Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BU4010

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-11-2011
Datum publicatie
10-11-2011
Zaaknummer
AWB 11/502 GEMWT - T1
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2012:BX9694, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Spoedbestuursdwang ontmanteling hennepkwekerij. Eisers zijn geen professionele verhuurders. Zij hebben naar het oordeel van de rechtbank een toereikende administratie gevoerd en voldoende onderzoek gedaan naar de huurder. Eisers beschikten over een getekende huurovereenkomst, over kopieën van het identiteitsbewijs en een loonstrook van de huurder en over bewijzen van de huurbetalingen. Weliswaar werden de huurbetalingen door middel van stortingen bij een grenswisselkantoor gedaan, maar blijkens informatie van de website van het grenswisselkantoor dient ook bij dergelijke stortingen degene die de storting doet, zich te legitimeren. De bewijzen van de huurbetalingen bevatten dan ook een naam.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat eisers in voldoende mate toezicht hebben gehouden op de woning. Eisers hebben de buurvrouw gevraagd een oogje in het zeil te houden tijdens hun verblijf in het buitenland. Nadat bij de buurvrouw twijfel was gerezen over de bewoning van de woning, hebben eisers de politie verzocht de woning te controleren, wat uiteindelijk heeft geleid tot de ontmanteling van de hennepkwekerij. De hennepkwekerij bevond zich op de eerste verdieping van de woning en was klaarblijkelijk vanaf de straat door de buurvrouw en de politie niet waar te nemen. Derhalve valt niet in te zien dat regelmatige inspecties van de woning door eisers zelf of door een door hen aangestelde zaakwaarnemer, tot een ander, beter resultaat zou hebben geleid.

Eisers zijn niet aan te merken als overtreders, zodat verweerder niet bevoegd was de kosten van bestuursdwang op hen te verhalen. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door de primaire besluiten te herroepen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 11/502 GEMWT - T1

Uitspraak in het geding tussen

[eisers], wonende te Dubai, eisers,

gemachtigde mr. C.N. van der Sluis, advocaat te Rotterdam,

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Prins Alexander, verweerder.

1 Ontstaan en loop van de procedure

Bij besluit van 9 augustus 2010 heeft verweerder zijn besluit om op 27 juli 2010 met spoed bestuursdwang toe te passen op schrift gesteld en aan eisers meegedeeld dat de kosten van deze toepassing van bestuursdwang op hen worden verhaald.

Tegen dit besluit (hierna: besluit 1) hebben eisers bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 14 oktober 2010 heeft verweerder aan eisers medegedeeld dat de kosten vanwege de uitvoering van de bestuursdwang € 4.336,71 bedragen en eisers deze kosten binnen zes weken na dagtekening van deze kostenbeschikking dienen te betalen.

Tegen dit besluit (hierna: besluit 2) hebben eisers bezwaar gemaakt voor zover verweerder meent dat artikel 5:31c van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) niet van toepassing is.

Bij besluit van 12 januari 2011 heeft verweerder de bezwaren ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) hebben eisers beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 oktober 2011. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J.J. van der Vlist.

2 Overwegingen

2.1 Bij inspectie van het pand [adres] te [plaats] (hierna: de woning) op 27 juli 2010 is door inspecteurs van de afdeling Toezicht Gebouwen van de dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting van de gemeente Rotterdam (hierna: dS+V) geconstateerd dat deze woning (gedeeltelijk) in gebruik was ten behoeve van hennepteelt. In de woning zijn onder meer 569 hennepplanten, 50 transformatoren en 39 assimilatielampen aangetroffen. Vanwege de ernstige gevaren voor de omgeving en omwonenden heeft verweerder spoedeisende bestuursdwang toegepast en is de hennepkwekerij ontmanteld.

Met besluit 1 heeft verweerder dit aan eisers bekend gemaakt en meegedeeld dat de kosten van deze toepassing van bestuursdwang op hen als overtreder worden verhaald. Bij besluit 2 heeft verweerder de kosten van de bestuursdwang ingevorderd van eisers.

