Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BW0672

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
03-04-2012
Zaaknummer
318025 - HA ZA 08-2684
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geschillenregeling. Uittreedregeling. Dividendbeleid en informatieverschaffing aan aandeelhouder. Beslag voor mogelijke toekomstige vordering op de vennootschap opgeheven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 318025 / HA ZA 08-2684

Vonnis van 28 maart 2012

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

[eiseres]

gevestigd te Guernsey,

hierna te noemen: [eiseres],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.H. Prins,

tegen

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

[gedaagde 1],

gevestigd te Redcar, Cleveland, Verenigd Koninkrijk,

2. [gedaagde 2],

wonende te Delft,

3. [gedaagde 3],

wonende te Schiedam,

4. [gedaagde 4],

wonende te Hoogvliet,

gedaagden in conventie,

en

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 5].,

gevestigd te Schiedam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaten mr. R.A.W.J. van Eijck en mr. J.M.J. Arts.

De partijen worden hierna aangeduid als: [eiseres], [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3], [gedaagde 4] en de Vennootschap.

1. De procedure

Het verloop van de (hoofd-)procedure blijkt uit:

- de dagvaardingen van 24 oktober 2008;

- het exploot tot rectificatie van 11 november 2008;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie;

- het tussenvonnis van 30 november 2011, waarin een comparitie van partijen is gelast;

- de conclusie van antwoord in reconventie;

- de bij de processtukken gevoegde producties, waaronder beslagstukken;

- het proces-verbaal van de comparitie van 14 februari 2012 en de daaraan voorafgaand door de gedaagden ingediende “bijlagen 1 en 2”;

- de brief met bijlagen van 7 maart 2012 van mr. Van Eijck namens de gedaagden.

2. De feiten

2.1. De statutaire doelstelling van de Vennootschap is, samengevat en voor zover hier van belang, de exploitatie van een advies-, engineering- en inspectiebureau op het gebied van de on- en offshore olie- en gasindustrie; en daarnaast: de uitoefening van holdingactiviteiten. In feite worden de eerstgenoemde activiteiten sinds de start daarvan in 2000 uitgeoefend door de dochteronderneming [bedrijf 1] (hierna: de Werkmaatschappij) en fungeert de Vennootschap sinds haar oprichting in 2002 uitsluitend als houdstermaatschap¬pij. De Vennootschap is naast enig aandeelhoudster ook enig bestuurster van de Werkmaat¬schappij. De enig bestuurder van de Vennootschap is [perso[persoon 1] (hierna: [persoon 1]). Deze is daarnaast bestuurder althans gevolmachtigde van [gedaagde 1]. [per[persoon 2] (hierna: [persoon 2]) is enig aandeel¬houder van [eiseres]. Bestuurder van [eiseres] is [persoon 3].

2.2. De 300 gewone aandelen in de Vennootschap van elk nominaal € 453,78 worden gehouden door:

- [eiseres] (90 aandelen = 30%);

- [gedaagde 1] (147 aandelen = 49%);

- [gedaagde 2] (21 aandelen = 7%);

- [gedaagde 3] (21 aandelen = 7%); en

- [gedaagde 4] (21 aandelen = 7%).

2.3. [gedaagde 4] is in dienst van de Werkmaatschappij. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] waren dat tot april 2009 ook.

2.4. Artikel 11 van de statuten van de Vennootschap bevat een blokkeringsregeling (aan¬biedingsregeling). In artikel 11 lid 7 is bepaald dat als geen overeenstemming wordt bereikt over de prijs van de over te dragen aandelen, deze wordt vastgesteld door drie deskundigen, van wie er tenminste één accountant is. In lid 8 van artikel 11 staat dat de kosten van de prijsvaststelling, zoals die van de deskundigen, voor rekening komen van de Vennootschap, behoudens het geval van intrekking van het aanbod door de aanbieder. In het laatste lid van artikel 11, lid 18, staat dat de voorafgaande leden van toepassing zijn in alle gevallen van overdracht en overgang van aandelen, uitgezonderd twee zich hier niet voordoende situaties. De statuten bevatten geen geschillenregeling.

2.5. Artikel 20 lid 1 van de statuten bepaalt dat de winst van de Vennootschap ter beschik¬king staat van de algemene vergadering van aandeelhouders.

2.6. De resultaten van de Vennootschap en de Werkmaatschappij (tot 2002: alleen de Werk¬maatschappij) waren van 2000 tot en met 2010 als volgt:

- 2000 € 314.004

- 2001 € 393.385

- 2002 € 563.632

- 2003 € 580.546

- 2004 -/- € 16.429

- 2005 € 484.221

- 2006 € 509.171

- 2007 € 276.246

- 2008 € 349.022

- 2009 -/- € 416.172

- 2010 € 168.179

2.7. Van het resultaat van 2001 is een bedrag van € 45.378 en van dat van 2002 is een bedrag van € 160.000 als dividend uitgekeerd. Voor het overige is geen dividend uitgekeerd, maar zijn de resultaten toegevoegd aan de reserves.

