Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BU4663

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-11-2011
Datum publicatie
16-11-2011
Zaaknummer
1281201
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. Een werkneemster heeft bij haar werkgever een klacht ingediend wegens sexuele intimidatie door haar leidinggevende. Werknemer heeft deze klacht onderzocht en werkneemster meermalen in de gelegenheid gesteld om de betreffende e-mails te tonen. Verder is werkneemster meermalen uitgenodigd voor een gesprek. Werkneemster heeft de bewuste e-mails niet kunnen tonen en is evenmin op de uitnodigingen voor de gesprekken ingegaan. Wel heeft zij haar collega's schriftelijk geïnformeerd dat zij sexueel was geïntimideerd door een niet bij naam maar wel bij functie genoemde persoon. De leidinggevende van werkneemster was de enige die een dergelijke functie in het bedrijf vervulde, zodat het een ieder duidelijk was op wie zij doelde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0954
RAR 2012/34

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

beschikking ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak

[verzoekster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoekster,

gemachtigde: mr. A.M. van Capelle,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats]

verweerster,

gemachtigde: mr. L. Hennink.

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoekster]” respectievelijk “[verweerster]”.

1. Het verloop van de procedure

1.1 De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen.

1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op dinsdag 25 oktober 2011, in aanwezigheid van de heer [A] en mevrouw [B] namens [verzoekster] bijgestaan door de gemachtigde mr. Van Capelle en [verweerster] bijgestaan door haar gemachtigde mr. Hennink.

1.3 De uitspraak is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1 [verweerster], geboren op [geboortedatum], is sedert 6 september 2010 bij [verzoekster] in dienst, laatstelijk in de functie van logistiek medewerker.

2.2 Het loon van [verweerster] bedraagt thans €?2.160,00 bruto per maand, te vermeerderen met 8,33% vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.3 In de arbeidsovereenkomst staat onder meer:

“(..) This agreement will commence on 6 September 2010 and will end per 6 September 2011. (..)”

2.4 [C] (hierna: “[C]”) is de direct leidinggevende van [verweerster]. [C] heeft [verweerster] op 12 augustus 2011 medegedeeld dat [verzoekster] haar contract niet zou verlengen.

2.5 [verweerster] heeft [A] (hierna: “[A]”) – general manager van [verzoekster] – bij brief van 14 augustus 2011 onder meer het volgende geschreven:

“(..) Albert is wolf and tried to catch me. He asked me to be his lover. I refused. And then he limited my work and no opportunities to get to know more, even Chinese case. (..) one day, he sent me one sexual harassment email. (..) last Friday, he suddenly told me his decision which [verzoekster] would not extend the contract with me anymore. It was means of taking revenge on me. (..)”

2.6 Op 15 augustus 2011 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [B] (hierna: “[B]”) – HR medewerkster – en [verweerster].

2.7 Op 16 augustus 2011 heeft er wederom een gesprek plaatsgevonden tussen [B] en [verweerster], dit keer in aanwezigheid van aan andere HR medewerker [D].

2.8 [verzoekster] is vervolgens een onderzoek gestart.

2.9 Op 17 augustus 2011 heeft [verweerster] [A] opnieuw een e-mail gestuurd. Hierop heeft [A] per e-mail van 22 augustus 2011 gereageerd. [A] heeft onder meer geschreven:

“(..) Because of the serious accusations you made in your mail we still prefer a meeting with you face to face accompanied by [D] and myself to talk this through. So please let us know as soon as you are available to plan this meeting. (..)”

2.10 [verweerster] heeft niet gereageerd op de e-mail van [A] van 22 augustus 2011.

2.11 Op respectievelijk 23 en 25 augustus 2011 heeft [D] [verweerster] verzocht te reageren op de e-mail van [A] van 22 augustus 2011. [D] heeft onder meer geschreven:

“(..) We still are investigating the matter (..) we take this matter very seriously. Therefore we would like to hear from you again your side of the story (..) If you wish so, do feel free to consult our “vertrouwenspersoon” (..) in this matter. (..)”

