Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BW4040

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-04-2012
Datum publicatie
26-04-2012
Zaaknummer
397644 / KG ZA 12-203
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil omtrent afgifte borstimplantaten. Spoedeisend belang. Toepasselijk recht (Nederlands recht). Retentierecht ex artikel 19 Fenex-voorwaarden. Toepasselijkheid Fenex-voorwaarden. Derdenwerking artikel 19 Fenex-voorwaarden. In het wettelijk stelsel kan voor vorderingen die niet voortspruiten uit een overeenkomst met betrekking tot de (thans) teruggehouden zaak, tegenover derden met een ouder recht dan ook geen retentierecht worden ingeroepen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 397644 / KG ZA 12-203

Vonnis in kort geding van 19 april 2012

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

MEDIC S.A.,

gevestigd te Buenos Aires, Argentinië,

eiseres,

advocaat mr. E. Jacobs te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOUVEAU TRANSPORT & LEASING B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PANAVIA B.V.,

gevestigd te Haarlemmermeer,

gedaagden,

advocaat mr. C. van den Bergh te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Medic, Nouveau en Panavia genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 28 maart 2012, met producties;

- de mondelinge behandeling ter zitting van 5 april 2012;

- de nadere producties en pleitnota van mr. Jacobs;

- de producties en pleitnota van mr. Van den Bergh.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van de inhoud van de door partijen overgelegde producties, kan in dit kort geding van de volgende tussen partijen vaststaande feiten worden uitgegaan.

Medic heeft in juni 2011 van Mentor Medical Systems (hierna: Mentor) te Leiden "mammary implants for breast augmentation" (hierna: de implantaten) gekocht.

Medic heeft voor het vervoeren van de implantaten van Leiden naar Buenos Aires, Argentinië opdracht gegeven aan Skybridge.

Skybridge op haar beurt heeft Nouveau opdracht gegeven tot expeditiewerkzaamheden. Ter uitvoering van deze opdracht zijn de implantaten bij Mentor in Leiden opgehaald en naar de opslag van Panavia, de subagent van Nouveau, op Schiphol gebracht.

Medic heeft op 28 juli 2011 aan Nouveau verzocht om afgifte van de implantaten. Zich beroepende op een retentierecht wegens een openstaande vordering op Skybridge terzake van eerdere opdrachten van Skybridge samenhangend met goederen bestemd voor Medic weigert Nouveau afgifte aan Medic.

Het geschil

Medic vordert - zakelijk en samengevat weergegeven - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Nouveau en Panavia hoofdelijk te veroordelen de implantaten aan Medic af te geven, kosten rechtens.

Nouveau en Panavia voeren verweer, dat strekt tot afwijzing van de vordering met veroordeling van Medic in de kosten van het geding.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

Nouveau en Panavia stellen dat Medic geen spoedeisend belang bij haar vordering heeft en voeren daartoe aan dat de implantaten reeds vanaf juli 2011 bij Panavia liggen. Medic heeft de stelling van Nouveau en Panavia dat spoedeisend belang bij de vordering ontbreekt gemotiveerd weersproken, daartoe stellende dat de implantaten beperkt houdbaar zijn.

De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen. De omstandigheid dat de eisende partij lang heeft stilgezeten, kan bij die afweging een rol spelen, maar kan op zichzelf niet het oordeel rechtvaardigen dat de eisende partij geen spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening (meer) heeft. Het gaat derhalve niet louter om een absoluut spoedeisend belang, maar om spoedeisendheid in relatie tot (vergeleken met) het belang van de wederpartij.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Medic voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde afgifte van de implantaten, in die zin dat van Medic niet kan worden gevergd dat zij een bodemprocedure afwacht. Bovendien hebben beide partijen belang bij het op korte termijn duidelijkheid verkrijgen over het tussen hen aanhangige geschil.

Vooropgesteld wordt dat ingevolge de regels van het internationaal privaatrecht (de zogenoemde "lex rei sitae", het land waar de teruggehouden zaak zich bevindt) Nederlands recht van toepassing is.

Nouveau beroept zich voor het retentierecht op artikel 19 van de Nederlandse Expeditievoorwaarden van de FENEX (hierna: Fenex-voorwaarden). Medic heeft betwist dat die voorwaarden van toepassing zijn.

