Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BV9788

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-03-2012
Datum publicatie
23-03-2012
Zaaknummer
10/741425-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage, zitting houdende te Rotterdam. Beroep op afwezigheid van alle schuld (avas) aan de zijde van de verdachte, waardoor het bestanddeel “schuld” in de tenlastelegging niet bewezen kan worden verklaard wordt verworpen, nu dit beroep feitelijke grondslag mist en ook overigens niet uitdrukkelijk is gesteld (of gebleken) dat de medicijnen de rijvaardigheid hebben beïnvloed, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden, dat de medicatie van de verdachte dusdanige bijwerkingen hebben doen ontstaan dat dit een bijdrage heeft geleverd aan het ontstaan van het ongeval. De verdachte heeft zich door roekeloos rijgedrag schuldig gemaakt aan de dood van twee personen. De verdachte is ondanks zijn slechte gemoedstoestand in zijn auto gestapt, heeft vervolgens in een gevaarlijke verkeerssituatie, terwijl de weg glad was, geen gehoor gegeven aan de diverse verkeerswaarschuwingen en is al bellend, zonder handsfreeset in de auto, de woonkamer van de slachtoffers binnengereden. Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk en een rijontzegging voor de duur van 5 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Ook wordt de auto van de verdachte verbeurd verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Parketnummer: 09/753086-11

Datum uitspraak: 29 februari 2012

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage, zitting houdende te Rotterdam,

meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [datum] te [plaats] (Polen),

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres

[adres],

raadsman mr. G.A. Dorsman, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2011 en 15 februari 2012.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 26 oktober 2011 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Baas heeft gerekwireerd tot:

- vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde;

- bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 jaren.

- verbeurdverklaring van de in beslag genomen personenauto, merk Ford, met Pools kenteken [kenteken].

MOTIVERING VRIJSPRAAK

Het onder 1 primair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Omdat zowel de officier van justitie als de raadsman tot vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde hebben geconcludeerd, zal de rechtbank de vrijspraak niet verder motiveren.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1. subsidiair

hij op 29 januari 2011 te [plaats] als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de [straatnaam], zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft verdachte roekeloos, als bestuurder van een auto met die auto met een veel hogere snelheid dan ter plaatse (in verband met een scherpe bocht) werd geadviseerd, (terwij1 het wegdek glad was ), terwijl verdachte leed aan hoofdpijn en depressiviteit, en telefoneerde, over die weg gereden en de controle over zijn voertuig heeft verloren, waarbij verdachte van de weg is geraakt en met die auto is binnengereden in een woning (aan de [straatnaam]), waar op dat moment [slachtoffer1] en [slachtoffer2] aanwezig waren, waardoor die [slachtoffer1] en die [slachtoffer2] door die auto zijn geraakt, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer1] is overleden en voornoemde [slachtoffer2] botbreuken en bloedingen (in lies en buik) en een perforatie van een darm en een bloedvergiftiging en een afsterving van darmen heeft bekomen, tengevolge waarvan die [slachtoffer2] is overleden;

2.

hij op 29 januari 2011 te [plaats] als bestuurder van een motorrijtuig door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de [straatnaam], de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij redelijkerwijs moest vermoeden een ander, te weten [slachtoffer1] en [slachtoffer2] schade was toegebracht en die [slachtoffer1] was gedood en aan die [slachtoffer2] (zeer ernstig) letsel was toegebracht, waarbij verdachte naar hij redelijkerwijs moest vermoeden die [slachtoffer2] in een hulpeloze toestand heeft achtergelaten.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

NADERE BEWIJSMOTIVERING

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om het (4e) verhoor van de verdachte door de politie d.d. 10 oktober 2011 (pagina 1085 tot en met 1095 van het dossier) van het bewijs uit te sluiten, omdat de rechten van de verdediging wat betreft dit verhoor op onherstelbare wijze zijn aangetast. De verdachte had het recht op rechtsbijstand tijdens het politieverhoor. In het proces-verbaal wordt wel vermeld dat de raadsman in kennis is gesteld van het verhoor en het verhoor heeft bijgewoond, maar dit is onjuist, aldus de raadsman.