2.2 Bij het bestreden besluit heeft verweerder, onder overneming van de overwegingen van het advies van de Algemene Bezwaarschriftencommissie van de gemeente Rotterdam (hierna: ABC) van 5 oktober 2010, de primaire besluiten gehandhaafd. Hiertoe is overwogen dat eisers niet hebben voldaan aan de zorgplicht, zoals deze in de jurisprudentie is neergelegd. Eisers hebben van buitenaf toezicht gehouden c.q. laten houden, maar gelet op de jurisprudentie mag van hen worden verwacht dat toezicht wordt gehouden in het pand. Nu eisers dit niet hebben gedaan, hebben zij zich onvoldoende op de hoogte gesteld van het gebruik van de woning. Bij normaal toezicht zou een hennepkwekerij met een omvang als hier aan de orde onmiddellijk zijn opgemerkt. Dat de politie is langsgegaan en niets verdachts heeft geconstateerd, doet hier volgens verweerder niet aan af. Eisers hadden druk kunnen uitoefenen om het pand te mogen betreden. Verder stelt verweerder dat het eisers is aan te rekenen dat de huurovereenkomst is gesloten met een niet traceerbare huurder, omdat de huurder zich heeft bediend van een valse identiteit. De gang van zaken bij de totstandkoming van de huurovereenkomst pleit niet voor eisers, terwijl de huurbetalingen contant hebben plaatsgevonden via het GWK. Dergelijke contante betalingen zijn in deze tijd minder gebruikelijk en leveren risico’s op die voor rekening van eisers dienen te blijven. Het beroep op artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet is volgens de uitspraak van de rechtbank van 23 september 2010, regnr.: AWB 09/3300 GEMWT-T1 een draagkrachtige motivering voor het besluit, aldus verweerder. Omdat sprake is van een niet-traceerbare huurder dienen de kosten van de bestuursdwang voor rekening van eisers te komen. Er is in dit geval geen reden om de kosten niet ten laste van de overtreder te laten komen, aldus verweerder.

In beroep hebben eisers, kort weergegeven, aangevoerd dat zij redelijkerwijs niet hebben kunnen weten dat de woning als hennepkwekerij in bedrijf was, dat zij een sluitende administratie als verhuurders van de woning hebben, alsmede dat zij niet als overtreders van enige bepaling in het bestemmingsplan zijn aan te merken, nu daarin geen verbod is opgenomen op het laten gebruiken van een bouwwerk in strijd met de bestemming. Voorts blijkt uit het bestreden besluit onvoldoende op grond waarvan geconcludeerd is dat de hennepkwekerij van 16 maart 2010 tot en met 27 juli 2010 in bedrijf zou zijn geweest. Eisers menen dat de daadwerkelijke overtreder wel te identificeren en te traceren is. Ten onrechte wekt verweerder de suggestie dat eisers bewust de woning hebben verhuurd aan iemand van wie zij zouden weten dat die er een hennepkwekerij in zou starten. Eisers stellen dat het op hen verhalen van de kosten die gemoeid zijn met de toepassing van de bestuursdwang onredelijk is. Tot slot stellen eisers dat op de hoorzitting is afgesproken dat zij nog jurisprudentie, die van toepassing was op de onderhavige zaak en een e-mail van de politie op zouden sturen. Deze informatie lijkt niet te zijn meegenomen door de ABC, nu hierover niets is overwogen. Gelet hierop twijfelen eisers of sprake is geweest van een volledige heroverweging ex nunc.

2.3 Artikel 1a, eerste lid, van de Woningwet bepaalt dat de eigenaar van een bouwwerk, standplaats, open erf of terrein of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen er zorg voor draagt dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, die standplaats, dat open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.

Ingevolge het tweede lid draagt een ieder die een bouwwerk of standplaats bouwt, gebruikt, laat gebruiken of sloopt, dan wel een open erf of terrein gebruikt of laat gebruiken, voor zover dat in diens vermogen ligt, er zorg voor dat als gevolg van dat bouwen, gebruik of slopen geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.

Ingevolge artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang.

Ingevolge artikel 5:21 van de Awb wordt onder last onder bestuursdwang verstaan: de herstelsanctie, inhoudende een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

Ingevolge artikel 5:25, eerste lid, van de Awb geschiedt de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder, tenzij deze kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.

Artikel 5:31, eerste lid, van de Awb, bepaalt dat een bestuursorgaan dat bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen, in spoedeisende gevallen kan besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last.

