Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BW7126

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-04-2012
Datum publicatie
31-05-2012
Zaaknummer
1307437
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek ex artikel 6 Handelsnaamwet. Het verzoek wordt afgewezen, nu niet is voldaan aan de stelplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

beschikking ex artikel 6 Handelsnaamwet

in de zaak van

[verzoekster],

statutair gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoekster,

gemachtigde: mr. J. F. van der Stelt te Rotterdam, procesadvocaat, en mr. R.L. Latten en mr. J.J. van de Velde te Rotterdam, behandelend advocaten,

tegen

[verweerster],

statutair gevestigd te [vestigingsplaats],

verweerster,

gemachtigde: mr. J.M. Wolfs, advocaat te Maastricht.

1. Het verloop van de procedure

1.1 De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

• het verzoekschrift met producties, ingekomen ter griffie op 28 december 2011;

• de akte houdende overlegging producties van verzoekster, met producties 5 t/m 10;

• de akte houdende overlegging producties van verzoekster, met producties 11 t/m 13;

• de akte houdende overlegging productie van verzoekster, met productie 14;

• de faxbrief van verzoekster d.d. 26 maart 2012, met productie 15;

• de akte houdende overlegging producties van verweerster, met producties 1 t/m 11;

• de brief van verweerster d.d. 22 maart 2012, met aanvullende producties 6A en 12;

• de faxbrief van verweerster d.d. 23 maart 2012, met aanvullende productie 13.

1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 maart 2012. Aan de zijde van verzoekster is verschenen mr. J.J. van de Velde, vergezeld van zijn kantoorgenoot mevrouw N. Yntema als toehoorder. Aan de zijde van verweerster zijn verschenen de heer [A], general manager van verweerster en mevrouw [B], management assistant bij verweerster, bijgestaan door mr. J.M. Wolfs. Partijen hebben hun standpunten doen toelichten door hun respectieve gemachtigden. Mr. van de Velde heeft dit gedaan aan de hand van een pleitnota, mr. Wolfs aan de hand van een verweerschrift, waarvan de inhoud door hem is voorgedragen. Deze stukken zijn aan het procesdossier toegevoegd. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.

1.3 De uitspraak van de beschikking is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten.

2.1 Het uittreksel van de Kamer van Koophandel ter zake KvK-nummer 2427705 vermeldt voor zover van belang:

“Rechtspersoon

(…)

Statutaire naam Shipping Consortium Rotterdam B.V.

(…)

Datum akte van oprichting 29-09-1998

Akte laatste statuten- 22-07-2008

wijziging

Onderneming

Handelsnamen Shipping Consortium Rotterdam B.V.

Main trading Services

Startdatum onderneming 01-08-1997

Activiteiten SBI-code: 6420 – Financiële Holdings

(…)

Vestiging

(…)

Handelsnamen Shipping Consortium Rotterdam B.V.

Main Trading Services

Bezoekadres Curieweg 28, 3208 KJ Spijkenisse

(…)

Internetadres www.mainfreight.nl

E-mailadres info@mainfreigth.nl

Datum vestiging 01-08-1997

Deze rechtspersoon drijft de

vestiging sinds 29-09-1998

Activiteiten SBI-code: 6420 – Financiële Holdings

(…)

OUDE STATUTAIRE NAMEN ZOALS VASTGELEGD SINDS 01-10-1993

Statutaire naam Main Freight Carriers B.V.

Datum ingang 29-09-1998

Datum einde 22-07-2008

OUDE HANDELSNAMEN ZOALS VASTGELEGD SINDS 01-10-1993

Handelsnaam Main Freight Carriers B.V.

Datum ingang 01-08-1997

Datum einde 22-07-2008

(…)

OUDE BEDRIJFSOMSCHRIJVINGEN ZOALS VASTGELEGD SINDS 01-10-1993

Datum ingang 01-08-1997

Bedrijfsomschrijving EXPEDITIEBEDRIJF

(…)”

2.2 Het uittreksel van de Kamer van Koophandel ter zake KvK-nummer 24440245 vermeldt voor zover van belang:

“(…)

Onderneming

Handelsnaam Main Freight Carriers B.V.

