Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BW1093

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-04-2012
Datum publicatie
06-04-2012
Zaaknummer
397394 / HA RK 12-151
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2012:BX8423, Niet ontvankelijk
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2012:BY4891, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. Ingevolge art 39, vijfde lid Rv staat tegen een beslissing van de wrakingskamer geen rechtsmiddel open. Weliswaar kan dit rechtsmiddelenverbod in zeer uitzonderlijke gevallen - te weten in gevallen waarin fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden - worden doorbroken, doch hiervan is de rechtbank niet gebleken. Verzoeker heeft daarover ook niets gesteld. Dat betekent dat, ook als wordt aangenomen dat naar behoren hoger beroep is/wordt ingesteld, dat hoger beroep niet zal kunnen leiden tot vernietiging van de beslissing van de wrakingskamer d.d. 01-02-2012. Dat was ook op 5 maart 2012 duidelijk. Gelet hierop stond het de rechter vrij om de voordracht van de rechter-commissaris tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van verzoeker te behandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 6 april 2012

Zaaknummer: 397394

Rekestnummer: HA RK 12-151

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande,

correspondentieadres: [adres],

verzoeker,

strekkende tot wraking van [naam gewraakte rechter], rechter in de rechtbank Rotterdam, sector civiel recht (hierna: de rechter).

1. Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 5 maart 2012 is door de rechter behandeld de voordracht van de rechter-commissaris tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van verzoeker.

Bij brief van 5 maart 2012 heeft verzoeker de rechter gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van de stukken in het dossier van voormelde zaak waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting alsmede de brief van verzoeker d.d. 5 maart 2012.

Verzoeker, de rechter alsmede de bewindvoerder van verzoeker, [naam bewindvoerder], zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd. De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaand aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 15 maart 2012.

Ter zitting van 23 maart 2012, alwaar de gedane wraking is behandeld, is verzoeker verschenen. De rechter is - met bericht van verhindering - niet verschenen. Verzoeker heeft zijn standpunt ter zitting nader toegelicht.

2. Het verzoek en het verweer daartegen

2.1

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :

De rechter had het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling niet mogen behandelen. Dat verzoek is gedaan door de rechter-commissaris [naam RC], die ik eerder heb gewraakt. Dat wrakingsverzoek is afgewezen, maar ik ben het niet eens met die beslissing van de wrakingskamer van 1 februari 2012. Ik wilde daartegen in hoger beroep en dat hoger beroep heb ik inmiddels ingesteld. De rechter had de uitkomst van deze appel-procedure moeten afwachten, alvorens het verzoek tot beëindiging van mijn schuldsanering te behandelen. Dit heeft hij niet gedaan. De zitting van 5 maart 2012 is daarom ongeldig.

2.2

De rechter heeft niet in de wraking berust.

De rechter heeft te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren.

De rechter heeft hiertoe in zijn brief van 15 maart 2012 onder meer het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :

Het verzoek bevat geen verwijt dat tot wraking zou kunnen leiden en met name wordt met geen woord twijfel geuit aan mijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Reeds hierom dient het verzoek te worden afgewezen.

Op de stelling van verzoeker dat de zitting "ongeldig" zou zijn wilde ik ingaan in mijn beslissing die voorzien was voor 15 maart 2012. Overigens staat voor verzoeker geen hoger beroep open tegen de afwijzing van zijn verzoek tot wraking van de rechter-commissaris [naam RC].

3. De beoordeling

3.1

Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.2

Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.

3.3

Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde of overigens naar voren gekomen omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is.

3.4

De rechtbank heeft in dit verband in aanmerking genomen dat ingevolge artikel 39, vijfde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tegen een beslissing van de wrakingskamer geen rechtsmiddel openstaat. Weliswaar kan dit rechtsmiddelenverbod in zeer uitzonderlijke gevallen - te weten in gevallen waarin fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden - worden doorbroken, doch hiervan is de rechtbank niet gebleken. Verzoeker heeft daarover ook niets gesteld. Dat betekent dat, ook als wordt aangenomen dat naar behoren hoger beroep is/wordt ingesteld, dat hoger beroep niet zal kunnen leiden tot vernietiging van de beslissing van de wrakingskamer d.d. 1 februari 2012. Dat was ook op 5 maart 2012 duidelijk. Gelet hierop stond het de rechter vrij om de voordracht van de rechter-commissaris tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van verzoeker te behandelen.

3.5

Het verzoek is mitsdien ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.

4. De beslissing

wijst af het verzoek tot wraking van [naam gewraakte rechter], rechter in de sector civiel recht.

Deze beslissing is gegeven op 6 april 2012 door mr. M.F.L.M. Van der Grinten, voorzitter, mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en mr. H. van Lokven-van der Meer, rechters.

Deze beslissing is door de oudste rechter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. A. Schut, griffier.

De voorzitter is afwezig, om welke reden deze beslissing door de oudste rechter en de griffier is ondertekend.