Ingevolge het tweede lid kan, indien de situatie zo spoedeisend is, dat een besluit niet kan worden afgewacht, terstond bestuursdwang worden toegepast, maar wordt zo spoedig mogelijk nadien alsnog een besluit als bedoeld in het eerste lid bekendgemaakt.

Op grond van artikel 5:31c, eerste lid, van de Awb heeft het bezwaar tegen de last onder bestuursdwang mede betrekking op een beschikking die strekt tot toepassing van bestuurs-dwang of op een beschikking tot vaststelling van de kosten van de bestuursdwang, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.

2.4 De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank stelt allereerst vast dat eisers niet hebben bestreden dat in de woning een hennepkwekerij is aangetroffen en dat verweerder in verband hiermee, gelet op artikel 1a van de Woningwet, bevoegd was tot toepassing van bestuursdwang. Evenmin hebben eisers bestreden dat de elektriciteitsvoorziening van de hennepkwekerij onvakkundig was aangelegd, dat de meterkast van de woning was gemanipuleerd, dat daardoor een ernstig gevaar op brand, elektrocutie en kortsluiting is ontstaan en dat sprake was van een situatie die dermate spoedeisend was dat verweerder toepassing kon geven aan artikel 5:31, tweede lid, van de Awb.

Gelet hierop ligt in deze zaak uitsluitend de vraag voor of eisers als overtreders kunnen worden aangemerkt en of de kosten van de toegepaste bestuursdwang op hen kunnen worden verhaald.

Vaststaat dat eisers op het moment van ontmanteling van de hennepkwekerij eigenaar waren van de woning en dat zij de woning niet-professioneel verhuurden aan een derde.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), bijvoorbeeld de uitspraak van 13 januari 2010, LJN: BK9021, kunnen eisers als niet-professionele verhuurders slechts als overtreder worden aangemerkt indien zij wisten dan wel redelijkerwijs hadden kunnen weten dat de woning als hennepkwekerij werd gebruikt. Bij de beoordeling spelen verschillende vragen een rol: hebben eisers voldoende onderzoek verricht naar de identiteit van de huurder, hebben zij een toereikende administratie bijgehouden en hebben zij zich voldoende van het gebruik van de woning op de hoogte gesteld.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers een toereikende administratie gevoerd en voldoende onderzoek naar de huurder gedaan. Eisers beschikten over een getekende huurovereenkomst, over kopieën van het identiteitsbewijs en een loonstrook van de huurder en over bewijzen van de huurbetalingen. Weliswaar werden de huurbetalingen door middel van stortingen bij een grenswisselkantoor gedaan, maar blijkens informatie van de website van het grenswisselkantoor dient ook bij dergelijke stortingen degene die de storting doet, zich te legitimeren. De bewijzen van de huurbetalingen bevatten dan ook een naam. Verder acht de rechtbank relevant dat eisers, nadat de eerste huurbetalingen niet op naam van de huurder waren verricht, contact hieromtrent hebben opgenomen met de huurder en hem hierover hebben bevraagd. De antwoorden waren niet van dien aard dat ze direct tot argwaan bij eisers hadden moeten leiden. Hierna zijn de huurbetalingen wel steeds op naam van de huurder verricht. Verweerders stelling dat eisers met betrekking tot de tenaamstelling van de huurbetalingen niet adequaat hebben gehandeld, volgt de rechtbank dan ook niet. Ook het gegeven dat eisers per e-mail contact onderhielden met de huurder, leidt de rechtbank niet tot de conclusie dat er geen sprake was van een sluitende administratie.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat eisers in voldoende mate toezicht hebben gehouden op de woning. Eisers hebben de buurvrouw gevraagd een oogje in het zeil te houden tijdens hun verblijf in het buitenland. Toen de buurvrouw begin mei 2010 kenbaar maakte, dat zij betwijfelde of de woning nog bewoond werd, hebben eisers op 11 mei 2010 contact gezocht met de huurder. Omdat de huurder niet reageerde op de contactpogingen van eisers, hebben eisers vervolgens contact opgenomen met de politie met het verzoek bij de woning te gaan kijken. De politie heeft hieraan gevolg gegeven en heeft eisers op 21 juli 2010 bericht dat er van buiten de woning geen onregelmatigheden zijn aangetroffen bij de woning en dat er geen hennepgeur werd waargenomen door de brievenbus. Eisers hebben ondanks die mededeling van de politie zelf nader onderzoek verricht naar de huurder, waaruit bleek dat de huurder zich heeft bediend van het identiteitsbewijs van een andere persoon. Na deze constatering hebben eisers de politie verzocht om de woning binnen te treden, teneinde deze te controleren op aanwezigheid van een hennepkwekerij of andere criminele activiteiten. Dit verzoek heeft geleid tot de ontmanteling van de hennepkwekerij.

