Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BW8337

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-06-2012
Datum publicatie
14-06-2012
Zaaknummer
346286 / HA ZA 10-146
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop van 5 riviercruiseschepen. Niet afgenomen met beroep op schuldeisersverzuim en opschortingsrecht. Beantwoorden van de schepen aan de overeenkomsten en garanties. Wanprestatie koper door niet na te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 346286 / HA ZA 10-146

Uitspraak: 6 juni 2012

VONNIS

in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BONAVENTURA CRUISES HOLDING B.V.,

gevestigd te 's-Gravendeel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

M.S. VICTORIA AMAZONICA B.V.,

gevestigd te 's-Gravendeel,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

M.S. VICTORIA CRUZIANA B.V.,

gevestigd te 's-Gravendeel,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

M.S. VICTORIA REGIA B.V.,

gevestigd te 's-Gravendeel,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

M.S. ABEL TASMAN B.V.,

gevestigd te 's-Gravendeel,

6. [eiser 6],

wonende te [woonplaats],

7. [eiser 7],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr J.P. Hellinga,

- tegen -

Mr J.P.M. BORSBOOM, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement

van [gefailleerde gedaagde],

gevestigd te Barendrecht,

gedaagde,

advocaat mr J.P.M. Borsboom.

Eisers worden hierna samen aangeduid als "Bonaventura c.s.", gedaagde als "de curator" en de gefailleerde vennootschap als "[X]".

1. Het verdere verloop van het geding

1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:

- de vonnissen van 4 mei 2011 en 29 februari 2012 alsmede de daaraan ten grondslag

liggende stukken;

- akte na tussenvonnis van Bonaventura c.s., met producties;

- brief d.d. 6 april 2012 van de curator, met producties;

- proces-verbaal van de op 24 april 2012 gehouden comparitie van partijen.

1.2 Er is opnieuw vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1 In het vonnis van 29 februari 2012 is opnieuw op een aantal punten aan partijen om verdere informatie en onderbouwing van hun standpunt gevraagd. Partijen hebben nadere informatie gegeven en hebben producties overgelegd. Op de comparitie van partijen zijn deze punten besproken.

de toestand van de schepen en de mee te leveren inventaris op de schepen

2.2 Verwezen wordt naar wat daarover is overwogen in het vonnis van 4 mei 2011 onder 5.12 tot en met 5.15 en in het vonnis van 29 februari 2012 onder 2.9 en 2.10.

Victoria Amazonica

2.3 Op basis van de in de procedure gebleken feiten kan niet worden vastgesteld of het kapot gaan van de generator op dit schip kan worden toegerekend aan [X] en dat de reparatiekosten voor rekening van [X] dienden te komen. Niet blijkt dat de gebreken van de generator waren verdisconteerd in de koopprijs. Daarom wordt het ervoor gehouden dat deze gebreken voor rekening waren van Bonaventura c.s. en dat deze uiterlijk op 16 mei 2008 hadden moeten zijn hersteld.

2.4 Volgens Bonaventura c.s. is dit schip vanaf april 2008 gaan varen voor Quality Tours en heeft deze de generator laten repareren. De daarmee gemoeide kosten zouden een bedrag belopen van naar schatting € 9.000,-. Deze zouden later zijn verrekend met Bonaventura c.s. Het schip heeft het hele seizoen gevaren, vanaf april tot oktober 2008.

Bewijsstukken van één en ander zijn niet overgelegd.

2.5 Gelet op de aard van het gebrek - een kapotte generator - en de kosten die in het algemeen met het herstel zullen zijn gemoeid - vergelijk de hierna te vermelden facturen van [Y] in verband met het vervangen of reviseren van twee generatoren - kan worden aangenomen dat de kosten van het repareren van de generator van de Vicoria Amazonica zullen hebben gelegen in de orde van grootte van het genoemde bedrag van € 9.000,-.

Indien de generator op dit schip op 16 mei 2008 nog niet mocht zijn hersteld, zou dit naar het oordeel van de rechtbank een weigering om het schip af te nemen en om de koopprijs van € 3.350.000,- te betalen, met een beroep op schuldeisersverzuim en een opschortings-recht, niet rechtvaardigen.