2.8. In de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders van 30 september 2003 staat met betrekking tot uitkering van dividend over 2002 onder meer het volgende:

“Mogelijkheden: de winst van het bedrijf is de afgelopen jaren enkel toegenomen terwijl daar nauwelijks extra uitgaven tegenover stonden. Het opgebouwde “vet” is ruim voldoende om de gehele organisatie onbedreigd te laten functioneren. Als richtlijn wordt voorgesteld (*): “de reserve dient groot genoeg te zijn om de gehele personele bezetting zes maanden zonder declarabele uren uit te kunnen betalen, aangevuld met een bedrag voor normale investeringen en eventuele scholingskosten. Het resterend gedeelte van het vermogen kan dan als dividend worden uitgekeerd.’

Onmogelijkheden: Voorzichtigheid is geboden in deze tijden van economische teruggang. Verder ligt het jaarverslag van 2002 op tafel met een netto winst van 734.000 euro, zodat een dividend ter hoogte van een miljoen het boekjaar negatief zou afsluiten. Er moet ruimte blijven voor investeringsplannen.”

Het dividend over 2002 van € 160.000,00 is in een vervolgvergadering vastgesteld.

2.9. In 2004 heeft [eiseres] haar aandelen in de Vennootschap te koop aangeboden aan [gedaagde 1]; deze heeft te kennen gegeven belangstelling te hebben. [eiseres] en [gedaagde 1] hebben echter geen overeenstemming bereikt over de koopprijs. In 2004 heeft de toenmalige aandeelhouder [persoon 4] zijn 21 aandelen voor € 100.000 verkocht aan [gedaagde 1].

2.10. In de algemene vergadering van aandeelhouders op 27 oktober 2006, voorgezeten door [persoon 1], waren de jaarcijfers 2004 en 2005 aan de orde. Namens [eiseres] is op die ver¬gadering gevraagd naar aparte cijfers van 2004 en naar de resultaten van de Werkmaatschappij in 2004 en 2005. In de notulen staat onder meer: “De voorzitter deelde mede dat [de Werkmaatschappij] een onderdeel van [de Vennootschap] is en dat de resultaten van [de Werkmaatschappij] zijn verwerkt in de cijfers van [de Vennootschap]. [eiseres] tekende bezwaar aan en verzocht nogmaals om de jaarcijfers van [de Werkmaatschappij]. Verder verklaarde zij dat zonder jaarcijfers van [de Werkmaatschappij] zij geen uitspraak konden doen over de jaarrekening van [de Vennootschap]. De voorzitter verklaarde te onderzoeken wat de rechten van de aandeelhouder m.b.t. deze twee onderwerpen zijn.” Voorts staat in deze notulen: “Voorzitter stelde voor om over 2005 geen dividend uit te keren. De uitbreiding/modernisering van het kantoor en de installatie van een nieuw computer systeem moeten worden gefinancierd. Het voorstel werd in stemming gebracht en met 70% van de stemmen aangenomen. [eiseres] stemde tegen en verklaarde dat, in hun opinie, er genoeg winst was gemaakt om alsnog het uitkeren van een dividend te overwegen.”.

2.11. In dezelfde vergadering heeft [eiseres] verzocht of zij informatie kon krijgen over of inzage in arbeidsovereenkomsten met de directeur en de andere aandeelhouders, salarissen van al het overige personeel, overeenkomsten tussen de Vennootschap en de directeur en overeenkomsten tussen [gedaagde 1] en de Vennootschap. De notulen vermelden hierover: “Voorzitter verklaarde dat dit informatie betrof die de onderneming aangaat en niet een aandeelhouder. De bedrijfsvoering wordt gedaan door de directie en eventuele vragen of klachten kunnen bij de directie worden gedeponeerd. [eiseres] stelde het hiermee oneens te zijn en verklaarde dat, in hun opinie, zij als aandeelhouder met “een aanmerkelijk belang” hier over geïnformeerd dienden te worden, indien een verzoek hierover was/wordt gedaan. De voorzitter herhaalde zijn antwoord, doch stelde het gevraagde te willen onderzoeken en te toetsen aan de statuten en de geldende wetgeving in deze.”.

