Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BW4755

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-04-2012
Datum publicatie
03-05-2012
Zaaknummer
AWB 11/5083 KINDER-T2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Herziening kinderopvangtoeslag naar € 0,-. Er zijn geen kosten gemaakt, omdat geen eigen bijdrage is betaald. De gastouder heeft de eigen bijdrage teruggeschonken aan de vraagouder, waardoor de vermogenspositie van de vraagouder niet is aangetast. De vraagouder kan niet alsnog aan de voorwaarden voor kinderopvangtoeslag voldoen door alsnog de eigen bijdrage te voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/5083 KINDER-T2

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2012 in de zaak tussen

[naam eiser], te [plaats], eiser,

gemachtigde: [naam],

directeur van [naam] B.V. te [plaats],

en

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,

gemachtigde: mr. drs. J.H.E. van der Meer.

Procesverloop

Bij besluit van 14 oktober 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van 20 april 2011 (het primaire besluit) ongegrond verklaard. Bij het primaire besluit heeft verweerder het voorschot kinderopvangtoeslag over het berekeningsjaar 2009 herzien en vastgesteld op € 0,-.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2012. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, die werd bijgestaan door [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat eiser niet heeft aangetoond dat hij in 2009 kosten voor kinderopvang heeft gemaakt. Er is geen sprake van betaling van een eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang zodat er geen recht bestaat op kinderopvangtoeslag.

2. In beroep heeft eiser aangevoerd dat hij recht heeft op kinderopvangtoeslag over 2009, omdat de gastouder, eisers schoonmoeder, oppaskosten in rekening heeft gebracht bij eiser en dat gastouderbureau [naam] -waarvan eisers gemachtigde eigenaar is- die kosten bij eiser heeft geïncasseerd en steeds direct heeft doorgestort naar de gastouder.

Daarnaast heeft de gastouder schenkingen aan eiser verricht om hem te compenseren voor de door hem te betalen eigen bijdrage in de oppaskosten. Die schenkingen zijn door het gastouderbureau via automatische incasso bij de gastouder geïncasseerd en doorgestort naar eiser. Volgens eiser blijven betaalde oppaskosten kosten, al zijn ze gecompenseerd met kinderopvangtoeslag en schenkingen.

Voor het geval er vanuit moet worden gegaan dat de eigen bijdrage door eiser niet is betaald, heeft eiser gesteld dat hij daarvoor dan nog een schuld geacht moet worden te hebben bij de gastouder en dat hij bereid is om die schuld alsnog in te lossen, omdat het altijd de bedoeling is geweest om de verschuldigde oppaskosten te betalen teneinde professionele gastouderopvang mogelijk te maken. Eiser is van mening dat het tijdstip van betaling niet van belang is en dat hij voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor kinderopvangtoeslag over 2009 als hij alsnog de eigen bijdrage betaalt.

Tot slot heeft eiser aangevoerd dat het niet betalen van een eigen bijdrage betekent dat er minder oppaskosten zijn betaald dan volgens de gastouderovereenkomst verschuldigd zijn en dat dat hooguit kan leiden tot een bijstelling van de kinderopvangtoeslag op basis van de betaalde kosten, zijnde [bedrag] aan verschuldigde oppaskosten min [bedrag] voor de eigen bijdrage is [bedrag].

3 Ingevolge artikel 1, eerste lid, onder n, van de Wet kinderopvang (hierna:Wko), zoals die gold ten tijde hier van belang, is kinderopvangtoeslag een tegemoetkoming van het Rijk in de kosten van kinderopvang.

Ingevolge artikel 1a, eerste lid, van de Wko, zoals dit gold ten tijde hier van belang, is op deze wet de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) van toepassing.

