Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BU6234

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-11-2011
Datum publicatie
29-11-2011
Zaaknummer
361203 / HA ZA 10-2551
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil in conventie over misleiding bij overeenkomsten in verband met exploitatie van octrooien. Geschil in reconventie over het niet voldoen aan veroordelingen in kortgedingvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 361203 / HA ZA 10-2551

VONNIS van 23 november 2011

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. drs. M. Vissers,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. P.J. de Bruin.

Partijen worden hierna aangeduid als "[eiser]" respectievelijk "[gedaagde]".

1. Het verloop van het geding

1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken waarvan de rechtbank heeft kennisgenomen:

- dagvaarding en de door [eiser] overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie, met

producties;

- conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, met

producties;

- conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, met

productie;

- conclusie van dupliek in reconventie, met producties;

- akte wijziging van eis in conventie, met producties;

- exploit aanzegging schorsing en vervroegde oproeping d.d. 26 april 2011;

- exploit oproeping d.d. 29 april 2011;

- antwoordakte eiswijziging aan de zijde van [gedaagde].

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 [eiser] is uitvinder. [gedaagde] had een advocatenkantoor. Tussen partijen is contact ontstaan over een vorm van samenwerking in verband met bepaalde octrooien.

[gedaagde] heeft bij brief van 26 maart 2003 een aantal stukken toegestuurd aan [eiser]. Eén daarvan was getiteld "Uitgangspunten samenwerking [eiser] - [gedaagde]", welk stuk op 28 maart 2003 voor akkoord is ondertekend door [eiser] en zijn echtgenote

[X]. Dit stuk wordt door beide partijen aangemerkt als een tussen hen gesloten overeenkomst. De rechtbank zal deze overeenkomst hierna aanduiden als 'de raamovereenkomst'.

2.2 In de raamovereenkomst was onder meer bepaald:

> Octrooien (..) worden ondergebracht in de commanditaire vennootschap OcTroje CV, waarvan Stichting OcTroje als beherend vennoot de eigendom heeft. OcTroje CV houdt en beheert de octrooien (..) maar exploiteert deze zelf niet en drijft ook geen handel. Middels het uitgeven van al dan niet exclusieve licenties (vooralsnog aan de Octroland CV's die de exploitatie middels sublicenties en distributiecontracten uitbesteden aan marktpartijen) wordt gestreefd naar het behalen van opbrengst/rendement.

> [eiser] is verplicht (de uitkomsten van) al zijn uitvindingen en know-how geheel en onvoorwaardelijk te delen met en ter beschikking te stellen aan [gedaagde].

> [eiser] is verplicht alle zakelijke aanwijzingen van of namens [gedaagde] op te volgen (..).

> [gedaagde] draagt zorg voor alle juridische, fiscale, financiële en administratieve werkzaamheden verbonden aan de instandhouding en exploitatie van OcTroje CV en de Octroland CV's. (..)

> Alle winst die behaald wordt door de samenwerking van [eiser] en [gedaagde] wordt in beginsel 50/50 verdeeld tussen de (rechtspersonen van) [eiser] en [gedaagde]. (..).

> Indien [eiser] de samenwerking met [gedaagde] om welke reden dan ook wenst te beëindigen, heeft [gedaagde] onverminderd contractuele afspraken recht op de helft van (de waarde van) alle octrooien (..).

2.3 Op 5 mei 2003 is een drietal stichtingen opgericht:

(a) [Y] (hierna: [Y]); de eerste en enige bestuurder was Dutch Fiscal & Legal Strategists B.V. (hierna: DFLS);

(b) Stichting OcTroje; de enige bestuurder was Strategos B.V.;

(c) Stichting Octroland Gaia; de enige bestuurder was Strategos B.V.

Op 8 oktober 1996 is opgericht:

(d) [Z] (hierna: [Z]); bestuurder was onder meer [Q].

Op 8 oktober 2004 is opgericht:

(e) Stichting GTA Innovation; bestuurders waren [W], [A] en [eiser].

2.4 Op 5 mei 2003 zijn twee overeenkomsten van commanditaire vernnootschap gesloten, te weten van:

(a) OcTroje CV; de beherend vennoot was Stichting OcTroje; de commanditaire vennoten waren [Z] en [Y];

(b) Octroland Gaia CV; de beherend vennoot was Stichting Octroland Gaia;

de commanditaire vennoten waren Immobilex Royalties B.V. en Strategos B.V.

Op 26 juli 2004 is een overeenkomst van commanditaire vennootschap gesloten van:

(c) GTA Innovation CV; de beherend vennoot was Stichting Octroland Gaia; de commanditaire vennoten waren [S], [Y] en [A].

2.5 Per 1 november 2004 is Stichting GTA Innovation in plaats van Stichting Octroland Gaia beherend vennoot geworden van GTA Innovation CV en is [Z] daarvan de vierde commanditaire vennoot geworden.

2.6 In de 'Notulen van de algemene vennotenvergadering van OcTroje CV' op 4 juli 2005 staat onder meer dat aldaar is besloten dat Stichting OcTroje met ingang van 25 juli 2005 is ontslagen als beherend vennoot van OcTroje CV en dat [Q] met ingang van die datum is benoemd tot enig beherend vennoot.

Op 25 juli 2005 heeft [Q] bij het handelsregister ingeschreven dat Stichting OcTroje op die datum was uitgetreden als vennoot van OcTroje CV en dat [Q] op die datum als vennoot in functie was getreden.