De rechtbank heeft het hierboven genoemde, 4e politieverhoor van de verdachte niet als bewijs gebezigd en zal daarom het verweer verder onbesproken laten.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat hem wat betreft zijn handelen geen enkel verwijt gemaakt kan worden. De verdachte had op de dag van het ongeval de Poolse variant van het medicijn Ketonal gebruikt. Hij was niet bekend met de bijwerking van dat medicijn. De Nederlandse fabrikant ontraadt deelname aan het verkeer na inname van Ketanol. Dat zou des temeer moeten gelden voor de Poolse variant, omdat die een versnelde afgifte van de werkzame stof heeft en daardoor een heftiger uitwerking en bijwerking. In Nederland wordt op de verpakking van medicijnen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden een opvallende gele sticker geplaatst. Op het potje van het door de verdachte gebruikte medicijn is geen waarschuwing in die zin waarneembaar.

De rechtbank begrijpt uit het verweer van de raadsman dat hij een beroep doet op afwezigheid van alle schuld (avas) aan de zijde van de verdachte, waardoor het bestanddeel “schuld” in de tenlastelegging niet bewezen kan worden verklaard en de verdachte moet worden vrijgesproken.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Weliswaar wordt in de Poolse bijsluiter van het medicijn Ketanol vermeld dat bij sommige patiënten het gebruik van het medicijn duizeligheid, slaperigheid en zichtstoornissen ten gevolge kan hebben en dan wordt afgeraden voertuigen te besturen en blijkens de Nederlandse bijsluiter Ketoprofen duizeligheid, slaperigheid en wazig zien kan veroorzaken en dat men daarom dient op te passen met werkzaamheden die oplettendheid vereisen, zoals deelname aan het verkeer en het bedienen van machines, maar niet kan worden volgehouden, anders dan de raadsman stelt, dat de fabrikant deelname aan het verkeer na het gebruik van het medicijn zou ontraden. Het betoog van de raadsman mist derhalve feitelijke grondslag. Het al dan niet ontbreken van een -geel gekleurde- waarschuwing op de verpakking van de medicijnen doet dan ook -overigens- niet ter zake.

Voorts kan het volgende worden vastgesteld.

Uit de vertaling van de Poolse bijsluiter van het door de verdachte ingenomen medicijn blijkt dat de gebruikelijke dosering voor volwassenen maximaal twee tabletten per etmaal is. De verdachte heeft verklaard die zaterdagmiddag en -avond 29 januari 2011 met een tussenpoos van enkele uren in totaal twee tabletten te hebben ingenomen. Het Nederlands Forensisch Instituut heeft in haar rapportages van 4 oktober en 10 november 2011 -kort samengevat- het volgende geconcludeerd:

-het door de verdachte gebruikte medicijn bevat ketoprofen als werkzaam bestanddeel;

-ketoprofen is een geneesmiddel dat waarschijnlijk geen of weinig nadelige invloed op de rijvaardigheid heeft;

-de combinatie van paracetamol -een naar eigen zeggen door de verdachte veel gebruikt medicijn, zo ook op de dag van het ongeval- met ketoprofen zal geen nadelige effecten op de rijvaardigheid en op het gedrag/bewustzijn hebben;

-voor de inschatting van het effect op de rijvaardigheid gebruikt het NFI onder andere een internationaal geaccepteerde classificatie van rijgevaarlijke geneesmiddelen in 3 categorieën. Ketoprofen behoort tot categorie 1: geen of weinig negatieve invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van kleiner dan 0,5 promille.

Nu namens de verdachte niet uitdrukkelijk is gesteld dat de medicijnen zijn rijvaardigheid hebben beïnvloed en dat overigens niet is gebleken, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden, dat de medicatie dusdanige bijwerkingen bij de verdachte heeft doen ontstaan dat dit een bijdrage heeft geleverd aan het ontstaan van het ongeval.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen staat buiten redelijk twijfel dat de verdachte meerdere verkeers- en inschattingsfouten heeft gemaakt voorafgaande aan het ongeval. De verdachte had sinds het overlijden van zijn vader in oktober 2010 regelmatig last van hoofdpijn en hij droeg een zware last op zijn schouders door de schulden die hij heeft.

Volgens zijn echtgenote bezorgde deze omstandigheden hem veel stress, onrust, slapeloze nachten en lichamelijke klachten. Op 29 januari 2011 had de verdachte – volgens eigen zeggen – een verschrikkelijke hoofdpijn en hij voelde zich erg slecht door de schulden. Hij voelde zich die dag steeds slechter worden en had zich zelfs nog nooit zo slecht gevoeld als die avond. Eerder die avond na een etentje buitenshuis voelde hij zich daarom niet in staat om een auto te besturen en heeft hij zijn echtgenote gevraagd naar huis te rijden. Ondanks deze zorgwekkende gemoedstoestand is de verdachte toch in de auto gestapt en gaan rijden. Dat de verdachte in een roes heeft gehandeld en niet meer wist wat hij deed, zoals de raadsman heeft betoogd, is niet aannemelijk geworden. De verdachte heeft welbewust een onaanvaardbaar risico genomen ten aanzien van overige verkeersdeelnemers.

