Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BV7130

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-02-2012
Datum publicatie
28-02-2012
Zaaknummer
10/011031-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering verlenging van (reeds voorwaardelijk beeindigde) TBS. Vervolg op LJN BR4548.

De TBS-gestelde is ter beschikking gesteld voor feiten begaan tijdens ruzie in café (slaan van persoon met bierglas en slaan van ander met gebroken bierglas). Hoewel dit ernstig te nemen feiten zijn, komt bij dergelijke feiten op enig moment de proportionaliteit van de verdere verlenging van de TBS-maatregel in beginsel wel in het gedrang. Er is sprake van een stoornis die in essentie niet bewerkbaar is; het recidivegevaar is onveranderlijk. TBS-gestelde verblijft geruime tijd feitelijk buiten de muren van de kliniek, zonder incidenten. Waar voorts aannemelijk is dat verdere reclasseringsbegeleiding weinig effect heeft op het recidivegevaar en grotere dwang zelfs een averechts effect zou kunnen hebben, is thans het punt bereikt waarop het belang van de ter beschikking gestelde zwaarder weegt dan de belangen van de maatschappij. Verdere voortzetting van de maatregel zou leiden tot disproportionaliteit.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 509o
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/011031-02

Datum uitspraak: 9 februari 2012

Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige openbare raadkamer voor strafzaken, op de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement tot verlenging van de terbeschikkingstelling opgelegd aan:

[de ter beschikking gestelde], hierna te noemen de ter beschikking gestelde,

geboren op [geboortedatum ter beschikking gestelde] te [geboorteplaats ter beschikking gestelde],

wonende te [adres ter beschikking gestelde],

raadsman mr. N.M. van Wersch, advocaat te Amsterdam.

PROCEDURE

Bij vonnis van deze rechtbank, uitgesproken op 27 september 2002, is de ter beschikking gestelde ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege ter zake van onder meer poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling.

Bij beslissing van het gerechtshof te Arnhem van 9 augustus 2011, op het beroep dat het openbaar ministerie had ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 3 maart 2011, houdende afwijzing van de verlenging van de terbeschikkingstelling, is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar.

Op 13 december 2011 is op de griffie van de rechtbank binnengekomen de vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering, gedateerd 13 december 2011 en strekkende tot verlenging van de maatregel met een jaar, met daarbij gevoegd een advies verlenging van de reclassering d.d. 5 december 2011, opgesteld door L. Stockmann, reclasseringswerker en mede-ondertekend door S. van der Arend, unitmanager. Het advies strekt ertoe de maatregel te beëindigen. Tevens is bij de vordering van het openbaar ministerie gevoegd een advies van psychiater D. van der Meer, d.d. 11 december 2011.

De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van voortgangsverslagen van de toezichthouder van de ter beschikking gestelde over de periode 13 mei 2011 tot en met 8 februari 2012.

In openbare raadkamer van 9 februari 2012 is de vordering behandeld. De officier van justitie mr. De Ruijter, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman en de deskundigen D. van der Meer en L. Stockmann zijn gehoord.

De officier van justitie heeft tijdens de behandeling in openbare raadkamer geconcludeerd tot verlenging van de maatregel met één jaar. De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben zich verzet tegen verlenging van de maatregel en hebben afwijzing van de vordering bepleit.

BEOORDELING

Uit het verlengingsadvies en de voortgangsverslagen van de reclassering komt, voor zover van belang, het volgende naar voren.