2.7 [gedaagde] was middellijk (via [E]) enig bestuurder van DFLS; [gedaagde] was tevens middellijk (via [E] en Immobilex Holding B.V.) enig bestuurder van Immobilex Royalties B.V.

[eiser] was enig bestuurder van Strategos B.V.

2.8 Op 26 augustus 2004 heeft OcTroje CV octrooi aangevraagd voor een transportplaat (die in de stukken ook wordt aangeduid als rubberen slipsheet).

Op 24 mei 2005 is een (octrooi)overeenkomst gesloten tussen OcTroje CV enerzijds en

[S], [A], [Y] en [Z] anderzijds, waarbij de eerstgenoemde aan de vier laatstgenoemden de octrooiaanspraak voor gelijke delen in mede-eigendom overdroeg.

Op 28 februari 2006 is het octrooi verleend onder het Nederlands octrooinummer 1026912 aan de vier laatstgenoemden; als uitvinders waren vermeld [eiser], [W] en

[A].

Ingevolge een vaststellingsovereenkomst van 13 december 2006 hebben [S] en [A] ieder hun 25%-aanspraak op de eigendom van het octrooi overgedragen aan OcTroje CV.

Vanaf 4 september 2007 stond OcTroje CV weer geregistreerd als octrooihouder.

Dit octrooi 1026912 is op 1 maart 2009 vervallen wegens het niet betalen van de jaartaks.

2.9 Op 6 mei 2004 heeft OcTroje CV octrooi aangevraagd voor gereedschap voor het vervaardigen van een pijpkoppeling.

Op 8 november 2005 is het octrooi verleend aan OcTroje CV onder het Nederlands octrooinummer 1026134; als uitvinders waren vermeld [eiser] en [R].

2.10 Op 26 augustus 2005 heeft OcTroje CV een octrooi aangevraagd voor "transport slab and method using it".

Op 8 april 2009 is het octrooi verleend aan OcTroje CV onder het Europees octrooinummer 1791760; als uitvinders waren vermeld [eiser], [W] en [A].

2.11 In mei 2006 heeft [gedaagde] bij de rechtbank Rotterdam een vordering in kort geding ingesteld tegen [eiser] en Strategos B.V., gebaseerd op de stelling dat de laatsten op allerlei wijzen onrechtmatige uitlatingen doen over [gedaagde] (zaak- / rolnummer 261499 / KG ZA 06-400).

Bij vonnis van 15 juni 2006 heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank in conventie [eiser] en Strategos B.V. - kort gezegd - veroordeeld om het tegenover derden uiten van beschuldigingen ten aanzien van [gedaagde] te staken en zich te onthouden van dergelijke uitingen. Ook werden zij veroordeeld tot het doen van rectificaties. Aan een en ander waren dwangsommen verbonden.

3. De vordering in conventie en de wijziging daarvan

3.1 De bij dagvaarding ingestelde vordering luidt om bij vonnis voorzoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I.

Primair

1.

Voor recht te verklaren dat de "Uitgangspunten samenwerking [gedaagde]- [eiser]" door inhoud en/of strekking nietig zijn.

2.

Voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle schade die de heer [eiser] heeft geleden en nog zal lijden vanaf de datum van ondertekening van de "Uitgangspunten samenwerking [gedaagde] -[eiser]" tot aan de nietigverklaring door de rechtbank van de "Uitgangspunten samenwerking [gedaagde] -[eiser]".

3.

[gedaagde] te bevelen om binnen 7 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis [om] al die handelingen te hebben verricht die als doel hebben de octrooien waar de heer [eiser] als uitvinder op is vermeld aan de heer [eiser] over te dragen, alsmede ten bewijze daarvan gelijktijdige afschriften daarvan aan de heer [eiser] te zenden (die domicilie kiest ten kantore van zijn advocaat), op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] niet aan dat bevel voldoet, althans een zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren.

4.

[gedaagde] te bevelen de gehele financiële en fiscale administratie van de commanditaire vennootschappen OcTroje CV en Octroland Gaia CV aan de heer [eiser] ter beschikking te stellen vanaf 2003 tot en met 2009, op straffe van verbeurte van een dwangsom

ad € 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] niet aan dat bevel voldoet, althans een zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren.

Subsidiair

1.

Voor recht te verklaren dat [gedaagde] de heer [eiser] heeft bewogen tot het aangaan van de "Uitgangspunten samenwerking [gedaagde]- [eiser]" door bedrog en/of misleiding.

2.

De "Uitgangspunten samenwerking [gedaagde]- [eiser]" te vernietigen op de gronden vermeld in punt 1 hiervoor.

3(a).

Voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle schade die de heer [eiser] heeft geleden en nog zal lijden vanaf de datum van ondertekening van de "Uitgangspunten samenwerking [gedaagde] -[eiser]" tot aan de nietigverklaring c.q. vernietiging door de rechtbank van de "Uitgangspunten samenwerking [gedaagde] -[eiser]".

3(b).

[gedaagde] te bevelen om binnen 7 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis [om] al die handelingen te hebben verricht die als doel hebben de octrooien waar de heer [eiser] als uitvinder op is vermeld aan de heer [eiser] over te dragen, alsmede ten bewijze daarvan gelijktijdige afschriften daarvan aan de heer [eiser] te zenden (die domicilie kiest ten kantore van zijn advocaat), op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] niet aan dat bevel voldoet, althans een zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren.

4.

[gedaagde] te bevelen de gehele financiële en fiscale administratie van de commanditaire vennootschappen OcTroje CV en Octroland Gaia CV aan de heer [eiser] ter beschikking te stellen vanaf 2003 tot en met 2009, op straffe van verbeurte van een dwangsom ad

€ 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] niet aan dat bevel voldoet, althans een zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren.

