Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:8663

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-08-2012
Datum publicatie
30-07-2013
Zaaknummer
C-10-388687 - HA ZA 11-2002
Rechtsgebieden
Internationaal privaatrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zeevervoer. Ladingschade tijdens belading. Fixture. Gencon-charterparty. Ingevulde, maar niet ondertekende, charterparty mist toepassing. Art. 5 lid 1 Rome I-Vo. Fins recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2014/3

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/388687 / HA ZA 11-2002

Vonnis van 17 juli 2013

in de zaak van

de vennootschap naar de plaats harer vestiging

MULTI-LINK TERMINALS LIMITED OY,

gevestigd te Helsinki, Finland,

eiseres,

advocaat mr. A.D. Huisman,

tegen

de vennootschap naar de plaats harer vestiging

SEAHORSE GMBH & CO KG,

gevestigd te Stade, Duitsland,

gedaagde,

advocaat mr. B.S. Janssen.

Partijen zullen hierna Multi-Link en Seahorse genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 10 juni 2011, met producties;

  • -

    de akte overlegging beslagstukken van Multi-Link;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 29 augustus 2012, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de akte uitlaten, tevens nadere toelichting met producties van Multi-Link;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van partijen gehouden op 8 januari 2013;

  • -

    de akte overlegging producties van Multi-Link;

  • -

    de akte van Seahorse, met producties;

  • -

    de akte uitlating producties van Multi-Link.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

De rechter die de comparitie in deze zaak heeft geleid is niet in staat dit vonnis (mede) te wijzen, nu zij niet meer in de afdeling privaatrecht van deze rechtbank werkzaam is.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Seahorse is eigenaar van het m.v. “[x]” (hierna: de “[x]”).

2.2.

In of omstreeks de ochtend van 19 mei 2011 is er contact geweest tussen het bedrijf C.H.E. Brokers B.V. (hierna: CHE) te Zeist (in de persoon van [a], een medewerker van CHE) en het bedrijf Unity Chartering (UCS) B.V. (hierna: UCS) te Rhoon (in de persoon van [b], een medewerker van UCS). Vervolgens heeft [b] per e-mailbericht van (omstreeks) 12.38 uur op 19 mei 2011 aan [a] (zie prod. 4 van Seahorse) het volgende aanbod gedaan - aangehaald voor zover relevant:

“kan het zo voor jullie afsluiten, graag wil ik weten wie en wanneer de vracht betaald? dus wie is opdrachtgever voor charter party?

can offer you firm as follows:

mv [x] - as described

for

acct. … (pls advise)

rotterdam / kotka 1gsbaaaabe (dat betekent 1 good safe berth always accessible always afloat both ends)

4 straddle carrier as described- pls confirm dimesions 10m87 x 4m88 x 15m50 lxbxh 63 mt each as fullcargo on deck, deck cargo at shippers risk and expense.

lay/can 23 may 2011 0700 (dus maandag laden) frt eur 48.000 lps fios lsd at masters satisfaction (wie betaald de vracht en wanneer?

vastzetten en dunnage geregeld door shippers)

24 / 24 hrs l/d shex uu uce

dem eur 2.000 pd pr fd be (overliggeld als je over de 24/24 uur heen gaat) gencon 94 c/p sub all terms sub all further details

(…)

hoor graag je bevestiging met de additionele vragen …”.

Op dit e-mailbericht reageert [a] per e-mailbericht van 19 mei 2011 om 13.10 uur (zie prod. 4 van Seahorse) als volgt - aangehaald voor relevant:

“Hierbij bevestigen wij de order. Onze gegevens zijn: CHE Brokers B.V.

[adres]

(..)

(…)

Wij zijn de opdrachtgever, maar opereren on behalf of:

Multi-Link Terminals LTD OY Mannerheimintie 15 a FIN-00260 Helsinki VAT Number FI08183569

Reg Number 0818356-9

(..)

Wij ontvangen het geld per spoedbetaling uit Finland morgen, en zullen morgen per spoedbetaling overmaken naar u. Kunt u uw gegevens doorsturen?

Ik zal spoedig de exacte afleverlocatie in Kokta sturen.”

2.3.

Vervolgens is op 19 mei 2011 om 14.53 uur per e-mailbericht (zie de producties van Multi-Link) de volgende boeking (fixture) door UCS verzonden aan CHE - aangehaald voor zover relevant:

“confirm having fixed for your account as follows

m.v. [x] as per enclosed description

for

acct che brokers bv off Zeist c/o multilink terminals helsinki

Rotterdam/kotka 1 gsbaaaabe.