Victoria Regia

2.6 Reparatie of vervanging van de twee generatoren was voor rekening van [X]. [X] (of Soundstorm/Dutch River Cruises) heeft aan [Y] opdracht gegeven tot het vervangen dan wel reviseren van de twee generatoren. De eerste factuur van [Y] d.d. 18 maart 2008 ad € 8.687,- voor twee generatoren (Deutz en DAF) is op of omstreeks 10 april 2008 door [X] voldaan (prod. 32 en 33 van de curator). Daarna heeft [Y] nog drie facturen aan Dutch River Cruises gestuurd d.d. 22 mei 2008 (tweemaal) en 2 juni 2008 (prod. 34-36 van de curator). Deze heeft [X] geweigerd te betalen omdat zij voor (een deel van) de daarop vermelde werkzaamheden geen opdracht zou hebben gegeven (prod. 37 van de curator/prod. 61 van Bonaventura c.s.).

Op 21 april 2008 had [Y] beslag doen leggen op de Victoria Regia ten laste van M.S. Victoria Regia B.V. (prod. 19 van de curator). Het schip lag toen op de werf van [Y] in de haven van Tolkamer. Niet blijkt voor welk bedrag het beslag is gelegd en voor welke vordering. Partijen hebben daarover geen informatie gegeven.

2.7 Op de drie laatste facturen van [Y] wordt melding gemaakt van verschillende werkzaamheden. Voor een deel hebben deze kennelijk betrekking op de generatoren, voor het overige gaat het om andere werkzaamheden, te weten: reparatie aan de stuurboord hoofdmotor, aan de slang van de stuurboord keerkoppeling, aan een Iveco motor en aan de kopschroefinstallatie. Uit de facturen valt af te leiden dat de opdracht voor het werk aan de stuurboord hoofdmotor, aan de stuurboord keerkoppeling en aan de Iveco motor omstreeks dezelfde datum, 12 maart 2008, is gegeven als de opdracht voor het vervangen/reviseren van de generatoren en dat dit werk is uitgevoerd in "haven tolkamer", terwijl de opdracht voor de kopschroef-installatie is gegeven omstreeks 3 mei 2008 en die voor enkele andere werkzaamheden (filter, snaar, accu) omstreeks 15 mei 2008.

2.8 Uit de drie laatste facturen kan worden afgeleid dat deze voor een bedrag van in totaal € 6.935,94 excl. BTW of € 8.253,77 incl. BTW betrekking hebben op de twee generatoren. Voor het overige (€ 15.316,01 excl. BTW / € 18.226,03 incl. BTW) blijkt niet dat door [X] opdracht is gegeven voor de vermelde werkzaamheden.

2.9 Bonaventura c.s. heeft verder het volgende gesteld. Voor het schip was een charterovereenkomst gesloten met touroperator [Z]. Het schip moest in de tweede of derde week van mei 2008 in de vaart komen. [Y] wilde het schip niet afgeven zolang haar werkzaamheden niet waren betaald. [Z] heeft begin mei 2008 het openstaande bedrag aan [Y] betaald. [Y] heeft het beslag toen opgeheven, zodat daarna met het schip een eerste reis, naar Antwerpen, kon worden gemaakt. [Z] had voor deze reis Goldberg Cruises ([Q]) ingeschakeld die het schip ging runnen. Op deze reis hebben zich problemen met de kopschroefinstallatie voorgedaan.

2.10 In de e-mail van [X]/Dutch River Cruises d.d. 4 juni 2008 (prod. 37 van de curator/prod. 61 van Bonaventura c.s.) staat onder meer dat [Y] begin mei 2008 in overleg met [Q] en [eiser 7] opdracht heeft gegeven (kennelijk: gekregen) voor een aantal werkzaamheden aan boord van de Regia, waarna het schip in opdracht van [eiser 7] door [Q] in de vaart is gebracht.

2.11 Op de factuur betreffende het werk aan de kopschroefinstallatie staat de datum 3 mei 2008 en "werkadres .. te Arnhem/Antwerpen/Dordrecht" en op de factuur betreffende enkele kleine werkzaamheden (filter, snaar, accu) de datum 15 mei 2008 en "werkadres ... te Dordrecht".

Op het overgelegde proces-verbaal van de beslaglegging ten verzoeke van [Y] (prod. 19 van de curator) is met de pen geschreven "doorgehaald 13.5.2008".