2.12. Met zijn brief van 6 februari 2008 heeft de advocaat van [eiseres] verzocht om toezending van de jaarrekeningen 2000 tot en met 2007, inzage in dan wel een verklaring van de directie omtrent bonusregelingen of andere winstdelingsregelingen en overige overeenkomsten tussen de vennootschappen en directies dan wel andere aandeelhouders, die een middellijk dan wel onmiddellijk recht geven op bonussen, winstdelingen en dergelijke. Bij brief van 3 april 2008 heeft de Vennootschap daarop afwijzend gereageerd. Vervolgens zijn op verzoek van [eiseres] deze punten op de agenda geplaatst van de algemene vergadering van aandeel¬houders van 22 mei 2008.

2.13. Op de vergadering van 22 mei 2008 is besloten om de jaarcijfers over 2000 tot en met 2006, de bonusregelingen en/of andere winstdelingsregeling (althans een verklaring daarover van de directie) of overige overeenkomsten, voor zover die zouden bestaan, niet aan [eiseres] te verstrekken. Met betrekking tot de jaarcijfers 2000 tot en met 2006 wordt in de notulen verwezen naar de toezending in het verleden. Met betrekking tot eventuele bonus¬regelingen staat het volgende in de notulen:

“[[eiseres]] heeft als aandeelhoudster geen direct belang bij [de Werkmaatschappij]. Het is voor hen niet van belang kennis te hebben van hetgeen een werknemer van [de Werkmaatschappij] verdient. Er is al aangegeven dat [de Vennootschap] geen werknemers in dienst heeft en dat er dus ook geen bonus- of winstdelingsregelingen van toepassing zijn. [gedaagde 2] geeft dat de bonusregeling binnen [de Werkmaatschappij] voor alle personeelsleden geldt en niet alleen voor aandeelhouders. Het voorstel dat in stemming wordt gebracht luidt: Het verstrekken van bonusregelingen en/of andere winst¬delingsregeling. Namens [gedaagde 4] wordt tegengestemd. [gedaagde 2] geeft aan dat zijn standpunt niet is gewijzigd en dus tegenstemt. [gedaagde 3] stemt eveneens tegen. Bij afwezigheid van [[eiseres]] kan er geen meerderheid meer voor het besluit ontstaan en is het voorstel afgewezen. De overige aandeelhouder hoeft zich hierover niet meer uit te laten.

In stemming wordt gebracht het voorstel dat de directie een verklaring afgeeft over de bonus- en andere winstdelingsregelingen. Namens [gedaagde 4] wordt tegen gestemd. [gedaagde 2] geeft aan dat zijn standpunt niet is gewijzigd en dat hij tegenstemt. [gedaagde 3] stemt eveneens tegen. Bij afwezigheid van [[eiseres]] kan er geen meerderheid meer voor het besluit ontstaan en is het voorstel afgewezen. De overige aandeelhouder hoeft zich hierover niet meer uit te laten.”.

Inzake het verzoek tot afgifte van overige overeenkomsten staat het volgende in de notulen:

“[[eiseres]] verzoekt een beslissing dat de directie de overige overeenkomsten gesloten tussen de vennootschappen en directies danwel andere aandeelhouders, die een middelijk danwel onmiddellijk recht geven op bonussen, winstdelingen en/of andere financiële gevolgen afgeeft. Nog afgezien van de vragen of dergelijke overeenkomsten bestaan, heeft de directie zich op het standpunt gesteld dat een individuele aandeelhouder geen recht heeft op dergelijke onderliggende stukken. Vandaar het verzoek van [[eiseres]]. De voorzitter brengt in stemming het voorstel om de directie te verzoeken tot het afgeven van de overige overeen¬komsten gesloten tussen de vennootschappen en directies danwel andere aandeelhouders, die een middelijk danwel onmiddellijk recht geven op bonussen, winstdelingen en/of andere financiële gevolgen afgeeft. [[gedaagde 1]] staat achter het besluit van de directie en stemt om die reden tegen het besluit. Bij afwezigheid van [[eiseres]] kan er geen meerderheid meer voor het besluit ontstaan en is het voorstel afgewezen. De overige aandeelhouders hoeven zich hierover niet meer uit te laten.”.

2.14. In zijn brief van 21 oktober 2008 aan de advocaat van [eiseres] heeft [persoon 5], adviseur van [eiseres], geschreven - na kennisneming van de goedgekeurde jaarcijfers 2006 en de conceptjaarstukken 2007 - dat de zichtbare intrinsieke waarde van de Vennootschap per 31 december 2006 € 2.636.261 en per 31 december 2007 € 2.912.507 was; alsmede dat, gelet op de omvang van het aandelenpakket van [eiseres], de waarde daarvan op basis van de zichtbare intrinsieke waarde per 31 december 2006 € 790.878 en per 31 december 2007 € 873.752 was.