4 straddle carriers 10m87 x 4m88 x 15m50 l x b x h 63 mt each

to be loaded in upright position

as full cargo on deck ,deckcargo at shippers risk and expenses.

laycan 23 may 2011 0700

freight euro 48000 lps fiost lsd at masters satisfaction

24 hrs load/24hrs l/d shex uu uce

demurrage euro 2000 pd pr fd be

gencon c/p 94

agents rotterdam; vertom agencies bv

agents kotka : to be nominated”.

2.4.

Met het oog op het laden van de straddle carriers op de “[x]” was door Multi-Link het bedrijf Rotterdams Havenbedrijf (R.H.B.) b.v. (hierna: RHB) te Rotterdam als stuwadoor ingeschakeld en het bedrijf Unilash B.V. (hierna: Unilash) te Rotterdam als bedrijf voor het vastzetten/zeevasten van de lading.

2.5.

Om de belading te begeleiden waren Bureau [c] (door Seahorse) en Bureau [d] (door Multi-Link) aangesteld.

2.6.

Tijdens het laden van de vier, in genoemde e-mailberichten vermelde, straddle carriers op de “[x]” bij RHB in de Rotterdamse haven op 23 mei 2011 is een van deze straddle carriers overboord geslagen en op de kade gevallen. Daarbij is schade ontstaan aan deze en een andere straddle carrier en aan een auto van Unilash.

3 Het geschil

3.1.

Multi-Link vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Seahorse veroordeelt tegen behoorlijk bewijs van kwijting € 258.000,-- te betalen aan Multi‑Link, althans schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2011, althans vanaf de dag van de dagvaarding, tot de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van Seahorse in de kosten van het geding, die van het gelegde conservatoire beslag daaronder begrepen.

3.2.

Hieraan legt Multi-Link - kort samengevat - ten grondslag dat

  • -

    zij als eigenaresse door voormeld voorval schade heeft geleden (ten bedrage van €269.279,98),

  • -

    de verzekeraar de schade aan de straddle carrier(s) onder aftrek van de waarde van de restanten en het eigen risico heeft vergoed en Multi-Link voor zoveel als nodig last en volmacht heeft gegeven om de vordering op eigen naam in te stellen,

  • -

    Seahorse primair als vervoerder voor deze schade aansprakelijk is en subsidiair uit onrechtmatige daad, namelijk voor zover blijkt dat Multi-Link niet als opdrachtgever kan worden beschouwd.

3.3.

Seahorse concludeert tot afwijzing van het gevorderde.

3.4.

Hiertoe betwist zij - kort samengevat - primair dat zij voor eventuele schade die Multi-Link heeft geleden als gevolg van genoemd voorval aansprakelijk is en subsidiair dat de door Multi-Link geleden schade € 258.000,-- bedraagt.

4 De beoordeling

4.1.

Er is sprake van een internationaal kader, nu Multi-Link woonplaats heeft in Finland en Seahorse in Duitsland, beide EU-lidstaten. Aangezien de onderhavige zaak een burgerlijke- of handelszaak is en Seahorse, de gedaagde, woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, is de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Vo) materieel respectievelijk formeel van toepassing. Daarnaast is de EEX-Vo ook temporeel van toepassing, aangezien de vorderingen van Multi-Link zijn ingesteld na de inwerkingtreding van de EEX-Vo. De bevoegdheid van deze rechtbank kan derhalve uitsluitend volgen uit de bevoegdheidsregels van de EEX-Vo, niet uit een commune-bevoegdheidsregel als artikel 767 Rv, zoals Multi-Link ten onrechte meent. De exclusieve-bevoegdheidsregels van artikel 22 EEX-Vo missen toepassing. Aangezien Seahorse geen bevoegdheidsverweer heeft gevoerd, is deze rechtbank op grond van artikel 24 EEX-Vo (jo. art. 110 lid 1 Rv) (stilzwijgende forumkeuze) bevoegd.

4.2.

Dat ter zake van het vervoer over zee van de vier straddle carriers van Rotterdam naar Kotka in Finland met de “[x]” een overeenkomst is gesloten is niet in geschil. Evenmin is in geschil dat Seahorse degene is die zich tot dit vervoer heeft verbonden en dat Seahorse bij het sluiten van deze overeenkomst vertegenwoordigd is door UCS. Multi-Link meent dat zij de opdrachtgever van Seahorse is omdat zij bij het sluiten van de overeenkomst vertegenwoordigd is door CHE. Seahorse heeft dit aanvankelijk betwist.

