Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BW9068

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
21-06-2012
Zaaknummer
385079 / HA ZA 11-1808
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroepsfout deurwaarder bij incasso geldvordering. De deurwaarder heeft de verschuldigde wettelijke rente evident onjuist berekend en heeft - ondanks herhaald verzoek - nagelaten de grosse te tonen ten bewijze van zijn bevoegdheid. Gedaagde is aansprakelijk voor de hierdoor veroorzaakte schade (advocaatkosten aan de zijde van eiseres), omdat de deurwaarder, optredend als gevolmachtigde van gedaagde, als haar hulppersoon moet worden beschouwd. Hoogte van de schade wordt schattenderwijs vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/367
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 385079 / HA ZA 11-1808

Vonnis van 13 juni 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NORTH ATLANTIC INDUSTRIES B.V.,

gevestigd te Lekkerkerk,

eiseres,

advocaat mr. E.J. Eijsberg,

tegen

rechtspersoon naar vreemd recht

TAAG ANGOLA AIRLINES,

gevestigd te Brussel,

gedaagde,

advocaat mr. E.T. van Dalen.

Partijen zullen hierna NAI en Taag genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 november 2011;

- het proces-verbaal van comparitie van 20 maart 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het navolgende vast.

2.2. Bij verstekvonnis van 20 februari 2002 (hierna: ‘het verstekvonnis’) heeft de rechtbank te Zwolle NAI veroordeeld om aan Taag te betalen een bedrag van € 8.688,70, vermeerderd met de wettelijke rente over € 8.026,70 vanaf 3 maart 2000 tot de dag der algehele voldoening. Het verstekvonnis is op 8 mei 2002 aan NAI betekend, met bevel aan NAI om binnen twee dagen na 8 mei 2002 een bedrag van totaal € 10.212,15 te betalen.

In dit bedrag is een bedrag van € 1.237,80 aan rente begrepen.

2.3. In de periode van mei 2002 tot april 2003 heeft NAI ter voldoening aan het vonnis van 20 februari 2002 verschillende betalingen gedaan tot een totaalbedrag van € 9.522,39.

2.4. Bij exploit van 22 juli 2008 heeft een deurwaard[bedrijf 1][bedrijf 1] (hierna: ‘[bedrijf 1]’) NAI uit krachte van het verstekvonnis vernieuwd bevel gedaan tot betaling van € 6.685,53. Bij de berekening van dit bedrag is uitgegaan van een bedrag van € 5.923,59 aan verschuldigde rente.

2.5. Bij brief van 30 juli 2008 heeft [bedrijf 1] de advocaat van NAI bericht dat in het exploit van 22 juli 2008 een foutief rentebedrag is vermeld en een nieuwe opgave gedaan van het verschuldigde bedrag, te weten € 4.197,12. Bij de berekening van dit bedrag is uitgegaan van een bedrag van € 3.502,77 aan verschuldigde rente.

2.6. Bij brief van 27 augustus 2008 heeft [bedrijf 1] NAI bericht dat het verschuldigde bedrag van € 4.277,46 nog niet was voldaan en dat beslag zou worden gelegd als betaling niet binnen twee dagen zou plaatsvinden.

2.7. Bij brief van 30 november[bedrijf 2][bedrijf 2] (hierna: ‘[bedrijf 2]’) NAI op basis van een nieuwe renteberekening gesommeerd binnen 21 dagen na de genoemde datum een bedrag van € 2.276,15 te voldoen. Verder is in deze brief vermeld dat Taag niet bereid is de kosten van de advocaat van NAI te vergoeden.

2.8. Op enig moment heeft NAI het hiervoor vermelde bedrag van € 2.276,15 overgemaakt naar de rekening van de stichting Stichting Beheer Derdengelden [bedrijf 3]. Vervolgens is op 11 februari 2011 in opdracht van [bedrijf 2] ten laste van NAI executoriaal derdenbeslag gelegd onder deze stichting.

2.9. Op 20 mei 2011 heeft deurwaarder [persoon 1] de advocaat van NAI de grosse van het vonnis van 20 februari 2002 en de kopie van een last van Taag aan incassobureau [bedrijf 4] getoond.