Het reclasseringstoezicht is met name gericht geweest op het begrenzen en structureren van de ter beschikking gestelde. Omdat zijn problematiek nauwelijks behandelbaar wordt geacht door de gedragsdeskundigen, heeft de reclassering zich gericht op de meer praktische aspecten van het re-integreren in de maatschappij als wonen en werken. Op het gebied van wonen zijn er stappen in de goede richting gemaakt: hij verblijft sinds mei 2011 in een woning die hij goed onderhoudt, hij werkt mee aan woontoezicht, en mogelijk komt de woning binnenkort op zijn naam te staan. Er zijn geen meldingen van overlast rondom zijn persoon binnengekomen. Eind januari 2012 is de ter beschikking gestelde door de gemeente ontheven van zijn werkverplichting, gelet op diens problematiek. Dit betekent dat hij zijn uitkering behoudt. De ter beschikking gestelde toont nog altijd aanzienlijke weerstand tegen het TBS-kader en de bijbehorende voorwaarden waaraan hij zich moet conformeren. De medewerking van de ter beschikking gestelde lijkt zijn plafond te hebben bereikt. Het reclasseringstoezicht is echter ‘kaal’ en lijkt weinig effect te hebben op het recidivegevaar. De reclassering acht het daarom opportuun om beëindiging van de maatregel voor te stellen.

De rechtbank heeft tevens kennis genomen van het psychiatrisch rapport d.d. 11 december 2011, opgemaakt door D. van der Meer. Het rapport komt - samengevat - neer op het volgende.

Er is sprake van een ernstige persoonlijkheidsproblematiek met borderline-, narcistische- en antisociale kenmerken. De ter beschikking gestelde scoort hoog op de psychopathieschaal. De TBS-behandeling is zowel klinisch als ambulant problematisch verlopen en heeft uiteindelijk slechts een beperkt effect gesorteerd. De stoornis van de ter beschikking gestelde is in essentie niet bewerkbaar en er blijft sprake van een structureel verhoogd risico op herhaling van geweldsdelicten. Het zijn overwegend externe factoren die de kans op recidive beïnvloeden. De bereidheid voor behandeling ontbreekt geheel, grotere dwang zou zelfs een averechts effect kunnen hebben. Het ‘kale’ reclasseringstoezicht heeft een beperkte preventieve werking. Andere delictpreventieve maatregelen zijn niet haalbaar gebleken. De ter beschikking gestelde blijft zich in zeer aanzienlijke mate verzetten tegen de (voortzetting van de) maatregel. Dit belemmert invulling van het toezicht, dat daardoor niet optimaal verloopt. Het recidivegevaar zal aanwezig blijven, ook na ommekomst van de maximale termijn van de TBS. Het antwoord op de vraag naar de (duur van de) verlenging van de TBS lijkt daarmee te verschuiven van het forensisch gedragskundige naar het juridische domein, omdat het in essentie neerkomt op een beoordeling van en uitspraak over de proportionaliteit van de (voortgezette toepassing van de) maatregel, aldus de psychiater.

De officier van justitie heeft tijdens de behandeling in openbare raadkamer gesteld dat moet worden gekeken naar het gevaarscriterium. Nu uit de adviezen van de deskundigen blijkt dat er nog sprake is van een structureel verhoogd recidiverisico, dient de maatregel met één jaar te worden verlengd. De officier van justitie stelt zich verder op het standpunt dat geen sprake is van disproportionaliteit nu het recidiverisico onverminderd hoog is. Het veiligheidsbelang van de maatschappij dient hier vooropgesteld te worden.

De raadsman heeft aangevoerd dat de maatregel beëindigd dient te worden nu het niet langer gerechtvaardigd is de maatregel voort te zetten. Het reclasseringstoezicht ziet eigenlijk alleen op praktische zaken als wonen en werken. Wat de reclassering de ter beschikking gestelde kon bieden, is hem geboden; het plafond is bereikt, en meer is niet mogelijk. Volgens de psychiater is er sprake van een structureel verhoogd recidiverisico, maar dit vindt enkel grond in de stoornis waaraan de ter beschikking gestelde zou lijden. Hij bevindt zich al geruime tijd buiten de kliniek en in de periode dat hij op vrije voeten is, is nog nooit iets voorgevallen. Hij heeft zich zeer goed staande gehouden, ondanks alle stresserende omstandigheden. Het TBS-kader werkt in deze alleen maar averechts.