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Wko, zoals dit gold ten tijde hier van belang, heeft een ouder aanspraak op kinderopvangtoeslag in de door hem of zijn partner te betalen kosten jegens het Rijk onderscheidenlijk aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem of zijn partner te betalen kosten van kinderopvang jegens de gemeente of jegens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien het betreft kinderopvang in een geregistreerd kindercentrum of gastouderopvang die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Wko zoals dit gold ten tijde hier van belang, is de hoogte van de kinderopvang afhankelijk van:

a. de draagkracht, en

b. de kosten van kinderopvang per kind die worden bepaald door:

1° het aantal uren kinderopvang per kind in het berekeningsjaar,

2° de voor die kinderopvang te betalen prijs, met inachtneming van het bedrag, bedoeld in het tweede lid, en

3° de soort kinderopvang.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van de Awir is een tegemoetkoming een financiële bijdrage van het Rijk op grond van een inkomensafhankelijke regeling.

Ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Awir verleent de Belastingdienst/Toeslagen, indien de tegemoetkoming naar verwachting niet binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag zal worden toegekend, de belanghebbende een voorschot tot het bedrag waarop de tegemoetkoming vermoedelijk zal worden vastgesteld. De Belastingdienst/Toeslagen kan ingevolge het vierde lid het voorschot herzien

4.1. Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag over het jaar 2009 naar € 0,- in rechte stand houdt.

4.2. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2009 kosten voor kinderopvang heeft gemaakt. De opvangkosten zijn gelijk aan de als tegemoetkoming van het Rijk ontvangen kinderopvangtoeslag, zodat eiser geen eigen geldelijke bijdrage in de kosten voor kinderopvang heeft geleverd.

4.3. Naar het oordeel van de rechtbank moet voor de bepaling van de aanspraak op kinderopvangtoeslag de term "te betalen kosten", zoals opgenomen in artikel 5 van de Wko, opgevat worden als: "daadwerkelijk gedane uitgaven, waardoor het vermogen van degene die de uitgaven heeft gedaan wordt aangetast". De rechtbank is van oordeel dat eiser doordat de gastouder de eigen bijdrage van eiser aan hem heeft (terug)geschonken, geen kosten in bovenvermelde zin heeft gemaakt. Uit de door eiser overgelegde stukken blijkt dat de totale vergoeding voor de gastouder over 2009 overeenkomt met de door eiser ontvangen kinderopvangtoeslag, zodat de kosten voor eiser per saldo € 0,- zijn. Door de constructie waarbij de gastouder de door eiser betaalde eigen bijdrage van [bedrag] per maand aan hem heeft teruggeschonken, is eisers vermogenspositie niet aangetast. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat eiser voor 2009 geen aanspraak heeft op kinderopvangtoeslag. Nu de kinderopvangtoeslag blijkens artikel 5, eerste lid, en artikel 18 van de Wko een tegemoetkoming in gemaakte kosten is en eiser geen kosten heeft gemaakt, kan er ook geen sprake zijn van een bijstelling van de kinderopvangtoeslag op basis van de wel betaalde kosten. Ook eisers stelling dat hij alsnog aan de voorwaarden voor kinderopvangtoeslag kan voldoen door alsnog de eigen bijdrage te voldoen, kan geen doel treffen. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat nu eiser (primair heeft gesteld dat hij) de eigen bijdrage betaald heeft, maar de gastouder deze heeft teruggeschonken, het niet meer mogelijk is om de eigen bijdrage (nogmaals) te betalen. Bovendien kan in beginsel, wanneer is geconstateerd dat niet is voldaan aan de in een regeling gestelde voorwaarden, dit niet achteraf worden hersteld door alsnog aan die voorwaarden te voldoen, reeds niet omdat dit misbruik van die regeling in de hand zou werken.

4.4. Nu eiser over 2009 geen recht had op kinderopvangtoeslag kon verweerder het voorschot op grond van artikel 16, vierde lid, van de Awir herzien.

4.5. Gelet op het vorenstaande kan het bestreden besluit in stand blijven en dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

4.6. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in aanwezigheid van mr. Y.W. Geerts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 april 2012.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.