestreden te worden. De internationale handel in harddrugs is uiterst winstgevend en hiermee wordt veel criminele winst behaald. Ook de verdachte heeft zich laten leiden door zijn streven naar geldelijk gewin, zonder zich te bekommeren om de maatschappelijk gevolgen van zijn handelen.

Als deze partij niet zou zijn onderschept, zou deze waarschijnlijk in Nederland of elders op de markt zijn gebracht met alle schadelijke gevolgen van dien. Gelet op de hoeveelheid van ongeveer 1.000 kilo cocaïne moet dit bestemd zijn voor de handel in en verspreiding van cocaïne. Het op de markt brengen van cocaïne vormt een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en bevordert de toename van vermogensdelicten. Het is algemeen bekend dat gebruikers, teneinde de voor het gebruik benodigde gelden te verkrijgen, veelvuldig strafbare feiten plegen die schade en overlast veroorzaken.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en de daarbij behorende munitie in zijn woning. Het onbevoegd voorhanden hebben van een vuurwapen kan een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich meebrengen. Gelet op het gevaarzettend karakter dient onbevoegd wapenbezit krachtig te worden bestraft.

Op dergelijke ernstige feiten kan dan ook niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

De rechtbank komt tot een hogere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist.

De verdachte heeft een wezenlijke rol vervuld in de organisatie van het onderhavige drugstransport. Immers heeft hij, terwijl hij zich bewust was van de verboden en voor de gezondheid gevaarlijke inhoud van de verpakkingen die zijn vader hem aanreikte, samen met zijn vader een zeer grote hoeveelheid cocaïne verstopt in een verborgen ruimte in de Louise. Daarmee valt aan de verdachte een grotere bewuste betrokkenheid te verwijten dan zou passen bij de categorie “pakezels” die genoemd wordt in de Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken.

De naast hogere categorie gaat uit van meer dan vijf jaren gevangenisstraf reeds voor hoeveelheden boven de 20 kilogram. Nu er in deze zaak sprake is van een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne, die een veelvoud vormt van de hiervoor genoemde 20 kilo, zou het in de rede liggen die straf te verhogen.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is evenwel in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 13 januari 2012 niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank houdt voorts rekening met het feit dat de verdachte kort na zijn aanhouding openheid van zaken heeft gegeven over zijn aandeel. Hierin wordt aanleiding gezien de gevangenisstraf enigszins te matigen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de rapportage van de reclassering betreffende verdachte, maar ziet gezien hetgeen hiervoor is overwogen omtrent de aard en ernst van het delict onvoldoende mogelijkheid om een zodanige straf op te leggen dat ruimte geboden wordt aan de door de reclassering gedane voorstellen. Die ruimte kan wellicht te zijner tijd in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling opnieuw worden onderzocht.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 45, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 10 van de Opiumwet en artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van vijf (5) jaar;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Geerars, voorzitter,

en mrs. Blagrove en Stalenberg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Van Puffelen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 juni 2012.

mr. Blagrove is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen

Bijlage bij vonnis van 22 juni 2012:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van

1 juli 2010 tot 1 augustus 2011 te Waalwijk en/of Amsterdam en/of

Raamsdonksveer en/of elders in Nederland en/of te Antwerpen en/of te

Curaçao en/of te Venezuela (Isla Margarita) en/of de Britse Maagdeneilanden,

en/of te Southampton (GB),

ter uitvoering van het door hem en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf

om tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), opzettelijk een

(grote) hoeveelheid cocaïne (ongeveer 1000 kilogram), in elk geval een

(grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een

middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, binnen het

grondgebied van Nederland te brengen,

tezamen en in vereniging met zijn mededader(s) toen en daar opzettelijk heeft

gepoogd om die cocaïne, verborgen in een motorjacht (Louise), via

Southampton naar Nederland te vervoeren,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met

elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar opzettelijk:

-één of meermalen afgereisd naar Venezuela, en/of de Britse Maagdeneilanden

en/of Groot Brittannië en/of Antwerpen en/of aldaar verbleven en/of

-dat motorjacht voorzien van een geprepareerde ruimte waarin smokkelwaar

verborgen kon worden en/of

-dat motorjacht naar het Caribisch gebied verscheept of laten verschepen en/of

-een grote hoeveelheid cocaïne verborgen of laten verbergen in dat motorjacht

en/of

-werkzaamheden verricht aan dat motorjacht (om dat motorjacht vaarklaar te

krijgen) en/of

-gefungeerd als kapitein van dat motorjacht en/of

-zorg gedragen voor het vervoer van dat motorjacht en de daarin verborgen

cocaïne van het Caribisch gebied naar Nederland via Southampton en/of

-betalingen gedaan aan (een) perso(n)en in het Caribisch gebied ten behoeve

van het vervoer en/of het onderhoud en/of de reparatie van dat motorjacht en/of

-betalingen gedaan en/of geldbedragen ter beschikking gesteld aan zijn mededader(s) ten behoeve van het vervoer en/of het onderhoud en/of de