Meer subsidiair

1.

De commanditaire vennootschapsovereenkomsten tot oprichting van OcTroje CV en Octroland Gaia CV nietig te verklaren.

2.

Voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle schade die de heer [eiser] heeft geleden en nog zal lijden vanaf de datum van ondertekening van de respectievelijke commanditaire vennootschapsovereenkomsten tot aan de nietigverklaring c.q. vernietiging door de rechtbank van de oprichtings-c.q. vennootschapsovereenkomsten van OcTroje CV en/of Octroland Gaia CV.

3.

[gedaagde] te bevelen om binnen 7 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis [om] al die handelingen te hebben verricht die als doel hebben de octrooien waar de heer [eiser] als uitvinder op is vermeld aan de heer [eiser] over te dragen, alsmede ten bewijze daarvan gelijktijdige afschriften daarvan aan de heer [eiser] te zenden (die domicilie kiest ten kantore van zijn advocaat), op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] niet aan dat bevel voldoet, althans een zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren.

4.

[gedaagde] te bevelen de gehele financiële en fiscale administratie van de commanditaire vennootschappen OcTroje CV, Octroland Gaia CV en GTA Innovation CV aan de heer [eiser] ter beschikking te stellen vanaf 2003 tot en met 2009, op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] niet aan dat bevel voldoet, althans een zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren.

Meer meer subsidiair

1

Voor recht te verklaren dat alle rechtshandelingen en/of de besluiten van OcTroje CV en /of Octroland Gaia CV vanaf datum oprichting nietig zijn op de gronden in het lichaam van de dagvaarding uiteengezet.

2.

Voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle schade die de heer [eiser] heeft geleden en nog zal lijden ten gevolge van de rechtshandelingen en/of besluiten van OcTroje CV en/of Octroland Gaia CV vanaf de datum van oprichting van deze respectievelijke commanditaire vennootschappen tot aan de dag der algehele voldoening.

3.

[gedaagde] te bevelen om binnen 7 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis [om] al die handelingen te hebben verricht die als doel hebben de octrooien waar de heer [eiser] als uitvinder op is vermeld aan de heer [eiser] over te dragen, alsmede ten bewijze daarvan gelijktijdige afschriften daarvan aan de heer [eiser] te zenden (die domicilie kiest ten kantore van zijn advocaat), op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] niet aan dat bevel voldoet, althans een zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren.

4.

[gedaagde] te bevelen de gehele financiële en fiscale administratie van de commanditaire vennootschappen OcTroje CV en Octroland Gaia CV aan de heer [eiser] ter beschikking te stellen vanaf 2003 tot en met 2009, op straffe van verbeurte van een dwangsom ad

€ 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] niet aan dat bevel voldoet, althans een zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren.

II.

[gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder het salaris voor de advocaat.

3.2 Bij zijn akte wijziging van eis in conventie heeft [gedaagde] zijn vordering op een aantal punten gewijzigd:

(a) Primair onder 2: Voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle schade die de heer [eiser] heeft geleden en nog zal lijden vanaf de datum van ondertekening van de "Uitgangspunten samenwerking [gedaagde]-[eiser]", welke schade nog niet kan worden begroot en zal dienen te worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet.

(b) Subsidiair onder 3(a): Voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle schade die de heer [eiser] heeft geleden en nog zal lijden door het bedrog c.q. de misleiding door [gedaagde], welke schade nog niet kan worden begroot en zal dienen te worden opgemaakt bij staat en vereffende volgens de wet.

(c) Meer subsidiair onder 2: Voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle schade die de heer [eiser] heeft geleden en nog zal lijden vanaf de datum van ondertekening van de commanditaire vennootschapsovereenkomsten tot oprichting van OcTroje CV en Octroland Gaia CV door de heer [eiser] te bewegen - op de wijze zoals in het lichaam der dagvaarding uiteengezet - tot het aangaan van de oprichtings- c.q. vennootschapsovereenkomsten van OcTroje CV en/of Octroland Gaia CV in de wetenschap dat deze oprichtings c.q. vennootschapsovereenkomsten van meet af aan nietig dan wel vernietigbaar waren, welke schade nog niet kan worden begroot en zal dienen te worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet.

(d) Meer meer subsidiair onder 1: Voor recht te verklaren dat alle rechtshandelingen en/of de besluiten van OcTroje CV en /of Octroland Gaia CV vanaf datum oprichting nietig zijn op de gronden in het lichaam van de dagvaarding uiteengezet, althans alle rechtshandelingen en/of besluiten van OcTroje CV en/of Octroland Gaia CV vanaf datum oprichting te vernietigen.

(e) Meer meer subsidiair onder 2: Voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle schade die de heer [eiser] heeft geleden en nog zal lijden ten gevolge van de nietige c.q. vernietigde rechtshandelingen en/of besluiten van OcTroje CV en/of Octroland Gaia CV, welke schade nog niet kan worden begroot en zal dienen te worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet.

(f) Meer meer meer subsidiair (nieuw): Voor recht te verklaren dat [gedaagde] onrechtmatig jegens de heer [eiser] heeft gehandeld alsmede voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle door de heer [eiser] door toedoen van [gedaagde] geleden en nog te lijden schade uit onrechtmatige daad, welke schade nog niet kan worden begroot zodat deze zal dienen te worden opgemaakt bij staat en vereffende volgens de wet.

