Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BU9736

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
30-12-2011
Zaaknummer
372751 / HA ZA 11-445
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationaal bevoegdheidsincident. Bevoegdheid aangezochte rechtbank gebaseerd op forumkeuze in algemene voorwaarden. Art. 23 lid 1 aanhef en onder a) Brussel I-Vo. Bewijsopdracht. Voor het geval dat de aangezochte rechtbank zich onbevoegd verklaart wegens het ontbreken van een rechtsgeldige forumkeuze verzoekt eiser in de hoofdzaak/verweerder in het incident de zaak te verwijzen naar de rechtbank in Nederland die relatief bevoegd is. Daarover overweegt de rechtbank het volgende. Eiser in het incident heeft niet ingestemd met het verwijzingsverzoek. Gesteld noch gebleken is dat de bedoelde verbintenis binnen het arrondissement Rotterdam is of moest worden uitgevoerd. De Brussel I-Vo kent geen verwijzingsbevoegdheid toe aan een rechtbank die niet tot kennisneming van de aan haar voorgelegde vordering bevoegd is.

Daarom kan deze rechtbank niet overgaan tot verwijzing van de zaak als verzocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/54

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 372751 / HA ZA 11-445

Vonnis van 30 november 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres],

gevestigd te Puttershoek,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. P.J. de Jong Schouwenburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde],

gevestigd te Geel, België,

gedaagde,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.G.A. Linssen.

Partijen zullen hierna “[eiseres]” en “[gedaagde]” genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar het tussenvonnis van 21 september 2011. Ingevolge dat tussenvonnis heeft [gedaagde] een akte genomen en daarbij één productie in het geding gebracht.

1.2. Vervolgens is wederom vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in het incident

2.1. [gedaagde] beroept zich op de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter.

Volgens [eiseres] is deze rechtbank bevoegd kennis te nemen van haar vorderingen op grond van het in artikel 13.2 van haar algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding. Dit forumkeuzebeding luidt als volgt:

“Alle geschillen die ontstaan zijn naar aanleiding van de Opdracht(en) of deze Algemene Voorwaarden, zullen, voorzover niet anders door de wet dwingend voorgeschreven, worden voorgelegd aan het oordeel van de bevoegde rechter te Rotterdam.”

[gedaagde] betwist dat zij met [eiseres] een overeenkomst heeft gesloten en dat genoemd forumkeuzebeding tussen partijen is overeengekomen.

2.2. Er is sprake van een internationaal kader nu [eiseres] gevestigd is in Nederland en [gedaagde] in België, beide EU-lidstaten.

De vordering in de hoofdzaak is ingesteld bij dagvaarding van 4 januari 2011, derhalve na de inwerkingtreding van de Verordening (EG) nr 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-Vo). De vraag of deze rechtbank bevoegd is tot kennisneming van de vorderingen van [eiseres] in de hoofdzaak dient daarom in beginsel aan de hand van de Brussel I-Vo te worden beantwoord.

2.3. De vraag of het door [eiseres] ingeroepen forumkeuzebeding voor [gedaagde] bindend is, dient te worden beantwoord aan de hand van het bepaalde in artikel 23 Brussel I-Vo. Het eerste lid van dat artikel bepaalt voor zover in dit geval van belang:

“Wanneer de partijen [..] een gerecht [..] van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking [..] zullen ontstaan, is dit gerecht [..] van die lidstaat bevoegd. [..] Deze overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten:

a) hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst;

b) hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn geworden;

c) hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht worden genomen.”

2.4. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een geldig forumkeuzebeding in de zin van artikel 23 lid 1 aanhef en onder b) of c) Brussel I-Vo.

Voor zover [eiseres] betoogt dat bevoegdheid van deze rechtbank is overeengekomen doordat (i) partijen op 28 oktober 2008 mondeling een overeenkomst van opdracht hebben gesloten, (ii) [eiseres] daarbij haar algemene voorwaarden aan [gedaagde] ter hand heeft gesteld, (iii) bij het sluiten van die overeenkomst het genoemde forumkeuzebeding aan de orde is gekomen en (iv) [gedaagde] toen instemde met de inhoud van deze algemene voorwaarden met inbegrip van het forumkeuzebeding, kunnen die stellingen niet leiden tot een rechtsgeldige forumkeuzeovereenkomst, omdat een mondeling gesloten forumkeuzeovereenkomst geen in de zin van artikel 23 Brussel I-Vo bindende forumkeuze oplevert.

Op grond van artikel 23 lid 1 aanhef en onder a) Brussel I-Vo zijn wel rechtsgeldig een schriftelijke forumkeuzeovereenkomst en een schriftelijk bevestigde mondelinge forumkeuzeovereenkomst.