Ter hoogte van de woning van de slachtoffers maakt de rijbaan van de [straatnaam] een haakse bocht naar rechts. Om verkeersdeelnemers voor deze haakse bocht te waarschuwen, is op enige afstand voor de bocht een verkeersdrempel aanwezig, een verkeersbord met de waarschuwing dat er een scherpe bocht naar rechts aankomt en een verkeersbord met een adviessnelheid van 30 km/uur ter plaatse. De verdachte heeft zich kennelijk niets aangetrokken van deze waarschuwingen, want in plaats van de bocht te volgen, is hij rechtdoor, de woning van de slachtoffers ingereden met een snelheid van tenminste 58 km/uur en maximaal 79 km/uur. Daarbij komt dat de verdachte wist dat het die avond glad op de weg was en extra voorzichtigheid bij het nemen van een dergelijke scherpe bocht geboden was.

Dat sprake is van een zeer ernstig gebrek aan zorgvuldigheid bij de verdachte, blijkt verder uit het feit dat hij onder de hiervoor gegeven omstandigheden ook met zijn mobiele telefoon in zijn hand aan het bellen was, vlak voor en op het moment van het ongeval.

De rechtbank is gezien het vorenstaande van oordeel dat het gedrag van verdachte als verkeersdeelnemer als roekeloos aangemerkt dient te worden.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

De raadsman heeft aangevoerd dat ook ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde de verdachte geen verwijt kan worden gemaakt, omdat deze zich pas minuten na het ongeval, op een parkeerplaats die 150 meter van de plaats delict verwijderd is, bewust is geworden van het ongeval. De delictomschrijving was toen echter al vervuld. Een later terugkeren naar de plaats van het ongeval zou daarop geen invloed meer hebben gehad.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Vast is komen te staan dat de verdachte met zijn auto ’s avonds door de gevel heen en tot diep in de verlichte woonkamer binnen is gereden, en aan de andere kant van de woonkamer tot stilstand is gekomen. Op grond van die feiten en omstandigheden had de verdachte op zijn minst redelijkerwijs moeten vermoeden dat er door het ongeval niet alleen sprake was van materiële schade maar dat er mogelijk ook een of meer slachtoffers gevallen zouden kunnen zijn. Nu in de regel een verlichte woonkamer duidt op de aanwezigheid van personen.

Blijkens alleen al zijn eigen verklaring bij de politie van 3 mei 2011 is de verdachte zich die avond al meteen na het ongeval bewust geweest van het feit dat bij het ongeval in ieder geval schade was ontstaan aan die woning. Hij heeft toen immers verklaard dat het licht in de woning was en dat hij zich kan herinneren dat er vitrage op de voorruit van de auto lag en dat hij bij het uitstappen een kapotte ruit of balkondeur heeft gezien. Hij was, blijkens diezelfde verklaring, toen heel bang en in shock en is de woning uit gevlucht. Van onbewust handelen, zoals de raadsman heeft gesteld, is in het geheel niet gebleken. Daarnaast was, indien de verdachte onmiddellijk was teruggekeerd naar de plaats van het ongeval, de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 184 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing geweest, de zogenaamde zelfmeldregeling, die, voor zover van belang inhoudt, dat strafvervolging op grond van artikel 7, lid 1, aanhef en onder a van voornoemde wet is uitgesloten indien de bestuurder binnen twaalf uur na het ongeval en voordat hij door de politie is aangehouden of verhoord, aan een politieambtenaar kennis geeft van zijn identiteit.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1. subsidiair

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, meermalen gepleegd;

2.

overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten,

de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich door roekeloos rijgedrag schuldig gemaakt aan de dood van twee personen. De verdachte is ondanks zijn slechte gemoedstoestand in zijn auto gestapt, heeft vervolgens in een gevaarlijke verkeerssituatie, terwijl de weg glad was, geen gehoor gegeven aan de diverse verkeerswaarschuwingen en is al bellend, zonder handsfreeset in de auto, de woonkamer van de slachtoffers binnengereden. De slachtoffers zaten op dat moment in hun woonkamer. De auto van de verdachte is aan de andere kant van de woonkamer tot stilstand gekomen. Het mannelijke slachtoffer is onder de auto terecht gekomen en direct aan zijn verwondingen overleden. Het vrouwelijke slachtoffer is knel komen te zitten tussen de auto en een muur van de huiskamer en is twee weken later aan haar verwondingen overleden.

