Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BV0879

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-11-2011
Datum publicatie
16-01-2012
Zaaknummer
1286510
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering toelating tot werk en uitbetaling loon. Het is -in deze procedure- niet aannemelijk dat tijdens sollicitatiegesprek overeenstemming is bereikt over alle essentialia van de arbeidsovereenkomst, dus is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst tussen partijen, vordering toelaten tot werk en uitbetaling loon afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0051

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Brielle

vonnis in kort geding

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiser bij exploot van dagvaarding van 24 oktober 2011,

gemachtigde: mr. El Idrissi te Rotterdam,

tegen

[gedaagde]

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.W. de Haij te Capelle a/d IJssel.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “[eiseres]” respectievelijk “[gedaagde]”.

1. Het verloop van de procedure

1.1 [eiseres] heeft overeenkomstig de dagvaarding en onder overlegging van stukken gevorderd, bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde]:

I. te bevelen [eiseres] op te roepen om haar werkzaamheden te verrichten en haar tot het werk toe te laten;

II. te bevelen om het (achterstallige) salaris op de bankrekening van [eiseres] te laten storten ad bruto € 869,00 per maand vanaf 19 september 2011 en de daaropvolgende maanden, totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig en regelmatig beëindigd is;

III. te bevelen om aan [eiseres] te betalen de wettelijke verhoging ex. artikel 7:625 BW over de te laat betaalde loonbestanddelen;

IV. te bevelen om aan [eiseres] te betalen de wettelijke rente over de hiervoor (onder I en II) gevorderde bedragen vanaf het moment dat deze verschuldigd zijn;

V. te bevelen om aan eiser een onmiddellijke opeisbare dwangsom ad € 250,00 te betalen voor iedere dag (een deel van de dag daaronder begrepen) dat [gedaagde] in gebreke is geheel of ten dele aan het te dezen wijzen vonnis te voldoen, alsmede voor iedere dag (een deel van de dag daaronder begrepen) dat het verzuim voortduurt, welke dwangsom zal zijn verschuldigd binnen 24 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, en

VI. te veroordelen in de kosten van deze procedure.

1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 november 2011. [eiseres] is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. El Idrissi. Namens [gedaagde] zijn verschenen mevrouw [A], manager vestiging Hellevoetsluis, de heer [B], adviseur arbeidszaken en mevrouw [C], HR adviseur, bijgestaan door mr. De Haij. Van hetgeen ter zitting is verhandeld heeft de griffier aantekening gehouden.

1.3 De datum voor de uitspraak van dit vonnis is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) gemotiveerd weersproken alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties staat tussen partijen – voor zover thans van belang – het volgende vast:

2.1 [gedaagde] heeft aanvankelijk aangevoerd dat de kantonrechter te Brielle niet bevoegd is, nu er nimmer arbeid is verricht en derhalve artikel 100 Rechtsvordering, waarin is bepaald dat in arbeidszaken mede bevoegd is de rechter van de woonplaats waar de arbeid gewoonlijk wordt of laatstelijk werd verricht, niet van toepassing is. Ter zitting heeft [gedaagde] dit deel van haar verweer echter laten vervallen en aangegeven uit praktisch oogpunt een inhoudelijke beslissing van de onderhavige kantonrechter te vragen.

2.2 [eiseres] heeft op de functie van ‘Chauffeur bezorging in Oostvoorne/Rockanje’ (hierna: “Chauffeur”) gesolliciteerd. Naar aanleiding daarvan heeft zij op 9 september 2011 een gesprek gehad met mevrouw [D].

2.3 Mevrouw [D] is een door [gedaagde] ingehuurde recruiter. Zij heeft een eenmanszaak onder de naam [D] Recruitment.

3. De stellingen van partijen

3.1 Aan de vordering heeft [eiseres] ten grondslag gelegd dat aan het eind van het gesprek d.d. 9 september 2011 aan haar te kennen is gegeven dat zij is aangenomen en dat zij derhalve in de functie van Chauffeur per 19 september 2011 aan de slag zou gaan bij [gedaagde].