2.12 Op grond van het voorgaande, een en ander in onderling verband bezien, acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat [Y] het schip begin mei 2008 uit het beslag heeft vrijgegeven zodat daarmee een reis kon worden gemaakt naar Antwerpen en dat [Y] daarna nog het werk aan de kopschroefinstallatie en wat kleine werkzaamheden heeft verricht.

Voorts kan worden aangenomen dat de Victoria Regia op 16 mei 2008 in bedrijfsgerede toestand verkeerde en aan de overeenkomst beantwoordde. In het midden kan blijven voor wiens rekening de werkzaamheden van de laatste drie facturen uiteindelijk zijn gekomen.

2.13 Tussen partijen staat vast dat aan het begin van het vaarseizoen de inventaris van een schip wordt gecontroleerd en dat dan ontbrekende zaken worden aangevuld en kapotte zaken worden vervangen. Kennelijk hebben partijen de inventaris van de verkochte schepen niet gezamenlijk geïnspecteerd overeenkomstig art. 4 lid 2 van de koopovereenkomsten.

2.14 Volgens [X] bleken op de Victoria Regia heel veel zaken te ontbreken. Er is daarvan geen specificatie overgelegd en ook de kosten van het aanvullen en vervangen zijn niet nader aangeduid. Bonaventura c.s. heeft aangevoerd dat inventarisgoederen van dit schip met medeweten van [X] zijn geleend ten behoeve van de Victoria Amazonica en de Victoria Cruziana, die door [X] als hotelschip waren verhuurd aan [A].

De curator heeft dit niet gemotiveerd weersproken.

2.15 Met betrekking tot de toestand van de Victoria Regia en haar inventaris moet worden geconcludeerd dat er voor [X] geen deugdelijke reden bestond om met een beroep op een opschortingsrecht of schuldeisersverzuim te weigeren het schip af te nemen en de koopprijs daarvan (€ 700.000,-) te betalen.

Abel Tasman

2.16 De noodzakelijke werkzaamheden aan de motoren van dit schip waren ingevolge de reparatieovereenkomst van 7 februari 2008 voor rekening van [X]. [X] wilde dit schip hermotoriseren en heeft de oude motoren laten verwijderen en nieuwe motoren besteld. Er zijn echter geen nieuwe motoren geïnstalleerd en evenmin zijn de oude motoren teruggeplaatst.

In maart 2008 bleken zich onder de waterlijn deuken in de kop van het schip te bevinden. Het herstel daarvan was voor rekening van Bonaventura c.s., die daarvoor diende te zorgen. Bonaventura c.s. heeft deze schade echter niet laten herstellen.

Zowel de noodzakelijke werkzaamheden aan de motoren als het herstel van de deuken waren nodig voor het verlengen of vernieuwen van het certificaat voor dit schip, dat vereist was om het te kunnen inzetten voor de cruisevaart. De rechtbank verwijst naar het vonnis van 29 februari 2012 onder 2.18-2.20 en 2.40-2.42.

2.17 [X] heeft kennelijk om haar moverende redenen (of wegens problemen met de financiering) afgezien van de door haar gewenste werkzaamheden, maar ook niet de oude motoren laten terugplaatsen en laten opknappen. Onder deze omstandigheden kan [X] niet aan Bonaventura c.s. crediteursverzuim verwijten, noch een opschortingsrecht ten aanzien van haar afnameverplichting baseren op de grond dat de deuken onder de kop van dit schip niet door Bonaventura c.s. waren gerepareerd.

Dit laat overigens onverlet dat de herstelkosten van de deuken voor rekening waren van Bonaventura c.s. De omvang daarvan blijkt niet. Volgens Bonaventura c.s. waren deze kosten gedekt onder een cascopolis, op een eigen risico van

€ 5.000,- na. De juistheid van deze stelling is echter niet komen vast te staan.

[naam schip]

2.18 Uit de producties 31, 38 en 39 van de curator blijkt dat in april 2008 een groot aantal inventarisgoederen op dit schip ontbrak en moest worden aangevuld dan wel kapot was en moest worden vervangen. Volgens deze niet gemotiveerd weersproken stukken konden de kosten van het aanvullen en vervangen worden gesteld op een bedrag van tenminste € 46.525,- (de ontbrekende zwemvesten zijn daarin niet begrepen).

In de verhouding tussen partijen waren de ontbrekende inventarisgoederen voor rekening van Bonaventura c.s.