Na de aanrijding heeft de verdachte de plaats van het ongeval verlaten. Gezien de omstandigheden ter plaatse had de verdachte op zijn minst moeten vermoeden dat er door het ongeval een of meer slachtoffers gevallen zouden kunnen zijn. Echter, zonder zich hiervan te vergewissen, is de verdachte weggerend. Hij heeft zich vervolgens geheel onttrokken aan zijn verantwoordelijkheid. Hij heeft geprobeerd zijn rol bij dit dramatische incident te verhullen, onder andere doordat een valse aangifte is gedaan van eerdere diefstal van de bij het ongeluk betrokken auto, en de verdachte is vrijwel onmiddellijk na het ongeval naar Polen vertrokken. Diverse familieleden van de verdachte hebben hem een vals alibi verschaft en de verdachte heeft lange tijd meegedaan aan die leugen. Het onderzoek naar de ware toedracht van dit gebeuren is hierdoor vertraagd en bemoeilijkt.

De rechtbank acht dit gedrag van de verdachte zeer berekenend en respectloos ten aanzien van de slachtoffers en hun nabestaanden en rekent dat de verdachte stevig aan.

De verdachte heeft door zijn rijgedrag onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden van de slachtoffers en hun omgeving. Dit blijkt ook uit de slachtofferverklaringen van de twee zonen van de slachtoffers die op de terechtzitting zijn voorgelezen. Zij zijn als gevolg van dit incident hun ouders, die nog volop in het leven stonden, zeer plotseling en binnen een korte tijd na elkaar verloren. Dergelijk groot leed valt met geen enkele straf te herstellen.

Daarbij komt dat het ongeval, maar ook de laffe wijze waarop de verdachte vervolgens met de situatie is omgegaan, een grote schok teweeg heeft gebracht in de maatschappij.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van enige duur.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 17 januari 2012 niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de diverse rapportages die over de persoon van de verdachte zijn opgemaakt.

De psychiater H.E.M. van Beek heeft in zijn rapportage d.d. 10 oktober 2011 - voor zover van belang - het volgende vermeld.

Er zijn bij de verdachte geen aanwijzingen voor een persoonlijkheidsstoornis. Vanaf begin 2010 had de verdachte periodes dat hij depressief was vanwege schulden en vanaf het overlijden van zijn vader in oktober 2010 is zijn stemming verder achteruit gegaan. Er was tevens sprake van een slechte eetlust en een doorslaapstoornis. In de periode rondom het ten laste gelegde was sprake van een ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens in de vorm van een aanpassingsstoornis met depressieve stemming. Omdat de verdachte tegenover de psychiater verklaard heeft zich niets van het ongeval te herinneren, is het niet mogelijk om uitspraken te doen over de mate van toerekeningsvatbaarheid en de kans op recidive.

Geadviseerd wordt vanuit zorgoogpunt om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde behandeling bij een forensische polikliniek zoals De Waag, zodat aandacht besteed kan worden aan het verwerken van het overlijden van zijn vader alsmede aan de stressfactoren die te maken hebben met de financiële problemen van de verdachte.

De bevindingen en conclusies van de psycholoog drs. W.J.L. Lander in zijn rapportage van 11 oktober 2011 zijn nagenoeg eensluidend aan die van de psychiater voornoemd.

C.M. Snijders-Coff, reclasseringswerker, heeft in haar rapportage van 17 augustus 2011 het volgende vermeld. De reclasseringswerker heeft de indruk dat de verdachte niet oprecht in het gesprek is geweest en bewust de toedracht van het delict achterwege heeft gelaten. Daardoor komt hij berekenend over en is het niet mogelijk gebleken om het recidiverisico en de criminogene factoren in kaart te brengen. Daarnaast heeft de verdachte geen hulpvragen die verband houden met recidivevermindering. De reclasseringswerker ziet daarom geen aanknopingspunten voor reclasseringstoezicht en het opstellen van een plan van aanpak. De behoefte die de verdachte heeft aan een psycholoog ten behoeve van rouwverwerking kan binnen een vrijwillig kader verwezenlijkt worden en ook gedurende zijn detentie kan een dergelijke behandeling plaatsvinden.

