Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BW1095

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-04-2012
Datum publicatie
06-04-2012
Zaaknummer
398408 / HA RK 12-196
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om verschoning toegewezen. De door de rechter aangevoerde omstandigheid (de rechter voelt zich niet vrij de zaak te behandelen nu er sprake is van een vriendschappelijke relatie tussen de rechter en de directie-assistente/hoofd inkoop van één van procespartijen en de wederzijdse partners), in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing op voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden – objectief – gerechtvaardigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/240

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor verschoningszaken

Uitspraak: 6 april 2012

Zaaknummer: 398408

Rekestnummer: HA RK 12-196

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam rechter],

rechter in de rechtbank Rotterdam, sector civiel recht (hierna: de rechter),

ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam],

gevestigd te [plaats],

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat mr. D.L.A. van Voskuilen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam],

gevestigd te [plaats],

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat mr. B.J. Tideman.

1. Het procesverloop en de processtukken

Bij de rechter is in behandeling de zaak tussen eiseres in conventie, verweerster in reconventie en gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, beide voornoemd, met kenmerk 386687 / HA ZA 11-1881.

Op 22 maart 2012 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.

De verschoningskamer heeft kennis genomen van het griffiedossier van de hierboven omschreven civielrechtelijke procedure, waarin zich onder meer bevinden:

- het door de rechter in die procedure gewezen tussenvonnis d.d. 7 december 2011 en

- de van de zijde van [naam eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voorafgaande aan de bij dat vonnis bepaalde compartitie van partijen ingezonden producties.

De rechter, alsmede de advocaten van de procespartijen in de bodemprocedure zijn verwittigd van de datum en het tijdstip waarop het verzoek om verschoning zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

Aansluitend hebben de rechter en de advocaten van de procespartijen schriftelijk aan de meervoudige kamer voor verschoningszaken meegedeeld - kort en zakelijk weergegeven - dat zij geen behoefte hebben aan een mondelinge behandeling van het verzoek en dat de kamer op het verzoek kan beslissen zonder een dergelijke behandeling.

2. Het verzoek en het verweer daartegen

Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - dat zij bij vonnis van 7 december 2011 een comparitie van partijen heeft gelast, welke zou gaan plaatsvinden op 21 maart 2012. Daags voor de comparitie trof de rechter bij de bestudering van de stukken, die voorafgaande aan de comparitie door [naam eiseres in conventie, verweerster in reconventie] nog waren ingezonden, een brief aan welke is gericht aan mevrouw [naam], directie assistente / hoofd inkoop van [naam gedaagde in conventie, eiseres in reconventie].

De rechter kent mevrouw [naam] persoonlijk. Er is sprake van een vriendschappelijke relatie tussen mevrouw [naam] en de rechter en de wederzijdse partners. Op grond van deze omstandigheden voelt de rechter zich niet vrij de zaak verder te behandelen en is zij van mening dat de schijn van partijdigheid wordt gewekt.

3. De beoordeling

3.1

Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.2

Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.

3.3

Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde en anderszins aannemelijk geworden omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.

3.4

De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.

3.5

Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.

4. De beslissing

wijst toe het verzoek van [naam rechter] zich van de verdere behandeling van de procedure met kenmerk 386687 / HA ZA 11-1881 tussen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam] en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam] te mogen verschonen.

Deze beslissing is gegeven op 6 april 2012 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. L.A.C. van Nifterick en mr. R.F. de Knoop, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.