2.15. Namens [eiseres] is op 30 oktober 2008 conservatoir beslag gelegd op ABN AMRO rekeningen van de Vennootschap. [eiseres] en de Vennootschap hebben vervolgens afgesproken dat de Vennootschap over het saldo boven € 900.000,00 kan beschikken. Dienovereenkomstig heeft ABN AMRO op 15 januari 2009 het beslag beperkt tot € 900.000,00 op één rekening.

2.16. In 2009 heeft de Vennootschap € 450.000 aan de Werkmaatschappij betaald en heeft de Werkmaatschappij dit bedrag als bruto betaling ten titel van directievergoeding aan [persoon 1] betaald. [persoon 1] heeft een deel daarvan doorbetaald aan zijn zakenpartner.

3. De vordering in conventie

[eiseres] heeft gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. om [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3] en [gedaagde 4] zowel hoofdelijk als gezamenlijk te veroordelen om van [eiseres] haar 90 gewone aandelen, nominale waarde à € 453,78 in de Vennootschap over te nemen, tot welke overdracht [eiseres] zich bereid verklaart, tegen betaling door deze vier gedaagden aan [eiseres] van de prijs zoals deze door deskundige(n) als benoemd door uw rechtbank krachtens artikel 2:343 BW jo. artikel 2:339 leden 1 en 3 BW, zal worden vastgesteld, op straffe van een aan [eiseres] te verbeuren dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag dat deze gedaagden met de nakoming van dit vonnis in gebreke zullen blijven;

2. om de Vennootschap te veroordelen om aan het te bepalen deskundigenonderzoek en aan voormelde gevorderde levering van aandelen (door [eiseres] aan [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3] en [gedaagde 4]) haar formele en feitelijk noodzakelijke medewerking te ver¬lenen binnen een maand na betekening van de ten deze te wijzen vonnissen waarin respectievelijk het deskundigenonderzoek dan wel de levering is bepaald, op straffe van een aan [eiseres] te verbeuren dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag dat de Vennootschap met de nakoming van dit vonnis in gebreke zal blijven;

3. althans om de vorderingen van [eiseres] toe te wijzen zoals de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;

met veroordeling van de gedaagden in de proceskosten, daaronder begrepen die van de te benoemen deskundige(n).

4. Het verweer in conventie

Het verweer van de gedaagden strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres], althans tot afwijzing van haar vorderingen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

5. De vordering in reconventie

De Vennootschap heeft gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. voor recht te verklaren dat [eiseres] door het leggen van beslag onder ABN AMRO jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld;

2. [eiseres] te veroordelen aan de Vennootschap te betalen:

(a) primair: € 31.174,84, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede een bedrag dat gelijk is aan de wettelijke rente minus de gerealiseerde rente over € 900.000,00 vanaf 15 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

(b) subsidiair: € 19.484,28, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

(c) primair en subsidiair: € 110,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 november 2008 tot en met de dag der algehele voldoening;

3. primair: het door [eiseres] ten laste van de Vennootschap gelegde conservatoire derdenbeslag onder ABN AMRO op te heffen;

4. subsidiair: [eiseres] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis het ten laste van de Vennootschap gelegde conservatoire beslag onder ABN AMRO op te heffen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000,00 vermeerderd met een bedrag van € 10.000,00 voor elke dag of gedeelte daarvan dat [eiseres] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen,

met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

6. Het verweer in reconventie

Het verweer van [eiseres] strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de Vennootschap, althans tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de Vennootschap in de proceskosten.

7. De beoordeling

in conventie en in reconventie

bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht

7.1. De rechtsmacht en bevoegdheid van deze rechtbank en de toepasselijkheid van Nederlands recht zijn tussen de partijen terecht geen punt van geschil.

in conventie voorts

7.2. In de kern gaat het er in deze procedure om dat [eiseres] stelt als aandeelhouder in haar belangen te worden geschaad door toedoen van de andere aandeelhouders. Zij hebben een meerderheid en beslissen al jarenlang dat de resultaten van de Vennootschap worden toe¬gevoegd aan de reserves en er dus geen dividend wordt uitgekeerd. Dat is volgens [eiseres] niet zonder meer nodig en het is voornamelijk voor [eiseres] nadelig omdat zij uitsluitend aandeel¬houder is, terwijl de andere aandeelhouders uit anderen hoofde door de Vennootschap althans de Werkmaatschappij worden betaald. Tegelijkertijd vreest [eiseres] dat de winst wordt gedrukt door hoge salarissen, bonussen en dergelijke te betalen aan de “werkende” aandeel¬houders. Aldus is het nadeel voor [eiseres] nog groter, terwijl de andere aandeelhouders finan¬cieel wel aan hun trekken komen. Daarbij stelt [eiseres] geen of onvoldoende informatie van de andere aandeelhouders of de Vennootschap te krijgen over de Vennootschap en de Werk¬maatschappij. [eiseres] betwist de aandelen destijds om niet te hebben verkregen, alsmede dat zij als aandeelhouder actief moet bijdragen aan de winst van de Vennootschap.