2.19 Gesteld noch gebleken is echter dat de [naam schip] aan het begin van het vaarseizoen van 2008 niet in de vaart is gebracht en dat - in tegenstelling tot de onder 2.13 vermelde vaste gewoonte - de bij dat schip behorende inventaris niet is aangevuld of vervangen. Daarom kan ervan worden uitgegaan dat het schip op 16 mei 2008 wat betreft de inventaris beantwoordde aan de koopovereenkomst, met dien verstande dat de kosten van het aanvullen en vervangen moesten worden gedragen door Bonaventura c.s.

[X] was niet gerechtigd om afname van dit schip en betaling van de koopprijs van € 1,9 miljoen te weigeren vanwege het op dit schip ontbreken van inventarisgoederen.

levering van de schepen vrij van beslagen en hypotheken

2.20 Vooreerst wordt verwezen naar wat in het vonnis van 29 februari 2012 is vermeld onder 2.30 tot en met 2.36.

beslagen Techyates Ltd. en Delphin Ltd.

2.21 Op basis van de vermelding in enkele overgelegde beslagstukken (prod. 19 van de curator) kan worden aangenomen dat de beslagen, die op 23 en 25 april 2008 ten verzoeke van deze twee schuldeisers zijn gelegd op de vier Nederlandse schepen, zijn gelegd voor een vordering die door de voorzieningenrechter (inclusief rente en kosten) was begroot op € 409.000,- (of een bedrag in die orde van grootte; ten aanzien van de Victoria Regia en de Abel Tasman blijkt uit de overgelegde stukken geen specificatie voor de vordering van deze schuldeisers).

2.22 Volgens Bonaventura c.s. waren deze schuldeisers/[B] en Bonaventura c.s. het erover eens dat de vordering in feite slechts € 95.342,28 beliep en is deze schuld afgewikkeld met Delphin. De juistheid van deze door de curator betwiste stelling blijkt niet en daarvan is in de overgelegde stukken geen bevestiging te vinden. Daarom zal worden uitgegaan van een op 16 mei 2008 openstaande schuld van Bonaventura c.s. aan deze schuldeisers van € 409.000,- (inclusief rente en kosten). Indien dit bedrag werd betaald of betaling was verzekerd, zouden de ten verzoeke van deze twee schuldeisers gelegde beslagen moeten worden opgeheven.

beslagen [C]

2.23 Op basis van enkele beslagstukken (prod. 19 van de curator) kan worden aangenomen dat de beslagen ten verzoeke van deze schuldeiser op de vier Nederlandse schepen zijn gelegd op 23 en 25 april 2008 voor een vordering die was begroot op € 112.000,-. In de overgelegde concept-dagvaarding (prod. 80 van Bonaventura c.s.) staat dat [C] per 1 november 2007 een vordering had op BCCM (Bonaventura Cruises Contracting & Management B.V.) van € 93.719,13, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 december 2007 en € 1.788,- wegens buitengerechtelijke kosten.

2.24 Vaststaat dat Bonaventura c.s. de vordering van [C] heeft erkend tot een bedrag van € 86.636,30. Op 9 januari 2008 heeft Bonaventura c.s. aan [C] een betalingstoezegging gedaan, waarin onder meer en samengevat staat dat Bonaventura c.s. dit schuldig erkende bedrag aan [C] zal voldoen uit de koopsom van de vier Nederlandse schepen binnen twee dagen nadat de levering van de schepen heeft plaatsgevonden. [C] behield zich het recht voor de schuld die volgens haar dan nog resteerde van BCCM te vorderen (prod. 47 van Bonaventura c.s.).

2.25 Volgens Bonaventura c.s. was met [C] afgesproken dat de ten verzoeke van [C] gelegde beslagen na de betaling van het erkende bedrag zouden worden opgeheven.

De curator heeft dat betwist. Bewijs van deze afspraak ontbreekt (de beslagen zijn overigens gelegd na de betalingstoezegging).

2.26 De rechtbank gaat uit van een op 16 mei 2008 openstaande schuld van Bonaventura c.s. aan [C] van

€ 112.000,- (inclusief rente en kosten). Indien dit bedrag werd betaald of betaling was verzekerd, zouden de ten verzoeke van [C] gelegde beslagen moeten worden opgeheven.

beslagen River Advice Ltd.