Startdatum onderneming 22-07-2008

Activiteiten SBI-code: 52291 – Expediteurs, cargodoors, bevrachters en andere goederenvervoer

(…)

Vestiging

(…)

Handelsnaam Main Freight Carriers B.V.

Bezoekadres Curieweg 28, 3208 KJ Spijkenisse

(…)

Datum vestiging 22-07-2008

Deze rechtspersoon drijft de 29-09-1998

vestiging sinds

Activiteiten SBI-code: 52291 – Expediteurs, cargodoors, bevrachters en andere goederenvervoer

De uitoefening van een expeditiebedrijf (…).

(…)

Enige aandeelhouder

Naam Shipping Consortium Rotterdam B.V.

Bezoekadres Curieweg 28, 3208KJ, Spijkenisse

(…)

Bestuurder

Naam Shipping Consortium Rotterdam B.V.

Bezoekadres Curieweg 28, 3208KJ, Spijkenisse”

2.3 Het uittreksel van de Kamer van Koophandel ter zake dossiernummer 24281333 vermeldt voor zover van belang:

“(…)

Rechtspersoon:

(…)

Naam Mainfreight B.V.

(…)

Akte van oprichting 15-12-1997

Akte laatste statuten- 21-09-2011

wijziging

(…)

Onderneming:

Handelsnamen Mainfreight B.V.

Mainfreight Air & Ocean

(…)

Adres Abel Tasmanstraat 11, 3165 AM Rotterdam Albrands

(…)

Emailadres air.ocean@wimbosman.nl

Datum vestiging 15-12-1997

Bedrijfsomschrijving Het uitoefenen van een expeditiebedrijf

(…)

Enig aandeelhouder:

Naam Wim Bosman Holding B.V.

Bezoekadres Industriestraat 12, 7041 GD ‘s-Heerenberg

(…)

Bestuurder(s):

Naam Wim Bosman Holding B.V.

Bezoekadres Industriestraat 12, 7041 GD ‘s-Heerenberg

OUDE STATUTAIRE NAMEN ZOALS VASTGELEGD SINDS 01-01-1993

Statutaire naam Expeditiebedrijf Wim Bosman Rotterdam B.V.

Datum ingang 15-12-1997

Datum einde 14-02-2006

Statutaire naam Wim Bosman Air & Ocean Rotterdam B.V.

Datum ingang 14-02-2006

Datum einde 21-09-2011

OUDE HANDELSNAMEN ZOALS VASTGELEGD SINDS 01-10-1993

Handelsnaam Expeditiebedrijf Wim Bosman Rotterdam B.V.

Datum ingang 15-12-1997

Datum einde 14-02-2006

Handelsnaam Wim Bosman Air & Ocean B.V.

Datum ingang 14-02-2006

Datum einde 21-09-2011

(…)

OUDE BEDRIJFSOMSCHRIJVINGEN ZOALS VASTGELEGD SINDS 01-10-1993

Datum ingang 15-12-1997

Bedrijfsomschrijving Het uitoefenen van een expeditiebedrijf

(…)”

3. Het verzoek

3.1 Verzoekster heeft bij verzoekschrift verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, verweerster te veroordelen in haar handelsnaam een zodanige door de Edelachtbare te bepalen wijziging aan te brengen dat de gestelde onrechtmatigheid, het in strijd met artikel 5 Handelsnaamwet voeren van de handelsnaam Mainfreight B.V., wordt opgeheven, zulks op straffe van een dwangsom van € 100.000,00 (zegge: honderduizend euro) voor iedere dag dat verweerster in gebreke blijft na betekening van de beschikking, tot een maximum van € 2.000.000,00 (zegge: twee miljoen euro), althans een in goede justitie te bepalen dwangsom, per dag of dagdeel dat verweerster nalaat gehoor te geven aan het door de Edelachtbare te geven bevel, met veroordeling van verweerster in de kosten van de procedure.