“(..) We didn’t receive any reaction from you concerning our mail of Tuesday, 23rd August. I tried to call you on your mobile, but no reaction. (..)”

2.12 Bij brief van 29 augustus 2011 heeft de gemachtigde van [verweerster] [verzoekster] onder meer het volgende geschreven:

“(..) Namens cliënte bericht ik u, nu de arbeidsovereenkomst niet tijdig is opgezegd, dat deze voortduurt voor nog een periode van een jaar. Cliënte wenst dan ook zo spoedig mogelijk haar werkzaamheden te hervatten. (..)”

2.13 Na ontvangst van de brief van de gemachtigde van [verweerster] hebben partijen gepraat over de mogelijkheid tot het treffen van een schikking. Hier is geen schikking uit voortgekomen.

2.14 Op 26 september 2011 heeft [verweerster] de Finance & Accounting Department van [verzoekster] een brief gestuurd. Hierin staat onder meer:

“(..) I explained that someone made sexual harassment to me and I didn’t surrender. He made use of his power to take revenge on me and fire me. (..) I want to say [A] is a good man who doesn’t want to fire me. [A], company and I are the victims. (..) You can find documents enclosed in which company has admitted the mistake and will extend contract with compensation. (..)”

2.15 Bij brief van 27 september 2011 heeft [A] [verweerster] nogmaals uitgenodigd om te praten over de door haar gemaakte beschuldigingen richting [C]. [verweerster] is niet langs geweest.

3. Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1 [verzoekster] vraagt thans, voor het geval in rechte onherroepelijk wordt vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst met [verweerster] niet reeds van rechtswege is geëindigd op 6 september 2011, de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens gewichtige redenen, primair op grond van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW en subsidiair op grond van een verandering van omstandigheden.

3.2 De dringende reden is volgens [verzoekster] daarin gelegen dat [verweerster] zeer onzorgvuldig gehandeld heeft door enerzijds te stellen dat zij seksueel geïntimideerd is door haar voormalig leidinggevende [C] en anderzijds bij herhaling geen gevolg te geven aan een uitnodiging om naar aanleiding daarvan te worden gehoord. Voorts heeft [verweerster] naar de werknemers binnen [verzoekster] de indruk gewekt dat de door haar gestelde gang van zaken is erkend door [verzoekster].

3.3 [verweerster] heeft verklaard dat [C] haar onder meer seksueel getinte e-mails heeft verstuurd. Op 16 augustus 2011 hebben [B] en [D] [verweerster] gevraagd naar deze e-mail(s). [verweerster] kon deze niet meer terugvinden. [verweerster] heeft [B] en [D] wel andere e-mails laten zien. Deze e-mails waren niet seksueel getint.

3.4 [verzoekster] heeft in het systeem ook zelf gezocht naar dergelijke e-mails, maar heeft niets kunnen vinden. [verzoekster] heeft tijdens het onderzoek ook de e-mailbox van [C] bekeken. [verzoekster] heeft hierin niets kunnen vinden wat wijst op seksuele intimidatie van [verweerster].

3.5 Na de gesprekken op 16 en 17 augustus 2011 heeft [verzoekster] [C] geconfronteerd met de beschuldigingen van [verweerster]. [C] heeft betwist dat hij [verweerster] seksueel geïntimideerd heeft en was bereid tot een gesprek met [verweerster].

3.6 [verzoekster] heeft [verweerster] herhaaldelijk verzocht om te komen praten over de beschuldigingen die zij heeft geuit richting [C]. [verzoekster] heeft de klacht van [verweerster] steeds hoog opgenomen. [verweerster] heeft hier niet op gereageerd.