2.27 Op basis van enkele beslagstukken (prod. 19 van de curator) kan worden aangenomen dat de beslagen ten verzoeke van deze schuldeiser op de vier Nederlandse schepen zijn gelegd op 23 en 25 april 2008 voor een vordering die was begroot op € 26.500,- (inclusief rente en kosten). Uit een ter comparitie getoond beslagrekest blijkt dat River Advice een vordering stelde te hebben op BCCM van € 20.475,- op grond van een factuur d.d. 20 september 2007.

2.28 Volgens Bonaventura c.s. (onder verwijzing naar haar prod. 42) was haar schuld slechts € 8.625,- en is dit bedrag voldaan De curator heeft dat betwist. Uit een ter comparitie overgelegde verklaring van [W] van River Advice zou kunnen worden afgeleid dat de nog uitstaande schuld van Bonaventura c.s. aan River Advice van € 20.850,- in 2008 volledig zou zijn voldaan. Daaruit blijkt echter niet wanneer deze schuld is voldaan. Overige bewijsstukken ontbreken. De rechtbank gaat daarom uit van een op 16 mei 2008 openstaande schuld van Bonaventura c.s. aan River Advice van

€ 20.475,- (inclusief rente en kosten). Indien dit bedrag werd betaald of betaling was verzekerd, zouden de ten verzoeke van River Advice gelegde beslagen moeten worden opgeheven.

beslag Bozagro Marine Services B.V.

2.29 Uit overgelegde beslagstukken (prod. 75 en 76 van Bonaventura c.s. en prod. 19 van de curator) blijkt dat het beslag ten verzoeke van deze schuldeiser op de Victoria Regia is gelegd op 25 april 2007 voor een vordering die was begroot op € 81.625,- (inclusief rente en kosten) en die in hoofdsom € 62.790,35 bedroeg.

2.30 Volgens Bonaventura c.s. is de vordering van Bozagro betaald en is het beslag opgeheven.

In een overgelegde e-mail d.d. 26 april 2007 van [eiser 7] namens Bonaventura River Cruises aan Bozagro (prod. 77 van Bonaventura c.s.) staat - kort gezegd - dat in aansluiting op het telefoongesprek met de advocaat van Bozagro wordt bevestigd dat op die dag € 50.000,- zou worden overgemaakt en dat op 1 mei het restant van € 12.790,35 zou worden overgemaakt; de Victoria Regia zou onder beslag varen totdat dit restantbedrag zou zijn ontvangen.

Overgelegd zijn verder twee bankafschriften (prod. 43 en 45 van Bonaventura c.s.), waaruit blijkt dat [eiser 6] op 26 april 2007

€ 50.000,- heeft overgemaakt aan Bozagro onder vermelding van "Beslag Bonaventura Cruises" en dat [eiser 7] e/o [eiser 6] op 2 mei 2007 € 14.629,23 heeft overgemaakt aan Bozagro "conform uw schriftelijke verzoek". Deze overgemaakte bedragen belopen samen een bedrag van € 64.629,23.

[eiser 7] heeft verklaard dat de advocaat van Bozagro boven het bedrag van € 62.790,35 een extra betaling verlangde wegens rente.

Op het als productie 19 door de curator overgelegde proces-verbaal van beslaglegging staat met de pen vermeld "doorgehaald 3.5.2007".

2.31 Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat het ten verzoeke van Bozagro gelegde beslag, na betaling van de hoofdsom en een extra bedrag van € 1.838,88 (vermoedelijk wegens rente en kosten), op 3 mei 2007 is opgeheven. Dit beslag rustte derhalve op 16 mei 2008 niet meer op de Victoria Regia.

beslag Belastingdienst

2.32 Uit het overgelegde proces-verbaal van beslaglegging (prod. 19 van de curator) blijkt dat de Belastingdienst op 19 november 2007 executoriaal beslag heeft gelegd op de Victoria Cruziana voor een vordering van € 34.019,-. Zoals ter comparitie is bevestigd, kon deze vordering op 16 mei 2008 niet als voldaan worden beschouwd en was het beslag toen nog niet opgeheven.