De onder II vermelde vordering is niet gewijzigd, nu ook in de dagvaarding werd gevorderd het vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.3 [gedaagde] heeft tegen de wijziging van de eis bezwaar gemaakt. Deze bezwaren zien vooral op de algemene toewijsbaarheid van de vorderingen van [eiser], waarvan de grondslagen door [gedaagde] worden bestreden en welke bezwaren bij de beoordeling van de vorderingen aan de orde komen.

Tegen de onder (a), (b), (c), (e) en (f) vermelde toevoeging - kort gezegd - dat de schade waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is dient te worden opgemaakt bij staat, heeft [gedaagde] niet aangevoerd dat en waarom deze vermeerdering van eis in strijd is met de goede procesorde. Hetzelfde geldt voor de onder (d) vermelde toevoeging. Nu van strijd met de goede procesorde ook niet is gebleken, kan het bezwaar tegen deze toevoegingen geen doel treffen.

Tegen de tevens onder (f) vermelde toevoeging wordt aangevoerd dat deze in het geheel niet is gesubstantieerd en gespecificeerd. Aan dit bezwaar gaat de rechtbank eveneens voorbij en wel omdat deze toegevoegde uiterst subsidiaire vordering kennelijk is gebaseerd op dezelfde gronden die ook ten grondslag zijn gelegd aan de primaire en minder subsidiaire vorderingen, zodat naar valt aan te nemen de uiterst subsidiaire vordering geen afzonderlijk verweer behoeft dat niet ook al is ingebracht tegen die andere vorderingen. Niet is aannemelijk dat deze toevoeging strijdig is met de goede procesorde.

De rechtbank zal derhalve rechtdoen naar aanleiding van de gewijzigde vordering.

3.4 [eiser] heeft aan de vordering - kort en zakelijk weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

(a) (primair en subsidiair) De raamovereenkomst is nietig op grond van strijd met de openbare orde en goede zeden, dan wel vernietigbaar omdat deze is totstandgekomen onder invloed van bedrog en/of misbruik van omstandigheden door [gedaagde]. Uit de inhoud van de raamovereenkomst blijkt dat die is opgezet met de onzedelijke strekking om [eiser] te misleiden en te benadelen, om naar derden en naar [eiser] te verhullen dat [gedaagde] feitelijk en juridisch beherend vennoot was van OcTroje CV en Octroland Gaia CV (en GTA Innovation CV) en om de octrooien van [eiser] in handen te krijgen zonder daar enige vergoeding voor te betalen; [gedaagde] heeft zijn positie, ervaring en deskundigheid als advocaat misbruikt in zijn eigen voordeel, doordat hij als deskundige een ondeskundige leek heeft bewogen om akkoord te gaan met een overeenkomst waarvan hij als advocaat wist en behoorde te begrijpen dat hij [eiser] juist ervan zou moeten weerhouden een dergelijke overeenkomst te ondertekenen.

(b) (meer subsidiair) De overeenkomsten tot oprichting van OcTroje CV en Octroland Gaia CV zijn nietig. [gedaagde] heeft de opzet gehad om in strijd met art. 20 lid 2 WvK te handelen en derden te misleiden door daden van beheer te verrichten en dat te verhullen.

De overeenkomsten zijn in elk geval vernietigbaar op grond van misleiding en bedrog.

(c) (meer meer subsidiair) De besluiten op de vennotenvergadering van OcTroje CV van 4 juli 2005 zijn nietig. De rechtshandelingen die de onbevoegde beherend vennoot Kroon daarna heeft gedaan zijn ook nietig.

4. Het verweer in conventie

4.1 Het verweer strekt tot nietigverklaring van de dagvaarding, althans afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van het geding.

4.2 [gedaagde] heeft daartoe - kort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd:

(a) De dagvaarding dient nietig te worden verklaard omdat het exploit van dagvaarding in strijd met art. 111 lid 2 onder f, h en i Rv niet vermeldt (1°) de roldatum (2°) de wijze van verschijnen en (3°) de gevolgen van het niet-verschijnen.

(b) De primaire en de achtereenvolgende subsidiaire vorderingen moeten worden afgewezen. De overeenkomsten waarbij partijen (al dan niet in hoedanigheid van bestuurders van rechtpersonen) betrokken waren lijden geen van alle aan enig rechtsgebrek (strijd met de openbare orde en goede zeden, bedrog, misleiding of misbruik van omstandigheden). [eiser] was geen partij bij de overeenkomsten van commanditaire vennootschap [van OcTroje CV, Octroland Gaia CV en GTA Innovation CV], noch bij de octrooiovereenkomsten.

(c) De vorderingen tot schadevergoeding moeten worden afgewezen omdat [eiser] geen voor vergoeding in aanmerking komende schade heeft geleden en [gedaagde] niet aansprakelijk is voor enige schade van [eiser].

(d) De vorderingen tot overdracht van octrooien moeten worden afgewezen omdat [eiser] en [gedaagde] nooit houder zijn geweest van die octrooien, terwijl deze octrooien bovendien zijn of gaan vervallen.

(e) De vorderingen tot het ter beschikking stellen van de administratie van de commanditaire vennootschappen OcTroje CV en Octroland Gaia CV moeten worden afgewezen omdat deze vennootschappen geen procespartij zijn, omdat de vorderingen in strijd zijn met de overeenkomsten van commanditaire vennootschap en omdat [eiser], die geen partij is bij die overeenkomsten, geen belang heeft bij de vorderingen.