3.7 [verweerster] heeft in haar brief van 26 september 2011 de woorden van [verzoekster] verdraaid door te doen alsof [verzoekster] haar gelijk heeft gegeven in de kwestie rondom seksuele intimidatie. [verweerster] heeft door het versturen van de brief van 26 september 2011 aan de Finance & Accounting Department van [verzoekster] de naam en positie van [verzoekster] en [C] zonder een eerlijk (en vertrouwelijk) proces van hoor en wederhoor beschadigd. [verweerster] heeft ook vertrouwelijke informatie over haar klacht verstrekt.

3.8 [verweerster] heeft in strijd met de eisen van goed werknemerschap gehandeld door enerzijds een klacht in te dienen en anderzijds geen gehoor te geven aan de herhaalde uitnodigingen van [verzoekster] om te worden gehoord. [verweerster] heeft het verrichten van een gedegen onderzoek onmogelijk gemaakt.

3.8 De verandering van omstandigheden is gelegen in het feit dat de functie van [verweerster] is vervallen. [verzoekster] heeft thans geen passende functie meer voor [verweerster].

4. Het verweer

[verweerster] heeft ter zitting het verzoek met diverse verweren bestreden. [verweerster] heeft onder meer aangevoerd dat zij terug wil keren bij [verzoekster]. [verweerster] is seksueel geïntimideerd door [C]. [C] heeft zowel mondeling als per e-mail seksueel getinte opmerkingen gemaakt. [C] wilde dat [verweerster] zijn geliefde zou worden. Omdat [verweerster] dit heeft geweigerd heeft [C] het contract van [verweerster] niet verlengd.

5. De beoordeling

5.1 De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het onderhavige verzoek verband houdt met enig opzegverbod. Dat zich een opzegverbod voordoet is niet gesteld, noch gebleken.

5.2 De kantonrechter dient, voor het geval ingevolge enige rechterlijke beslissing zal komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster] en [verweerster] niet van rechtswege is geëindigd op 6 september 2011, te beoordelen of er sprake is van een gewichtige reden op grond waarvan de arbeidsovereenkomst op korte termijn dient te eindigen door ontbinding daarvan. Hiertoe wordt als volgt overwogen.

5.3 Het verzoek van [verzoekster] is primair gebaseerd op een dringende reden. Centraal staat hier de beschuldiging van [verweerster] dat [C] haar seksueel heeft geïntimideerd.

De beschuldiging van seksuele intimidatie, zeker indien deze gepaard gaat met machtmisbruik door het verbinden van voor het slachtoffer nadelige consequenties indien niet aan de wensen van de dader wordt toegegeven, is een ernstig te nemen aangelegenheid waarop een werkgever dient te reageren met een zorgvuldig onderzoek.

[verzoekster] heeft in deze kwestie aan voormelde verplichting voldaan. Voldoende duidelijk is dat zij de beschuldigingen van [verweerster] zeer serieus heeft genomen en hiernaar ook een onderzoek heeft ingesteld. Voorts heeft [verzoekster] [verweerster] herhaaldelijk in de gelegenheid gesteld om met haar in gesprek te treden over haar klacht met betrekking tot [C]. [verzoekster] heeft [verweerster] onder meer verzocht de bewuste e-mails van [C] gericht aan haar over te leggen, hetgeen [verweerster] heeft nagelaten. Ook heeft [verzoekster] [verweerster] een vertrouwenspersoon voorgesteld alsook een klachtencommissie ingesteld om de klacht van [verweerster] te behandelen. Op deze initiatieven van [verzoekster] heeft [verweerster] in het geheel niet gereageerd, althans zo is noch gesteld dan wel gebleken.