Indien dit bedrag werd betaald of betaling was verzekerd, zou dit ten verzoeke van de Belastingdienst gelegde beslag moeten worden opgeheven.

beslag [Y]

2.33 De rechtbank verwijst naar hetgeen hiervoor onder 2.6 tot en met 2.12 is overwogen. Daaruit volgt dat kan worden aangenomen dat het ten verzoeke van [Y] op de Victoria Regia gelegde beslag op 16 mei 2008 was opgeheven.

vorderingen Rabobank

2.34 Bonaventura c.s. heeft bij haar laatste akte een aantal stukken overgelegd betreffende de vorderingen van de Rabobank (prod. 81-88). Door deze producties en eerder in de procedure overgelegde producties wordt echter niet aangetoond hoe groot de (door hypotheek op de vier Nederlandse schepen van deze procedure gedekte) vorderingen van de Rabobank op Bonaventura c.s. precies waren, in het bijzonder op 16 mei 2008. Een door de Rabobank opgesteld totaaloverzicht is niet beschikbaar, terwijl Bonaventura c.s. in deze procedure geen deugdelijke toelichting heeft gegeven op de wel overgelegde stukken.

Als productie 85/86 heeft Bonaventura c.s. een door haar zelf opgesteld overzicht overgelegd, dat echter niet door een accountant is gecontroleerd. Hetzelfde geldt voor een aantal overgelegde boekhoudkundige opstellingen (prod. 42 en 88 van Bonaventura c.s.).

2.35 Uit de eerste pagina's van de drie producties 81-83 kan niet worden opgemaakt van wie deze afkomstig zijn. [eiser 7] heeft verklaard dat deze hem per e-mail zijn toegestuurd door [E] van de Rabobank. De betreffende e-mail is niet overgelegd.

Op deze drie eerste pagina's is telkens een nummer vermeld, respectievelijk 3.593.907.259, 3.427.903.133 en 3.427.914.399. Op deze pagina's staat verder een opstelling van bedragen die telkens per renteperiode van één of meer maanden worden verhoogd met rente. Onderaan staat een bedrag van de stand per 16 mei 2008, respectievelijk 1.879.488, 2.324.911 en 491.131. Het totaal van deze drie bedragen is 4.695.530.

2.36 Achter de eerste pagina's van deze drie producties 81-83 bevinden zich telkens rekeningafschriften van de Rabobank die betrekking hebben op hypothecaire leningen in euro's aan Bonaventura Cruises Hold[ing B.V.], waarvan de nummers corresponderen met het nummer dat is vermeld op de eerste pagina. Aangenomen kan worden dat de nummers op de eerste pagina's de nummers zijn van hypothecaire leningen van de Rabobank aan Bonaventura Cruises Holding B.V.

Op de rekeningafschriften is behalve een saldo een bedrag vermeld voor de "achterstand aflossing" en een bedrag voor de "achterstand rente". Een direct verband tussen de bedragen genoemd op de eerste pagina's van de drie producties en de rekeningafschriften kan de rechtbank niet leggen. Zeer globaal lijkt dat verband overigens wel te bestaan.

2.37 Uit een als productie 84 door Bonaventura c.s. overgelegd financieel jaaroverzicht 2008, afkomstig van de Rabobank, blijkt dat er behalve de drie hypothecaire leningen met de nummers 3.593.907.259, 3.427.903.133 en 3.427.914.399 nog een lening was met nummer 3.593.907.151 met een saldo van € 379.500,- per 1 januari 2008. Het totale saldo van deze vier leningen per 1 januari 2008 was € 4.346.500,-.

Volgens het eigen overzicht van Bonaventura c.s. (prod. 85/86) bedroeg het saldo van deze vier leningen per 16 mei 2008

€ 4.334.000,- en was de schuld aan de Rabobank - met rente - per 16 mei 2008 € 4.437.703,-.

2.38 Behalve deze vier leningen met de genoemde rekeningnummers liepen bij de Rabobank nog verschillende rekeningen-courant. Volgens de producties 85 (overzicht) en 87 (rekeningafschriften) van Bonaventura c.s. ging het om negen rekeningen-courant. Behalve op de vier Nederlandse schepen van deze procedure, hadden deze kennelijk ook betrekking op het ms. Prinses Christina, het ms. Virginia en het ms. Diana. Deze rekeningen vertoonden in april 2008 een debetsaldo , met dien verstande dat van één van die rekeningen geen rekeningafschrift is overgelegd (3993.77.786), alleen een reconstructie uit de eigen boekhouding van Bonaventura c.s. (prod. 88). Volgens het eigen overzicht van

Bonaventura c.s. (prod. 85) was het creditsaldo van deze rekeningen-courant per 16 mei 2008 € 474.557,-. De totale schuld aan de Rabobank per 16 mei 2008 beliep volgens dat overzicht (€ 4.437.703 min € 474.557:) € 3.963.146,-.

