Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BU9122

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-12-2011
Datum publicatie
23-12-2011
Zaaknummer
391476 / HA RK 11-315
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Nu het gerechtelijk vooronderzoek door een kennisgeving dagvaarding van de officier van justitie aan de rechter-commissaris is geëindigd, kan de rechter-commissaris niet meer worden aangemerkt als de rechter die de zaak tegen verzoeker behandelt. Dit wordt niet anders door het feit dat het wrakingsverzoek voor de datum van beëindiging van het gerechtelijk vooronderzoek is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE,

zitting houdende te Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 21 december 2011

Zaaknummer: 391476

Rekestnummer: HA RK 11-315

Parketnummer: 10/730058-11

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker],

wonende te [adres],

preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam],

verzoeker,

advocaat: mr. R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage.

strekkende tot wraking van [naam RC], rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank (hierna: de rechter-commissaris).

1. Het procesverloop en de processtukken

Op vordering van de officier van justitie heeft de rechter-commissaris op 17 mei 2011 een gerechtelijk vooronderzoek ingesteld tegen verzoeker onder bovenvermeld parketnummer. In dit gerechtelijk vooronderzoek heeft de rechter-commissaris een aantal getuigen gehoord.

Op 22 september 2011 is de getuige [naam getuige] door een ambtgenoot van de rechter-commissaris gehoord.

Bij brief van 19 oktober 2011 heeft de rechter-commissaris de hoofdofficier van justitie te 's-Gravenhage gewezen op de zijns inziens bestaande integriteitrisico's die voortvloeien uit de omstandigheid dat de getuige [naam getuige] medewerkster van zijn parket is, zulks gelet op - kort weergegeven - de wijze waarop zij de waarheidsvinding in deze zaak naar zijn oordeel heeft gefrustreerd.

Bij faxbericht van 28 november 2011 heeft de advocaat van verzoeker de rechter-commissaris gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van - voor zover voor de beoordeling van het verzoek van belang - het dossier van genoemde strafzaak, waarin zich thans ook een kennisgeving dagvaarding d.d. 12 december 2011 van de officier van justitie aan de rechter-commissaris bevindt, en op bovenvermelde brief van 19 oktober 2011.

Verzoeker, de advocaat van verzoeker, de rechter-commissaris alsmede de officier van justitie zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd. De rechter-commissaris is in de gelegenheid gesteld voorafgaand aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter-commissaris heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 12 december 2011.

Ter zitting in raadkamer van 20 december 2011, alwaar de gedane wraking is behandeld, is verschenen: de advocaat van verzoeker, mr. R.A.J. Verploegh, alsmede de officier van justitie mr. H.E. Rebel. De advocaat heeft ter zitting meegedeeld dat verzoeker afziet van zijn recht de zitting bij te wonen en dat het verzoek buiten aanwezigheid van verzoeker kan worden behandeld. De rechter-commissaris is - met opgave van redenen - niet verschenen.

De advocaat heeft aan de hand van een pleitnota zijn standpunt nader toegelicht.

2. Het verzoek en het verweer daartegen

2.1

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft de advocaat van verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven -:

Bij verzoeker is de naar objectieve maatstaven gerechtvaardigde vrees ontstaan dat de rechter-commissaris jegens hem bij de behandeling van het gerechtelijk vooronderzoek een vooringenomenheid koestert, die hem het recht ontneemt op behandeling door een onpartijdige rechter.

Deze vrees is ontstaan door de volgende omstandigheden, in samenhang bezien:

- het uitvaardigen van een bevel medebrenging voor zijn partner, [naam getuige], om als getuige te verschijnen, terwijl zij zich ziek had gemeld en terwijl zij nog niet eerder op een dagvaarding als getuige niet was verschenen;

- het sturen van de hiervoor bedoelde brief aan de hoofdofficier van justitie te 's-Gravenhage, met mededelingen omtrent de getuige [naam getuige], vooral omdat dit op eigen initiatief is geweest;

- de inhoud van deze brief.

2.2

De rechter-commissaris heeft niet in de wraking berust.

De rechter-commissaris heeft gewezen op het feit dat hij sinds enige tijd geen onderzoeks-handelingen meer verricht in het gerechtelijk vooronderzoek tegen verzoeker en dat dat onderzoek zijns inziens is afgerond. De officier van justitie heeft de rechter-commissaris per e-mail van 18 november 2011 bericht dat verzoeker zal worden gedagvaard ter terechtzitting waardoor het gerechtelijk vooronderzoek wordt gesloten.

De rechter-commissaris bestrijdt voorts deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat er geen sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren.

2.3.

De officier van justitie heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek, aangezien de rechter-commissaris per e-mail van 18 november 2011 is bericht dat verzoeker zal worden gedagvaard ter terechtzitting waardoor het gerechtelijk vooronderzoek is gesloten. Subsidiair heeft de officier van justitie geconcludeerd tot afwijzing van het wrakingsverzoek, aangezien er geen sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren.

3. De ontvankelijkheid van het verzoek

3.1

Ingevolge het bepaalde in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: WvSv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

3.2

De rechter-commissaris is als behandelend rechter opgetreden in het gerechtelijk vooronderzoek onder bovenvermeld parketnummer.

3.3

Dit gerechtelijk vooronderzoek is ingevolge het bepaalde in artikel 258, tweede lid, WvSv geëindigd door de kennisgeving van de officier van justitie van 12 december 2011 aan de rechter-commissaris dat zij de verdachte heeft gedagvaard ter terechtzitting. De rechter-commissaris kan als gevolg daarvan thans niet meer worden aangemerkt als de rechter die de zaak (het gerechtelijk vooronderzoek) tegen verzoeker behandelt.

3.4

Hetgeen hiervoor is overwogen wordt niet anders door het feit dat het wrakingsverzoek voor de datum van beëindiging van het gerechtelijk vooronderzoek is ingediend.

3.5

Op grond van het vorenstaande is verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.

3.6

Bij deze stand van zaken acht de wrakingskamer zich in staat thans bij vervroeging uitspraak te doen.

4. De beslissing

verklaart R.J. van Nierop niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter-commissaris, [naam RC].

Deze beslissing is gegeven op 21 december 2011 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,

mr. O.E.M. Leinarts en mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. A. Schut, griffier.