3. De vordering

3.1. Na intrekking van een gedeelte van de vordering ter comparitie van partijen vordert NAI dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Taag zal veroordelen om aan NAI te betalen het bedrag van € 5.007,44, althans het bedrag van € 2.731,29, althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente over dat bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot en met de dag der algehele voldoening, kosten rechtens.

3.2. NAI heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat sprake is van onrechtmatig handelen van de door Taag ingeschakelde deurwaarder(s) jegens NAI. Volgens NAI is Taag voor de als gevolg hiervan door NAI geleden schade aansprakelijk, omdat een door Taag ingeschakelde deurwaarder als hulppersoon van Taag moet worden beschouwd.

[Met het oog op de leesbaarheid zullen de opvolgende, namens Taag optredende deurwaarders hierna als in enkelvoud als ‘de deurwaarder’ worden aangeduid.]

3.3. Ter feitelijke onderbouwing van het gestelde onrechtmatig handelen heeft NAI ten eerste aangevoerd dat de deurwaarder aanhoudend heeft getracht bij NAI opzettelijk foutief althans bewust onzorgvuldig berekende rentebedragen te incasseren en zich daarbij ongepast dreigend en onbuigzaam heeft opgesteld.

Ten tweede heeft NAI gesteld dat zij de deurwaarder vanaf juli 2008 herhaaldelijk heeft verzocht de grosse van het vonnis van 20 februari 2002 te tonen en te bewijzen dat de genomen rechtsmaatregelen op last van Taag zijn verricht, maar dat de deurwaarder daartoe pas op 12 mei 2011 is overgegaan onder druk van een aangekondigd kort geding.

3.4. NAI heeft als gevolg van het onrechtmatig handelen van de deurwaarder advocaatkosten moeten maken. Deze kosten betreffen het verweer tegen de onjuiste renteberekeningen en de ten onrechte aangezegde executiemaatregelen, de werkzaamheden van de advocaat om de deurwaarder ertoe te bewegen aan het hiervoor bedoelde verzoek met betrekking tot de grosse en de last van Taag te voldoen, inclusief het voorbereiden van een executiegeschil tegen de deurwaarder. Deze kosten dient Taag aan NAI te vergoeden, aldus NAI.

3.5. Voor zover NAI geacht zou moeten worden nog enig bedrag aan Taag verschuldigd te zijn, beroept NAI zich op verrekening van dit bedrag met haar vordering tot schadevergoeding op Taag.

4. Het verweer

4.1. Het verweer van Taag strekt tot afwijzing van de vorderingen van NAI, met veroordeling van NAI in de kosten van het geding.

4.2. Taag heeft betwist dat de deurwaarder onrechtmatig heeft gehandeld.

Volgens Taag NAI heeft niet aan haar stelplicht voldaan, omdat NAI heeft nagelaten duidelijk te maken wat er niet klopt aan de renteberekening door de deurwaarder. Taag gaat er van uit dat de deurwaarder de rente correct heeft berekend. Ook van onrechtmatig dreigend of onbuigzaam optreden van de deurwaarder is volgens Taag niets gebleken. De deurwaarder heeft gewoon zijn werk gedaan, aldus Taag.

4.3. Taag acht zich hoe dan ook niet aansprakelijk voor eventueel onrechtmatig handelen door de namens haar optredende deurwaarder, omdat de deurwaarder niet als hulppersoon van Taag kan worden gezien. De deurwaarder krijgt slechts opdracht en heeft verder een eigen verantwoordelijkheid, zo heeft Taag opgemerkt.

4.4. Taag heeft voorts aangevoerd dat voor zover enige vermogensschade zou moeten worden vergoed, aansluiting moet worden gezocht bij de criteria van het rapport

Voor-werk II.

4.5. Verder acht Taag van belang dat NAI tot mei 2011, in de aanloop naar de onderhavige procedure, nooit enige actie richting Taag heeft ondernomen, zodat alles buiten Taag om is gegaan.