2.39 In de overgelegde beslagstukken van de ten verzoeke van de Rabobank op 10 april 2008 gelegde beslagen op de vier Nederlandse schepen (prod. 19 van de curator) staat dat deze beslagen werden gelegd voor een vordering die was begroot op € 5 miljoen.

2.40 In het overgelegde exploit d.d. 15 februari 2008 waarin namens de Rabobank de executoriale verkoop door haar als hypotheekhouder werd aangezegd van de vier Nederlandse schepen van deze procedure (prod. 31 van Bonaventura c.s.) was vermeld dat deze verkoop geschiedde tot verhaal van de vordering van de Rabobank op de eisers sub 1 tot en met 5, op BCCM en voorts op M.S. Prinses Christina B.V., M.S. Virginia B.V. en M.S. Diana B.V., welke vordering per 31 januari 2008 € 4.720.559,12 bedroeg, 'onverminderd de reeds vervallen of de nog te vervallen rente en boeten en onverminderd alle te dezer zake gevallen en/of nog te vallen kosten'.

2.41 [eiser 6] heeft op de comparitie verklaard dat destijds een paraplu-hypotheek was afgesloten, waarbij ook de vorderingen terzake van de schepen Prinses Christina, Virginia en Diana waren betrokken. Dit vindt bevestiging in de als producties 35 en 36 door Bonaventura c.s. overgelegde financieringsvoorstellen.

2.42 Het vorenstaande overziende, komt de rechtbank tot de conclusie dat kan worden aangenomen dat de vorderingen van de Rabobank die op de vier verkochte Nederlandse schepen van deze procedure verhaalbaar waren omstreeks 16 mei 2008 een totaalbedrag beliepen van ten hoogste € 5,1 miljoen.

tweede hypotheek ?

2.43 In een overgelegd polisaanhangsel d.d. 7 augustus 2006 ter zake van een voor deze vier schepen afgesloten cascopolis (prod. 74 van Bonaventura c.s.) wordt melding gemaakt van een tweede hypotheek op de Victoria Amazonica ten gunste van Quality Tours.

[eiser 6] heeft ter comparitie verklaard dat deze hypotheek al in 2005 was afgelost.

De rechtbank laat deze tweede hypotheek buiten beschouwing, nu er in deze procedure geen enkele aanwijzing naar voren is gekomen dat deze hypotheek in mei 2008 nog op dat schip rustte.

slotsom onbezwaarde levering Nederlandse schepen

2.44 Thans kan worden bezien welke vorderingen moesten worden voldaan uit de koopsommen van deze vier Nederlandse schepen om deze uiterlijk 16 mei 2008 vrij van hypotheek en beslagen te kunnen leveren aan [X], te weten:

-Rabobank € 5.100.000,-

-Techyates Ltd. en Delphin Ltd. € 409.000,-

-[C] € 112.000,-

-River Advice Ltd. € 20.475,-

-Belastingdienst € 34.019,-

in totaal € 5.675.494,-

2.45 Voor de vier Nederlandse schepen was met [X] een totale koopprijs overeengekomen van € 7.000.000,- Dat betekent dat de hypotheekhouder en de beslagleggers uit de koopsommen konden worden voldaan - met nog een ruime marge voor eventuele bijkomende renten en kosten - zodat de schepen vrij van hypotheek en beslagen aan [X] zouden kunnen worden geleverd.

2.46 De curator heeft in twijfel getrokken of er zodanige afspraken met de schuldeisers waren gemaakt dat deze ten tijde van de levering van de schepen uit de koopsommen zouden worden voldaan en dat op dat moment tevens in de registers de hypotheken en de beslagen zouden worden doorgehaald.

Bonaventura c.s. heeft aangevoerd dat deze afspraken wel degelijk waren gemaakt en dat een en ander aldus kon plaatsvinden.