5.4 Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter [verweerster] herhaaldelijk verzocht uit te leggen op welke wijze [C] haar seksueel heeft geïntimideerd. [verweerster] heeft aangevoerd dat [C] haar heeft gevraagd om zijn ‘lover’ te worden, hetgeen zij eveneens stelt in haar brief van 17 augustus 2011 aan [A]. Desgevraagd naar het moment of de context waarin dit verklaard zou zijn dan wel de e-mail te tonen waarin dit staat vermeld, is [verweerster] het antwoord schuldig gebleven. [verweerster] heeft verder niets gezegd dan wel concrete situaties uiteengezet waaruit afgeleid kan worden dat [C] zich jegens haar op ongepaste wijze heeft uitgelaten en haar seksueel heeft geïntimideerd. Ook foto’s waarvan [verweerster] meent dat deze een seksuele lading zou hebben heeft zij desgevraagd niet kunnen tonen. Van de juistheid van de stelling van [verweerster] op dit punt kan, gelet op hetgeen zij in deze procedure heeft aangevoerd, daarom niet worden uitgegaan.

5.5 [verweerster] heeft de werknemers van [verzoekster] op 26 september 2011 een brief met vertrouwelijke informatie gestuurd. Zo heeft [verweerster] de werknemers van [verzoekster] onder meer laten weten dat zij het slachtoffer is geworden van seksuele intimidatie. Hoewel zij hierbij niet expliciet heeft vermeld dat dit is gepleegd door [C], is voldoende duidelijk dat de werknemers van [verzoekster] zullen begrijpen dat het [C] betreft omdat [verweerster] verwijst naar een “sales manager” en [verzoekster] als onweersproken heeft gesteld dat er bij haar slechts één sales manager werkzaam is, namelijk [C]. Door [C] met dergelijk handelen enerzijds publiekelijk te beschuldigen, maar anderzijds weigerachtig te zijn in het verlenen van medewerking aan het onderzoek dat [verzoekster] is gestart naar aanleiding van de klacht van [verweerster], handelt zij zowel jegens [verzoekster] als [C] onzorgvuldig, hetgeen haar is aan te rekenen.

5.6 Voorts is voldoende duidelijk dat [verweerster] in haar brief van 26 september 2011 onwaarheden onder de werknemers van [verzoekster] heeft verspreid door de woorden van de gemachtigde van [verzoekster] te verdraaien en te doen alsof [A] de arbeidsovereenkomst met [verweerster] wilde voortzetten. De kantonrechter acht dit eveneens een [verweerster] te verwijten gedraging, te meer omdat [verweerster] had kunnen weten dat het versturen van onjuiste informatie schadelijk is voor de reputatie van [verzoekster].

[verzoekster] heeft [verweerster] een met voldoende waarborgen omklede procedure aangeboden om haar beschuldiging toe te lichten en voor zover mogelijk te staven met de stukken (emails/foto’s) waarover [verweerster] zelf stelt te beschikken. [verweerster] heeft echter geen enkele medewerking geboden aan het onderzoek en heeft evenmin de verlangde stukken verschaft. Evenmin heeft zij een plausibele en geloofwaardige verklaring gegeven van de reden waarom zij aan het onderzoek niet kon of wilde meewerken. Een en ander leidt tot de slotsom dat [verweerster] een andere medewerker van [verzoekster] van een ernstig feit – naar nu moet worden aangenomen– valselijk beschuldigd heeft. Gelet op de bescherming die de wet (Algemene wet gelijke behandeling) de werknemer biedt die zich beroept op seksuele intimidatie, dient een dergelijke conclusie met grote terughoudendheid getrokken te worden. De gegeven feiten en omstandigheden laten echter geen andere conclusie toe.

5.7 De hierboven beoordeelde gedragingen van [verweerster] leveren gezamenlijk beschouwd een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW op, zodat het verzoek op de primaire grondslag wordt toegewezen.

5.8 De kantonrechter zal de proceskosten van het geding compenseren op de hierna te melden wijze. Daartoe is aanleiding gelet op de aard van het verzoek, gelegen in het voorwaardelijk karakter van de ontbinding.

6. De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 12 november 2011, voor het geval in rechte onherroepelijk wordt vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst met [verweerster] niet reeds van rechtswege is geëindigd op 6 september 2011;

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. P. Vlaswinkel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.