Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BV7175

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-02-2012
Datum publicatie
28-02-2012
Zaaknummer
371155 / HA ZA 11-218
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Borgtocht. Geldige en onvoorwaardelijke borgtocht overeengekomen? Beroep op ontbreken verzuim hoofdschuldenaar. Dient schuldeiser (eerst) beroep op overeengekomen levering van aandelen in kapitaal hoofdschuldenaar te doen? Verzuim borg en wettelijke rente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 371155 / HA ZA 11-218

Vonnis van 8 februari 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LICHT BEHEER B.V.,

gevestigd te Zwaag,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A.J. Beljaars - Vink te Breda,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEESPIERSON INFORMAL OPPORTUNITY FUND B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. S.D. Kerkhof te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Licht Beheer en MPF genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 januari 2011, met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties;

- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, met producties;

- de conclusie van dupliek in conventie, met producties.

MPF heeft een aantal stukken betreffende de door Licht Beheer ten laste van MPF gelegde conservatoire beslagen in het geding gebracht.

MPF heeft afgezien van het nemen van een conclusie van repliek in reconventie, waarna Licht Beheer niet heeft gedupliceerd in reconventie.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast.

Licht Beheer houdt alle aandelen in he[X]ij X] (hierna: [X]). [X] drijft een groothandel in verlichting.

MPF houdt 95,1% van de aandelen in het kapitaal van Light Hold B.V. (hierna: Light Hold), welke vennootschap op haar beurt alle aandelen houdt in het kapitaal van Lampenier B.V. (hierna: Lampenier) en After Dark B.V., thans genaamd European Light Services B.V. (hierna: After Dark). De overige aandelen in het kapitaal van Light Hold worden gehouden door 4Capitalview B.V. (hierna: 4Capitalview).

Op 25 maart 2006 hebben Licht Beheer en [X] enerzijds en MPF, Light Hold, Lampenier, After Dark en 4Capitalview anderzijds een "overeenkomst van achtergestelde lening, inkoop en fusie" ondertekend (hierna: overeenkomst I). Overeenkomst I werd gesloten omdat partijen een intensievere samenwerking wensten te bereiken. Dit doel zou worden gerealiseerd doordat Light Hold de aandelen in het kapitaal van [X] zou verwerven en Licht Beheer op haar beurt een substantieel aantal aandelen in het kapitaal van Light Hold (hierna: de fusie).

Overeenkomst I luidt, voor zover van belang, als volgt:

"(...)

In aanmerking nemende dat

(...)

d. Uitsluitend in het kader van de fusie en de bereidheid van Light Hold haar afname van producten door middel van After Dark en Lampenier bij Licht Beheer substantieel te verhogen, is Licht Beheer bereid aan Light Hold een geldlening te verstrekken die zal worden achtergesteld;

(...)

1. Geldlening

1.1. Licht Beheer stelt hierbij ten titel van Geldlening (hierna: overeenkomst van Geldlening) aan Light Hold beschikbaar, gelijk Light Hold hierbij verklaart ten titel van geldlening van Licht Beheer ontvangen te hebben en aan Licht Beheer schuldig te zijn, een bedrag groot EUR 520.000,00 (zegge: vijfhonderdtwintigduizend EURO), hierna: de "Hoofdsom". Light Hold zal aan Licht Beheer een afsluitprovisie betalen van EUR 20.000,00, welke afsluitprovisie op de Hoofdsom in mindering zal worden gebracht, hetgeen betekent dat Light Hold een bedrag van EUR 500.000,00 van Light Beheer zal ontvangen.

1.2. De Hoofdsom (minus de afsluitprovisie van EUR 20.000,00) wordt door Licht Beheer aan Light Hold ter beschikking gesteld binnen vijf werkdagen na ondertekening van deze overeenkomst middels overmaking (...).

2. Rente

2.1. Light Hold verbindt zich jegens Licht Beheer over de Hoofdsom, althans het niet afgeloste deel daarvan, een rente te zullen betalen ter hoogte van 6,5 % per jaar.

2.2. De ingevolge artikel 2.1. verschuldigde rente zal ieder kwartaal, voor het eerst op 30 juni 2006 over het verstreken kwartaal worden voldaan door Light Hold op een bankrekening van Licht Beheer.

(...)

3. Looptijd

De geldlening wordt verstrekt voor een periode van ten hoogste 24 maanden ingaande op datum ondertekening en in elk geval eindigende 14 dagen voorafgaand aan de dag waarop de notariële akten zullen worden verleden van overdracht van aandelen [X] aan Light Hold en een nog nader te bepalen aantal aandelen Light Hold aan Licht Beheer (hierna de Looptijd).

4. Aflossing

4.1. Light Hold zal de hoofdsom en de alsdan daarover verschuldigde rente binnen 5 werkdagen na het verstrijken van de looptijd voldoen, zulks door overboeking van de Hoofdsom vermeerderd met rente aan Licht Beheer (hierna: aflossingsdatum).

(...)

4.4. De aandeelhouders van Light Hold verplichten zich hierbij pro rata parte aandelen Light Hold aan Licht Beheer in eigendom over te dragen indien Light Hold op de aflossingsdatum niet aan haar verplichtingen voldoet.

De door de meest gerede partij aan te wijzen onafhankelijke deskundige bepaalt voor partijen bindend de waarde van een aandeel Light Hold per 31 december 2007. Licht Beheer ontvangt onder het verlenen van kwijting voor de verplichtingen uit de geldlening jegens Light Hold van de aandeelhouder zoveel aandelen als de uitkomst is van de breuk:

Geldlening (restant hoofdsom) + rente

Waarde van een aandeel Light Hold

(...)".