7.3. De gedaagden, die ook zelf de voortzetting van het aandeelhouderschap van [eiseres] on¬wenselijk vinden, stellen dat de vordering desondanks moet worden afgewezen omdat zich niet de situatie van artikel 2:343 B.W. voordoet. Volgens de gedaagden is er geen sprake van misdragingen door de andere aandeelhouders en is dat voor toepassing van de uittreedregeling van artikel 2:343 B.W. vereist. Zij voeren voorts aan dat het nodig was met het oog op zekerheid en continuïteit om winst aan de reserves toe te voegen. Daarnaast hebben zij aangevoerd dat het onredelijk zou zijn als [eiseres] zou delen in de winst van de Vennootschap, omdat zij daar, anders dan de andere aandeelhouders en anders dan oorspronkelijk de bedoeling was, niets aan bijdraagt. Volgens de gedaagden is de samenwerking nooit van de grond gekomen door het overlijden, kort na de start van de samenwerking, van [persoon 6] destijds verbonden aan [eiseres]; diens inbreng was voor de onderneming van groot belang en [persoon 2] heeft die rol nooit vervuld.

De gedaagden stellen dat de directeur en de medewerkers sober worden betaald. Volgens de gedaagden heeft [eiseres] als individuele aandeelhouder geen recht op informatie over de Vennootschap en heeft zij zeker geen recht op informatie over de Werkmaatschappij. Voor overname van de aandelen van [eiseres] behoeft volgens de gedaagden de waarde niet door deskundigen te worden bepaald, nu [eiseres] deze om niet heeft verkregen en zij deze dus ook om niet kan overdragen.

7.4. De vordering die zich richt tegen gedaagden sub 1 tot en met 4, is gebaseerd op artikel 2:343 BW, de “uittreed¬regeling”. Deze vereist voor toewijzing van de vordering:

- schade in rechten of belangen van aandeelhouder door gedragingen van een of meer andere aandeelhouders;

- zodanig dat voortduren aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd.

7.5. Dat [eiseres] in haar belangen van aandeelhouder schade ondervindt is door de gedaagden niet weersproken en staat ook overigens in deze procedure vast, gelet op het jarenlang uitblijven van dividend, ondanks de resultaten zoals weergegeven onder 2.6 bij de vast¬staande feiten. Dat deze schade het gevolg is van gedragingen van de andere aandeelhouders staat ook vast, nu de beslissingen ten aanzien van de winstbestemming telkens, conform de statuten van de Vennootschap, zijn genomen door de algemene vergadering van aandeel¬houders, waarin zij de meerderheid vormen en een doorslaggevende stem hebben. Anders dan de gedaagden stellen behoeft het, volgens de tekst van de wet en volgens vaste recht¬spraak, bij “gedragingen” niet te gaan om misdragingen. Naar het oordeel van de rechtbank is de schade in de hier bedoelde betekenis ook zodanig dat van [eiseres] het voortduren van het aandeelhouderschap niet meer kan worden gevergd. Daartoe wordt als volgt overwogen:

(a) Alle betrokken partijen menen dat de huidige situatie onwenselijk is. [eiseres] enerzijds en de gedaagden anderzijds maken elkaar ernstige verwijten en zij werken al geruime tijd niet meer met elkaar samen.

(b) Aandeelhouders, als betrokkenen bij de organisatie van een rechtspersoon, moeten zich als zodanig jegens elkaar gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Dat brengt in het onderhavige geval mee dat de gedaagde aandeelhouders [eiseres] jaarlijks ter algemene vergadering van aandeelhouders in de gelegenheid moeten stellen om aan de hand van actuele financiële informatie zakelijk met hen van gedachten te wisselen om te bezien of, en zo ja hoeveel, dividend kan worden uitgekeerd. Vanaf de bespreking van de jaarcijfers 2004 heeft een dergelijke zakelijke gedachtewisseling op basis van informatie niet plaatsgehad. Uit de overgelegde notulen en uit de toelichtingen in deze procedure blijkt dat de argumenten van de gedaagde aandeelhouders tegen het uitkeren van dividend zoals in de algemene vergaderingen geuit, zeer algemeen zijn gesteld, dat een behoorlijke onderbouwing met feitelijke informatie ontbrak en dat uitdrukkelijke verzoeken om informatie namens [eiseres] grotendeels zijn afgewezen. De gedaagden stellen niet duidelijk op welk moment [eiseres] de beschikking kreeg over het loonkostenoverzicht (productie 5 bij conclusie van antwoord); ter vergadering van 22 mei 2008 hebben de gedaagde aandeelhouders de Vennootschap verhinderd om informatie aan [eiseres] te geven en vragen van [eiseres] te beantwoorden, terwijl een en ander nodig was voor de hiervoor genoemde gedachtewisseling. In het bijzonder gelet op de lange periode waarin de winsten - volledig - zijn gereserveerd, had [eiseres] beter moeten worden geïnformeerd, omdat alleen zo [eiseres] in staat zou zijn geweest zelf de redelijkheid van het dividendbeleid te beoordelen. Aan deze beoordeling staat niet in de weg de stelling van de gedaagden dat de Vennootschap destijds is opgericht om als doel het waarborgen van continuïteit. Daarnaast doet sterk afbreuk aan de overtuigingskracht van het argument van de gedaagden dat de reserveringen nodig waren om een buffer te vormen dat de Vennootschap in 2009 aan [persoon 1] € 450.000,00 heeft uitgekeerd, zonder dat daarvoor toen een verplichting bestond. Dat wordt niet anders doordat de Vennootschap dit bedrag via de Werkmaatschappij heeft betaald en evenmin dat de betaling plaatsvond in reactie op de dagvaarding van [eiseres] in deze procedure.