5. De vordering in reconventie

5.1 De vordering luidt om bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad voor recht te verklaren dat [eiser] sinds het op 15 juni 2006 gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank te Rotterdam (inzake 261499 / KG ZA 06-400) niet heeft voldaan aan dat vonnis, althans over een door de rechtbank vast te stellen periode geheel of gedeeltelijk niet heeft voldaan aan dat vonnis, met veroordeling van [eiser] in de kosten.

5.2 Aan deze vordering heeft [gedaagde] naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd - kort en zakelijk weergegeven - ten grondslag gelegd dat [eiser] talloze malen het dictum van dat vonnis heeft overtreden, zowel door het tegenover derden uiten van beschuldigingen over [gedaagde] van oplichting, diefstal en criminele activiteiten en dergelijke, als door het zich niet onthouden van brieven, e-mails, internetpublicaties, telefoongesprekken en dergelijke, houdende dergelijke beschuldigingen jegens [gedaagde], zonder dat ooit enige rectificatie heeft plaatsgevonden.

6. Het verweer in reconventie

6.1 Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering.

6.2 Naast hetgeen [eiser] in conventie heeft betoogd, heeft hij daartoe - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd:

(a) [gedaagde] heeft de voorzieningenrechter in het kort geding bewust onjuist en valselijk voorgelicht; daardoor heeft de voorzieningenrechter geen behoorlijke belangenafweging kunnen maken.

(b) Er is geen sprake van overtreding van de in het kortgedingvonnis gegeven ge- en verboden. Het was [eiser] niet verboden om aangifte te doen van door [gedaagde] gepleegde strafbare feiten. Het staat [eiser] ook vrij te reageren op onzinnige sommaties die deurwaarders op last van [gedaagde] aan hem betekenen. Het kortgedingvonnis is verkregen op basis van een valse voorstelling van zaken door [gedaagde].

7. De beoordeling in conventie

7.1 Deze rechtbank is bevoegd van het geschil kennis te nemen. De vordering zal worden beoordeeld naar Nederlands recht.

7.2 Het beroep op nietigheid van de inleidende dagvaarding wordt verworpen.

De aangevoerde gebreken van het exploit van dagvaarding dragen een puur formeel karakter. [gedaagde] is in het geding verschenen en heeft tegen de ingestelde vorderingen inhoudelijk verweer gevoerd. Niet is gesteld, noch kan worden aangenomen dat [gedaagde] door deze tekortkomingen in dat exploit op enigerlei wijze in zijn belangen is geschaad.

7.3 De vorderingen van [eiser] zijn kennelijk niet gebaseerd op een overeenkomst van opdracht tussen [eiser] als cliënt/opdrachtgever en [gedaagde] als advocaat/ opdrachtnemer.

Wel is volgens [eiser] van belang dat [gedaagde] advocaat was en kennis had van het intellectuele eigendomsrecht en het ondernemingsrecht, terwijl [eiser] een leek was op dat gebied.

7.4 Tussen partijen staat vast dat zij vóór en in maart 2003 diverse keren hebben gesproken over een vorm van samenwerking in verband met het exploiteren van octrooien en dat [gedaagde] in maart 2003 aan [eiser] voorstellen heeft gedaan over mogelijke juridische structuren (brief 5 maart 2003, prod. 2 van [gedaagde]) en aan [eiser] de raamovereenkomst met uitgangspunten voor de samenwerking en een aantal concept-overeenkomsten en volmachten heeft gestuurd (brief 26 maart 2003, prod. 5 van [gedaagde]). Deze stukken hielden onder meer verband met de oprichting van Stichting OcTroje, Stichting Octroland Gaia en [Y] en met de vorming van

OcTroje CV.

7.5 Zoals blijkt uit de raamovereenkomst en de bijbehorende concept-overeenkomsten was het de bedoeling dat alle octrooien die zouden worden verleend op de uitvindingen van [eiser] en zijn mede-uitvinders ([W], [A] en [R]) werden ondergebracht in een commanditaire vennootschap als octrooihouder en dat deze octrooien winstgevend zouden worden geëxploiteerd door licentienemers van de CV. Uiteindelijk zou de winst tussen (de rechtspersonen van) partijen bij helfte worden gedeeld. Er was een bepaling voor het geval dat [eiser] de samenwerking wilde beëindigen. [gedaagde] zou - al dan niet door middel van DFLS - zorgen voor de juridische, fiscale, financiële en administratieve werkzaamheden in verband met de exploitatie van de CV's.

7.6 Aangenomen kan worden dat de juridische structuur van één en ander was bedacht door [gedaagde] en dat deze ook de diverse overeenkomsten had opgesteld. In een organogram was de juridische structuur in beeld gebracht. Het was een samenhangend en uitgewerkt geheel. De bepalingen van de diverse overeenkomsten waren op zichzelf in begrijpelijke taal geformuleerd. [eiser] heeft niet concreet aangegeven in welk opzicht deze juridische structuur of de bepalingen van de diverse overeenkomsten onduidelijk of onbegrijpelijk waren voor een juridische leek. Niet is gesteld of gebleken dat hij bij [gedaagde] ten aanzien van bepaalde punten om opheldering heeft gevraagd of dat hij bezwaren naar voren heeft gebracht. Kennelijk heeft [eiser] de raamovereenkomst en diverse andere stukken zonder meer ondertekend en per pagina geparafeerd.