De rechtbank overweegt als volgt.

De terbeschikkingstelling is ingegaan op 31 maart 2004 en loopt dus thans bijna acht jaren. Dit tijdsverloop in relatie tot de ernst van de delicten, te weten een poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling, mishandeling en vernieling, waarvoor de terbeschikkingstelling is opgelegd, moet mede in aanmerking worden genomen bij de verlengingsbeslissing. Bij een afweging tussen de belangen van de terbeschikkinggestelde en die van de maatschappij dient, naarmate de maatregel van terbeschikkingstelling langer duurt, het belang van de ter beschikking gestelde steeds zwaarder te wegen. Bij de te maken afweging is, naast het actuele recidivegevaar, ook de fase van de behandeling een van belang zijnde factor (vgl. Hof Arnhem 5 maart 2011, LJN: BP7618).

Voorzover de meervoudige strafkamer in haar vonnis van 27 september 2002 de maatregel ook heeft willen opleggen voor de bewezen geachte mishandeling en vernieling - dit wordt uit het vonnis niet geheel duidelijk - geldt dat zulks gelet op het bepaalde in artikel 37a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht niet tot de mogelijkheden behoorde. Ten aanzien van de ernst van de poging tot doodslag en de poging tot zware mishandeling geldt dat deze feiten door de verdachte zijn begaan tijdens een ruzie in een café, en bestonden uit het met een bierglas in de hand slaan van een ander en het (vervolgens) slaan van een tweede persoon met dat (inmiddels gebroken) bierglas in de hals. Hoewel dit ernstig te nemen feiten zijn, komt bij dergelijke feiten op enig moment de proportionaliteit van de verdere verlenging van een opgelegde TBS-maatregel in beginsel wel in het gedrang.

Het gerechtshof te Arnhem heeft in haar verlengingsbeslissing van 9 augustus 2011 overwogen dat de ter beschikking gestelde op het gebied van financiën, werk en wonen nog begeleid diende te worden door de reclassering. De ter beschikking gestelde beschikt thans over een (nieuwe) eigen woning, die hij goed onderhoudt. Van werk is hij inmiddels vrijgesteld en hij kan aanspraak blijven maken op zijn uitkering. De reclassering heeft de ter beschikking gestelde zoveel als mogelijk geholpen met deze praktische zaken. Bij de ter beschikking gestelde, ten aanzien van wie het bevel tot verpleging van overheidswege op 16 februari 2010 voorwaardelijk is beëindigd, is sprake van een stoornis die in essentie niet bewerkbaar is, waardoor er sprake is van een structureel verhoogd recidiverisico. Het recidivegevaar is met andere woorden onveranderlijk. Vastgesteld moet echter worden dat in de geruime tijd dat de ter beschikking gestelde feitelijk buiten de muren van een kliniek verblijft, zich geen incidenten hebben voorgedaan. Hij heeft zich onder moeilijke omstandigheden staande weten te houden. Waar voorts aannemelijk is dat verdere reclasseringsbegeleiding weinig effect heeft op het recidivegevaar en grotere dwang zelfs een averechts effect zou kunnen hebben, is de rechtbank van oordeel dat thans het punt is bereikt waarop het belang van de ter beschikking gestelde zwaarder weegt dan de belangen van de maatschappij. Verdere voortzetting van de maatregel zou bij de beschreven stand van zaken leiden tot disproportionaliteit.

De vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling zal daarom worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst af de vordering tot verlenging van de aan de ter beschikking gestelde opgelegde terbeschikkingstelling.

Deze beslissing is gegeven door

mr. Van der Kaaij, voorzitter,

en mrs. De Jong en Van Barneveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Beukema griffier, en uitgesproken ter openbare raadkamer van deze rechtbank op 9 februari 2012.

Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te Arnhem.