Overeenkomst I is op 14 februari 2008 vervangen door een nieuwe overeenkomst (hierna: overeenkomst II) in verband met wijzigingen in de waardebepalingen van de aandelen zoals deze in overeenkomst I waren opgenomen. De hierboven geciteerde artikelen uit overeenkomst I zijn vrijwel gelijk gebleven, met dien verstande dat in artikel 1.2 het woord "wordt" is vervangen door "is" en dat in artikel 3 de ingangsdatum wordt gesteld op "stortingsdatum". Artikel 8.7 van overeenkomst II houdt onder meer in:

"(...)

b.1. De aandeelhouder van Light Hold zullen de op enig moment optredende tekorten in de liquiditeit van Light Hold, terstond aanzuiveren door middel van het verstrekken van een achtergestelde lening aan Light Hold tegen een rentevergoeding van 6,0% 's-jaars onder de verplichting dat de aflossing van die achtergestelde lening zo spoedig mogelijk doch niet voordat de geldlening als genoemd in artikel 1 (Geldlening) is afgelost, zal plaatsvinden uit de overtollige kasmiddelen. Of sprake is van een te kort aan liquiditeit wordt beslist door de Lampenier die zich bij haar besluitvorming mede laat leiden door de belangen van Licht Beheer en [X].

b.2. Light Hold BV heeft de voorkeur om de schuld aan [X] en het benodigde werkkapitaal met bankfinanciering aan 'Light Hold BV New' te herfinancieren. Voorafgaand aan de executie van bovenstaande bepaling, onder sectie b.1., zal Light Hold BV een bankfinanciering voor de combinatie regelen. In dat geval zal dit verrekend worden in de uitruil van aandelen ten gunste van [X] BV. Indien dit onverhoopt niet lukt dan treedt sectie b.1. in werking.

(...)".

Een brief van 17 maart 2008 van [X]/Licht Beheer aan Light Hold houdt onder meer in:

"(...)

In de overeenkomst van geldlening, inkoop en fusie d.d. 25 maart 2006 is bepaald dat het door Licht Beheer ter leen verstrekte bedrag vermeerderd met rente uiterlijk wordt terugbetaald op 30 maart 2008 (artikel 4.1). Het lijkt mij goed hier vast te leggen dat ik hecht aan betaling op de overeengekomen uiterste datum en geen uitstel accepteer. Indien betaling derhalve niet heeft plaatsgevonden voor 31 maart 2008 is Light Hold in verzuim. Als die onverhoopte situatie zich voordoet, zal ik u laten weten of ik een beroep doe op artikel 4.4 en levering van de aandelen Light Hold wens.

(...)".

Een brief van 20 maart 2008 van Light Hold aan [X]/Licht Beheer houdt onder meer in:

"(...)

Naar aanleiding van bovengenoemd schrijven reageren wij als volgt;

In de overeenkomst van 14 februari 2008 zijn wij overeengekomen dat Light Hold B.V. de financiering van de activiteiten alsmede de terugbetaling van de door u verstrekte lening, zoveel mogelijk bancair zou (her)financieren. (Art. 8.7.b.2.)

Aangezien de fusie tussen onze beide ondernemingen is vastgelegd, dienen wij om tot een herfinanciering te kunnen komen, te kunnen beschikken over de actuele financiële informatie van uw onderneming. (...)

(...)

Omdat wij ook per vandaag nog steeds niet kunnen overzien wanneer wij alsnog over de benodigde informatie kunnen beschikken, verzoeken u om ons uitstel tot terugbetaling van de lening te verlenen tot twee maanden na de datum dat u ons de benodigde financiële informatie heeft verstrekt. Wij rekenen op uw medewerking en zien de informatie graag tegemoet.

(...)".

Per 1 april 2008 is de geldlening van Licht Beheer aan Light Hold zoals bedoeld in overeenkomsten I en II (hierna: de geldlening) opeisbaar geworden.

Een e-mail van 22 april 2008 van [X]/Licht Beheer aan Light Hold houdt onder meer in:

"(...)

Zoals afgesproken neem jij ons voorstel vanavond door, morgenochtend vernemen wij van jou of dit geaccepteerd wordt of niet.

Mocht dit niet geaccepteerd worden zouden wij graag direct in een gesprek met o.a. de commissarissen over hoe verder te handelen en met elkaar om te gaan. Wij zullen in dat geval bestuurder(s), R.v.C. en alle aandelenhouders cq. bestuurders van aandeelhouders, aanspreken.

Wij zullen o.a. vragen om de aandelen over te dragen. (art. 4.4) en liquiditeit terstond aan te zuiveren (art 8.7.b.1) van lighthold (520K plus rente) en diens dochter (minimaal voor het openstaande bedrag aan [X] 700K) een en ander is vastgelegd in de U bekende overeenkomst.

(...)".

Een e-mail van 23 april 2008 10.05 uur van Light Hold aan [X]/Licht Beheer aan houdt onder meer in:

"(...)

In navolging van ons gesprek van vorige week, naar aanleiding van het verstrijken van de terugbetalingstermijn van de achtergestelde lening van 520K en de voortgang van de fusie tussen Lampenier en [X], hebben wij als Light Hold B.V. een voorstel gedaan. In dit voorstel is aangegeven op welke wijze wij de vordering van 520K wensen te verrekenen in aandelen Light Hold B.V. Omdat daarnaast de balans van de door ons ingebrachte onderneming een lagere solvabiliteit heeft dan 20%, hebben we in ons voorstel daarvoor een compensatie aangeboden in het aandelenbelang. Naast de verrekeningen van voorgaande punten in het aandelenbelang hebben we tevens aangegeven op welke wijze wij de nieuwe gefuseerde onderneming zouden willen (her)financieren.

Eind vorige week heb je ons laten weten dat Licht Beheer B.V. ons voorstel integraal afwijst, (...)

Wij hebben het voorstel bekeken en zijn tot de conclusie gekomen dat wij hier niet zondermeer op in kunnen gaan. Er is overeengekomen dat uw lening zou worden verrekend in het aandelenbelang van de fusie op het moment dat Light Hold niet in staat zou zijn om deze terug te betalen. Dit hebben we inmiddels reeds aangeboden. Overigens hebben we bij ons voorstel over de financiering van de combinatie de terugbetaling van uw lening meegefinancierd, echter aan deze herfinanciering wilt u niet meewerken.

(...)".

Een e-mail van 23 april 2008 16.55 uur van [X]/Licht Beheer aan Light Hold houdt onder meer in:

"(...)

Ik wil even kort reageren op jouw mail.

Het voorstel dat door jullie gedaan is komt niet overeen met de overeenstemming die wij op papier hebben. (...)