7.7 Anders dan [eiser] stelt, was [gedaagde] van geen van de commanditaire vennootschappen die hier een rol spelen in juridisch opzicht beherend vennoot: van

OcTroje CV was de Stichting OcTroje de enige beherend vennoot (later vervangen door Kroon en nog later door Immobilex Royalties B.V.), van Octroland Gaia CV was dat de Stichting Octroland Gaia en van GTA Innovation CV was dat eveneens de Stichting Octroland Gaia (later vervangen door de Stichting GTA Innovation en nog later door Immobilex Royalties B.V.). [gedaagde] was alleen van Immobilex Royalties B.V. middellijk bestuurder. Van de Stichting OcTroje en de Stichting Octroland Gaia was [eiser] door middel van Strategos B.V. de bestuurder, van de Stichting GTA Innovation waren [eiser], [W] en [A] de bestuurders.

7.8 Uit de passage in de raamovereenkomst dat [gedaagde] zorg zou dragen voor alle juridische, fiscale, financiële en administratieve werkzaamheden verbonden aan de instandhouding en exploitatie van OcTroje CV en de Octroland CV's volgt evenmin dat [gedaagde] juridisch beherend vennoot zou zijn van die CV's. Hetzelfde geldt voor de bepaling in de raamovereenkomst dat [eiser] verplicht was de zakelijke aanwijzingen van [gedaagde] op te volgen.

7.9 De commanditaire vennoten van OcTroje CV, respectievelijk Octroland CV waren [Z] en [Y], respectievelijk Immobilex Royalties B.V. en Strategos B.V. [gedaagde] was middellijk bestuurder van [Y] en van Immobilex Royalties B.V. Daaruit volgt echter niet dat [gedaagde] moet worden beschouwd als commanditair vennoot van deze CV's en dat zijn optreden als aangeduid in de hiervoor genoemde passage in strijd was met art. 20 lid 2 WvK.

7.10 Het feit dat in deze juridische structuur en bij de diverse overeenkomsten [gedaagde] als (middellijk) bestuurder van verschillende rechtspersonen en op grond van de juistbedoelde passage een grote zeggenschap had en feitelijk een belangrijke rol speelde, betekende op zichzelf nog niet dat [eiser] buiten spel stond en dat hij "zijn" octrooien kwijt zou zijn, zoals [eiser] stelt.

7.11 [eiser] heeft niet concreet aangeduid op welke wijze uit de inhoud van de diverse overeenkomsten blijkt dat [gedaagde] deze heeft opgesteld om [eiser] te misleiden en om diens octrooien zonder vergoeding in handen te krijgen door middel van een spookconstructie.

7.12 Gelet op het voorgaande is niet duidelijk gemaakt waarom de raamovereenkomst en de overeenkomsten tot oprichting van OcTroje CV en Octroland Gaia CV in strijd zouden zijn met de goede zeden en de openbare orde en derhalve nietig waren, noch waarom deze wegens bedrog vernietigbaar zouden zijn. Hetzelfde geldt voor het beroep op misbruik van omstandigheden, waartoe onvoldoende is dat [gedaagde] terzake over juridische kennis beschikte en [eiser] niet.

Nadere concrete feiten op grond waarvan ten aanzien van deze nietigheid of vernietigbaarheid anders zou kunnen worden geoordeeld zijn niet gesteld.

De vorderingen tot nietig verklaring of vernietiging van deze overeenkomsten kunnen derhalve niet slagen. Hetzelfde moet gelden voor de kennelijk op die nietigheid of nietig verklaring gebaseerde vorderingen tot schadevergoeding.

Dat betekent dat de primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen onder 1 en 2 en de subsidiaire vordering onder 3(a) zullen worden afgewezen.

7.13 De primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen onder 3 (subsidiair: 3(b)) tot overdracht door [gedaagde] aan [eiser] van de octrooien waarop [eiser] is vermeld als uitvinder kunnen niet slagen omdat een juridische grondslag daarvoor ontbreekt. [eiser] was ten aanzien van de drie onder 2.8 tot en met 2.10 vermelde octrooien wel medeuitvinder maar niet de octrooihouder. Zoals tussen partijen was afgesproken, werden de octrooien ingebracht in OcTroje CV, die de octrooien heeft aangevraagd en als houder werd geregistreerd.

7.14 Ook de primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen onder 4 tot het ter beschikking stellen van de administratie van OcTroje CV en Octroland Gaia CV (en meer subsidiair tevens van GTA Innovation CV) zijn bij gebreke van een juridische grondslag niet toewijsbaar.

7.15 De meer meer subsidiaire vordering, strekkend tot het voor recht verklaren dat alle rechtshandelingen en/of besluiten van OcTroje CV en Octroland Gaia CV vanaf hun oprichting nietig zijn, is - wat daar verder van zij - te algemeen en onbepaald, nu niet is gesteld om welke rechtshandelingen en besluiten het gaat en waarom deze alle nietig zouden zijn.

De rechtbank leidt echter uit de stellingname van [eiser] af dat zijn vordering specifiek is gericht tegen de besluiten die zijn genomen op de algemene vergadering van de vennoten van OcTroje CV op 4 juli 2005, waar is besloten tot het ontslag van Stichting OcTroje als beherend vennoot en benoeming in haar plaats van [Q]. Blijkens de overgelegde notulen (prod. 60 van [eiser]) was Stichting OcTroje, vertegenwoordigd door [eiser], niet ter vergadering verschenen, ondanks tijdige schriftelijke oproeping per fax en aangetekende brief.