Uit de hierboven onder 2.2 genoemde opdrachtbevestiging, waarop Multi-Link zich in dit verband beroept (onder 3 van haar akte uitlaten[..]), volgt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam dat CHE gecontracteerd heeft op naam en voor rekening van Multi-Link. Op de vraag van [b] van UCS aan [a] van CHE wie de opdrachtgever is, antwoordt laatstgenoemde immers weliswaar dat CHE “de opdrachtgever” is maar hij vervolgt deze mededeling onmiddellijk met de mededeling dat CHE de opdrachtgever is “on behalf of” Multi-Link, dat wil zeggen: als vertegenwoordiger van Multi-Link, van welk bedrijf [a] in dit e-mailbericht bovendien alle gegevens vermeldt die [b] kennelijk nodig heeft voor het uitvoering geven aan de gesloten overeenkomst. In haar akte na de comparitie wordt de vorderingsgerechtigdheid van Multi-Link ook niet langer door Seahorse betwist.

4.3.

Uitgangspunt voor de vervoersverplichting die Seahorse is aangegaan jegens Multi-Link vormt de hiervoor in 2.3 weergegeven fixture. Deze overeenkomst op hoofdlijnen houdt, vanwege de hierop vermelde letter-cijfercombinatie “gencon c/p 1994”, een verwijzing in naar de standaard Gencon-charterparty op formulier 1994, zo is niet in geschil. Partijen verschillen echter wél van mening over de vraag of zij vervolgens hun contractuele relatie nog hebben aangevuld en/of gewijzigd. Meer concreet gaat het hierbij om de vraag of, zoals Multi-Link stelt en Seahorse betwist, hun relatie uiteindelijk wordt beheerst door de voorwaarden van een ingevulde maar niet ondertekende charterparty, waar Seahorse als productie 2 bij conclusie van antwoord een fotokopie van in het geding heeft gebracht. In dit verband overweegt de rechtbank als volgt.

4.4.

Gelet op het internationale karakter van de onderhavige zaak rijst in dit verband allereerst de vraag naar welk recht deze kwestie moet worden opgelost.

Het toepasselijke recht moet worden gevonden aan de hand van de conflictregels van EU-verordening nr. 593/2008 (hierna: Rome I-Vo), nu sprake is van een verbintenis uit overeenkomst in een burgerlijke- of handelszaak (zie art. 1 Rome I-Vo) en het in het onderhavige geval gaat om een overeenkomst die is gesloten na de dag van inwerkingtreding van Rome I-Vo, 17 december 2009 (art. 28 Rome I-Vo). Het door de conflictregels van Rome I-Vo aangewezen recht beheerst onder meer “[h]et bestaan”, “de geldigheid” en “de uitlegging” van een overeenkomst, zo is bepaald in artikel 10 respectievelijk artikel 12 lid 1, aanhef en sub a, Rome I-Vo. Naar het oordeel van de rechtbank betreft de onderhavige vraag van de exacte inhoud van de tussen partijen gesloten overeenkomst vooral het bestaan van de overeenkomst en niet zozeer de geldigheid of de uitlegging van de overeenkomst. Strikt genomen is namelijk voor het tussen partijen geldig worden van de voorwaarden van de onderhavige, ingevulde maar niet ondertekende, charterparty de totstandkoming van een nieuwe overeenkomst vereist, aangezien voor de toepasselijkheid van deze voorwaarden opnieuw wilsovereenstemming nodig is.

Gewezen zij nu op artikel 10 lid 1 Rome I-Vo:

Het bestaan en de geldigheid van de overeenkomst of van een bepaling daarvan worden beheerst door het recht dat ingevolge deze verordening toepasselijk zou zijn, indien de overeenkomst of de bepaling geldig zou zijn.

Clause 25 van de rider van de onderhavige, ingevulde maar niet ondertekende, charterparty bevat, naar niet in geschil is, een rechtskeuze voor Nederlands recht (zie prod. 2 van Seahorse). Gelet op artikel 10 lid 1 Rome I-Vo betekent dit dat bij het bepalen van het toepasselijke recht op de vraag of van de overeenkomst tussen partijen deel uitmaken de voorwaarden van de onderhavige, ingevulde maar niet ondertekende, charterparty veronderstellenderwijs uitgegaan moet worden van de geldigheid van de rechtskeuze. Dat leidt ertoe dat op grond van artikel 3 jo. artikel 10 lid 1 Rome I-Vo Nederlands recht van toepassing is op deze vraag.

4.5.