Ook stelt u dat er is aangeboden om aandelen over te dragen. Dit voorstel heeft ons nooit bereikt? Overigens stellen wij het in dit stadium meer op prijs als de aandeelhouders het tekort in liquiditeit middels een achtergestelde lening aanzuiveren (dit is ook afgesproken in de overeenkomst).

Verder stelt u dat het voorstel is bekeken en niet is aangenomen, bovendien stelt U dat het is overeengekomen dat mijn lening wordt verrekend in het aandelenbelang van de fusie. Dit is onjuist. (...)

(...)".

Bij brief van 2 mei 2008 heeft MPF Licht Beheer, voor zover van belang als volgt

bericht:

"(...)

Lening ad. 520K van Licht Beheer aan Light Hold

De lening van Licht Beheer B.V. kan Light Hold, op dit moment, niet uit liquide middelen terug betalen. Daar is in onze geldleningsovereenkomst in voorzien; in het geval dat Light Hold de lening niet zou kunnen terugbetalen zou deze worden verrekend in de aandelenverdeling. Licht Beheer geeft er echter de voorkeur aan om de lening met twee jaar te verlengen tegen 6 % rente per jaar en dat deze lening wordt afgedekt door een corporate quarantee van de aandeelhouder van Light Hold.

(...)

Stappen in de Fusie:

(...)

4. Bij het effectueren van de fusie zijn wij bereid om pro rata parte borg te staan voor de (her)financiering en koopsomfinanciering, alsmede de door u verstrekte geldlening aan Light Hold B.V. Over twee jaar lost Light Hold de lening van 585K (520K vermeerderd met rente) uit de ontvangen dividenden. In het geval dat Light Hold niet kan betalen dan treedt de garantie van de aandeelhouder van Light Hold in werking.

Overige voorwaarden:

a. Uiterlijk 15 mei 2008 dient er overeenstemming te zijn tussen partijen over de aandelenverdeling, de stappen in het fusieproces, de tijdslijn en de bancaire herfinanciering.

b. (...)

c. Op het moment dat de aandeelhouder van Light Hold een corporate quarantee verstrekt aan Licht Beheer inzake de terugbetaling van 520.000,00 vervallen daarmee alle (toekomstige) claims van Licht Beheer of [X] jegens Light Hold BV of MPF (...).

d. Indien er uiterlijk 15 mei 2008 geen overeenstemming is bereikt op 15 mei 2008 over de fusie zoals omschreven in punt a. gaan we niet fuseren en vervalt de fusieovereenkomst (...).

e. Indien [X] akkoord gaat met bovenstaande afspraken dan vervangen deze de betreffende bepalingen in de geldlenings- en fusieovereenkomst.

(...)."

Bij brief van 5 mei 2008 heeft MPF Licht Beheer, voor zover van belang, als volgt bericht:

"(...)

Naar aanleiding van het gesprek op donderdagavond 24 april jl. zenden wij u hierbij de garantiestelling van MeesPierson Informal Opportunity Fund ("MPF") jegens Licht Beheer BV, inzake de door Licht Beheer BV aan Light Hold BV verstrekte geldlening van 520K en de overeengekomen rente.

MPF staat garant jegens Licht Beheer BV voor het bedrag van maximaal EUR 585.000 (EUR 520.000 + rente), indien Light Hold BV -binnen twee jaar na datum van fusie- niet (of gedeeltelijk) in staat blijkt te zijn om dit bedrag af te lossen uit de ontvangen bedragen (dividenden en aflossingen) van de fusiecombinatie. In dat geval kan Licht Beheer na deze periode een beroep doen op de garantie van MPF voor dat deel dat nog niet is afgelost.

Bovenstaande garantie gaat in per datum van heden, maar vervalt indien de beoogde fusie niet doorgaat.

(...).".

MPF heeft [X]/Licht Beheer bij e-mail van 7 mei 2008, voor zover van belang, als volgt bericht:

"(...)

Wij zijn bezig met het opstellen van de garantiestelling. Voordat wij deze naar jullie toezenden willen wij graag

van jullie de volgende verklaring ontvangen, namelijk:

"dat u akkoord gaat met het feit dat de fusie zoveel mogelijk door bankkrediet wordt gefinancierd en dat

MeesPierson Informal Opportunity Fund BV ("MPF") het initiatief heeft in de totale financieringsaanvraag.

Voorts dat u akkoord gaat met het feit dat partijen het aan de bank zullen overlaten hoe hoog de garantiestelling

van MPF jegens de bank moet zijn."

Indien jullie hiermee akkoord gaan, dan kunnen jullie deze mail voor akkoord ondertekenen en retourneren.

(...)".

Een e-mail van 8 mei 2008 12.22 uur van [X]/Licht Beheer aan Light Hold houdt onder meer in:

"(...)

Ik heb je e-mail van gisteren ontvangen. Een uitgebreid verhaal, ik heb dit ook nog niet in het geheel kunnen (laten) beoordelen.

Zoals je weet is het voor ons van belang dat er eerst een harde garantie komt; deze stond er nog niet in.

Zou jij de concepttekst van deze garantie naar ons willen mailen, zodat wij kunnen beoordelen of deze garantie 'hard genoeg' is

Ook zou ik graag de cijfers ontvangen van MPF per 31-12-2007 (de garantiegever).

In het geval wij bereid zijn te verklaren dat wij akkoord gaan met een fusie die zoveel mogelijk door bankkrediet wordt gefinancierd, willen wij echter wel betrokken blijven bij de totale financieringsaanvraag. Welke garanties er over en weer gegeven moeten worden, dient dan nog nader ingevuld te worden.

(...)".

Bij e-mail van 8 mei 2008 14.56 uur heeft MPF [X]/Licht Beheer, voor zover van belang, als volgt bericht:

"(...)

Hierbij de tekst van de borgstelling. Verder verplichten wij ons tot het tekenen van een eigen

vermogensinstandhoudingsverklaring van 585 K.

Wij willen jou verzoeken om middels ondertekening van mijn email van gisteravond akkoord

te gaan met onze wens om de transactie zoveel mogelijk met bankfinanciering te realiseren.

Daarna zullen wij bijgesloten borgstelling getekend naar jou toezenden.

(...)."

Bij e-mail d.d. 8 mei 2008 17.39 uur heeft [X]/Licht Beheer MPF, voor zover van belang, als volgt bericht:

"(...)

Ik heb enkele opmerkingen over de borgstelling:

(...)

e) ik wil middels een ondertekening van mijn mail eerder vandaag akkoord gaan met jullie

wens om de transactie zoveel mogelijk met bankfinanciering te realiseren nadat wij de

garantie hebben ontvangen.

(...)".

Op 9 mei 2008 heeft MPF Licht Beheer een brief gestuurd waarin, voor zover van

belang, het volgende is opgenomen:

"(...)

Betreft: borgstelling

(...)

BORGSTELLING

MeesPierson Informal Opportunity Fund BV staat jegens Licht Beheer BV middels deze borgstelling garant voor het bedrag van maximaal EUR 585.000 (EUR 520.000,00 plus rente), indien Light Hold BV -binnen twee jaar per datum van heden- niet (of slechts gedeeltelijk) in staat blijkt te zijn om dit bedrag af te lossen. In dat geval kan Licht Beheer BV na afloop van deze periode van twee jaar een beroep doen op de borgstelling van MeesPierson Informal Opportunity Fund BV voor dat deel dat nog niet is afgelost.

De borgstelling gaat in per datum van heden.

EIGEN VERMORGEN INSTANDHOUDINGSVERKLARING

Indien MeesPierson Informal Opportunity Fund BV gedurende de looptijd van de borgstelling overgaat tot gehele of gedeeltelijke verkoop van haar deelnemingen, dient zij gedurende de looptijd van de borgstelling voor een minimale tegenwaarde van € 285.00 aan liquiditeiten en/of andere vrije middelen aan te houden of zoveel als Light Hold BV jegens Licht Beheer BV uit hoofde van de achtergestelde geldlening (+rente) nog verschuldigd is.

De eigen vermogen instandhoudingverklaring gaat in per datum van heden.".

Bij e-mail van 14 mei 2008 heeft MPF aan Licht Beheer/[X] informatie gezonden betreffende de waarde van haar portefeuille.

Een e-mailbericht van 20 mei 2008 van MPF aan de financieel adviseur van Licht Beheer houdt onder meer in:

"(...)

Hierbij zenden wij de borgstellingen van MPF.

Daarnaast willen wij nog de volgende verklaring van Licht Beheer/[X] BV ontvangen, namelijk:

"dat u akkoord gaat met het feit dat de fusie zoveel mogelijk door bankkrediet wordt gefinancierd en dat MeesPierson Informal Opportunity Fund BV ("MPF") het initiatief heeft in de totale financieringsaanvraag. Voorts dat u akkoord gaat met het feit dat partijen het aan de bank zullen overlaten hoe hoog de garantiestelling van MPF jegens de bank moet zijn.".

Een e-mail van 17 september 2008 van MPF aan [X]/Licht Beheer houdt onder meer in:

"(...)

Fusie Lampenier en [X]

Gedurende de zomermaanden hebben wij en u hard gewerkt aan de totstandkoming van een bancaire faciliteit voor de totale herfinanciering van zowel Lampenier en [X]. Ondanks de grote inspanningen die zijn geleverd moeten we helaas tot de conclusie komen dat de fusie, op dit moment, niet financierbaar is. Om niet langer tot elkaar veroordeelt te zijn, waardoor beide organisaties elkaar in een soort houtgreep houden moet er kapitaalsversterking komen van buitenaf. Om praktische redenen stellen wij voor om het fusieproces daarom te beëindigen zodat we ons beide kunnen richten op onze eigen bedrijfsvoering en de winstgevendheid van de beide ondernemingen.

Lening Licht Beheer B.V.

In de eerdere gesprekken over de fusie hebben wij aangegeven dat de aandeelhouder van Lampenier B.V. bereid is om zich borg te stellen voor de door Licht Beheer B.V. verstrekte lening van Euro 520.000,00 en de daarover verschuldigde rentes. Dit betekent dat als Lampenier niet in staat zou blijken te zijn om deze lening binnen twee jaar af te lossen, deze verplichting over zou gaan naar MeesPierson Informal Opportunity Fund B.V. In het kader van de samenwerking en de huidige situatie waarin wij samen verkeren, is MPF bereid om deze borgstelling ook in het geval dat de fusie geen doorgang vind, in te vullen jegens Licht Beheer. Wij zullen u een voorstel doen toekomen over hoe MPF dit wil invullen.

(...)".

Het fusieproces is in het najaar van 2008 gestaakt.

Op 25 november 2008 is het faillissement van Lampenier uitgesproken.

Licht Beheer en [X] hebben Light Hold, After Dark, MPF en 4Capitalview in een arbitrageprocedure betrokken. In deze arbitrageprocedure vorderden Licht Beheer en [X] ondermeer terugbetaling van de geldlening en schadevergoeding. Daarnaast hebben zij een beroep gedaan op de borgstelling zoals neergelegd in de brief van 9 mei 2008 ingeroepen (hierna: de borgstelling). Bij arbitraal vonnis van 11 februari 2010 heeft de arbiter zichzelf onbevoegd geoordeeld om kennis te nemen van de vordering betrekking hebbend op de borgstelling. Op 19 augustus 2010 is arbitraal (eind)vonnis gewezen. Dit vonnis luidt voor zover thans van belang:

"(...)

3.2 De Geldlening

De Geldlening, alsmede de contractuele voorwaarden daarvan, staan tussen partijen vast.

Wat er zij van de precieze datum waarop de lening verviel (...), het staat vast dat de vervaldag inmiddels verstreken is en dat de Geldlening niet is terug betaald. De lening liep voor een tijd van 24 maanden. Daarover bestaat geen geschil. Zij vervalt dus na twee jaar. De Arbiter gaat er, op grond van het over en weer gestelde en de in dat verband overgelegde stukken van uit dat de lening verviel met ingang van 1 april 2008.

(...)

Ter afwering van de vordering tot terugbetalen beroepen Verweersters zich verder op art. 4.4 Overeenkomst 2. In plaats van een verplichting tot betaling van een geldsom bestaat, volgens Verweersters, slechts een, op de aandeelhouders van Light Hold rustende, verplichting tot levering van aandelen in Light Hold.

De Arbiter volgt deze redenering niet. Light Hold heeft de lening afgesloten en het bedrag ervan ontvangen. Geen enkele bepaling in Overeenkomst 2 bevrijdt Light Hold van de verplichting de lening terug te betalen. Vast staat dat de vervaldatum verschenen is en dat geen verlenging daarvan is overeengekomen. Light Hold is dan ook de volle hoofdsom en de rente in Euro's verschuldigd.

De volgende vraag is of de aandeelhouders, zijnde Verweersters 3 en 4 [MPF en 4Capitalview, rechtbank], ook een geldsom verschuldigd zijn of alleen aandelen, zoals Verweersters betogen. Zij beroepen zich hierbij op de tekst van art. 4.4 van Overeenkomst 2, die duidelijk is althans lijkt te zijn. Bij nadere beschouwing komt deze de Arbiter als niet erg inhoudsvol en zelfs onduidelijk voor. De bedoeling kan niet anders zijn geweest dan de Geldgever zekerheid te bieden voor het geval Light Hold haar betalingsverplichting niet nakomt. Dit zal met name het geval zijn wanneer Light Hold in financieel moeilijke omstandigheden verkeert. Op dat moment zouden haar aandelen echter ook wel eens weinig waarde kunnen hebben. Dit wordt in het bijzonder duidelijk wanneer naar de tussentijdse mogelijkheden van opeising gekeken wordt, zoals voorzien in art. 6.1. In de daar genoemde gevallen zullen de bedoelde aandelen weinig of zelfs geen waarde meer hebben. De verpichting tot leveren van de aandelen zal dan al snel weinig met de werkelijke waarde van de aandelen te maken hebben. Er zijn ook wel andere gevallen denkbaar maar het voorgaande leidt tot de vaststelling dat artikel 4.4 een bepaling is zonder veel werkelijke inhoud, in die zin dat Verweersters 3 en 4 in concreto weinig werkelijke zekerheid hebben geboden. Nu deze bepaling echter ook letterlijk hetzelfde in Overeenkomst 1 is opgenomen en partijen deze bewoordingen kennelijk aldus hebben gewild, gaat het de Arbiter te ver om door interpretatie de op zichzelf duidelijke tekst van artikel 4.4 te wijzigen of aan te vullen.

De conclusie is dat Light Hold veroordeeld zal worden om het volle bedrag van de lening (EUR 520.000 met rente a 6,5% vanaf 1 april 2008 (...)), terug te betalen terwijl Verweersters 3 en 4 tot nakoming van het in artikel 4.4 verwoorde veroordeeld zullen worden.

(...)

De Arbiter, recht doende als goede man naar billijkheid,

- veroordeelt Verweerster 1 (Light Hold BV) te betalen, tegen bewijs van kwijting, aan Eiseressen [Licht Beheer en [X], rechtbank] de som van EUR 520.000 vermeerderd met de overeengekomen rente ad 6,5% vanaf 1 april 2008 tot en met de dag van volledige betaling, onder aftrek van EUR 33.800 aan rente die reeds betaald is;

- veroordeelt Verweerster 3 (MeesPierson Informal Opportunity Fund BV) en Verweerster 4 (4capitalview BV) ieder voor het geheel, maar dusdanig dat als de een voldoet de ander voor dat deel niet meer hoeft te voldoen, over te dragen zoveel aandelen in het aandelenkapitaal van Light Hold BV, berekend volgens de wijze overeengekomen in artikel 4.4 van Overeenkomst 2, als overeenkomt met het bedrag dat Light Hold te kort zal schieten te voldoen onder de hierboven uitgesproken veroordeling;

(...)".

Het arbitrale vonnis van 19 augustus 2010 is op 30 september 2010 gerectificeerd in die zin dat de ingangsdatum van de door Light Hold verschuldigde rente 1 april 2006 in plaats van 1 april 2008 is.

4Capitalview heeft bij dagvaarding van 12 november 2010 gevorderd het arbitrale vonnis van 19 augustus 2010 partieel te vernietigen voor zover het betreft haar veroordeling tot overdracht van aandelen alsmede de beslissingen ten aanzien van de proceskosten, op de grond dat die veroordeling ten opzichte van haar niet was gevorderd. Bij vonnis van

15 juni 2011 heeft de rechtbank Amsterdam het gevorderde toegewezen en het arbitrale vonnis van 30 september 2010 voor zover het de veroordeling van 4Capitalview tot levering van aandelen, alsmede de proceskostenveroordelingen betreft, vernietigd. MPF heeft bij dagvaarding van 29 november 2010 een vergelijkbare vernietigingsvordering ingesteld.

Bij brief van 22 april 2010 heeft de advocaat van Licht Beheer MPF verzocht uiterlijk op 10 mei 2010 uit hoofde van de borgstelling € 585.000,00 te voldoen, bij gebreke waarvan een vordering in kort geding zal worden ingesteld.

Licht Beheer heeft MPF tweemaal gedagvaard in kort geding en betaling van het thans gevorderde bedrag gevorderd. Deze procedures hebben geleid tot kortgedingvonnissen van 5 juli 2010 en 22 november 2010. Bij deze vonnissen zijn de vorderingen van Licht Beheer afgewezen wegens - kort gezegd - het ontbreken van (voldoende) spoedeisend belang daarbij.

Op 15 februari 2011 is het faillissement van Light Hold uitgesproken.

De vordering in conventie

De vordering in conventie luidt om MPF, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van

€ 585.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

10 mei 2010, met veroordeling van MPF in de proceskosten, nakosten en beslagkosten daaronder begrepen.

Licht Beheer heeft aan haar vordering - verkort weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd.

MPF heeft op 9 mei 2008 een onvoorwaardelijke borgstelling ten gunste van Licht Beheer afgegeven voor de terugbetaling van de geldlening die Licht Beheer aan Light Hold heeft verstrekt (hierna: de geldlening).

Light Hold is, zoals ook uit het arbitrale vonnis blijkt, verplicht tot terugbetaling van de geldlening. Zij is hiertoe niet in staat.

MPF is wettelijke rente verschuldigd vanaf 10 mei 2010.

Het verweer in conventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, van Licht Beheer in de proceskosten, nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met wettelijke rente.

MPF heeft daartoe - verkort weergegeven - het volgende aangevoerd.

Er is geen borgstelling tot stand gekomen. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de voorwaarden voor afgifte en geldigheid van de borgstelling. De door MPF aan de verstrekking van de borgstelling verbonden voorwaarden zagen onder meer op de verlenging van de looptijd van de geldlening. Partijen hebben nooit overeenstemming bereikt over verlenging van de geldlening en aan deze voorwaarde is ook niet voldaan. Een andere door MPF gestelde voorwaarde was dat Licht Beheer zich er mee akkoord zou verklaren dat de fusie zoveel mogelijk door bankfinanciering gerealiseerd zou worden. Ook over deze voorwaarde is geen overeenstemming bereikt, noch is daaraan voldaan.

Uit de tekst van de borgstelling volgt dat Licht Beheer daarop slechts een beroep toekomt indien en zodra Light Hold in verzuim is ten aanzien van haar verplichtingen uit hoofde van de geldlening. De borgtocht dient los te worden gezien van overeenkomsten I en II - nu deze verschillende contractspartijen kennen - en heeft geen invloed op de in die overeenkomsten neergelegde modaliteiten van nakoming. Eén van de manieren om die overeenkomsten na te komen is levering van aandelen in Light Hold aan Licht Beheer. Light Hold verkeert niet in verzuim nu zij kan voldoen aan haar verplichting uit de overeenkomst om aandelen Light Hold te leveren.

Licht Beheer heeft zich niet voldoende ingespannen om te voorkomen dat zij Licht Beheer onder de borgtocht dient aan te spreken. Een schuldeiser die tekort ziet in die verplichting, is schadeplichtig jegens de borg. Licht Beheer heeft meerdere malen levering van aandelen in Light Hold van de hand gewezen. Dat de aandelen geen waarde (meer) vertegenwoordigen doet aan het voorgaande niet af. Licht Beheer zou op grond van artikel 4.4 van overeenkomsten I en II alle aandelen in Light Hold kunnen verkrijgen.

Indien MPF al als borg kan worden aangesproken, is zij slechts wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment dat zijzelf in verzuim is. MPF is niet ingebrekegesteld, althans haar is geen redelijke termijn voor nakoming gesteld. De brief van 22 april 2010 is verzonden voordat de verplichting van MPF intrad, te weten 10 mei 2010.

De vordering in reconventie

De vordering in reconventie luidt om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de door Licht Beheer gelegde conservatoire beslagen op te heffen, met veroordeling van Licht Beheer in de proceskosten, nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met wettelijke rente.

MPF heeft aan haar vorderingen, naast hetgeen zij in reconventie heeft aangevoerd, - verkort weergegeven - ten grondslag gelegd dat Licht Beheer geen vordering op haar heeft en dat de beslagen derhalve onrechtmatig zijn gelegd.

Het verweer in reconventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vorderingen in reconventie, met veroordeling, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, van MPF in de kosten van het geding.

Licht Beheer heeft aan het verweer, naast haar stellingen in conventie, - verkort weergegeven - aangevoerd dat zij terecht beslag heeft gelegd. Daarnaast voert zij aan dat MPF geen schade heeft geleden als gevolg van de beslagen, althans dat dit niet voldoende onderbouwd is gesteld en dat indien een vordering ter verzekering waarvan beslag is gelegd slechts gedeeltelijk wordt toegewezen, dit niet automatisch tot gevolg heeft dat het beslag ten onrechte is gelegd. Of sprake is van een vexatoir beslag dient te worden beoordeeld aan de hand van de criteria die gelden voor misbruik van recht, aldus Licht Beheer.

De beoordeling

in conventie

Licht Beheer grondt haar vordering op de borgstelling van 9 mei 2008. MPF betwist dat een geldige borgstelling is overeengekomen. Zij stelt dat zij aan de borgstelling voorwaarden heeft verbonden, waarover geen overeenstemming is bereikt en die niet zijn vervuld. Zij noemt daarbij concreet de voorwaarden dat de looptijd van de geldlening met twee jaar zou worden verlengd en dat Licht Beheer zich ermee akkoord zou verklaren dat de fusie zoveel mogelijk door bankfinanciering gerealiseerd zou worden. Zij verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar de onder 2.13 t/m 2.21 genoemde correspondentie tussen partijen.

Ten aanzien van de voorwaarde betreffende de verlenging van de looptijd van de geldlening beroept MPF zich op de brief van 2 mei 2008 en de tekst van de borgstelling. In genoemde brief heeft MPF aan Licht Beheer bericht de voorkeur te geven aan verlenging van de geldlening met twee jaar, waarbij een garantie wordt verstrekt door de aandeelhouder (MPF). Bij brief van 5 mei 2008 heeft zij vervolgens een borgstelling toegezonden, waarin is opgenomen dat MPF garant staat, indien Light Hold niet in staat is de geldlening binnen twee jaar na de fusie terug te betalen. In de tekst van de borgstelling van 9 mei 2008 is opgenomen dat Licht Beheer hierop een beroep kan doen indien Light Hold niet binnen twee jaar na de datum van de borgstelling in staat is om de geldlening terug te betalen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Licht Beheer uit de genoemde correspondentie niet behoeven af te leiden dat aan de op 9 mei 2008 toegezonden, ondertekende borgstelling de voorwaarde was verbonden dat de geldlening met twee jaar zou worden verlengd. MPF heeft onvoldoende duidelijk gemaakt dat haar in de brief van

2 mei 2008 genoemde "voorkeur" voor verlenging moest worden opgevat als een voorwaarde voor de borgstelling, te meer nu Licht Beheer bij brief van 17 maart 2008 aanspraak had gemaakt op terugbetaling van de geldlening vóór 31 maart 2008. MPF heeft immers, ondanks dat Licht Beheer zich niet expliciet akkoord heeft verklaard met verlening van de geldlening, de borgstelling toegezonden, zonder nog op de verlenging van de geldlening terug te komen. De verwijzing naar de tekst van de borgstelling kan MPF evenmin baten. De daarin opgenomen periode van twee jaar betreft immers niet de verlenging van de lening, maar het moment waarop een beroep kan worden gedaan op de borgstelling. De vraag of de geldlening zelf in die periode opeisbaar was, wordt daarmee niet beantwoord. Bovendien geldt dat in de tekst van de borgstelling die op 5 mei 2008 is toegezonden wordt uitgegaan van twee jaar na de fusie, terwijl het in de borgstelling van

9 mei 2008 om een periode van twee jaar na de datum van de borgstelling gaat. Ook daaruit volgt dat geen sprake was van een duidelijke, eenduidige voorwaarde.

Met betrekking tot de voorwaarde betreffende bancaire financiering van de fusie wordt als volgt overwogen. MPF heeft Licht Beheer meermalen verzocht om zich hiermee akkoord te verklaren door ondertekening van een e-mail terzake. Licht Beheer heeft dit niet gedaan. Zij heeft Licht Beheer in haar e-mail van 8 mei 2008 12.22 uur bericht dat zij eerst een harde garantie van MPF wenste en dat in het geval zij bereid zou zijn zich akkoord te verklaren met bancaire financiering, zij betrokken wil blijven bij de financieringsaanvraag. MPF heeft daarop bij haar email van 8 mei 2008 14.56 uur een nieuwe tekst van een borgstelling toegezonden. Daarnaast heeft zij Licht Beheer opnieuw verzocht zich akkoord te verklaren met bankfinanciering en bericht dat zij daarna de borgstelling getekend aan Licht Beheer zal toezenden. Licht Beheer heeft in haar e-mail van 8 mei 2008 17.39 uur enkele opmerkingen gemaakt ten aanzien van de borgstelling. Verder heeft zij bericht dat zij akkoord wil gaan met bankfinanciering nadat de garantie is ontvangen. Licht Beheer wilde derhalve een andere volgorde dan MPF had voorgesteld: eerst de (aangepaste en getekende) borgstelling en daarna akkoordverklaring. MPF heeft daarop de, naar aanleiding van de opmerkingen van Licht Beheer aangepaste en ondertekende, borgstelling van 9 mei 2008 aan Licht Beheer toegezonden. Zij heeft daarbij niet aangegeven dat deze pas geldig zou zijn nadat Licht Beheer zich akkoord had verklaard met bankfinanciering, noch opnieuw om deze akkoordverklaring gevraagd. Onder die omstandigheden mocht Licht Beheer er vanuit gaan dat de borgstelling geldig en onvoorwaardelijk was. Dat Licht Beheer na ontvangst van die borgstelling (mogelijk) gehouden was zich akkoord te verklaren met bankfinanciering, doet aan de geldigheid van de borgstelling niet af. Ook uit de correspondentie na 9 mei 2008 blijkt niet dat aan de borgstelling nog niet geldig was voordat akkoordverklaring had plaatsgevonden. In de e-mail van 14 mei 2008, waarbij de gegevens betreffende de waarde van de portefeuille van MPF zijn toegezonden, wordt niet meer over de akkoordverklaring gesproken. In de e-mail van 20 mei 2008, waarbij MPF de borgstelling aan de financieel adviseur van Licht Beheer heeft toegezonden, is weliswaar opnieuw verzocht om akkoordverklaring ten aanzien van bancaire financiering, daaruit blijkt echter niet dat die akkoordverklaring nog een voorwaarde was voor geldigheid van de reeds ondertekende en aan Licht Beheer toegezonden borgstelling.

Licht Beheer heeft voorts onbetwist gesteld dat zij er niet op tegen was dat MPF probeerde de fusie extern te financieren. Dit sluit aan bij de hiervoor onder 2.22 (eerste alinea) weergegeven e-mail van MPF van 17 september 2008. Daaruit kan worden afgeleid dat getracht is bancaire financiering voor de fusie te verkrijgen, maar dat dit niet is gelukt. MPF heeft nog gesteld dat uit die e-mail (tweede alinea) volgt dat slechts sprake was van een bereidverklaring van MPF om zich borg te stellen. Uit het hiervoor overwogene volgt echter dat Licht Beheer ervan mocht uitgaan dat de reeds op 9 mei 2008 toegezonden ondertekende borgstelling geldig was, zodat MPF daarop niet op 17 september 2008 kon terugkomen. Dat Licht Beheer - na aanvankelijke twijfel harerzijds - ook van een definitive borgstelling is uitgegaan volgt uit de omstandigheid dat zij geen nieuwe bezwaren heeft gemaakt ten aanzien van de (inhoud van) de borgstelling, dat zij haar eis van directe terugbetaling van de geldlening niet heeft gehandhaafd en dat partijen het fusieproces hebben voortgezet.

Uit het voorgaande volgt dat sprake is van een geldige, onvoorwaardelijke borgstelling. MPF heeft geen concrete feiten en/of omstandigheden gesteld op grond waarvan dit anders zou zijn, zodat aan bewijslevering ter zake niet wordt toegekomen.

MPF stelt evenwel dat Licht Beheer geen beroep op de borgstelling kan doen, omdat Licht Beheer niet in verzuim is. Zij voert daartoe aan dat Light Hold nog kan nakomen, door aandelen aan Licht Beheer te leveren. In beginsel kan MPF zich als borg op dit verweer van Light Hold jegens Licht Beheer beroepen. In de arbitrageprocedure is het verweer verworpen en is Light Hold veroordeeld tot betaling. Hoewel MPF ook partij was in die procedure (ter zake een andere vordering), heeft de uitspraak betreffende de vordering van Licht Beheer op Light Hold uit hoofde van de geldlening, alleen tussen die partijen gezag van gewijsde.