7.16 Volgens [eiser] is in dit verband van belang dat [eiser] in april 2005 aan [gedaagde] had laten weten dat hij (net als [R]) de samenwerking met [gedaagde] inzake de projecten Octrolock (klemring) en Octrofastfix (octrooi 1026134) wilde beëindigen (e-mail van 4 april 2005, prod. 30 van [eiser]). Naar zeggen van [eiser] wilde hij geen medewerking verlenen aan de ideeën van [gedaagde] (vgl. prod. 28 van [eiser]) en heeft dit en het besluit van [eiser] om de samenwerking te beëindigen geleid tot het conflict tussen partijen.

[eiser] stelt dat de besluiten op 4 juli 2005 nietig zijn om een aantal redenen: de oproep voor de vergadering heeft Stichting OcTroje nooit bereikt. De beweerde grondslag voor het ontslag, wanbeleid door Stichting OcTroje, was grote onzin. Er was geen sprake van de vereiste toestemming van alle vennoten. Evenmin was er een gekwalificeerde meerderheid van commanditaire vennoten omdat [Y] in feite een beherend vennoot was. [gedaagde] was niet bevoegd om te stemmen namens deze stichting.

7.17 Volgens [gedaagde] hebben [eiser] en Strategos B.V. zich schuldig gemaakt aan wanprestaties en onrechtmatige daden en was dat de reden voor de vervanging van Stichting OcTroje als beherend vennoot van OcTroje CV.

7.18 De gang van zaken rond de vennotenvergadering van 4 juli 2005 roept vragen op. Zo is niet duidelijk dat de oproep voor deze vergadering gericht aan Stichting OcTroje aan deze is verzonden per fax (of per brief met ontvangstbevestiging). Niet blijkt in welk opzicht Stichting OcTroje zich in haar hoedanigheid van beherend vennoot van OcTroje CV heeft schuldig gemaakt aan wanprestatie of onrechtmatige daad (wanbeleid).

De rechtbank laat één en ander echter in het midden omdat zij van oordeel is dat de 'nietigheid' van de betreffende besluiten van de vergadering van vennoten van OcTroje CV niet kan worden uitgesproken in een procedure waarin die vennoten (en deze commanditaire vennootschap) geen partij zijn. Bij die besluitvorming en de naleving van daarmee verband houdende regels gaat het immers om een uitvoering van de vennootschapsovereenkomst tussen de vennoten onderling. [eiser] en [gedaagde] zijn en waren geen vennoten.

Dat betekent dat het meer meer subsidiair onder 1 gevorderde niet kan worden toegewezen. Het daar onder 2 gevorderde moet dat lot delen. Voor de onder 3 en 4 gevorderde overdracht van octrooien en het ter beschikking stellen van de administratie geldt weer dat daarvoor geen juridische grond bestaat.

7.19 De meer meer meer subsidiair gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagde] jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld en dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle schade die [eiser] door toedoen van [gedaagde] heeft geleden of zal lijden is niet voorzien van een afzonderlijke toelichting. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de primaire en minder subsidiaire vorderingen en nu door [eiser] niet specifiek is aangegeven op welke (andere) handelingen van [gedaagde] deze vordering het oog heeft, komt deze niet voor toewijzing in aanmerking.

7.20 De slotsom in conventie is dat de vorderingen in alle onderdelen moeten worden afgewezen. [eiser] zal worden veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 263,- aan verschotten en op € 904,- aan salaris van de advocaat, samen € 1.167,-.

8. De vordering in reconventie

8.1 De rechtbank is bevoegd van het geschil kennis te nemen. De vordering zal worden beoordeeld naar Nederlands recht.

8.2 In het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 15 juni 2006 (zaak- / rolnummer 261499 / KG ZA 06-400; prod. 38 van [gedaagde]) is [eiser] (met medegedaagde Strategos B.V.) ten eerste veroordeeld om na betekening van het vonnis het tegenover derden uiten van beschuldigingen van [gedaagde] van oplichting, diefstal, criminele activiteiten, schorsingen als advocaat, strafrechtelijke en civielrechtelijke veroordelingen en dergelijke met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden alsmede zich te onthouden en te blijven onthouden van elke van gedaagde [eiser] afkomstige brief, fax, e-mail, internetpublicatie, telefoongesprek, voicemail of sms-bericht houdende dergelijke beschuldigingen jegens [gedaagde], op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Ten tweede werd [eiser] veroordeeld om na betekening van het vonnis zich met onmiddellijke ingang te onthouden en te blijven onthouden van het persoonlijk, telefonisch, schriftelijk, elektronisch of anderszins over [gedaagde] communiceren met Nationale Nederlanden Schadeverzekering Mij. N.V., haar concernmaatschappijen en de aldaar werkzame personen, tenzij [eiser] daartoe door Nationale Nederlanden en/of [gedaagde] werd uitgenodigd.

Ten derde, vierde, vijfde en zesde werd [eiser] veroordeeld om aan de raadsman van [gedaagde] een lijst met bepaalde gegevens te doen toekomen en om aan bepaalde geadresseerden een rectificatie te sturen met een bepaalde tekst.

Ten zevende werd [eiser] veroordeeld om op de homepage van de website www.strategos.nl een bepaalde rectificatie te plaatsen en geplaatst te houden.

8.3 Van dat vonnis is kennelijk geen hoger beroep ingesteld. Het vonnis is op 13 juli 2006 aan [eiser] betekend. De herroeping van dat vonnis als bedoeld in de artt. 382 ev. Rv, die [eiser] zegt te willen vorderen, kan in de onderhavige procedure niet aan de orde zijn. Overigens is de juistheid van de stelling van [eiser], dat het vonnis is verkregen op basis van een valse voorstelling van zaken door [gedaagde], niet gebleken.

