Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BU1436

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-10-2011
Datum publicatie
25-10-2011
Zaaknummer
388629 / KG ZA 11-910
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2011:BU4306, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een bedrijf, Holland Casino, vraagt in kort geding op voorhand inzage in het manuscript van een door één van haar ex-werknemers te publiceren boek. Die inzage wil het bedrijf om te bekijken of de ex-werknemer van plan is gegevens te publiceren die hij, vanwege een geheimhoudingsbeding, niet openbaar mag maken. Het bedrijf vreest reputatieschade.

Hoewel inzage op zich niet in strijd hoeft te komen met het censuurverbod uit de grondwet en het recht op vrije meningsuiting is het doel daarvan in dit geval het mogelijk maken van een –na inzage- te vragen publicatieverbod. De gevorderde inzage leidt dus indirect wel tot een belemmering van het recht op vrije meningsuiting. Er is niets gesteld over bijzondere, zeer zwaarwegende belangen van het bedrijf die geschonden dreigen te worden en die die belemmering rechtvaardigen. De afspraken met de ex-werknemer houden ook niet in dat de ex-werknemer verplicht is vooraf inzage te geven.

De vordering wordt dus afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0882
RAR 2012/11
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 388629 / KG ZA 11-910

Vonnis in kort geding van 25 oktober 2011

in de zaak van

de stichting

Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland,

statutair gevestigd te Den Haag,

eiseres,

advocaten mrs. T. Cohen Jehoram en S.F. Sagel,

tegen

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde,

advocaat mr. J.G.J. van Groenendaal.

Partijen zullen hierna Holland Casino en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 17 oktober 2011;

- de producties van Holland Casino;

- de producties van [gedaagde];

- de pleitnota van mrs. T. Cohen Jehoram en S.F. Sagel;

- de pleitnota van mr. J.G.J. van Groenendaal.

1.2. De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 21 oktober 2011. Ten slotte is vonnis bepaald op heden. In verband met de korte termijn zal dit vonnis slechts de essentiële feiten en stellingen alsmede de kern van de beoordeling bevatten. De volledige tekst zal partijen desgewenst te zijner tijd worden toegezonden.

2. De feiten

2.1. Op 7 november 1989 is tussen Holland Casino en [gedaagde] een arbeids-

overeenkomst gesloten. In deze arbeidsovereenkomst staat - voor zover hier van belang -

het volgende:

“ ……

3. De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en vangt aan op 1 november 1989.

……

10. Het is de werknemer verboden, enige mededeling tegenover derden te doen, aangaande de

de werkgever en/of gasten. Deze verplichting is van kracht zowel tijdens als na beëindiging van

deze overeenkomst.

De werkgever behoudt zich het recht voor, bij overtreding van deze verplichting, de (ex-)

werknemer

- een boete op te leggen van f 10.000,00;

- op staande voet te ontslaan (art. 1639 p B.W.).

……”

2.2. In de Overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst d.d. 24 juni 2009

tussen Holland Casino en [gedaagde] staat - voor zover hier van belang - het volgende:

“……

Nemen in aanmerking:

1. Dat werknemer in dienst is bij werkgever sinds 1 mei 1989, laatstelijk in de functie van

Dutymanager, (…)

……

En komen het volgende overeen:

1. Partijen beëindigen hierbij de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden met ingang van

1 november 2009. Werknemer verklaart zich hiermee ondubbelzinnig akkoord en realiseert zich

de gevolgen van de beëindiging.

……

4. In het kader van beëindiging van de arbeidsovereenkomst betaalt werkgever aan de werknemer

een bruto vergoeding van (…). Dit bedrag zal uiterlijk binnen 1 maand na datum

einde dienstverband worden voldaan.

……

11. Werknemer zal geen mededelingen doen aan derden over zaken die hem ter ore zijn gekomen uit

hoofde van zijn functie over het bedrijf van werkgever, de overige werknemers en/of cliënten/

relaties van werkgever.

12. Partijen verplichten zich jegens elkaar volledige geheimhouding te betrachten met betrekking tot

de arbeidsovereenkomst en de beëindiging daarvan. Daaronder valt in ieder geval, doch niet uit-

sluitend, de onderhavige regeling. Hierover zullen noch intern noch extern mededelingen worden

gedaan. (…)

……”

3. Het geschil

3.1. Holland Casino vordert - na mondelinge wijziging van eis ter zitting - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

(i) beveelt dat [gedaagde] binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis, een kopie van de drukproef van het boek, dan wel het tot een drukproef te verwerken manuscript, ter inzage aan Holland Casino en haar raadslieden beschikbaar stelt, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,--, te vermeerderen met een dwangsom van € 25.000,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] handelt het onder (i) gevorderde;

(ii) beveelt dat [gedaagde] (gedeelten van) het boek niet eerder openbaar maakt, althans openbaar laat maken, dan na 10 dagen volgend op de terbeschikking-stelling van het boek aan Holland Casino en haar raadslieden, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,--, te vermeerderen met een dwangsom van:

• € 10.000,-- per boek dat in strijd met het gevorderde onder (ii) wordt openbaar gemaakt en

• € 500.000,-- indien (gedeelten van) het boek in strijd met het gevorderde onder (ii) on line wordt openbaar gemaakt;

(iii) beveelt dat [gedaagde] binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis zijn uitgever op de hoogte stelt van de inhoud van het vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,-- te vermeerderen met een dwangsom van € 10.000,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] in strijd handelt met het onder (iii) gevorderde;

(iv) [gedaagde] veroordeelt in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis.