De leden 1 en 2 van artikel 19 Fenex-voorwaarden luiden - voor zover van

belang - als volgt:

1. De expediteur heeft jegens een ieder, die daarvan afgifte verlangt, een pandrecht en een retentierecht op alle zaken, documenten en gelden die de expediteur uit welke hoofde en met welke bestemming ook onder zich heeft of zal krijgen, voor alle vorderingen die hij ten laste van de opdrachtgever en of eigenaar heeft of mocht krijgen. (...)

2. De expediteur kan de hem in lid 1 toegekende rechten eveneens uitoefenen voor hetgeen hem door de opdrachtgever nog verschuldigd is in verband met voorgaande opdrachten.

Voorshands is voldoende aannemelijk geworden dat de Fenex-voorwaarden van toepassing zijn op de tussen Nouveau en Skybridge totstandgekomen overeenkomst (zie onder 2.3.). Redengevend daarvoor is dat vaststaat dat Nouveau en Skybridge in het kader van een wereldwijd samenwerkingsverband in het verleden veelvuldig zaken met elkaar hebben gedaan, dat op de facturen van Nouveau naar de Fenex-voorwaarden wordt verwezen, dat door Skybridge nimmer tegen (de toepasselijkheid van) de Fenex-voorwaarden is geprotesteerd (en op basis van een ter zitting afgelegde verklaring eerder aannemelijk is dat in het kader van het wereldwijde samenwerkingsverband de Fenex-voorwaarden van toepassing zijn verklaard) en tenslotte dat de Fenex-voorwaarden in de Nederlandse expediteursbranche (zeer) gebruikelijk zijn.

De vraag die vervolgens beantwoording behoeft is of Nouveau zich jegens Medic op het in de Fenex-voorwaarden aan haar toegekende retentierecht kan beroepen. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Vooropgesteld wordt dat contractuele bedingen alleen tussen partijen gelden. Voor doorwerking van een contractueel beding jegens een derde, in dier voege dat een derde een contractueel beding in redelijkheid tegen zich moet laten gelden, moet voldoende rechtvaardiging kunnen worden gevonden in de omstandigheden van het geval. Daarbij moet rekening worden gehouden met het stelsel van de wet, in het bijzonder indien de wet aan bepaalde daarin geregelde overeenkomsten binnen zekere grenzen werking jegens derden toekent, de aard van de overeenkomst en de aard van het bedongen recht in verband met de bijzondere relatie waarin de derde staat tot degene die zich op de bedongen retentie beroept.

In het wettelijk stelsel kan de expediteur tegenover derden een retentierecht uitoefenen voor hetgeen hem ter zake van de overeenkomst die verband houdt met de zaken waar de derde aanspraak op maakt, verschuldigd is of zal worden (artikel 8:69 lid 2 BW).

Voor vorderingen die geen betrekking hebben op die overeenkomst, zoals in dit geschil aan de orde, heeft de expediteur echter geen retentierecht. Ook het retentierecht van de vervoerder wordt in de wet op gelijke wijze beperkt. Uit de wetsgeschiedenis (MvA 19 979, Parlementaire Geschiedenis boek 8, p. 80, 1104) blijkt dat de Minister voor deze overeenkomsten een (wettelijke) uitbreiding van het retentierecht tot vroegere vorderingen niet gerechtvaardigd achtte jegens een geadresseerde die volkomen buiten de eerdere door de afzender met de vervoerder gesloten overeenkomsten staat.

De algemene wettelijke regeling van het retentierecht van artikel 3:291 BW vereist volgens lid 2 van dat artikel, een nauwe samenhang tussen de vordering en de teruggehouden zaak. Aan deze bepaling ligt ten grondslag de gedachte dat de retentor de bescherming van het retentierecht ook jegens derden met een ouder recht toekomt, zij het alleen in de daar omschreven gevallen, te weten indien zijn vordering voortspruit uit een overeenkomst die de schuldenaar bevoegd was met betrekking tot de zaak aan te gaan, of indien hij geen reden had om aan de bevoegdheid van de schuldenaar te twijfelen. In het wettelijk stelsel kan voor vorderingen die niet voortspruiten uit een overeenkomst met betrekking tot de (thans) teruggehouden zaak, tegenover derden met een ouder recht dan ook geen retentierecht worden ingeroepen.