2.47 Het is algemeen gangbare praktijk bij de eigendomsoverdracht van schepen (en andere registergoederen) dat de notaris voor wie het transport plaatsvindt de koopprijs van de koper onder zich krijgt, dat hij ervoor zorg draagt dat daaruit - overeenkomstig de hem gegeven instructies van de verkoper - de vorderingen van de hypotheekhouder(s) en beslagleggers op de verkoper worden voldaan en dat de op het schip rustende hypotheken en beslagen van deze schuldeisers - met hun instemming - in het register worden doorgehaald, zodat het schip onbezwaard wordt geleverd aan de koper.

2.48 In een aantal overgelegde producties kan bevestiging worden gevonden voor overleg met de notaris (eerst mr Van Leusden, later mr Geerling/NautaDutilh), met de Rabobank en met andere schuldeisers om één en ander te regelen (prod. 27, 39, 46, 47, 60 van Bonaventura c.s. en de overgelegde verklaring van [W]/River Advice). Er zijn geen concrete aanwijzingen naar voren gekomen dat de Rabobank en de beslagleggers niet zouden kunnen worden betaald tegenover doorhaling van hypotheken en beslagen en dat onbezwaarde levering niet zou kunnen plaatsvinden.

onbezwaarde levering [naam schip]

2.49 Vaststaat dat op de [naam schip] een hypotheek rustte ten gunste van HBU.

In het door Bonaventura c.s. opgestelde overzicht van productie 85 is vermeld dat de schuld aan HBU een bedrag beliep van € 1.304.187. Onderliggende bewijsstukken daarvan zijn niet overgelegd.

De curator heeft in de procedure vóór de comparitie van partijen niet aangevoerd dat dit schip niet onbezwaard aan [X] zou kunnen worden geleverd. Voor een dergelijke stellingname is ook geen concrete onderbouwing gegeven.

Uit enige overgelegde stukken (prod. 67-70 van Bonaventura c.s.) valt af te leiden dat [X] en [eiser 7] een bespreking hebben gehad met de Oostenrijkse advocaat van [eiser 7] en dat er sprake van was dat [X] de financiering door de HBU van dit schip zou "overnemen". Aanwijzingen dat de vordering van HBU terzake van dit schip bij de levering aan [X] niet zou kunnen worden voldaan uit de koopsom van € 1,9 miljoen zijn gesteld noch gebleken. Van beslagen op dit schip is evenmin iets gebleken.

De rechtbank gaat er daarom vanuit dat dit schip uiterlijk op 16 mei 2008 onbezwaard aan [X] had kunnen worden geleverd.

conclusie ten aanzien van het beroep op schuldeisersverzuim en opschortingsrecht door [X] en ten aanzien van wanprestatie van [X]

2.50 De rechtbank komt tot de conclusie dat [X] zich ten onrechte heeft beroepen op een schuldeisersverzuim van Bonaventura c.s. en een daaruit volgend opschortingsrecht ten aanzien van haar eigen verplichting tot het nakomen van de vijf koopovereenkomsten door de vijf gekochte schepen af te nemen en de overeengekomen koopprijs te betalen. Alle daarvoor aangevoerde gronden zijn ondeugdelijk bevonden. Dat betekent dat [X] jegens Bonaventura c.s. toerekenbaar is tekortgekomen in de nakoming van die overeenkomsten en dat [X] verplicht is de schade die Bonaventura c.s. als gevolg daarvan heeft geleden te vergoeden.

de verdere procedure

2.50 Bonaventura c.s. en de curator zijn het oneens over de omvang van deze schadevergoeding. Daarover kan nu nog geen eindoordeel worden gegeven. Verder partijdebat en bewijslevering daaromtrent lijken noodzakelijk. Mede gelet op de kosten van een voortzetting van de procedure en op de vooruitzichten in het faillissement van [X], geeft de rechtbank partijen in overweging om met elkaar in overleg te treden over een regeling teneinde deze renvooiprocedure te beëindigen. De zaak zal op een ruime termijn naar de rol worden verwezen. Partijen kunnen zich bij akte uitlaten over het al dan niet voortzetten van de procedure.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1 verwijst de zaak naar de rol van woensdag 12 september 2012 voor uitlating door (een van de) partijen;

3.2 houdt iedere verdere uitspraak aan.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik en in het openbaar uitgesproken op

6 juni 2012.

10/209