De rechtspraak hanteert oriëntatiepunten voor het bepalen van de hoogte en de aard van de straf voor dit soort strafbare feiten. Deze oriëntatiepunten houden met betrekking tot de hoogte van de strafmaat onder andere rekening met de gevolgen van het ongeval, maar ook met eventuele strafverzwarende omstandigheden zoals roekeloos rijgedrag. Indien er - zoals in dit geval - sprake is van roekeloos rijgedrag met de dood ten gevolge dan wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 3 jaren als vertrekpunt voor de gedachtevorming gehanteerd.

De rechtbank zoekt aansluiting bij die oriëntatiepunten maar ziet aanleiding om een hogere straf op te leggen nu er twee dodelijke slachtoffers moeten worden betreurd, met name zal daarom een fors hogere ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd. Daarnaast zal de maximale straf van 3 maanden gevangenisstraf worden opgelegd voor het tweede feit (doorrijden na ongeval). Wel brengt het voorgaande mede dat wordt afgeweken van de door het openbaar ministerie gevorderde strafmaat.

De rechtbank zal echter een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen om te bevorderen dat de verdachte in de toekomst niet meer hetzelfde (roekeloze) rijgedrag als in de onderhavige zaak in het verkeer laat zien en zich -in het algemeen- zal onthouden van het plegen van strafbare feiten. Gezien voornoemd standpunt van de reclassering ziet de rechtbank geen aanleiding om aan het voorwaardelijk strafdeel verplicht reclasseringscontact als bijzondere voorwaarde te verbinden.

Aan de verdachte wordt tevens de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van vijf jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk.

De raadsman heeft aangevoerd dat een langdurige ontzegging van de rijbevoegdheid de verdachte en zijn gezin ernstige financiële schade zal toebrengen, omdat verdachte hoofdkostwinner is en van beroep zzp’er en daarvoor afhankelijk is van eigen vervoer. De rechtbank begrijpt dat deze bijkomende straf de uitvoering van de werkzaamheden door de verdachte zal bemoeilijken, maar gezien de ernst van de feiten en de gevolgen van zijn roekeloze rijgedrag, wordt een langdurige ontzegging hier wel op zijn plaats geacht.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen personenauto, merk Ford, met Pools kenteken [kenteken] verbeurd te verklaren.

Aan de wettelijke eisen voor het verbeurd verklaren ex artikel 33 van het Wetboek van Strafrecht is voldaan. Tevens is voornoemde personenauto vatbaar voor verbeurdverklaring; de personenauto behoort toe aan de verdachte en het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde feit is met (behulp van) deze personenauto begaan.

De rechtbank zal daarom de in beslag genomen personenauto verbeurd verklaren.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 7, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten;

stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren en stelt de volgende algemene voorwaarde:

-de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 5 (vijf) jaren;

beveelt, dat van deze bijkomende straf een gedeelte van 1 (één) jaar niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 1 subsidiair: de in beslag genomen personenauto, merk Ford, met Pools kenteken [kenteken].

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van der Groen, voorzitter,

en mrs. Trotman en Boek, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Aagaard, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 februari 2012.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bij vonnis van 29 februari 2012:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 29 januari 2011 tot en met 15 februari 2011 te [plaats] (op en/of nabij de [straatnaam]) opzettelijk [slachtoffer1] en/of slachtoffer2] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet als bestuurder van een auto met die auto met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, althans met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan of (in verband met een scherpe bocht) werd geadviseerd, althans met een (veel) hogere snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was (terwij1 het wegdek glad/bevroren was en/of een of meer van de banden van de door hem bestuurde auto onvoldoende profilering hadden), terwijl verdachte (sterk) onder invloed was van alcoholhoudende drank en/of medicijnen (Ketonal), althans alcoholhoudende drank en/of medicijnen had gebruikt en/of een einde aan zijn leven wilde maken en/of leed aan (ernstige) misselijkheid en/of hoofdpijn en/of depressiviteit, althans (ernstige) lichamelijke en/of geestelijke klachten had en/of terwijl verdachte telefoneerde, althans een telefoon in zijn hand had, over die weg gereden en/of (daardoor) de controle over zijn voertuig heeft verloren, waarbij verdachte van de weg is geraakt en/of (vervolgens) (met hoge snelheid) met die auto is binnengereden/binnengekomen in een woning (aan de [straatnaam]), waar op dat moment die [slachtoffer1] en/of die [slachtoffer2] aanwezig waren/was, waardoor die [slachtoffer1] en/of die [slachtoffer2] door die auto en/of materiaal van die auto en/of die woning en/of zich in die woning bevindende goederen zijn/is geraakt, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer1] is overleden en/of voornoemde [slachtoffer2] een of meer botbreuken en/of bloedingen (in lies en/of buik) en/of een perforatie van een darm en/of een bloedvergiftiging en/of een afsterving van een of meer darmen heeft bekomen, tengevolge waarvan die [slachtoffer2] is overleden, in elk geval zodanig letsel heeft bekomen, tengevolge waarvan die [slachtoffer2] is overleden;

