Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BW9060

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
21-06-2012
Zaaknummer
385865 / HA ZA 11-1843
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzetprocedure. Opposant ontvankelijk geoordeeld in zijn verzet. Overgangsrecht. Verzoek van geopposeerde om tegen dit tussenvonnis tussentijds hoger beroep toe te staan wordt gehonoreerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 385865 / HA ZA 11-1843

Vonnis van 13 juni 2012

in de zaak van

[eiser]

wonende te Rotterdam,

eiser in het verzet,

advocaat mr. M.K. Bhada,

tegen

naamloze vennootschap FINATA BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. L.C.H. Karstanje.

Partijen zullen hierna [eiser] en Finata Bank genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 februari 2012 en de daarin genoemde stukken;

- de brief van 3 mei 2012 namens Finata Bank;

- de brief van 15 mei 2012 namens [eiser].

2. De beoordeling

2.1. In voormeld tussenvonnis heeft de rechtbank [eiser] ontvankelijk geacht in zijn verzet tegen het verstekvonnis van 10 september 1998, daarbij uitgaande van een verzettermijn van vier weken. Finata Bank voert nu aan dat ingevolge het overgangsrecht betreffende het (op 1 januari 2002 in werking getreden) nieuwe procesrecht de verzettermijn 14 dagen was, zodat [eiser] niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden. Finata Bank verzoekt de mogelijkheid te openen om tussentijds hoger beroep in te stellen, om tot bekorting van de procedure te komen.

2.2. In reactie hierop heeft [eiser], mede onder verwijzing naar artikel 6 EVRM en daarop betrekking hebbende jurisprudentie, betoogd dat het in de omstandigheden van het geval niet redelijk en billijk is om onverkort vast te houden aan de termijn van twee weken. Voor wat betreft het openstellen van de mogelijkheid van tussentijds hoger beroep, refereert [eiser] zich aan het oordeel van de rechtbank. Indien de rechtbank thans aanleiding ziet om tot een andere beslissing over de ontvankelijkheid te komen, geeft [eiser] er de voorkeur aan dat de rechtbank, zo mogelijk, het tussenvonnis zelf herstelt.

2.3. De beslissing over de ontvankelijkheid is een cruciale beslissing in dit stadium van de procedure, waarbij de proceseconomie vergt dat de genomen eindbeslissing over de ontvankelijkheid aan tussentijdse toetsing in hoger beroep kan worden onderworpen. Zeker nu [eiser] zich hiertegen niet verzet, zal de rechtbank de mogelijkheid van tussentijds hoger beroep openstellen.

2.4. De suggestie van [eiser] om de genomen beslissing te herstellen (of hierop terug te komen), zal de rechtbank niet volgen. Het is aan de beroepsinstantie om de ontvankelijkheid te (her)beoordelen en in het bijzonder ook het overgangsrecht nader te interpreteren en toe te passen aan de hand van de stellingen en argumenten van partijen.

Indien van een verzettermijn van 14 dagen zou moeten worden uitgegaan, zou opnieuw getoetst moeten worden of al dan niet reeds voor die termijn een daad van bekendheid is vast te stellen. Voorts kan het beroep op artikel 6 EVRM aan de orde komen. Hetzelfde geldt voor de vraag of - nu de onderhavige verzettermijn is aangevangen door een daad van bekendheid ná 1 januari 2002 - de visie van Finata Bank op het overgangsrecht de juiste is (vergelijk HR 23 september 2005, NJ 2005/487, LJN AT4071: overweging 3.4).

De rechtbank meent dat op dit moment geen aanleiding bestaat om de genomen beslissing over de ontvankelijkheid te herstellen (of om hierop terug te komen).

3. De beslissing

De rechtbank

stelt tussentijds hoger beroep open van het tussenvonnis van 29 februari 2012.

Dit vonnis is gewezen door T. Boesman en is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2012.?

[1694 / 2309]