Van enige bijzondere relatie tussen Nouveau en Medic is niet gebleken. In dit geval is voor afwijking van de onder 4.9. weergegeven hoofdregel, rekening houdend met het wettelijk stelsel dat samenhang vereist tussen vordering en zaak, ten minste vereist dat Nouveau op grond van gedragingen en mededelingen van Medic ten tijde van het aangaan van de expedtie-overeenkomst met Skybridge er op mocht vertrouwen dat zij haar contractuele retentierecht ook voor niet met de implantaten in verband staande vorderingen jegens Medic mocht inroepen.

Van gedragingen van Medic op grond waarvan Nouveau er op mocht vertrouwen dat zij zich met betrekking tot de implantaten op het contractueel retentierecht zou mogen beroepen is niet gebleken. Voorshands is voldoende aannemelijk geworden dat Medic niet wist dat Skybridge voor de uitvoering van de vervoersopdracht een expediteur als Nouveau zou inschakelen. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van Nouveau verklaard slechts éénmaal, op een moment dat zij zich al beriep op het retentierecht zoals thans aan de orde, telefonisch contact heeft gehad met Medic. Het enkele feit dat Medic er rekening mee moest houden dat Skybridge voor de uitvoering van de vervoersopdracht een expediteur als Nouveau zou inschakelen - wat daarvan overigens ook zij - maakt nog niet dat zij bedacht dient te zijn op een contractueel retentierecht van een haar onbekende derde. Daarbij heeft de voorzieningenrechter nog meegewogen dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het de Minister in een geval als het onderhavige ten ene male onrechtvaardig voorkomt dat een ontvanger die aan al zijn verplichtingen heeft voldaan, zoals Medic onweersproken heeft gesteld en met producties heeft geadstrueerd, de hem toekomende zaken niet kan ontvangen omdat uit overeenkomsten, waarvan hij volkomen vreemd is, nog verplichtingen voortvloeien van zijn afzender.

De stelling van Nouveau dat Medic door het vorderen van afgifte van de implantaten en door het aanbieden van vervangende zekerheid is toegetreden tot de overeenkomst tussen Nouveau en Skybridge moet worden verworpen. Medic heeft daarmee immers niet beoogd om het retentierecht van Nouveau te erkennen, maar slechts om haar eigendomsrecht in te roepen.

Andere feiten en omstandigheden die tot de conclusie kunnen leiden dat Medic het contractueel retentierecht tegen zich moet laten gelden zijn gesteld noch gebleken, zodat de voorzieningenrechter aan het beroep op derdenwerking van artikel 19 Fenex-voorwaarden voorbijgaat. Een afweging van de wederzijdse belangen van partijen leidt niet tot een ander oordeel.

Nu Nouveau zich ten onrechte beroept op een retentierecht kan haar hulppersoon Panavia evenmin een beroep doen jegens Medic op een retentierecht met betrekking tot gemaakte opslagkosten.

De vordering van Medic zal gezien het bovenstaande worden toegewezen. De vordering van Medic ziet op hoofdelijke veroordeling van Nouveau en Panavia. Nu Nouveau en Panavia de hoofdelijkheid niet hebben betwist, zal de hoofdelijke veroordeling worden toegewezen.

Nouveau en Panavia zullen als de in het ongelijk gesteld partij in de kosten worden veroordeeld, waarbij de nakosten voorwaardelijk in aanmerking worden genomen als hierna in het dictum vermeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt Nouveau en Panavia hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één voldoet ook de ander zal zijn bevrijd, om de implantaten onvoorwaardelijk vrij te stellen en af te geven aan Medic of een nader door Medic aan te wijzen hulppersoon.

veroordeelt Nouveau en Panavia in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Medic bepaald op € 575,- aan vast recht, € 90,64 aan overige verschotten en op € 816,- aan salaris voor de advocaat.

veroordeelt Nouveau en Panavia, indien zij niet binnen veertien na aanschrijving aan de veroordeling voldoet, tot betaling van € 131,- aan nakosten, verhoogd met € 68,- aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2012.

801/676