(art. 287 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 januari 2011 te [plaats] als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de [straatnaam], zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, immers heeft verdachte roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

als bestuurder van een auto met die auto met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, althans met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan of (in verband met een scherpe bocht) werd geadviseerd, althans met een (veel) hogere snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was (terwij1 het wegdek glad/bevroren was en/of een of meer van de banden van de door hem bestuurde auto onvoldoende profilering hadden), terwijl verdachte (sterk) onder invloed was van alcoholhoudende drank en/of medicijnen (Ketonal), althans alcoholhoudende drank en/of medicijnen (Ketonal) had gebruikt en/of een einde aan zijn leven wilde maken en/of leed aan (ernstige) misselijkheid en/of hoofdpijn en/of depressiviteit, althans (ernstige) lichamelijke en/of geestelijke klachten had en/of terwijl verdachte telefoneerde, althans een telefoon in zijn hand had, over die weg gereden en/of (daardoor) de controle over zijn voertuig heeft verloren, waarbij verdachte van de weg is geraakt en/of (vervolgens) (met hoge snelheid) met die auto is binnengereden/binnengekomen in een woning (aan de [straatnaam]), waar op dat moment die [slachtoffer1] en/of die [slachtoffer2] aanwezig waren/was, waardoor die [slachtoffer1] en/of die [slachtoffer2] door die auto en/of materiaal van die auto en/of die woning en/of zich in die woning bevindende goederen zijn/is geraakt,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer1] is overleden en/of voornoemde [slachtoffer2] een of meer botbreuken en/of bloedingen (in lies en/of buik) en/of een perforatie van een darm en/of een bloedvergiftiging en/of een afsterving van een of meer darmen heeft bekomen, tengevolge waarvan die [slachtoffer2] is overleden, in elk geval zodanig letsel heeft bekomen, tengevolge waarvan die [slachtoffer2] is overleden,

zulks terwijl verdachte verkeerde onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank of andere stof (medicijnen (Ketonal)), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten dat het gebruik daarvan –al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof- de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;

(art. 6 Wegenverkeerswet 1994)

Meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 januari 2011 te [plaats] als bestuurder van een voertuig (auto), daarmee rijdend op de weg, de [straatnaam],

als bestuurder van een auto met die auto met een snelheid van ongeveer 100 kilometer per uur, althans met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan of (in verband met een scherpe bocht) werd geadviseerd, althans met een (veel) hogere snelheid dan voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was (terwij1 het wegdek glad/bevroren was en/of een of meer van de banden van de door hem bestuurde auto onvoldoende profilering hadden), terwijl verdachte (sterk) onder invloed was van alcoholhoudende drank en/of medicijnen (Ketonal), althans alcoholhoudende drank en/of medicijnen (Ketonal) had gebruikt en/of een einde aan zijn leven wilde maken en/of leed aan (ernstige) misselijkheid en/of hoofdpijn en/of depressiviteit, althans (ernstige) lichamelijke en/of geestelijke klachten had en/of terwijl verdachte telefoneerde, althans een telefoon in zijn hand had, over die weg gereden en/of (daardoor) de controle over zijn voertuig heeft verloren, waarbij verdachte van de weg is geraakt en/of (vervolgens) (met hoge snelheid) met die auto is binnengereden/binnengekomen in een woning (aan de [straatnaam]), waar op dat moment die [slachtoffer1] en/of die [slachtoffer2] aanwezig waren/was, waardoor die [slachtoffer1] en/of die [slachtoffer2] door die auto en/of materiaal van die auto en/of die woning en/of zich in die woning bevindende goederen zijn/is geraakt,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

(art. 5 Wegenverkeerswet 1994)

2.

hij op of omstreeks 29 januari 2011 te [plaats] als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op en/of nabij de [straatnaam], de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden een ander, te weten [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] schade was toegebracht en/of die [slachtoffer1] was gedood en/of aan die [slachtoffer2] (zeer ernstig) letsel was toegebracht, waarbij verdachte naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden die [slachtoffer2] in een hulpeloze toestand heeft achtergelaten.

(art. 7 lid 1 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994)