2.5. Naast de in 2.4 genoemde vier stellingen over de totstandkoming op 28 oktober 2008 van een mondelinge forumkeuzeovereenkomst, stelt [eiseres] tevens dat zij die mondelinge overeenkomst van opdracht “- inclusief behandeling en terhandstelling van de Algemene Voorwaarden -” schriftelijk heeft bevestigd in haar brief van 30 oktober 2008 onder bijvoeging van de algemene voorwaarden en dat [gedaagde] dat schrijven heeft ontvangen. Daarbij doelt [eiseres] op het als productie 8 door haar in het geding gebrachte schrijven dat is getiteld is “Offerte / Opdrachtbevestiging waardebepaling [bedrijf 1].”. Dit schrijven luidt voorts als volgt:

“Geachte [gedaagde],

Op 28 oktober jl. heeft u, als curator over het vermogen van wijlen [persoon 1], ons gevraagd de waarde van de aandelen van [bedrijf 1]. en [bedrijf 2] te bepalen. Hierbij ontvangt u de offerte inzake de werkzaamheden van [eiseres], de Informatiebehoefte, alsmede onze Algemene Voorwaarden.

De offerte is reeds met u besproken. Wilt u de offerte ondertekend aan ons retourneren. Wij zullen nog afspraken met u maken over de facturering van onze werkzaamheden.

Mocht u naar aanleiding van deze opdrachtbevestiging nog vragen hebben, neemt u dan met mij contact op.

Met vriendelijke groet,

Namens [eiseres]

[persoon 2]

Bijlagen: Opdrachtbevestiging

Informatiebehoefte

Algemene Voorwaarden”.

Kennelijk doet [eiseres] beroep op bevoegdheid op grond van een schriftelijk bevestigde mondeling overeengekomen forumkeuze in de zin van artikel 23 lid 1 aanhef en onder a) Brussel I-Vo.

[gedaagde] betwist niet alleen dat mondeling een overeenkomst met een forumkeuze is gesloten, maar ook dat zij de gestelde brief van 30 oktober 2008 met de algemene voorwaarden heeft ontvangen.

2.6 Volgens vaste rechtspraak van het HvJ EG moeten de genoemde vormvereisten van artikel 23 lid 1 Brussel I-Vo strikt worden uitgelegd en geldt bij een beroep op een forumkeuzebeding als uitgangspunt dat sprake moet zijn van daadwerkelijke instemming van partijen met de forumkeuze (HvJ EG 14 december 1976, LJN AD4017, NJ 1977, 446 - Colzani/Rüwa; HvJ EG 20 februari 1997, LJN AD2692, NJ 1998, 565 - MSG/Les Gravières; HvJ EG 16 maart 1999, LJN AD3027, NJ 2001, 116 - Castelletti/Trumpy).

Aan de vereisten voor een schriftelijk bevestigde mondelinge forumkeuzeovereenkomst is voldaan wanneer komt vast te staan dat het forumkeuzebeding bij een daarop betrekking hebbende overeenkomst is overeengekomen, dat een van de ene partij afkomstige schriftelijke bevestiging van die overeenkomst door de andere partij is ontvangen en dat deze laatste partij tegen deze schriftelijke bevestiging geen bezwaar heeft gemaakt (HvJ EG 11 juli 1985, LJN AC2063, NJ 1986, 602 - Berghoefer/ASA).

2.7. Kennelijk vatten beide partijen de brief van [eiseres] van 30 oktober 2008 op als een bevestiging in de zin van artikel 23 lid 1 aanhef en onder a) Brussel I-Vo. Niet is in geschil dat, voor zover komt vast te staan dat [gedaagde] genoemd schrijven heeft ontvangen, zij tegen dat schrijven geen bezwaar heeft gemaakt.

Gegeven de in 2.6 genoemde maatstaven en gelet op de betwistingen door [gedaagde], zal [eiseres] – op welke partij ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv de bewijslast rust – moeten bewijzen (i) dat zij op 28 oktober 2008 mondeling een overeenkomst (van opdracht) met [gedaagde] heeft gesloten, (ii) dat laatstgenoemde daarbij uitdrukkelijk heeft ingestemd met het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden van [eiseres] en (iii) dat [gedaagde] de brief van 30 oktober 2008 met daarbij die algemene voorwaarden heeft ontvangen.

Zodanige ontvangst blijkt niet uit de brief van [gedaagde] van 13 november 2008 (laatste bladzijde van productie 1 bij dagvaarding), omdat gesteld noch gebleken is dat daarin met enig woord wordt gerept over (de ontvangst van) de brief van [eiseres] van 30 oktober 2008.

De rechtbank zal [eiseres] dat bewijs opdragen.

2.8. Voor zover [eiseres] tevens betoogt dat sprake is van een schriftelijk tot stand gekomen forumkeuzeovereenkomst in de zin van artikel 23 lid 1 aanhef en onder a) Brussel I-Vo, overweegt de rechtbank het volgende.