3.2 [gedaagde] heeft daartegen aangevoerd dat er nimmer sprake is geweest van wilsovereenstemming, er derhalve geen arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen en de vorderingen van [eiseres] afgewezen dienen te worden.

4. De beoordeling van het geschil

4.1 De vordering tot betaling van loon en wedertewerkstelling heeft vrijwel steeds een spoedeisend belang. Ook in onderhavige zaak komt het gestelde de kantonrechter voldoende spoedeisend voor, zodat [eiseres] in zoverre ontvankelijk is in haar vordering.

4.2 In deze procedure moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten zonder nader onderzoek naar die feiten, beoordeeld worden of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat, vooruitlopend daarop, gelet op de wederzijdse belangen, toewijzing van de vordering reeds nu gerechtvaardigd is. Cruciale vraag ten aanzien daarvan is of tussen partijen op 9 september 2011 een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.

4.3 Het gesprek van [eiseres] met [D] op 9 september 2011 heeft plaatsgevonden op uitnodiging van [gedaagde]. De omstandigheid dat [D] een eenmanszaak heeft staat er niet aan in de weg dat zij als recruiter namens [gedaagde] arbeidsovereenkomsten kan aangaan, althans, dat [eiseres] erop heeft mogen vertrouwen dat dat het geval is. De uitnodigingsbrief voor het sollicitatiegesprek is immers ondertekend namens [X]. Bij brief van 10 oktober 2011 is ook door de directeur van [gedaagde] bevestigd dat op 9 september 2011 een sollicitatiegesprek heeft plaatsgevonden. Daarmee is overigens eveneens vast komen te staan dat dit gesprek niet slechts een verkennend gesprek betrof, maar dat het gesprek in zowel de uitnodiging vooraf als de bevestiging achteraf expliciet wordt aangeduid als sollicitatiegesprek.

4.4 [eiseres] heeft tijdens het gesprek van 9 september 2011 de huisregels al ondertekend en een verklaring van goed gedrag ingeleverd. De kantonrechter acht het voorts aannemelijk dat er tijdens het sollicitatiegesprek is gesproken over de essentialia van de arbeidsovereenkomst, zoals loon, aantal te werken uren per week, werkkleding, teamcoach en de begindatum. Daarmee is echter niet gezegd dat daarover ook overeenstemming is bereikt en daar gaat het om in deze zaak.

4.5 [eiseres] voert in dat kader aan dat er volgens haar overeenstemming is bereikt over een salaris van € 869,00 voor 20 uur per week, dat zij op 19 september 2011 zou beginnen met werken en dat de heer [E] haar teamcoach zou worden en in de week voorafgaande aan de indiensttreding contact met haar zou opnemen. Volgens [eiseres] had zij met [D] al besproken dat zij de ene week van maandag tot vrijdag zou werken en de andere week van dinsdag tot zaterdag. Het aantal te werken uren van 20 uur per week zou eventueel naar beneden bijgesteld kunnen worden tot minimaal 10 als het rustiger zou worden. [gedaagde] voert daartegen aan dat zij doorgaans geen contracten aanbiedt voor een bepaald aantal uur met het vooruitzicht dat het aantal te werken uren naar beneden kan worden bijgesteld. Die constructie bestaat niet, zodat het contract tussentijds zou moeten worden opgezegd. Zij stelt bovendien dat voor de functie van Chauffeur een veel lager salaris geldt dan het door [eiseres] genoemde bedrag. [gedaagde] onderbouwt haar stelling op dat punt met een indicatieve berekening van een salaris van een chauffeur op basis van 20 uur per week, hetgeen de functie betreft waarbij incidenteel ook fiets- en loopdiensten uitgevoerd dienen te worden (waarover meer onder 4.6). [eiseres] is daar niet nader op ingegaan en blijft bij haar enkele stelling dat [D] dit bedrag aan haar heeft medegedeeld als zijnde het salaris behorend bij de functie van Chauffeur waarop [eiseres] heeft gesolliciteerd. In combinatie met de mededelingen van [eiseres] over de mogelijkheid van een wisselend aantal uur per week, acht de kantonrechter het niet aannemelijk dat er over een vast bedrag aan salaris is gesproken gebaseerd op het maximaal te werken aantal uur per week.