(c) De stelling van de gedaagden dat [eiseres] geen recht had op informatie over de Werkmaatschappij verwerpt de rechtbank, reeds omdat er oorspronkelijk één vennoot¬schap was en haar activiteiten nu worden verricht door de Werkmaatschappij, terwijl de Vennoot¬schap slechts als houdster fungeert.

(d) Het beroep van de gedaagden op de kredietcrisis sinds 2008 overtuigt evenmin, gegeven het feit dat de Vennootschap al sinds het boekjaar 2003 geen dividend meer uitkeert.

7.6. Bij conclusie van antwoord is door de gedaagden nadrukkelijk aan¬gevoerd dat zij niet het verweer voeren dat [eiseres] gedurende lange tijd tussen de aandeelhouders gemaakte afspraken niet is nagekomen. Bij gelegenheid van de comparitie van partijen is echter gebleken dat voor de gedaagden zwaar weegt dat [eiseres] volgens hen zeker na de eerste twee jaar afspraken niet nakomt en dat [eiseres], kort gezegd, niets bijdraagt, terwijl de overige aandeel¬houders hun uiterste best doen om de Vennootschap succesvol te maken onder moeilijke marktomstandigheden; daarbij hebben zij gewezen op het overlijden – kort na de start van de samenwerking - van de zakenpartner van [persoon 2], [persoon 6] van wie zij hoge verwachtingen hadden. Ongeacht of het verwijt van de gedaagden aan het adres van [eiseres] juist is en of dit verwijt ten grond¬slag ligt aan het dividendbeleid, het is geen grond om infor¬matie achter te houden en ook niet om geen dividend uit te keren. Indien [eiseres] gemaakte afspraken inderdaad niet nakwam, hadden de overige aandeel¬houders op andere wijze nakoming kunnen afdwingen, bijvoorbeeld door [eiseres] tot nakoming te dagvaarden.

7.7. Ook het argument dat [eiseres] niet of nauwelijks heeft betaald voor haar aandelen in de Vennootschap leidt niet tot afwijzing van de vordering van [eiseres]. Nog los van de vraag of niet alle aandeelhouders niet of nauwelijks hebben betaald voor hun aandelen, het al dan niet betaald zijn van een koopprijs voor aandelen is niet bepalend voor de toepasselijkheid van artikel 2:343 B.W. De partijen hebben er destijds voor gekozen hun samenwerking in de Vennootschap onder te brengen zoals zij hebben gedaan, met alle rechten en verplichtingen die daaraan rechtens zijn verbonden.

7.8. Om de hiervoor weergegeven redenen is de vordering van [eiseres] om [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3] en [gedaagde 4] te veroordelen om – op de voet van artikel 2:343 B.W. – de aandelen van [eiseres] in de Vennootschap over te nemen, toewijsbaar. De rechtbank komt dus niet toe aan het geven van een of meer bewijsopdrachten.

7.9. Voor de mede gevorderde hoofdelijkheid is geen grondslag gesteld en een hoofdelijke veroordeling zou ook niet passen in het systeem van de geschillenregeling.

7.10. De vordering tot veroordeling van de Vennootschap om mee te werken aan het deskundigenonderzoek, met dwangsom, zal worden afgewezen, omdat de artikelen 2:351 en 2:352 B.W. die mutatis mutandis van toepassing zijn in combinatie met de artikelen 2:343 lid 1 en 2:339 lid 3 B.W. een specifieke regeling kennen, die door een algemene veroordeling terzake zou worden doorkruist.