De vraag of van de overeenkomst tussen partijen deel uitmaken de voorwaarden van de onderhavige, ingevulde maar niet ondertekende, charterparty beantwoordt de rechtbank als volgt.

De reden waarom volgens Multi-Link deze charterparty tussen partijen zou moeten gelden is dat deze charterparty door Seahorse was ingevuld en vervolgens door Seahorse is verzonden aan Multi-Link. Seahorse betwist echter deze door haar ingevulde charterparty ooit verzonden te hebben aan Multi-Link.

Dat Multi-Link deze charterparty heeft ontvangen is vooralsnog niet gebleken. Het had dus op de weg gelegen van Multi-Link, als de met dit bewijs belaste partij, om een bewijsaanbod te doen dat zij de charterparty heeft ontvangen en er tussen partijen wilsovereenstemming over de inhoud bestond. Nu Multi-Link dit bewijsaanbod echter heeft nagelaten, gaat de rechtbank verder voorbij aan deze stelling van Multi-Link. Daarom is niet komen vast te staan dat er al volledige wilsovereenstemming tussen partijen bestond over de ingevulde charterparty. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om Seahorse, evenmin overigens als Multi-Link, gebonden te achten aan de bepalingen van deze niet ondertekende charterparty.

4.6.

Van toepassing blijven derhalve de voorwaarden van de standaard Gencon-charterparty op formulier 1994.

4.7.

Box 25 van de standaard Gencon-charterparty op formulier 1994, waarvan Seahorse als productie 3 een fotokopie in het geding heeft gebracht, biedt de ruimte voor een bepaalde keuze inzake het forum en het toepasselijk recht. De standaardtekst van deze box luidt als volgt - aangehaald voor zover relevant:

“25. Law and Arbitration (state 19 (a), 19 (b) or 19 (c) of Cl. 19; if 19 (c) agreed

also state Place of Arbitration) (if not filled in 19 (a) shall apply) (Cl. 19)

[..].”

In deze standaardtekst wordt verwezen naar Clause 19 van de (op de ommezijde van dit formulier vermelde) bevrachtingsvoorwaarden die deel uitmaken van dit bevrachtingsovereenkomstmodel. Clause 19 luidt als volgt - aangehaald voor zover relevant:

“19. Law and Arbitration

  • -

    a) This Charter Party shall be governed by and construed in accordance with English law [hierna volgt een regeling over de te voeren Engelse arbitrageprocedure; Rechtbank].

  • -

    b) This Charter Party shall be governed by and construed in accordance with Title 9 of the United States Code and the Maritime Law of the United States [hierna volgt een regeling over de te voeren Amerikaanse arbitrageprocedure; Rechtbank]

  • -

    c) Any dispute arising out of this Charter Party shall be referred to arbitration at the place indicated in Box 25, subject to the procedures applicable there. The laws of the place indicated in Box 25 shall govern this Charter Party.

  • -

    d) If Box 25 in Part 1 is not filled in, sub-clause (a) of this Clause shall apply.

Onderdelen (a), (b) en (c) van Clause 19 zijn verder voorzien van een voetnoot, die als volgt luidt:

(a), (b) and (c) are alternatives; indicate alternative agreed in Box 25.

De hierboven aangehaalde standaardtekst van Box 25, in samenhang gelezen met de hierboven aangehaalde (standaard)tekst van Clause 19, houdt in dat hetzij Engels hetzij Amerikaans recht hetzij het recht van een ander land dan deze twee landen als toepasselijk recht kan worden gekozen. (Eerst indien partijen geen gebruik hebben gemaakt van deze rechtskeuzemogelijkheid, is zonder meer Engels recht van toepassing.) Een en ander betekent dat de standaardtekst van de Gencon-bevrachtingsovereenkomst op formulier 1994 geen rechtsgeldige rechtskeuze als vereist in artikel 3 lid 1, eerste en tweede volzin, Rome I-Vo (“Een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen. De rechtskeuze wordt uitdrukkelijk gedaan of blijkt duidelijk uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval.”) inhoudt.

Bij gebreke van een rechtsgeldige rechtskeuze op de overeenkomst tussen partijen die is neergelegd in de fixture moet aan de hand van de objectieve verwijzingsregels van artikel 5 leden 1 en 3 Rome I-Vo op zoek gegaan worden naar het op deze overeenkomst toepasselijke recht. Deze bepalingen luiden als volgt - aangehaald voor zover relevant:

Artikel 5

  1. Indien de partijen voor de overeenkomst voor het vervoer van goederen geen rechtskeuze overeenkomstig artikel 3 hebben gemaakt, wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waar de vervoerder zijn gewone verblijfplaats heeft, mits de plaats van ontvangst of de plaats van aflevering of de gewone verblijfplaats van de verzender ook in dat land is gelegen. Indien niet aan deze voorwaarden is voldaan, wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waar de plaats van aflevering, als door de partijen overeengekomen, is gelegen.