[eiseres] betoogt (onder 3 van de incidentele conclusie van antwoord) dat [gedaagde] in de genoemde brief van 13 november 2008 de overeenkomst van opdracht “nader schriftelijk [heeft] bevestigd” dan wel (onder 12 van haar akte van 24 augustus 2011) “schriftelijk heeft aanvaard”, alsmede dat [gedaagde] in die brief niet heeft laten weten dat zij niet instemde met de opdrachtbevestiging van [eiseres] en dat zij evenmin de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van [eiseres] van de hand heeft gewezen. Daarom, zo betoogt [eiseres], moet [gedaagde] geacht worden te hebben ingestemd met de forumkeuze in de algemene voorwaarden zodat sprake is van een schriftelijk tot stand gekomen forumkeuzeovereenkomst in de zin van artikel 23 lid 1 aanhef en onder a) Brussel I-Vo.

Aan het voor de totstandkoming van een schriftelijke forumkeuzeovereenkomst vereiste van aanvaarding van de forumkeuze door de wederpartij is niet voldaan wanneer de wederpartij slechts geen bezwaar maakt tegen een verwijzing naar algemene voorwaarden met daarin het forumkeuzebeding.

Voor zodanige totstandkoming is in dit geval dus vereist dat [gedaagde] in haar brief van 13 november 2008 de verwijzing door [eiseres] naar het forumkeuzebeding uitdrukkelijk heeft aanvaard. Zoals hiervoor is overwogen, is gesteld noch gebleken dat in de brief van 13 november 2008 met enig woord wordt gerept over (de ontvangst van) de brief van [eiseres] van 30 oktober 2008. Evenmin is gesteld of gebleken dat in die brief van 13 november 2008 wordt gerept over een forumkeuzebeding of de algemene voorwaarden van [eiseres].

Daarop stuit zodanig betoog van [eiseres] af.

2.9. Over het betoog van [gedaagde] dat zij niet aan (een forumkeuzebeding met) [eiseres] is gebonden omdat [eiseres] terzake met een andere partij, te weten [bedrijf 1], heeft gecontracteerd, overweegt de rechtbank het volgende.

In de door [eiseres] als productie 1 bij dagvaarding in het geding gebrachte opdrachtbevestiging van 30 oktober 2008 worden als opdrachtgevers genoemd “[bedrijf 1] [..] en advocatenkantoor [bedrijf 3], rechtsgeldig vertegenwoordigd door [gedaagde]”. Daarom kan voorlopig niet worden uitgesloten dat [eiseres] in dit geval met zowel [bedrijf 1] als [gedaagde] een overeenkomst van opdracht heeft gesloten. De enkele omstandigheid dat [eiseres] terzake ook met [bedrijf 1] heeft gecontracteerd staat aan de geldigheid van een forumkeuzebeding in de overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] niet in de weg.

Dat betoog leidt daarom niet tot onbevoegdheid van deze rechtbank.

2.10 Volgens [eiseres] ligt aan haar op een overeenkomst van opdracht gebaseerde vorderingen in de hoofdzaak een verbintenis ten grondslag die binnen Nederland is uitgevoerd of moest worden uitgevoerd in de zin van artikel 5 aanhef en onder 1) Brussel I-Vo. Voor het geval dat deze rechtbank zich onbevoegd verklaart wegens het ontbreken van een rechtsgeldige forumkeuze verzoekt [eiseres] de zaak te verwijzen naar de rechtbank in Nederland die relatief bevoegd is. Daarover overweegt de rechtbank het volgende.

[gedaagde] heeft niet ingestemd met het verwijzingsverzoek.

Gesteld noch gebleken is dat de bedoelde verbintenis binnen het arrondissement Rotterdam is of moest worden uitgevoerd.

De Brussel I-Vo kent geen verwijzingsbevoegdheid toe aan een rechtbank die niet tot kennisneming van de aan haar voorgelegde vordering bevoegd is.

Daarom kan deze rechtbank niet overgaan tot verwijzing van de zaak als verzocht.

2.11. Levert [eiseres] het in 2.7 genoemde bewijs, dan is op grond van artikel 23 lid 1 aanhef en onder a) Brussel I-Vo de bevoegdheid van deze rechtbank om kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak gegeven.

Levert [eiseres] dat bewijs niet, dan zal deze rechtbank zich onbevoegd verklaren.

voorts in het incident en in de hoofdzaak

2.12. Hangende de bewijslevering zal de rechtbank elke overige beslissing aanhouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

draagt [eiseres] op te bewijzen feiten of omstandigheden waaruit blijkt:

(i) dat op 28 oktober 2008 mondeling een overeenkomst (van opdracht) tussen haar en [gedaagde] is gesloten, en

(ii) dat laatstgenoemde daarbij uitdrukkelijk heeft ingestemd met het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden van [eiseres], en

(iii) dat [gedaagde] de brief van [eiseres] van 30 oktober 2008 met daarbij die algemene voorwaarden heeft ontvangen;

bepaalt dat indien [eiseres] bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen:

(i) deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. W.P. Sprenger; en

(ii) dat de advocaat van [eiseres] binnen vier weken na de datum van dit vonnis aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en van hun verhinderdata, alsmede van die van beide partijen en hun raadslieden in de maanden februari en maart 2012, opdat aan de hand daarvan dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

houdt iedere verdere beslissing aan;

in de hoofdzaak

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2011. 901/1928?