7.11. Uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een vonnis als het onderhavige is op grond van artikel 2:343 lid 3 B.W. niet mogelijk en zal daarom worden afgewezen. De te benoemen deskundige begint de werkzaamheden pas na het onherroepelijk worden van dit vonnis.

7.12. De verdere beoordeling, waaronder die inzake dwangsommen, zal worden aangehouden tot het eindvonnis.

7.13. De rechtbank zal een of meer deskundigen benoemen om haar te adviseren over de prijs van de over te dragen aandelen, gebaseerd op de waarde in het economisch verkeer.

7.14. Bij die benoeming moet de rechtbank acht slaan op de statuten van de Vennootschap. Ingevolge de leden 8 en 18 van artikel 11 van de statuten zouden de kosten van de prijsvaststelling, zoals die van de deskundigen, voor rekening komen van de Vennoot¬schap. Volgens de leden 7 en 18 van artikel 11 van die statuten zou de rechtbank drie deskundigen moeten benoemen, van wie er ten¬minste één accountant is. Zonder vooruit te lopen op de mogelijkheid desondanks slechts één deskundige te benoemen, wenst de rechtbank eerst van de partijen te vernemen wat hun – gemotiveerde - standpunten zijn omtrent de benoeming van één dan wel drie deskundigen.

7.15. De rechtbank zal de procedure verwijzen naar de hierna in het dictum te vermelden rolzitting, opdat de partijen – eerst [eiseres] en op een volgende door de rechtbank te bepalen rolzitting de gedaagden – zich kunnen uitlaten over de volgende aspecten van de benoeming van een of meer deskundigen:

(a) de benoeming van één of drie deskundigen, onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 7.14 is overwogen;

(b) de opgave van de namen, adressen en hoedanigheden van de van te benoemen deskundige(n), die bereid is/zijn een benoeming te aanvaarden en die niet op enige wijze bij de partijen betrokken is/zijn;

(c) de opgave van de kosten die de deskundige(n) in rekening zal/zullen brengen, opdat de rechtbank kan beslissen welk bedrag de Vennootschap als voorschot zal moeten betalen, voordat de deskundige(n) de werkzaamheden kan/kunnen aanvangen;

(d) aan de deskundige(n) te stellen vragen.

in reconventie voorts

7.16. De Vennootschap grondt haar reconventionele vorderingen op haar stelling dat de vordering die [eiseres] tegen haar heeft ingesteld niet “past” op het beslag, zodat niet is voldaan aan de eis van artikel 700 lid 3 Rv. Volgens haar kan [eiseres] ingeval van toewijzing van de vordering tegen de Vennootschap het beslag niet uitwinnen, nu die vordering betreft de medewerking van de Vennootschap aan het eventuele deskundigenonderzoek en aan de eventuele overdracht van de aandelen van [eiseres] aan de overige aandeelhouders. Daarom moet het beslag worden opgeheven, is het beslag onrechtmatig en is [eiseres] jegens de Vennootschap schadeplichtig, aldus de Vennootschap. De schade bestaat volgens de Vennootschap primair uit de wettelijke rente minus de werkelijk ontvangen rente en subsidiair uit de misgelopen rente, aanvankelijk over het totale beslagen bedrag en na de beperking tot € 900.00,00 over laatstgenoemd bedrag; en daarnaast uit de door de bank bij de Vennootschap in rekening gebracht kosten.

7.17. De rechtbank verwerpt het - door de Vennootschap ter comparitie bestreden - verweer van [eiseres] dat de Vennootschap heeft ingestemd met het beslag door met [eiseres] overeen te komen dat het beperkt werd tot € 900.000, en wel omdat een afspraak over een beperking van een eenmaal gelegd beslag geen instemming met dat beslag zelf meebrengt.

7.18. [eiseres] stelt dat het beslag is gelegd tot zekerheid van de financiering van de uitkoop, nu bij een leeggelopen liquiditeitspositie uitkoop niet zal kunnen worden gefinancierd. Daarnaast stelt [eiseres] belang te hebben bij het beslag omdat daardoor de liquiditeitspositie niet tot nul kan worden teruggebracht als gevolg waarvan de aandelen aanzienlijk minder waard zouden worden. Bovendien strekt het beslag volgens [eiseres] tot zekerheid voor het geval de Vennootschap niet aan de levering zou meewerken en tot zekerheid voor de proceskosten en eventuele overige kosten van [eiseres] zoals die van deskundigen.