3.2 Ter onderbouwing van haar verzoek heeft verzoekster – zakelijk weergegeven en voor zover van belang – het volgende aangevoerd.

3.2.1 Verzoekster is opgericht in 1997. Op 22 juli 2008 is de statutaire naam van verzoekster gewijzigd in Shipping Consortium Rotterdam B.V. (nader te noemen: Shipping Consortium) en is opnieuw een rechtspersoon met de statutaire naam Main Freight Carriers B.V., zijnde verzoekster, opgericht. Van laatstgenoemde onderneming is Shipping Consortium de enig aandeelhouder en bestuurder. Ook is in 2008 de handelsnaam Main Freigth Carriers van Shipping Consortium op verzoekster overgegaan. Gelet op het voorgaande wordt de handelsnaam Main Freight Carriers sinds 1997 binnen het concern waar verzoekster deel van uitmaakt, gevoerd.

3.2.2 Tot 21 september 2011 was de statutaire naam van verweerster Wim Bosman Air & Ocean B.V. De enig aandeelhouder van verweerster is de Wim Bosman Holding B.V. Op

21 september 2011 zijn de aandelen van de Wim Bosman Holding B.V. gekocht door Mainfreight Limited, een Nieuw Zeelandse rechtspersoon. Vanaf dat moment is Wim Bosman Air & Ocean B.V de naam Mainfreight gaan voeren.

3.2.3 Main Freight Carriers B.V. is een handelsnaam in de zin van artikel 1 van de Handelsnaamwet (HnW) en komt op grond van artikel 5 HnW bescherming toe. Verweerster handelt in strijd met artikel 5 HnW, omdat de jongere handelsnaam van verweerster identiek, althans vrijwel identiek is aan de handelsnaam van verzoekster, althans slechts in (te) geringe mate afwijkt van de handelsnaam van verzoekster. Daarbij is van belang dat beide partijen een expeditiebedrijf uitoefenen, zij beiden in Rotterdam gevestigd zijn en er sinds verweerster de naam Mainfreight B.V. is gaan voeren, binnen de markt zowel bij vervoerders als bij klanten van verzoekster grote verwarring is ontstaan, onder meer doordat de internetadressen en emailextenties van partijen grote gelijkenis vertonen en verzoekster binnen de branche doorgaans Mainfreight wordt genoemd.

3.2.4 Gelet op de jurisprudentie kan verweerster veroordeeld worden tot betaling van de proceskosten van verzoekster.

3.3 De overige stellingen van verzoekster worden – voor zover van belang – in de beoordeling besproken.

4. Het verweer

4.1 Verweerster concludeert tot het – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad –afwijzen van de vordering van verzoekster, met veroordeling van verzoekster in de kosten van de procedure ad € 21.290,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de betekening van de beschikking en voert hier – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende voor aan.

4.1.1 In het verzoekschrift wordt niet de kantonrechter, maar de voorzieningenrechter verzocht verweerster te veroordelen tot hetgeen in het petitum staat vermeld. Nu de kantonrechter niet in de hoedanigheid van voorzieningenrechter optreedt, is zij onbevoegd om het onderhavige geschil te behandelen.

4.1.2 Verzoekster is niet op 1 augustus 1997, maar op 22 juli 2008 opgericht. Daar Mainfreight Limited de handelsnaam Mainfreight sinds 1976 in het buitenland voert en sinds 2000 actief binnen Nederland is, althans sindsdien voldoende bekendheid binnen Nederland en in het bijzonder binnen de haven van Rotterdam en de luchthavens van Rotterdam en Amsterdam geniet, beschikt verweerster over de oudste handelsnaam als bedoeld in artikel 5 HnW. Indien de kantonrechter van oordeel is dat in deze procedure onvoldoende vast is komen te staan welke partij haar handelsnaam als eerste rechtmatig voerde, bestaat er geen grond voor toewijzing van de vordering van verzoekster.

4.1.3 Betwist wordt dat er bij het publiek en binnen de markt verwarring is ontstaan en dat verzoekster binnen de branche Mainfreight wordt genoemd.

