Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BU4801

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-10-2011
Datum publicatie
17-11-2011
Zaaknummer
378744 / HA ZA 11-1174
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incidentele vorderingen: verwijzing, schorsing. Rechtbank acht het in strijd met de beginselen van goede procesorde en eisen van doelmatigheid om de zaak, nu deze gevoegd is, te verwijzen naar een andere rechtbank en zo voeging feitelijk ongedaan te maken. Verknochtheid is ook niet bestreden, maar integendeel met zoveel woorden bevestigd. Verzoek tot schorsing wordt afgewezen, nu een rechtsgrond voor dat verzoek ontbreekt en (de rechtsopvolger van) CFS de procedure niet heeft geschorst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/517
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 378744 / HA ZA 11-1174

Vonnis in incident van 26 oktober 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COMPUTER FUTURES SOLUTIONS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. M.G. van den Boogerd,

tegen

[gedaagde], h.o.d.n. COMPUNIEK BEDRIJFAUTOMATISERING,

wonende te 's-Gravenhage,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. R.E. Troost.

Partijen zullen hierna CFS en Compuniek genoemd worden.

1. De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding tevens incidentele vordering tot voeging en de daarbij overgelegde producties,

- vonnis in het incident tot voeging van 15 juni 2011,

- de exceptie van onbevoegdheid, tevens conclusie van antwoord, tevens incidenteel verzoek tot schorsing, met producties,

- de conclusie van antwoord in het incident tot exceptie van onbevoegdheid.

1.2 De onderhavige zaak is gevoegd met de bij de rechtbank onder zaak-/rolnummer 334292 / HA ZA 09-182 aanhangige zaak.

1.3 Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1 Compuniek heeft gevorderd dat de rechtbank zich bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, relatief onbevoegd verklaart om van de vordering van CFS kennis te nemen en de zaak verwijst naar de rechtbank ’s-Gravenhage, met veroordeling van CFS in de kosten van het incident.

2.2 Compuniek heeft hieraan – kort gezegd – het volgende ten grondslag gelegd. Compuniek is ten onrechte voor de rechtbank Rotterdam gedagvaard, nu op grond van artikel 99 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), gelet op de woonplaats van Compuniek, de rechtbank ’s-Gravenhage bevoegd is. Compuniek heeft geen overeenkomst met CFS gesloten, noch zijn de door CFS gesteld algemene voorwaarden van toepassing. CFS heeft slechts vrijblijvende e-mails aan Compuniek gestuurd. Daarin heeft zij geen aanbod tot het aangaan van een bemiddelingsovereenkomst gedaan. Zij heeft in die e-mails evenmin medegedeeld dat haar algemene voorwaarden van toepassing zijn. Compuniek betwist de bij dagvaarding gestelde e-mail van 1 juli 2008 te hebben ontvangen. Ook wordt betwist dat in die e-mail de algemene voorwaarden van toepassing worden verklaard. Er bestaat tussen partijen geen overeenkomst op grond waarvan de rechtbank Rotterdam bevoegd is kennis te nemen van het geschil in de hoofdzaak.

2.3 CFS heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Zij voert kort gezegd het volgende aan. Tussen partijen is een bemiddelingsovereenkomst tot stand gekomen waarvan haar algemene voorwaarden deel uitmaken. CFS heeft [p[persoon 1] (hierna: [persoon 1]) bij Compuniek geïntroduceerd. CFS betwist de stelling dat Compuniek de e-mail van 1 juli 2008, waarbij een geanonimiseerd cv van [persoon 1] was gevoegd, niet heeft ontvangen. Voorafgaand aan het sturen van deze e-mail is telefonisch contact tussen CFS en [gedaagde] geweest over bemiddeling door CFS ten aanzien van [persoon 1]. CFS heeft vervolgens op verzoek van Compuniek sollicitatiegesprekken met [persoon 1] gearrangeerd. CFS heeft haar algemene voorwaarden als bijlage bij de e-mail van 1 juli 2008 aan Compuniek verzonden en daarmee aan Compuniek ter hand gesteld. Zij heeft de voorwaarden tevens van toepassing verklaard. In artikel 18 van deze voorwaarden is een forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam opgenomen, zodat deze rechtbank bevoegd is van het geschil kennis te nemen. Voorts geldt dat deze procedure is gevoegd met de onder 1.2 genoemde procedure en dat dit verwijzing in de weg staat.

2.4 De rechtbank overweegt als volgt. Bij vonnis van 15 juni 2011 is, zoals reeds onder 1.2 is aangegeven, de onderhavige zaak gevoegd met de bij de rechtbank onder zaak-/rolnummer 334292 / HA ZA 09-182 aanhangige zaak op grond van verknochtheid van de zaken. Het doel van deze voeging is het tegengaan van tegenstrijdige uitspraken en het zoveel mogelijk gezamenlijk behandelen van en zo mogelijk gelijktijdig vonnis wijzen in beide zaken door dezelfde rechter. De rechtbank acht het in strijd met de beginselen van een goede procesorde en de eisen van doelmatigheid om de onderhavige zaak, nu deze reeds gevoegd is met bovengenoemde zaak, naar de rechtbank ’s-Gravenhage te verwijzen en daarmee derhalve de voeging feitelijk ongedaan te maken. De rechtbank wijst erop dat Compuniek de verknochtheid tussen beide procedures niet heeft bestreden, maar integendeel met zoveel woorden bevestigd (conclusie van eis in het incident, sub 2.7). De vordering tot relatieve onbevoegdverklaring en verwijzing zal dan ook worden afgewezen. De overige ten aanzien van het vonnis van 15 juni 2011 ingenomen stellingen kunnen niet in het kader van dit incident worden beoordeeld.

2.5 Compuniek stelt voorts dat CFS in verband met een fusie per 4 juli 2011 is uitgeschreven uit het handelsregister en dat het op de weg van CFS ligt om in de onderhavige procedure aan te geven of haar rechtsopvolger deze procedure voortzet. Beide procedures dienen derhalve te worden geschorst, aldus Compuniek.

2.6 Ingevolge artikel 227 Rv is (de opvolger van) de partij aan wier zijde een schorsingsoorzaak zich voordoet, bevoegd om de procedure te schorsen. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat bij gebreke van betekening van de ingeroepen grond voor de schorsing aan de wederpartij of van een daartoe strekkende akte ter rolle, het geding op naam van de oorspronkelijke partij wordt voortgezet.

Nu een rechtsgrond voor het verzoek van Compuniek tot schorsing van beide procedures ontbreekt en (de opvolger van) CFS de procedure niet heeft geschorst, dient deze op naam van CFS te worden voortgezet. Het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.

2.7 Compuniek zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit incident, welke worden begroot op (1 punt x tarief II =) € 452,00.

2.8 Ten behoeve van beraad of een comparitie na antwoord wordt gelast, wordt iedere beslissing in de hoofdzaak aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst de vordering af;

veroordeelt Compuniek in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van CFS bepaald op € 452,00 aan salaris voor de advocaat;

wijst af het verzoek tot schorsing van beide procedures;

in de hoofdzaak

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2011.(

1902/1980