7.19. De rechtbank overweegt dat [eiseres] op dit moment geen vordering heeft op de Vennootschap, maar mogelijk in de toekomst een vordering op haar kan krijgen, bijvoorbeeld als zij niet zou meewerken aan de overdracht van de aandelen van [eiseres] aan de gedaagden 1 tot en met 4 conform een door de rechtbank te wijzen vonnis na deskundigenbericht. Slechts indien sprake is van bijzondere omstandigheden kan beslag uit hoofde van een toekomstige of nog niet opeisbare vordering rechtmatig zijn. Daarbij speelt een rol hoe zeker of onzeker de toekomstige vordering is en hoe aannemelijk is dat de eventuele schuldenaar niet aan zijn toekomstige verbintenis zal voldoen. De rechtbank acht de aanwezigheid van een mogelijke toekomstige vordering van [eiseres] op de Vennootschap te onzeker om een beslag ten laste van de Vennootschap op die grond te rechtvaardigen.

7.20. De andere gronden waarop [eiseres] het beslag baseert, komen neer op een door haar gewenste zekerheid – namelijk de mogelijkheid tot financiering van de uitkoop, kennelijk door de Vennootschap, ten behoeve van aandeelhouders aan wie aandelen worden overgedragen. Nu niet is gesteld of gebleken op grond waarvan de Vennootschap tot deze financiering verplicht is, vormt deze wens van [eiseres] tot zekerheid geen goede grond voor het beslag.

7.21. Het belang van [eiseres] om liquiditeitspositie van de Vennootschap in stand te houden met het oog op de waarde van haar aandelen vormt geen grond voor het beslag. [eiseres] heeft terzake geen vordering op de Vennootschap noch betreft het beslag een blokkering van een tot een gemeenschap behorend goed.

7.22. De kosten van de deskundigen zullen door de Vennootschap moeten worden voorgeschoten, zodat daarvoor geen zekerheid behoeft te worden gesteld.

7.23. De enkele mogelijke vordering van proceskosten rechtvaardigen het beslag niet.

7.24. De conclusie is dat het beslag onrechtmatig is en zal worden opgeheven. [eiseres] zal worden veroordeeld om de als gevolg van het onrechtmatige beslag door haar geleden schade aan de Vennootschap te vergoeden.

7.25. [eiseres] heeft gesteld dat de Vennootschap normaal rente ontvangt over het beslagen bedrag, zodat er geen plaats is voor toekenning van wettelijke rente als schadevergoeding, omdat de Vennootschap dan dubbele rente zou ontvangen.

7.26. De rechtbank overweegt onder verwijzing naar HR 8 juli 2011, LJN BQ1823 dat de verschuldigde schadevergoeding moet worden berekend niet door toepassing van de wettelijke rente, maar door met elkaar te vergelijken de situatie waarin de Vennootschap als gevolg van de beslaglegging daadwerkelijk verkeert, en de situatie waarin zij zou hebben verkeerd als het beslag niet was gelegd en gehandhaafd. De dienovereenkomstig door de Vennootschap berekende subsidiair gevorderde schadevergoeding is inhoudelijk niet door [eiseres] bestreden en zal worden toegewezen. Toewijsbaar is ook het bedrag van € 110,00 aan beslagkosten tegen welke vordering geen afzonderlijk verweer is gevoerd.

7.27. De mede gevorderde wettelijke rente over het bedrag van de schadevergoeding is als niet bestreden en op de wet gegrond toewijsbaar zoals gevorderd ingaande 15 januari 2009 over € 19.484,28 en ingaande 28 november 2008 over € 110,00.

7.28. [eiseres] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. Omdat ook een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van de Vennootschap op basis van het toegewezen bedrag op € 452,00 (1 punt voor de conclusie van eis in reconventie; op de comparitie is het geschil in reconventie nagenoeg niet aan de orde geweest).

8. De beslissing

De rechtbank

in conventie

8.1. veroordeelt [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3] en [gedaagde 4] om de 90 aandelen van [eiseres] in de Vennootschap op de voet van artikel 2:343 B.W. over te nemen tegen betaling van de door de rechtbank na deskundigenadvies te bepalen prijs en veroordeelt [eiseres] tot levering van die aandelen tegen betaling van die prijs,

8.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 25 april 2012 voor het nemen van een akte door [eiseres] over hetgeen hiervoor is vermeld onder 7.15, waarna de gedaagden op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kunnen nemen,

8.3. houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

8.4. verklaart voor recht dat [eiseres] door het leggen van beslag onder ABN AMRO jegens de Vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld,

8.5. veroordeelt [eiseres] tot betaling aan de Vennootschap van een schadevergoeding van € 19.484,28, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag met ingang van 15 januari 2009 en van € 110,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 november 2008, in beide gevallen tot de dag der algehele voldoening,

8.6. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van de Vennootschap tot op heden begroot op € 452,00,

8.7. heft het door [eiseres] ten laste van de Vennootschap gelegde conservatoire derdenbeslag onder ABN AMRO op,

8.8. verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad,

8.9. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Sarlemijn, mr. A.J.J. van Rijen en mr. N. Doorduijn en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2012.(

1624/1876/1354