reparatie van dat motorjacht en/of de reiskosten van zijn mededader(s) en van

deze betalingen een administratie bijgehouden en/of

-met één of meer mededaders contact opgenomen en/of met één of meer

mededaders (een) ontmoeting(en) en/of (een) bespreking(en) gehad met

betrekking tot het importeren of vervoeren van een (grote) hoeveelheid cocaïne

en/of het motorjacht waarin de cocaïne was verborgen en/of met betrekking tot

het verwijderen van de cocaïne uit het motorjacht en/of

-één of meer telefoongesprek(ken) met (een) mededader(s) gevoerd met

betrekking tot het importeren of vervoeren een (grote) hoeveelheid cocaïne

en/of het motorjacht waarin de cocaïne was verborgen en/of

-één of meer smsbericht(en) verstuurd en/of ontvangen met betrekking tot het

importeren of vervoeren een (grote) hoeveelheid cocaïne en/of het motorjacht

waarin de cocaïne was verborgen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2, aanhef en onder A jo 10 Opiumwet jo artikel 45 en 47 Wetboek van

Strafrecht)

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van

1 juli 2010 tot 1 augustus 2011 te Waalwijk en/of Amsterdam en/of

Raamsdonksveer en/of elders in Nederland en/of te Antwerpen en/of te

Curaçao en/of te Venezuela (Isla Margarita) en/of de Britse Maagdeneilanden,

en/of te Southampton (GB),

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), opzettelijk heeft

vervoerd (van het Caribisch gebied naar Groot-Brittannie), althans opzettelijk

aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid cocaïne (ongeveer 1000

kilogram), in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(artikel 2, aanhef en onder B, subsidiair C jo 10 Opiumwet jo artikel 47

Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van

1 juli 2010 tot 1 augustus 2011 te Waalwijk en/of Amsterdam en/of Raamsdonksveer en/of elders in Nederland en/of te Antwerpen en/of te

Curaçao en/of te Venezuela (Isla Margarita) en/of de Britse Maagdeneilanden,

en/of te Southampton (GB),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet,

te weten het opzettelijk afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het

grondgebied van Nederland brengen van een (grote) hoeveelheid cocaïne

(ongeveer 1000 kilogram), in elk geval een (grote) hoeveelheid van een

materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel als bedoel in de bij de Opiumwet behorende Lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

-een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) teplegen,

te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te

zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

en/of

-zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of

inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te verschaffen,

en/of

-voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s)

wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het

plegen van hierboven bedoeld feit,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met

elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar opzettelijk:

-één of meermalen afgereisd naar Venezuela, en/of de Britse Maagdeneilanden

en/of Groot Brittannië en/of Antwerpen en/of aldaar verbleven en/of

-dat motorjacht voorzien van een geprepareerde ruimte waarin smokkelwaar

verborgen kon worden en/of

-dat motorjacht naar het Caribisch gebied verscheept of laten verschepen en/of

-een grote hoeveelheid cocaïne verborgen of laten verbergen in dat motorjacht

en/of

-werkzaamheden verricht aan dat motorjacht (om dat motorjacht vaarklaar te

krijgen) en/of

-gefungeerd als kapitein van dat motorjacht en/of

-zorg gedragen voor het vervoer van dat motorjacht en de daarin verborgen

cocaïne van het Caribisch gebied naar Nederland via Southampton en/of

-betalingen gedaan aan (een) perso(n)en in het Caribisch gebied ten behoeve

van het vervoer en/of het onderhoud en/of de reparatie van dat motorjachten/of

-betalingen gedaan en/of geldbedragen ter beschikking gesteld aan zijn mededader(s) ten behoeve van het vervoer en/of het onderhoud en/of de

reparatie van dat motorjacht en/of de reiskosten van zijn mededader(s) en van

deze betalingen een administratie bijgehouden en/of

-met één of meer mededaders contact opgenomen en/of met één of meer

mededaders (een) ontmoeting(en) en/of (een) bespreking(en) gehad met

betrekking tot het importeren of vervoeren van een (grote) hoeveelheid cocaïne

en/of het motorjacht waarin de cocaïne was verborgen en/of met betrekking tot

het verwijderen van de cocaïne uit het motorjacht en/of

-één of meer telefoongesprek(ken) met (een) mededader(s) gevoerd met

betrekking tot het importeren of vervoeren een (grote) hoeveelheid cocaïne

en/of het motorjacht waarin de cocaïne was verborgen en/of

-één of meer smsbericht(en) verstuurd en/of ontvangen met betrekking tot het

importeren of vervoeren een (grote) hoeveelheid cocaïne en/of het motorjacht

waarin de cocaïne was verborgen,

(artikel 10a Opiumwet jo artikel 47 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 02 augustus 2011 te Heusden een wapen van

categorie III, te weten een revolver, merk Keserü, met bijbehorende

munitie van categorie III voorhanden heeft gehad;

(artikel 26/55 WWM)