Nu de hennepkwekerij zich op de eerste verdieping van de woning bevond en klaarblijkelijk vanaf de straat door de buurvrouw en de politie niet was waar te nemen, waarbij er van mag worden uitgegaan dat in ieder geval de medewerkers van de politie weten op welke signalen zij moeten letten, valt niet in te zien dat regelmatige inspecties van de woning door eisers zelf of door een door hen aangestelde zaakwaarnemer, tot een ander, beter resultaat zou hebben geleid. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat volgens het rapport van de fraudespecialist van Eneco de hennepkwekerij sinds 16 maart 2010 in bedrijf was. De rechtbank acht in dit verband ook van belang dat eisers in mei 2010 bij de huurder hebben aangekondigd dat zij in juli 2010, tijdens hun vakantie in Nederland, de woning wilden betreden. Dat de buurvrouw geen geluiden heeft gehoord die zouden duiden op de inrichting van de bovenverdieping als hennepkwekerij, hoeft niet te betekenen dat de buurvrouw geen toezicht hield op de woning. Toezicht houden betekent immers niet dat de toezichthouder zeven dagen per week, 24 uur per dag aanwezig moet zijn om te zien of horen wat er gebeurt. Indien eisers of een zaakwaarnemer zelf toezicht hadden gehouden op de woning, zouden dergelijke werkzaamheden ook niet per definitie opgemerkt zijn.

Gelet op het hiervoor overwogene acht de rechtbank het aannemelijk dat eisers niet wisten dan wel redelijkerwijs niet hadden kunnen weten dat de woning als hennepkwekerij werd gebruikt. Eisers zijn derhalve niet aan te merken als overtreders. Gelet hierop was verweerder niet bevoegd om de kosten van de bestuursdwang op eisers te verhalen. Het bestreden besluit wordt mitsdien vernietigd wegens strijd met artikel 5:25 van de Awb. Nu er naar het oordeel van de rechtbank nog slechts een beslissing op het bezwaar van eisers mogelijk is, ziet zij aanleiding om zelf te voorzien, het bezwaar van eisers gegrond te verklaren en te bepalen dat de besluiten 1 en 2 worden herroepen.

Het beroep van eisers wordt gegrond verklaard.

2.5 Eisers hebben verweerder in bezwaar verzocht de kosten die gemoeid zijn met het maken van bezwaar te vergoeden.

Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Awb worden - voorzover hier van belang - de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijker-wijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Op grond van het derde lid van dat artikel wordt het verzoek gedaan voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist. Het bestuursorgaan beslist op het verzoek bij de beslissing op het bezwaar.

Ingevolge artikel 8:75, eerste lid, tweede volzin, van de Awb is artikel 7:15, tweede tot en met vierde lid, van de Awb van overeenkomstige toepassing bij een proceskosten-veroordeling in beroep.

Nu de rechtbank het beroep gegrond acht, het bestreden besluit vernietigt en zij voorts aanleiding ziet - doende hetgeen het bestuursorgaan had behoren te doen - onder toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb, de primaire besluiten te herroepen, ziet zij aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eisers redelijkerwijs hebben moeten maken in bezwaar en beroep.

De rechtbank bepaalt de proceskosten op € 1.748, - aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

3 Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt het bestreden besluit,

bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit, hetgeen in dit geval inhoudt dat het bezwaar van eisers gegrond wordt verklaard en de besluiten van 9 augustus 2010 en 14 oktober 2010 worden herroepen,

bepaalt dat verweerder aan eisers het betaalde griffierecht van € 152, - vergoedt,

veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.748, -.

Aldus gedaan door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter, en mr. P. Vrolijk en

mr. J.D.M. Nouwen, leden, in tegenwoordigheid van J. van Mazijk, griffier.

De griffier: De voorzitter:

Uitgesproken in het openbaar op: 10 november 2011.

Een belanghebbende - onder wie in elk geval eisers worden begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.

Afschrift verzonden op: