Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BV7153

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-02-2012
Datum publicatie
28-02-2012
Zaaknummer
393050 - HA ZA 11-2227
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet. Niet tijdige betaling griffierecht. Niet-betalende partij kan zich bij akte uitlaten en eventueel beroep doen op hardheidsclausule.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/160 met annotatie van P.J.M. Ros
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 393050 / HA ZA 11-2227

Vonnis in verzet van 22 februari 2012

in de zaak van

naamloze vennootschap

CARDIF SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Oosterhout,

eiseres,

gedaagde in het verzet,

advocaat in de oorspronkelijke procedure mr. V. Kortenbach,

tegen

[gedaagde],

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

eiseres in het verzet,

advocaat mr. R. Küçükünal.

Partijen zullen hierna Cardif en [gedaagde] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het door deze rechtbank op 6 juli 2011 tussen Cardif en [gedaagde] bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer / rolnummer 379973 / HA ZA 11-1343

- de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord), met producties.

Vervolgens heeft de rolrechter de zaak aangehouden met het oog op de betaling door [gedaagde] van het griffierecht.

De overwegingen

Op grond van artikel 3 lid 1 Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) is iedere verschenen partij in een civiele procedure een griffierecht verschuldigd. Op grond van het derde lid van die bepaling dient de eiser ervoor te zorgen dat het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na de eerstdienende dag op de rekening van de rechtbank is bijgeschreven. Voor de gedaagde geldt een termijn van vier weken na zijn verschijning.

Gaat het om een verzetprocedure, dan geldt op grond van artikel 147 Rv het volgende. Was het verstek tegen de oorspronkelijke gedaagde verleend wegens het niet tijdig voldoen van het door hem verschuldigde griffierecht, dan dient hij ervoor te zorgen dat het verschuldigde griffierecht is voldaan op de eerste roldatum van het verzet (lid 2). Was het verstek tegen de oorspronkelijk gedaagde verleend wegens het niet verschijnen in het geding, dan houdt de rechter de zaak aan zolang de gedaagde het verschuldigde griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3 Wgbz nog loopt (lid 3).

De rechtbank heeft geconstateerd dat tegen [gedaagde] in de oorspronkelijke procedure verstek was verleend omdat zij niet in het geding was verschenen. Op grond van het bepaalde in artikel 147 lid 3 Rv diende zij er dus voor te zorgen dat het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na de eerste datum van het verzet op de rekening van de rechtbank was bijgeschreven.

Deze zaak diende in verzet voor het eerst op 28 december 2011. Dat betekent dat het griffierecht uiterlijk op 25 januari 2012 moest zijn betaald. Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht pas op 9 februari 2012 is ontvangen. Dat is dus te laat.

Op grond van artikel 147 lid 3 Rv bekrachtigt de rechter het verstekvonnis als niet alsnog tijdig het griffierecht is voldaan.

Op grond van artikel 147 lid 4 jo. 127 lid 3 Rv laat de rechter deze consequentie buiten toepassing als hij van oordeel is dat dit, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

2.7. Hoewel uit het roljournaal voor mr. Küçükünal duidelijk is kunnen worden dat de

zaak in beraad is voor een beslissing inzake de betaling van het griffierecht, heeft de rechtbank van [gedaagde] geen verzoek ontvangen tot toepassing van de in 2.6 bedoelde hardheidsclausule. Nu de in 2.5 bedoelde consequentie ertoe zou leiden dat het verstekvonnis kracht van gewijsde zou verkrijgen, ziet de rechtbank aanleiding [gedaagde] gelegenheid te geven zich desgewenst uit te laten over de niet tijdige betaling van het griffierecht en/of alsnog een gemotiveerd verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule te doen. Zij kan daartoe een beknopte akte nemen. Cardif zal desgewenst op de volgende rol een antwoordakte mogen nemen. Uitstel zal hiervoor in beginsel niet worden verleend.

2.8. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 29 februari 2012 voor het nemen

van een akte door [gedaagde] over hetgeen is vermeld onder 2.7;

3.2. verstaat dat indien [gedaagde] op voornoemde rol een akte neemt, de zaak

vervolgens zal worden verwezen naar de rol van 7 maart 2012 voor het nemen van een antwoordakte door Cardif;

3.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2012.

1980/1729