Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BW3111

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-04-2012
Datum publicatie
18-04-2012
Zaaknummer
10/993110-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van het ten laste gelegde zonder vergunning als effectenbemiddelaar in of vanuit Nederland diensten aanbieden en/of verrichten (artikel 7 lid 1 Wet toezicht effectenverkeer 1995). Uit het dossier blijkt onvoldoende van het daadwerkelijk bestaan van een zogenoemd ‘active share investment fund’ danwel van de dat fonds beherende onderneming, noch dat de aan de beleggers aangeboden ‘shares’ daadwerkelijk waardepapieren betroffen. Niet gezegd kan worden dat de verdachte werkzaam is geweest als effectenbemiddelaar in de zin van artikel 7 Wte 1995.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/147

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/993110-06

Datum uitspraak: 13 april 2012

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor economische strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] te [plaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres],

raadsman mr. A.J. Sol, advocaat te Terneuzen.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2012.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Backer heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een werkstraf 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis.

ONTVANKELIJKHEID OFFICIER VAN JUSTITIE

Namens de verdachte is aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vervolging omdat – kort weergegeven – de verdachte bij brief d.d. 30 maart 2007 een sepotbericht heeft ontvangen, welk sepotbericht betrekking had op oplichting meermalen gepleegd in vereniging in de periode van 20 februari 2004 tot en met 17 augustus 2004. De verdachte is eind maart 2006 door opsporingsambtenaren van zowel de politie als de FIOD-ECD gehoord en de verdachte is er, na ontvangst van het sepotbericht, dan ook vanuit gegaan dat hiermee (ook) de onderhavige strafzaak was afgedaan. De oplichtingszaak en onderhavige strafzaak zijn dusdanig aan elkaar verwant, dat het openbaar ministerie met het sepotbericht bij de verdachte de gerechtvaardigde verwachting van een algeheel sepot heeft opgewekt.

Dit verweer wordt verworpen.

Blijkens de onderhavige kennisgeving sepot d.d. 30 maart 2007, afkomstig van het arrondissementsparket te Middelburg, en zoals gevoegd als bijlage bij de pleitnotitie van de raadsman, betreft dit een sepotbeslissing ‘ter zake van de gerezen verdenking van: oplichting meermalen gepleegd in vereniging, op 20 februari 2004 t/m 17 augustus 2004 te Renesse’, welke zaak staat geadministreerd onder parketnummer 12/708394-06. De kennisgeving kan dan ook niet anders worden opgevat dan een sepotbeslissing betreffende de oplichtingszaak zoals omschreven en niet als een sepotbeslissing betreffende de onderhavige strafzaak.

Nu ook overigens geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die zouden moeten leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie, is de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging.

MOTIVERING VRIJSPRAAK

Aan de verdachte is ten laste gelegd – zakelijk weergegeven – dat hij tezamen en in vereniging, althans alleen, zonder vergunning als effectenbemiddelaar diensten heeft aangeboden/verricht of doen aanbieden/verrichten met betrekking tot ‘shares’ in het ‘Active-Share Investment Fund’ (East European Private Investment Limited Company) aan een aantal met name in de dagvaarding genoemde personen.

Artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (hierna: Wte 1995) bepaalde gedurende de ten laste gelegde periode: ‘Het is verboden zonder vergunning als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder in of vanuit Nederland diensten aan te bieden of te verrichten.’

Artikel 1 Wte 1995 bepaalde:

‘In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt — voor zover niet anders bepaald — verstaan onder:

a. effecten

1°. aandeelbewijzen, schuldbrieven, winst- en oprichtersbewijzen, optiebewijzen, warrants, en soortgelijke waardepapieren;

[ ]

b. effectenbemiddelaar:

1°. degene die als tussenpersoon (…) beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam is bij de totstandkoming van transacties in effecten;

[ ]

4°. degene die beroeps- of bedrijfsmatig effecten, bij uitgifte ervan, overneemt of plaatst;’

[ ]

De kenmerken van het product dat de (beoogde) beleggers werd aangeboden, komen grotendeels overeen met de kenmerken van een schuldbrief in de zin van artikel 1 Wte 1995. Uit de bewijsmiddelen blijkt echter onvoldoende dat het Active-Share Investment Fund danwel de onderneming East European Private Investment Limited Company (hierna EEPILC) daadwerkelijk heeft bestaan en dat de aan de beleggers aangeboden ‘shares’ daadwerkelijk waardepapieren betroffen. Op grond daarvan kwalificeren de aan de beleggers verstrekte ‘shares’ niet als effecten in de zin van de Wte 1995 en kan niet worden gezegd dat verdachte en/of (een van) zijn medeverdachte(n) door te handelen als in de dagvaarding omschreven als effectenbemiddelaar in de zin van artikel 7 Wte 1995 werkzaam is/zijn geweest.

Om die reden dient de verdachte te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

VORDERINGEN BENADEELDE PARTIJEN

Als benadeelde partij hebben zich ter zake van het ten laste gelegde feit in het geding gevoegd:

- [benadeelde partij 1], wonende te [woonplaats]. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 118.640,94;

- [benadeelde partij 2], wonende te [woonplaats]. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 5.000,00;

- [benadeelde partij 3], wonende te [woonplaats]. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 10.000,00;

- [benadeelde partij 4], wonende te [woonplaats]. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 6.000,00;

- [benadeelde partij 5], wonende te [woonplaats]. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 7.971,00;

- [benadeelde partij 6], wonende te [woonplaats]. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 1.000,00.

De benadeelde partijen voornoemd zullen in de vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.

Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen de benadeelde partijen voornoemd worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 5] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 6] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partijen voornoemd in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Geerars, voorzitter,

en mrs. Van Nijen en Volker, rechters,

in tegenwoordigheid van Meulendijk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 april 2012.

Bijlage bij vonnis van 13 april 2012.

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij

- al dan niet handelend onder Private Money Advice Ltd -

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 september 2003 tot en met 17 augustus 2004,

in elk geval in of omstreeks de periode van 19 maart 2004 tot en met 17

augustus 2004,

te Rotterdam en/of Vlissingen en/of Bergen op Zoom en/of Renesse en/of

Amersfoort en/of Apeldoorn en/of Bruinisse en/of Tilburg en/of

Eindhoven en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met Private Money Advice Ltd en/of (een) ander(en),

althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) -al dan niet- opzettelijk

zonder vergunning als effectenbemiddelaar in of vanuit Nederland diensten

heeft aangeboden en/of verricht

door het (telkens) aanbieden en/of verkopen van

(een) share(s) in het "Active-Share Investment Fund"

(East European Private Investment Limited Company)

aan [slachtoffer(s) 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 en/of 5 en/of 6 en/of 7 en/of 8 en/of 9 en/of 10 en/of 11] en/of een of

meer ander(en);

de in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet toezicht effectenverkeer 1995 bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

artikel 7 lid 1 Wet toezicht effectenverkeer 1995