4.6. Over het beroep van NAI op verrekening heeft Taag opgemerkt dat aan de voorwaarden voor verrekening niet is voldaan, reeds omdat de gestelde tegenvordering van NAI op Taag, die wordt betwist, niet op eenvoudige en snelle wijze is vast te stellen.

5. De beoordeling

5.1. Met partijen gaat de rechtbank er van uit dat de rechtbank te Rotterdam, sector civiel, bevoegd is en dat op deze kwestie Nederlands recht van toepassing is.

5.2. De rechtbank zal allereerst ingaan op de vraag of sprake is geweest van onrechtmatig handelen van de namens Taag optredende deurwaarder jegens NAI. In dit verband acht de rechtbank het volgende van belang.

5.3. NAI heeft gesteld dat de deurwaarder de verschuldigde wettelijke rente foutief heeft berekend. De deurwaarder heeft volgens NAI de wettelijke rente over het oorspronkelijk verschuldigde bedrag berekend en pas daarna een correctie voor reeds voldane bedragen toegepast, waardoor de wettelijke rente ten onrechte over een te hoog bedrag is berekend. Taag heeft de stellingen van NAI over de foutief berekende rente, waarmee NAI aan haar stelplicht heeft voldaan, slechts in algemene termen en daarmee naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd weersproken. Verder blijkt uit de overgelegde producties dat [bedrijf 1] de berekening van de verschuldigde rente tweemaal op aandringen van NAI, en in het voordeel van NAI, heeft aangepast. De rechtbank neemt bij de verdere beoordeling dan ook tot uitgangspunt dat de renteberekeningen van de deurwaarder van 22 juli 2008 en 30 juli 2008 niet correct waren omdat daarbij, zoals NAI heeft gesteld, niet op juiste wijze rekening is gehouden met de reeds gedane aflossingen.

De rechtbank acht de berekening van wettelijke rente als hiervoor omschreven evident onjuist en in strijd met het bepaalde in artikel 6:44 lid 1 BW, volgens welk artikellid betaling van een op een bepaalde verbintenis toe te rekenen geldsom in de eerste plaats in mindering van de kosten, vervolgens in mindering van de verschenen rente en ten slotte in mindering van de hoofdsom en de lopende rente strekt. Verder had de deurwaarder, na op de onjuistheid van de berekening te zijn gewezen, op korte termijn moeten zorgdragen voor een correcte berekening. Ook dit is niet gebeurd. De correcte berekening (althans de berekening waarin NAI mee heeft ingestemd) is uitgebleven tot 30 november 2010, derhalve meer dan twee jaar nadat de advocaat van NAI voor het eerst bezwaar tegen de renteberekening heeft gemaakt.

5.4. Voorts had de deurwaarder NAI op eerste verzoek de grosse van het vonnis van 20 februari 2002 moeten tonen, ten bewijze van het bestaan van de machtiging tot executie van dit vonnis. Vast staat dat de deurwaarder dit niet heeft gedaan. Taag heeft immers niet weersproken dat NAI de deurwaarder kort na de ontvangst van het vernieuwde bevel van d.d. 22 juli 2008 heeft gevraagd naar zijn mandaat. Dit blijkt ook uit de brief van [bedrijf 1] d.d. 1 augustus 2008. De deurwaarder heeft de grosse van voornoemd vonnis echter – zo is eveneens onbetwist door NAI gesteld – pas op 12 mei 2011, na aankondiging van een kort geding aangaande deze kwestie, aan NAI getoond.

5.5. Van belang is tevens dat de deurwaarder in augustus 2008, toen er ondanks de door NAI geuite bezwaren nog geen correcte renteberekening beschikbaar was en de grosse nog niet aan NAI getoond was, beslaglegging heeft aangekondigd. NAI heeft onweersproken gesteld dat tussenkomst van haar advocaat nodig was om te bewerkstelligen dat de deurwaarder niet tot beslaglegging over ging.