  2. […]

  3. Indien uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de overeenkomst, bij gebreke van een rechtskeuze, een kennelijk nauwere band heeft met een ander land dan het in lid 1 [..] bedoelde land, is het recht van dat andere land van toepassing.

Aan de in de eerste volzin van lid 1 vereiste samenloop van aanknopingsfactoren is in het onderhavige geval niet voldaan. De gewone verblijfplaats van de vervoerder, Seahorse, bevindt zich in Duitsland, terwijl noch de plaats van ontvangst (Rotterdam) noch de plaats van aflevering (in Finland) van de vier straddle carriers noch de gewone verblijfplaats van de verzender (in Finland) zich in Duitsland bevindt. Ingevolge de tweede volzin van lid 1 is derhalve Fins recht van toepassing, aangezien partijen aflevering in de in dat land gelegen plaats Kotka zijn overeengekomen. Nu omstandigheden gesteld noch gebleken zijn waaruit mag worden afgeleid dat de overeenkomst duidelijk nauwere banden heeft met een ander land dan Finland als bedoeld in lid 3 van artikel 5 Rome I-Vo, is dan ook bij gebreke van een rechtskeuze Fins recht van toepassing op de in de fixture neergelegde overeenkomst tussen partijen.

4.8.

Gesteld noch gebleken is dat voor het onderhavige vervoer een cognossement is uitgegeven (Multi-Link stelt alleen dat uit het concept van een cognossement dat door haar als productie 2 bij dagvaarding in het geding is gebracht volgt dat het de bedoeling was dat na inlading een cognossement zou worden afgegeven en dat - gelet op vaste Nederlandse rechtspraak - het onderhavige vervoer derhalve als cognossementsvervoer moet worden aangemerkt). Dat betekent dat de vervoersovereenkomst niet rechtstreeks wordt beheerst door de Hague Visby Rules.

4.9.

Partijen, eerst Seahorse, zullen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de inhoud van het Finse recht ten aanzien van de door Multi-Link gestelde aansprakelijkheid van Seahorse. In dit verband lijkt onder meer van belang te zijn of naar Fins recht het onderhavige vervoer als cognossementsvervoer moet worden aangemerkt en, zo ja, of het Finse recht een met artikel 8:410 BW vergelijkbare bepaling kent. Ook is mogelijk van belang hoe de Owners Responsibility Clause in Clause 2 van Gencon-charterparty op formulier 1994 naar Fins recht uitgelegd moet worden, met name of door die bepaling ook aansprakelijkheid voor fouten van kapitein, bemanning en hulppersonen kan worden uitgesloten. Deze bepaling luidt als volgt:

“The owners are to be responsible for loss of or damage to the goods or for delay in delivery of the goods only in case the loss, damage or delay has been caused by personal want of due diligence on the part of the Owners or their Manager to make the Vessel in all respects seaworthy and to secure that she is properly manned, equipped and supplied, or by the personal act or default of the Owners or their Manager.

And the Owners are not responsible for loss, damage or delay arising from any other cause whatsoever, even from the neglect or default of the Master or crew or some other person employed by the Owners on board or ashore for whose acts they would, but for this Clause, be responsible, or from unseaworthiness of the Vessel on loading or commencement of the voyage or at any time whatsoever.”

Partijen kunnen desgewenst alsnog een ‘processuele’ rechtskeuze uitbrengen voor Nederlands recht die voldoet aan artikel 3 Rome I-Vo. De rechtbank overweegt in dit verband nog dat het haar is opgevallen dat UCS, de vertegenwoordiger van Seahorse, in de ingevulde maar niet ondertekende charterparty een rechtskeuze voor Nederlandse recht heeft opgenomen, namelijk in Clause 25 van de rider (zie hiervoor in rov. 4.4), en dat Multi-Link zich in haar processtukken al heeft uitgelaten over de inhoud van het Nederlandse interne recht inzake vervoerdersaansprakelijkheid.

4.10.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 14 augustus 2013 voor het nemen van een akte door Seahorse als vermeld in rov. 4.9, waarna Multi-Link binnen vier weken een antwoordakte kan nemen als vermeld in rov. 4.9;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2013.

901/32