Vooropgesteld wordt dat in de borgstelling expliciet is opgenomen dat Licht Beheer daarop een beroep kan doen indien Light Hold niet of slechts gedeeltelijk in staat blijkt te zijn de geldlening af te lossen. Over de mogelijkheid tot aandelenlevering wordt niet gesproken. Dat is te meer van belang, nu ten tijde van het opstellen van de tekst van de borgstelling de termijn voor terugbetaling door Light Hold reeds was verstreken en uit de hiervoor onder 2.10 t/m 2.13 weergegeven correspondentie volgt dat partijen van mening verschilden over de vraag of de levering van aandelen Light Hold door MPF en 4Capitalview een keuze voor Licht Beheer betrof of een automatisme. Indien MPF had gewild dat de lening eerst zou worden verrekend met aandelen Light Hold voordat een beroep kon worden gedaan op de borgstelling, had zij dit expliciet aan Licht Beheer duidelijk moeten maken. Nu gesteld noch gebleken is dat zij dit heeft gedaan, mocht Licht Beheer er vanuit gaan dat artikel 4.4 van de overeenkomsten I en II niet in de weg zou staan aan een beroep op de borgstelling. MPF heeft nog gesteld dat de borgstelling geen invloed heeft op de verplichtingen tussen de partijen bij de overeenkomsten I en II. In de rechtsverhouding tussen Licht Beheer en MPF als borg en de vraag wanneer MPF als borg kan worden aangesproken, is de (inhoud van de) overeenkomst van borgtocht echter wel van belang.

Bij het voorgaande komt dat levering van aandelen Light Hold door haar aandeelhouders en niet door Light Hold zelf plaatsvindt zodat, anders dan MPF stelt, van de mogelijkheid tot nakoming door Light Hold in de vorm van aandelenlevering ook geen sprake kan zijn. Light Hold is in verzuim geraakt na het verstrijken van de in de overeenkomst II opgenomen termijn voor terugbetaling (zie ook hiervoor onder 2.7). Dat Licht Beheer op grond van artikel 4.4 aanspraak kon maken op levering van aandelen in Light Hold door MPF en 4Capitalview, doet dat verzuim niet eindigen. Licht Beheer kan derhalve een beroep doen op de borgstelling door MPF.

De stelling van MPF dat Licht Beheer zich onvoldoende heeft ingespannen om te voorkomen dat zij MPF onder de borgtocht diende aan te spreken doordat zij levering van aandelen in het kapitaal van Light Hold heeft geweigerd, kan evenmin slagen. Uit het voorgaande volgt immers dat de mogelijkheid tot aandelenlevering niet in de weg staat aan een beroep op de borgtocht. Er bestaat voorts geen algemene regel die meebrengt dat Licht Beheer eerst andere mogelijkheden tot voldoening van haar vordering dient te benutten, alvorens zij MPF als borg kan aanspreken. De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat een schuldeiser in strijd handelt met de redelijkheid en billijkheid door (eerst) de borg aan te spreken. In het onderhavige geval, waarin de tussen partijen voorgenomen fusie niet is doorgegaan en de aandelen Light Hold reeds voor en in elk geval na haar faillissement een geringe dan wel negatieve waarde hebben, kan niet gezegd worden dat Licht Beheer in strijd met de redelijk en billijkheid handelt door zich op de borgtocht en niet op levering van aandelen Light Hold te beroepen.

De conclusie is dat MPF gehouden is het in de borgstelling genoemde bedrag van

€ 585.000,00 aan Licht Beheer te betalen. Partijen twisten over de vraag of MPF wettelijke rente verschuldigd is over dat bedrag. Op grond van artikel 7:856 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de borg slechts wettelijke rente verschuldigd over het tijdvak dat hijzelf in verzuim is. Wanneer de borg in verzuim is wordt bepaald door de artikelen 6:81 e.v. BW. Nadat MPF bij conclusie van antwoord heeft gesteld dat zij niet geldig in gebreke is gesteld, heeft Licht Beheer bij conclusie van repliek gesteld dat de borgstelling een fatale termijn bevat, te weten 10 mei 2010 (twee jaar na de datum van de borgstelling). MPF heeft deze stelling bij conclusie van dupliek niet betwist, zodat deze vast staat. Gelet op deze fatale termijn is MPF op grond van artikel 6:83 sub a BW in verzuim geraakt, zonder dat een ingebrekestelling nodig was. MPF is dan ook wettelijke rente verschuldigd vanaf 10 mei 2010.

Licht Beheer heeft bij conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie de rechtbank verzocht een comparitie van partijen te bepalen en MPF te gelasten bescheiden in het geding te brengen. Zij wil op deze wijze informatie verkrijgen over de vermogenspositie van MPF en zij verwacht voorts dat MPF pleidooi zal vragen. Nu MPF geen pleidooi heeft gevraagd en de vordering van Licht Beheer bij dit vonnis zal worden toegewezen, wordt aan het verzoek voorbij gegaan.

MPF zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Licht Beheer worden begroot op:

- dagvaarding € 76,31

- griffierecht 568,00

- salaris advocaat 7.740,00 (3,0 punten × tarief € 2.580,00)

Totaal € 8.384,31

Licht Beheer heeft geen stukken ter zake de door haar gelegde conservatoire beslagen overgelegd. MPF heeft als productie 14 wel een aantal stukken betreffende deze beslagen overgelegd. De beslagkosten zullen op basis van die stukken worden begroot op € 1.615,51 voor verschotten en € 2.580,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 2.580,00).

in reconventie

Uit hetgeen in conventie is overwogen volgt dat de vordering in conventie, tot zekerheid waarvan Licht Beheerde beslagen heeft doen leggen, dient te worden toegewezen, is het beslag terecht gelegd. Nu geen feiten en/of omstandigheden zijn gesteld die het beslag desondanks onrechtmatig maken, zal de vordering in reconventie zal worden afgewezen.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal MPF worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie. De kosten aan de zijde van Licht Beheer worden begroot op:

- salaris advocaat 1.290,00 (1,0 punt × factor 0,5 × tarief € 2.580,00)

Totaal € 1.290,00

De beslissing

De rechtbank

in conventie

veroordeelt MPF om aan Licht Beheer te betalen een bedrag van € 585.000,00 (vijfhonderdvijfentachtig duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 10 mei 2010 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt MPF in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 4.195,51,

veroordeelt MPF in de proceskosten, aan de zijde van Licht Beheer tot op heden begroot op € 11.353,31,

veroordeelt MPF in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat MPF niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

wijst de vorderingen af,

veroordeelt MPF in de proceskosten, aan de zijde van Licht Beheer tot op heden begroot op € 1.290,00,

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.J. Visser en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2012.

1884/1876