3.2. [gedaagde] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Holland Casino heeft ter onderbouwing van haar spoedeisend belang aangevoerd dat zij inzage in (in elk geval de haar, haar werknemers, en/of haar cliënten of relaties betreffende gedeelten van) een door [gedaagde] binnenkort openbaar te maken boek behoeft om te kunnen beoordelen of, en zo ja, in hoeverre, [gedaagde] door publicatie van dat boek in strijd met de gesloten geheimhoudingsbedingen (zie 2.1 en 2.2) dan wel onrechtmatig jegens Holland Casino dreigt te gaan handelen. Hiermee is het spoedeisend belang bij de vordering gegeven.

4.2. Het gaat hier om een vordering in de zin van artikel 843a Rv.

4.3. Op grond van het eerste lid van artikel 843a Rv kan hij die daarbij een rechtmatig

belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorganger partij is, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zich heeft. Het vierde lid bepaalt dat degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

4.4. Holland Casino heeft aangevoerd dat zij met behulp van de informatie uit het manuscript van het door [gedaagde] te publiceren boek - in aanvulling op hetgeen onlangs hierover is gepubliceerd op Facebook - naar alle waarschijnlijkheid zal kunnen bewijzen dat [gedaagde] door publicatie in strijd met de overeengekomen geheimhoudingsbedingen zal handelen, althans dat er een reële dreiging is dat [gedaagde] onrechtmatig zal handelen, waardoor er voor Holland Casino - en haar werknemers en klanten - grote reputatie- en imagoschade dreigt. Het betreft hier informatie die [gedaagde] ten tijde van zijn dienstverband bij Holland Casino tot zich heeft genomen.

Holland Casino wijst in dit verband ondermeer op de volgende op Facebook geplaatste tekst: “.. maar wat ga je dan in deel 1 en 2 stoppen? De sollicitatieprocedures? Tafelspelen? Speelautomaten? PBK? De sex? Vriendjespolitiek? Witwassen? De reorganisatie? Gasten? Medewerkers? You name it!”.

4.5. [gedaagde] heeft ten verwere - verkort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat Holland Casino ten onrechte voorbij gaat aan de bescherming die de artikelen 10 EVRM

en artikel 7 Grondwet bieden. Op grond van deze artikelen is een inbreuk op het recht op vrijheid van meningsuiting slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan, en nimmer in de vorm van censuur (vooraf). Het belang van [gedaagde] bij zijn recht op vrijheid van menings- uiting dient in dit geval zwaarder te wegen dan het belang van Holland Casino bij inzage in het boek, aldus [gedaagde].

4.6. De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

4.6.1. Het geheimhoudingsbeding uit de vaststellingsovereenkomst is naar voorlopig oordeel in de plaats gekomen van dat uit de arbeidsovereenkomst (2.1), zodat nu alleen het beding uit de vaststellingsovereenkomst van belang is.

4.6.2. De door Holland Casino gevorderde inzage in de drukproef/het manuscript van een door een ex-werknemer uit te geven boek acht Holland Casino noodzakelijk om te onder- zoeken of zij op grond van het geheimhoudingsbeding daadwerkelijk een publicatieverbod wil vragen. De vraag, of de dreigende schending van dat beding (in combinatie met de weigering van [gedaagde] toe te zeggen dat hij het beding niet zal schenden, zijn uitgever te noemen en het manuscript ter inzage te geven) voldoende rechtmatig belang in de zin van artikel 843a Rv oplevert, zoals Holland Casino stelt, wordt door de voorzieningenrechter ontkennend beantwoord.

4.6.3. Op zichzelf kan het vergaren van bewijs dat sprake is van (een reële dreiging van) handelen in strijd met expliciet overeengekomen bedingen een rechtmatig belang in de zin van artikel 843a Rv opleveren. Dat belang speelt in dit geval echter in die zin geen rol, dat, zodra [gedaagde] het boek publiceert en daarin vermeldingen in strijd met het beding opneemt, daarmee het bewijs geleverd is. Weliswaar is dan de - eventuele - schending reeds een feit, maar dat is voor het bewijsaspect niet van belang. De situatie dat te vrezen valt dat het bewijs ook later niet geleverd zou kunnen worden doet zich hier niet voor.