4.1.4 Subsidiair stelt verweerster dat verzoekster niet van verweerster kan verlangen dat zij het gebruik van de ‘jongere’ merknaam staakt. Aangezien er daarmee tevens sprake is van een geschil betreffende handelsnaam-merknaam en de kantonrechter ten aanzien van het merkenrecht niet bevoegd is, dient verzoekster niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4.1.5 Meer subsidiair stelt verweerster dat verzoekster een weinig onderscheidende, beschrijvende handelsnaam gekozen heeft. Verzoekster had er dan ook bedacht op moeten zijn dat andere logistieke ondernemingen een gelijkende beschrijvende handelsnaam zouden kiezen. Zij kan zich daar nu niet tegen verweren.

4.1.6 Daar verweerster gehoor zal geven aan een eventuele veroordeling, is het niet nodig een dwangsom op te leggen. Subsidiair stelt verweerster dat het – gelet op de wijze waarop het petitum geformuleerd is – niet helder is waaraan zij bij een eventuele veroordeling moet voldoen en dat de gevorderde dwangsomveroordeling om die reden niet toegewezen kan worden. Meer subsidiair verzoekt verweerster een maximumbedrag van € 10.000,00 te verbinden aan de dwangsom.

4.1.7 De gevorderde proceskosten zijn onvoldoende onderbouwd om te kunnen worden toegewezen. Verweerster verzoekt verzoekster op grond van artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te veroordelen in de kosten van de procedure, die aan de zijde van verweerster € 21.290,25 bedragen.

4.2 De overige stellingen van verweerster worden – voor zover van belang – in de beoordeling besproken.

5. De beoordeling

5.1 Allereerst is aan de orde de vraag of de kantonrechter bevoegd is om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. Ter zitting heeft verweerster er op gewezen dat het verzoek van verzoekster blijkens de kop, punt 17 en het petitum van het verzoekschrift gericht is aan de voorzieningenrechter, terwijl dit – gelet op het in artikel 6 HnW bepaalde – de kantonrechter had moeten zijn. Om die reden is de kantonrechter niet bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen, aldus verweerster. Verzoekster heeft in dit kader aangevoerd dat partijen er in de eerder gevoerde correspondentie van uit gingen dat de onderhavige procedure een kantonzaak en geen kort geding betrof en dat uit het feit dat de sector kanton in het verzoekschrift vermeld staat, dient te worden afgeleid dat sprake is van een kennelijke verschrijving. De kantonrechter heeft het vernoemde verweer van verweerster ter zitting verworpen, waarna verweerster het verweer uitdrukkelijk heeft gehandhaafd. Het volgende wordt overwogen.

5.2 Artikel 6 lid 1 HnW bepaalt: “Indien een handelsnaam wordt gevoerd in strijd met deze wet, kan ieder belanghebbende, onverminderd zijn vordering krachtens titel 3 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, zich bij verzoekschrift tot de kantonrechter wenden met het verzoek, degene die de verboden handelsnaam voert, te veroordelen, daarin zodanige door de rechter te bepalen wijziging aan te brengen, dat de gestelde onrechtmatigheid wordt opgeheven.” Nu verzoekster de onderhavige procedure in lijn met de voornoemde bepaling heeft ingeleid met een verzoekschrift en de inhoud van het verzoekschrift gebaseerd is op artikel 6 HnW, acht de kantonrechter het voldoende aannemelijk dat ten aanzien van de term ‘voorzieningenrechter’ sprake is van een kennelijke verschrijving. Derhalve verstaat zij dat waar in de kop, punt 17 en in het petitum van het verzoekschrift het woord ‘voorzieningen¬rechter’ staat, het woord ‘kantonrechter’ moet worden gelezen. Het onbevoegdheidsverweer wordt dan ook verworpen.