5.6. Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde handelwijze van de deurwaarder zodanig onzorgvuldig dat deze jegens NAI als onrechtmatig moet worden beschouwd. Taag is voor de handelingen van de deurwaarder op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk. Taag heeft immers ter comparitie bevestigd dat de deurwaarder in haar opdracht heeft gehandeld. Anders dan Taag meent moet de deurwaarder, optredend als gevolmachtigde van Taag, als hulppersoon van Taag worden beschouwd.

Uit het voorgaande volgt dat NAI jegens Taag aanspraak kan maken op vergoeding van de door NAI als gevolg van het onrechtmatig handelen van de deurwaarder geleden schade.

5.7. Ter onderbouwing van het gestelde schadebedrag van € 5.007,44 heeft NAI declaraties van haar advocaat ten bedrage van € 5.007,44 overgelegd. Het gaat daarbij om werkzaamheden in de maanden maart, april en mei 2011. NAI heeft daarbij opgemerkt dat de werkelijke schade groter is omdat in deze zaak al vanaf 2008 werkzaamheden door de advocaat van NAI zijn verricht.

Taag heeft echter naar voren gebracht dat NAI eerder contact met Taag had kunnen en moeten opnemen over deze kwestie. Tussen partijen staat vast dat dit pas in mei 2011 voor het eerst is gebeurd.

Met Taag is de rechtbank van oordeel dat het op de weg van NAI had gelegen om, toen zij merkte dat de discussie met de deurwaarder weinig uitzicht op een oplossing bood, Taag rechtstreeks te benaderen. Door dit niet te doen heeft NAI Taag de mogelijkheid onthouden om de deurwaarder nadere instructies te geven en bij te dragen aan een (spoediger) oplossing van het geschil. In ieder geval mag worden aangenomen dat Taag desgevraagd onmiddellijk duidelijkheid zou hebben verschaft over het mandaat van de deurwaarder.

Dit laat echter onverlet dat NAI enige kosten heeft moeten maken als gevolg van de onjuiste renteberekeningen door de deurwaarder en het voorkomen van de aangezegde beslaglegging. Bij gebreke van voldoende concrete aanknopingspunten om deze schade te begroten, zal de rechtbank de door NAI geleden schade schattenderwijs vaststellen. Aansluiting zoekend bij het in deze zaak toepasselijke liquidatietarief bepaalt de rechtbank de schade op een bedrag van € 768,-.

5.8. Onduidelijk is gebleven wat NAI met haar beroep op verrekening van de vordering tot schadevergoeding van NAI op Taag met de vordering van Taag op NAI krachtens het vonnis van 2 februari 2002 beoogt te bereiken.

Mede gelet op het feit dat NAI het beroep op verrekening als ‘subsidiair’ heeft aangeduid, gaat de rechtbank er van uit dat NAI niet zelf verrekening van beide vorderingen (en dus toewijzing van een lager bedrag in deze procedure) wenst, maar slechts heeft willen anticiperen op een beroep op verrekening van Taag in het kader van haar verweer tegen de onderhavige vordering. Daarvan uitgaande behoeft het beroep op verrekening geen verdere bespreking, omdat Taag zich juist tegen verrekening van de genoemde vorderingen heeft verzet.

Voor zover het beroep bedoeld mocht zijn als verweer in het kader van de executie van het vonnis van 20 februari 2002, kan het eveneens buiten beschouwing blijven omdat een dergelijk verweer na de intrekking van de onderdelen a en b van de bij dagvaarding ingestelde vordering buiten het bestek van deze procedure valt.

5.9. NAI vordert betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke handelsrente. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van art. 6:119a BW, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW worden toegewezen.

5.10. Taag zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van NAI op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 76,31

- griffierecht 560,00

- salaris advocaat 768,00 (2,0 punten × tarief € 384,00)

Totaal € 1.404,31

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. veroordeelt Taag om aan NAI te betalen een bedrag van € 768,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over genoemd bedrag met ingang van 6 juli 2011 tot de dag van volledige betaling,

6.2. veroordeelt Taag in de proceskosten, aan de zijde van NAI tot op heden begroot op € 1.404,31,

6.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2012.?

2171/1963