De genoemde weigeringen tot het verstrekken van informatie hebben daarbij geen zelfstandig belang. Dat [gedaagde] erkent dat hij gebonden is aan het geheimhoudingsbeding heeft hij ter zitting bevestigd. Een toezegging dat hij het zal respecteren is in het kader van te vergaren bewijs irrelevant; de weigering die toezegging te doen leidt er hoogstens toe, dat de dreiging van inbreuk op het geheimhoudingsbeding als reëel moet worden beschouwd.

4.6.4. Dat die dreiging reëel is, levert echter evenmin het vereiste belang op. Het belang dat Holland Casino met de inzage in feite voor ogen heeft is het belang om tevoren kennis te nemen van de tekst van het boek, zodat bedoelde schending van het beding voorkomen wordt.

Zij heeft daartoe ook al een kort geding strekkende tot een (gedeeltelijk) publicatieverbod in het vooruitzicht gesteld. Dat is weliswaar een belang, maar geen rechtmatig belang in de zin van artikel 843a Rv.

De afweging tussen enerzijds de vrije meningsuiting en anderzijds de daaraan inherente mogelijkheid dat die tot schade (al dan niet bestaande in reputatieschade) bij anderen leidt is immers in het EVRM (artikel 10) en de Grondwet (artikel 7) al gemaakt.

Deze keuze houdt, in elk geval voor wat betreft artikel 7 Grondwet, expliciet in dat niemand tevoren toestemming nodig heeft om zijn mening - in druk - openbaar te maken. Hoewel artikel 10 EVRM toetsing vooraf niet zonder meer uitsluit blijkt uit de jurispruden-tie dat daarvoor slechts zeer beperkt ruimte bestaat. De achterliggende gedachte is dat het “chilling effect” moet worden voorkomen; de wetenschap dat een tekst tevoren zal worden bekeken leidt tot een maatschappelijk ongewenst geachte terughoudendheid bij de schrijver.

4.6.5. Daaraan doet niet af dat kennisname vooraf op zich geen verplichte toestemming voor publicatie en ook geen directe belemmering van de vrijheid van meningsuiting inhoudt; die kennisname wordt immers in dit geval louter gevraagd om volgende stappen, die wel een dergelijke belemmering inhouden, mogelijk te maken. Indirect strekt de inzage dus wel tot belemmering van de vrijheid van meningsuiting. Om die reden bestaat in beginsel, behoudens andersluidende afspraken, geen verplichting tot inzage vooraf.

Hoewel denkbaar is dat er zo zwaarwegende belangen in het geding zijn dat er in een zeer uitzonderlijk geval toch ruimte is voor het verplichten van een schrijver om zijn manuscript van tevoren aan een ander te laten lezen is hetgeen Holland Casino in dit verband heeft gesteld daartoe volstrekt onvoldoende. Zij heeft immers slechts in zeer algemene bewoordingen gewag gemaakt van reputatieschade.

4.6.6. Daaraan doet evenmin af dat, zoals Holland Casino op zichzelf terecht heeft gesteld, een werknemer, in dit geval [gedaagde], die (in ieder geval op de achtergrond) werd bijgestaan door een advocaat, in beginsel bij het einde van het dienstverband inzage vooraf kan toezeggen en daaraan dan ook (behoudens zeer bijzondere omstandigheden) gebonden is. Dat vereist echter een expliciete contractuele bepaling van de strekking dat de (ex)werkgever voor publicatie inzage zal krijgen in door de (ex)werknemer te publiceren werk. Een dergelijke bepaling is niet opgenomen in de vaststellingsovereenkomst. Het opgenomen beding voorziet niet in een dergelijke controle vooraf, naar blijkt uit de onder 2.2 geciteerde tekst onder 11, nog daargelaten of Holland Casino [gedaagde] kan houden aan de, naar de letter genomen zeer ruime tekst daarvan. Er is ook geen grond om de vaststellingsovereenkomst, waarvan de bewoordingen geacht moeten worden de bedoeling duidelijk weer te geven, zo uit te leggen dat daarin een dergelijke afspraak is vervat.

Deze kan dan ook geen grond bieden aan de thans gevorderde voorziening.

4.7. Gelet op het voorgaande behoeft de vraag of wel is voldaan aan de andere eisen van artikel 843a Rv geen beantwoording en zal het onder (i) gevorderde worden afgewezen.

4.8. Het voorgaande neemt uiteraard niet weg dat zo nodig achteraf - na publicatie van het boek - getoetst zal kunnen worden of bepaalde in het boek gedane uitlatingen van [gedaagde] in strijd zijn met het geheimhoudingsbeding (dan wel in strijd zijn met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt) en of [gedaagde] op grond daarvan jegens Holland Casino schadeplichtig is.

4.9. Nu het onder (i) gevorderde zal worden afgewezen, moeten de vorderingen onder (ii) en (iii) het lot daarvan delen reeds omdat zij daarop, naar Holland Casino ter zitting uitdrukkelijk heeft bevestigd, slechts voortbouwen.

4.10. Holland Casino zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht € 260,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.076,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Holland Casino in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.076,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten in tegenwoordigheid van

mr. H.C. Fraaij, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2011.?

1862/106