8.4 Ten aanzien van het eerste onderdeel van het dictum in het kortgedingvonnis heeft [gedaagde] een aantal gevallen genoemd waarin volgens hem [eiser] de veroordeling tot het zich onthouden van beschuldigingen aan het adres van [gedaagde] zou hebben overtreden.

Dat de gestelde gevallen zich hebben voorgedaan is door [eiser] niet gemotiveerd weersproken, zodat daarvan kan worden uitgegaan. Het gaat om het navolgende:

(a) Een brief d.d. 30 oktober 2006 (prod. 42 van [gedaagde]) van [eiser] gericht aan het parket van de officier van justitie te Rotterdam, waarin verzocht wordt een vervolging in te stellen tegen [gedaagde], onder meer ter zake van oplichting. De rechtbank laat dit geval buiten beschouwing omdat het kortgedingvonnis kennelijk niet mede de strekking heeft om een dergelijk verzoek aan het OM te verbieden.

(b) Twee e-mails van respectievelijk 24 november 2006 en 31 januari 2007 (prod. 46 van [gedaagde]) van [eiser] gericht aan deurwaarderskantoor [C]. Deze berichten zijn vooral gericht tegen het optreden van dit deurwaarderskantoor, al is daarnaast tevens sprake van terreur(acties) van [gedaagde].

(c) Een e-mail van 8 december 2006 (prod. 44 van [gedaagde]) van [eiser] aan de redactie van Dagblad Metro, waarin staat:"Deze advocaat bedreigt mij en mijn gezin met de DOOD. justitie wacht af en doet NIKS". Nu [gedaagde] in dit bericht niet wordt genoemd, vormt dit op zichzelf geen overtreding van de veroordeling.

(d) Een brief van 11 juni 2007 (niet overgelegd) van [eiser] aan de deken van de Rotterdamse orde van advocaten, waarin beschuldigende uitlatingen jegens [gedaagde] worden gedaan. De rechtbank laat ook dit geval buiten beschouwing vanwege de kennelijke strekking van het kortgedingvonnis.

(e) In of omstreeks februari 2008 heeft [eiser] in een video-interview met [V] ten aanzien van [gedaagde] diverse beschuldigende uitlatingen over strafbare feiten gedaan. Dit interview is vervolgens gepubliceerd op de website www.sdnl.nl. Deze uitlatingen vormen een overtreding van dit onderdeel van het vonnis.

(f) In een uitdraai van de website www.xposednet.eu (prod. 62 van [gedaagde]) - waarop aan het hoofd wordt vermeld dat deze geheel in het teken staat van [gedaagde] en doorlopend wordt gevoed met informatie van zijn slachtoffers - worden jegens [gedaagde] enige beschuldigende uitlatingen gedaan als bedoeld in het kortgedingvonnis. [eiser] heeft niet betwist dat hij domeinnaamhouder was van deze website en dat hij voor de inhoud daarvan verantwoordelijk was. Afgaande op de op de uitdraai vermelde data, hebben deze uitlatingen ten minste van begin mei 2008 tot medio oktober 2008 op deze website gestaan. Deze vormen een overtreding van dit onderdeel van het vonnis.

(g) In een uitdraai van de website http://tabber.wordpress.com (prod. 64 van [gedaagde]) wordt jegens [gedaagde] een aantal beschuldigende uitlatingen gedaan als bedoeld in het kortgeding-vonnis. [eiser] heeft niet weersproken dat hij deze uitlatingen door middel van deze website heeft gedaan, kennelijk in de periode van juni 2008 tot medio december 2008. Deze vormen een overtreding van dit onderdeel van het vonnis.

8.5 Ten aanzien van het tweede onderdeel van het dictum in het kortgedingvonnis heeft [gedaagde] onweersproken gesteld dat [eiser] op 17 september 2007 een brief heeft gestuurd aan Nationale Nederlanden en dat [eiser] tevens een aantal stukken aan Nationale Nederlanden heeft gestuurd, waaronder een document "Onderzoek Rapport strafbare feiten mr. [B] te Leiden (c)", waarbij in de brief en in dat rapport diverse beschuldigingen worden geuit aan het adres van [gedaagde]. Het toezenden van deze brief en van die stukken vormt een overtreding van dit onderdeel van het vonnis.

8.6 Ten aanzien van het derde tot en met zesde onderdeel van het dictum in het kortgedingvonnis heeft [gedaagde] een verklaring d.d. 28 oktober 2010 overgelegd van zijn raadsman bij het kort geding mr. D.A. Harff (prod. 76 van [gedaagde]). Deze verklaart daarin dat hij de in die dicta bedoelde lijsten nooit heeft ontvangen. [eiser] heeft dit niet betwist, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat dit juist is. Dat betekent dat aan deze onderdelen van het vonnis niet is voldaan.

8.7 Ten aanzien van het zevende onderdeel van het dictum in het kortgedinvonnis heeft [gedaagde] geen feiten gesteld omtrent overtreding van de betreffende veroordeling.

8.8 Geconcludeerd moet worden dat de gevorderde verklaring voor recht kan worden toegewezen. [eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil aan verschotten en op € 452,- aan advocaatkosten.

9. De beslissing

De rechtbank,

in conventie

ontzegt de vordering;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 1.167,-;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

verklaart voor recht dat [eiser] niet heeft voldaan aan het op 15 juni 2006 gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam in de procedure met zaak- / rolnummer 261499 / KG ZA 06-400;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 452,-;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik en in het openbaar uitgesproken op

23 november 2011.

10/1278