Ten aanzien van het ondertekenen van de huisregels merkt [gedaagde] op dat het de vaste procedure is dat dit al voor het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst wordt gedaan, om de mogelijkheid uit te sluiten dat er iets in die regels staat waardoor mensen achteraf bezien toch liever niet bij [gedaagde] werkzaam willen zijn, bijvoorbeeld omdat in de huisregels staat dat je geen hoofddeksel mag dragen. De kantonrechter acht die uitleg plausibel, zodat de omstandigheid dat [eiseres] de huisregels al heeft getekend er niet toe leidt dat het bestaan van een arbeidsovereenkomst dient te worden aangenomen. [eiseres] heeft ter zitting bovendien te kennen gegeven dat op 19 september met [E] nog gesproken moest worden over haar werkrooster, werkkleding en dat vervolgens de arbeidsovereenkomst in orde gemaakt kon worden en zij die kon ondertekenen. Daarmee erkent [eiseres] naar het oordeel van de kantonrechter dat nog niet over alle (essentiële) punten uit de arbeidsovereenkomst overeenstemming was bereikt. Immers, pas na bespreking van de resterende punten kon de arbeidsovereenkomst in orde worden gemaakt. Niet uit te sluiten is dat [D] (te) positief is geweest over de totstandkoming van een definitieve arbeidsovereenkomst, maar nu niet is gebleken van enige toezegging brengt dat niet met zich mee dat [eiseres] aan die (mogelijke) mededeling enig recht kan ontlenen.

4.6 [gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat de functie waarvoor [eiseres] pretendeert in dienst te zijn getreden niet bestaat zoals omschreven door [eiseres]. Er bestaat wel een functie als Chauffeur, maar in die functie moet je altijd je eigen wijk voorbereiden en als het uitkomt moet je ook wel eens een dienst overnemen op de fiets. Als er iemand uitvalt in het roulatiesysteem kan het ook voorkomen dat je wordt ingezet op een voetdienst. Dat is incidenteel, maar je moet daar wel mee akkoord gaan. [eiseres] heeft ter zitting duidelijk te kennen gegeven dat zij niet bereid is andere werkzaamheden dan pure chauffeurswerkzaamheden te verrichten en stelt dat zij ook enkel die werkzaamheden met [D] is overeengekomen voor 20 uur per week. Gelet op de betwisting door [gedaagde] van het bestaan van zo’n functie, had het op de weg van [eiseres] gelegen het bestaan van een dergelijke functie aan te tonen. Nu de functieomschrijving zoals door [eiseres] ingebracht als productie 1 niet (goed) leesbaar is, kan de kantonrechter daar geen acht op te slaan. Ook anderszins heeft [eiseres] niet aangetoond dat de vacature alleen chauffeurswerkzaamheden betrof. Zij had daartoe bijvoorbeeld een verklaring van [D] in het geding kunnen brengen, maar dat heeft zij nagelaten, zodat niet aannemelijk is dat overeenstemming is bereikt over de functie zoals door [eiseres] omschreven, te weten alleen chauffeurswerkzaamheden.

4.7 De kantonrechter is voorshands, op grond van de thans voorliggende gegevens, van oordeel dat niet met redelijke mate van zekerheid kan worden aangenomen dat een overeenkomstige vordering in de bodemprocedure zal worden toegewezen. De vordering van [eiseres] wordt dan ook afgewezen.

4.8 [eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

5. De beslissing

De kantonrechter,

bij wege van voorlopige voorziening,

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten tot op heden aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 400,00 aan salaris van de gemachtigde;

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.