5.3 Op grond van artikel 5 HnW is het verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is. Teneinde te kunnen beoordelen of verweerster in strijd met artikel 5 HnW gehandeld heeft, dient eerst vastgesteld te worden dat de handelsnaam Main Freight Carriers reeds rechtmatig door verzoekster werd gevoerd op het moment dat verweerster de naam Mainfreight ging gebruiken. Daarvoor moet blijken van een zekere mate van continuïteit in het gebruik van de handelsnaam, alsmede van bekendheid ervan bij het publiek (HR 6 september 1962, NJ 1962, 360). Daarbij wordt overwogen dat nu het eerdere gebruik van de handelsnaam een zo essentiële voorwaarde voor het inroepen van de bescherming ex artikel 5 HnW is, reeds op die grond en los van een eventueel verweer verwacht mag worden dat verzoekster het gestelde eerste gebruik van de handelsnaam in het handelsverkeer op zijn minst onderbouwt.

5.4 De hiervoor onder 5.3 bedoelde onderbouwing ontbreekt. Verzoekster heeft weliswaar uittreksels uit het Handelsregister (zie 2.1 en 2.2) in het geding gebracht, maar volgens vaste rechtspraak (HR 6 september 1996, NJ 1962, 360) kan de enkele inschrijving in het Handelsregister niet als onderbouwing van het feitelijk gebruik van de handelsnaam dienen. Dat op het onder 2.1 genoemde uittreksel het emailadres info@mainfreigth.nl en het internetadres www.mainfreight.nl vermeld staat, wat op zichzelf een aanwijzing voor het gebruik van de handelsnaam kan zijn, doet hier niets aan af. Gesteld noch gebleken is immers sinds wanneer gebruik is gemaakt van deze domeinnaam. Ook met de als productie 7 bij akte houdende overlegging producties van verzoekster overgelegde brief van de Kamer van Koophandel d.d. 4 augustus 1997 ter zake het handelsnaamonderzoek onderbouwt verzoekster het gestelde gebruik van de handelsnaam niet. Dat er onderzoek is gedaan naar de handelsnaam, betekent immers niet per definitie dat de handelsnaam ook feitelijk in gebruik genomen is. Hetzelfde geldt voor de verklaring van [E] d.d. 20 februari 2012. Daargelaten welke bewijswaarde aan de verklaring dient te worden toegekend, leidt de omstandigheid dat [E] aan de onderneming met de naam Main Freight Carriers refereert niet tot de eenduidige conclusie dat deze naam daadwerkelijk in het handelsverkeer gebruikt wordt. Ten slotte heeft verzoekster gesteld dat uit de website van verzoekster blijkt dat zij de handelsnaam al sinds 1997 voert. Nu verzoekster deze stelling niet nader toegelicht heeft, heeft zij het gestelde gebruik van de handelsnaam hier evenmin mee onderbouwd.

5.5 Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat verzoekster niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Aan het toelaten van verzoekster tot het leveren van bewijs wordt derhalve niet toegekomen. Niet is komen vast te staan dat verzoekster een ouder handelsnaamrecht heeft dan verweerster. Zij kan zich daarom niet beroepen op bescherming van artikel 5 HnW. Het verzoek dient te worden afgewezen.

5.6 Verzoekster zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Verweerster heeft op grond van het in artikel 1019h Rv de werkelijke kosten gevorderd. Verzoekster heeft de hoogte van deze kosten betwist.

Het volgende wordt overwogen. Gelet op het feit dat de onderhavige zaak een relatief eenvoudige handelsnaamwetzaak betreft die zelfs in persoon gevoerd mag worden en op de omstandigheid dat de gemachtigde van verweerster – zonder (voldoende) te onderbouwen waar het verschil in gelegen is – een beduidend hoger bedrag aan proceskosten opgevoerd heeft (€ 13.000,29 ten opzichte van € 21.290,25), wordt ter zake de door verweerster gemaakte proceskosten een bedrag van € 17.000,00 inclusief BTW redelijk geacht. Dit bedrag zal worden toegewezen. De wettelijke rente over dit bedrag zal vanaf veertien dagen na betekening van de beschikking worden toegewezen.

6. Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt verzoekster in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van verweerder,welke aan salaris gemachtigde worden begroot op € 17.000,00 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van deze beschikking.

Verklaart deze beschikking, voor zover het de proceskostenveroordeling betreft, uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.