Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BT8808

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-10-2011
Datum publicatie
21-10-2011
Zaaknummer
10/711091-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen personen en goederen. Het geweld betrof het gooien van eieren en het belagen met bomen, palen en takken door een groep jongeren, gericht tegen een familie die op een vakantiepark in een huisje verbleef.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel

Team Jeugd, strafzaken

Parketnummer: 10/711091-11

Datum uitspraak: 13 oktober 2011

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres,

[adres],

raadsvrouw mr. J.T. van Loenen namens mr. A.K. Ramdas, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2011, gelijktijdig met de behandeling van de zaken tegen de (deels minderjarige) medeverdachten.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. De Beer heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 88 dagen met aftrek

van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;

- veroordeling van de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 200 uren; - gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] tot

een bedrag van € 1.000,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] van € 500,- met

oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

van € 500,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] tot

een bedrag van € 943,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] van € 500,- met

oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- niet-ontvankelijk verklaring van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde

partij 6].

MOTIVERING VRIJSPRAAK

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 16 juli 2011 op het vakantiepark Zuydlant Buiten geweldshandelingen heeft gepleegd door het gooien van een paal door de ruit van de voordeur van het vakantiehuisje. Dit blijkt onder andere uit de verklaring van verdachte zelf en die van [getuige 1] en [getuige 2]. Om echter te kunnen komen tot een bewezenverklaring van een poging tot zware mishandeling moet kunnen worden vastgesteld dat sprake is geweest van handelingen waarmee verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] ten gevolge van deze handelingen zwaar lichamelijk letsel zou(den) kunnen bekomen.

Uit het strafdossier en ook anderszins is niet gebleken dat door de hiervoor vermelde geweldshandelingen, door verdachte gepleegd, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel hadden kunnen oplopen. De rechtbank heeft bij dit oordeel betrokken dat [slachtoffer 3] bij een fotoconfrontatie verdachte niet heeft aangewezen als degene die een paal in de richting van haar en [slachtoffer 1] heeft gegooid. Niet is uitgesloten dat die paal in hun richting, een andere paal betrof, door een ander gegooid, dan de paal die verdachte heeft gegooid.

De verdachte dient derhalve van het onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

2.

hij op 16 juli 2011 te Simonshaven, gemeente Bernisse, op of aan de openbare weg, de Wevelsweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] en het huisje waarin die personen zich bevonden, en bomen en steunpalen voor bomen op het vakantiepark Zuytland Buiten, welk geweld bestond uit het

- gooien van eieren tegen genoemd huisje en

- slaan tegen een ruit van dat huisje en

- bomen en steunpalen en takken uit de grond rukken en afbreken en

- bomen en palen met zich te voeren en

- schreeuwen naar die genoemde personen en

- met een grote groep omsingelen en insluiten van genoemde [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4]

en

- meermalen slaan van die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] en

- met een hard voorwerp, slaan op/tegen het hoofd van [slachtoffer 4] en

- met palen en boomstammen en takken slaan in de richting van en op/tegen de rug en/of

benen en/of keel, van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5]en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2]

en [slachtoffer 1] en

- (meermalen) schoppen en/of trappen tegen het lichaam van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5]

en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en

- gooien van een paal, naar of in de richting van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] en

- met een paal een ruit van dat huisje vernielen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaar¬de heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

NADERE BEWIJSMOTIVERING

De raadsvrouw heeft gedeeltelijke vrijspraak bepleit voor het onder 2 ten laste gelegde daar de verdachte slechts geweld heeft gepleegd tegen goederen door een paal door de voordeurruit te gooien. Deze paal heeft verdachte door de voordeurruit gegooid met als doel zijn vriend [naam vriend] te bevrijden. Verdachte heeft zich, toen hem bleek dat [naam vriend] niet in het huisje werd vastgehouden, direct gedistantieerd van de situatie. Hetgeen verder ten laste is gelegd kan de verdachte derhalve niet worden toegerekend, aldus de raadsvrouw

De rechtbank overweegt als volgt.

Het verweer dat verdachte niet al het gepleegde openlijk geweld kan worden toegerekend nu hij zich heeft gedistantieerd nadat hij een paal door een voordeurruit had gegooid, wordt verworpen. Van medeplegen is sprake wanneer twee of meer personen gezamenlijk een strafbaar feit plegen. Daarvoor is niet vereist dat iedereen aan alle uitvoeringshandelingen heeft deelgenomen. In geval van het in vereniging plegen van openlijk geweld is voor een bewezenverklaring daarvan van belang of door verdachte een significante en wezenlijke bijdrage aan het geweld is geleverd.

Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat verdachte zich, met anderen, schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen de familie [naam familie] en het huisje waarin deze familie verbleef. De verdachte heeft de paal door de voordeurruit gegooid met als doel [naam vriend], die door de familie werd vastgehouden, te ontzetten. Hiermee heeft verdachte een wezenlijke en significante bijdrage geleverd aan het openlijk geweld tegen personen en goederen als geheel.

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID FEITEN

Het bewezen feit levert op:

2. Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opge¬legd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstan¬digheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen in de nacht van 15 op 16 juli 2011 te Simonshaven op het vakantiepark Zuytland Buiten schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen aangever [naam aangever] en zijn familieleden, en het vakantiehuisje waarin deze familie verbleef, door eieren te gooien en vervolgens de familie en het huisje te belagen met bomen, palen en takken, met als gevolg een vechtpartij, waarbij de familie gewond en het huisje beschadigd is geraakt.

Dat dit groepsgeweld voor de slachtoffers erg beangstigend moet zijn geweest blijkt uit de toelichting bij hun vorderingen benadeelde partij. De ervaring leert bovendien dat slachtoffers van dergelijke voorvallen daar nog lange tijd de nadelige (psychische) gevolgen van kunnen ondervinden. Daarbij draagt dergelijk groepsgeweld voorts bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 1 september 2011 niet eerder is veroordeeld.

De Reclassering heeft op 23 september 2011 gerapporteerd. De Reclassering adviseert aan de verdachte een (gedeeltelijke) voorwaardelijke gevangenisstraf en/of een werkstraf op te leggen. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat, nu de verdachte een first offender is, een vervolgopleiding volgt en zijn leven op orde heeft.

De raadsvrouw heeft verzocht het vorengenoemde advies van de Reclassering over te nemen. De raadsvrouw verzoekt een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen of een werkstraf van beperkte omvang. De raadsvrouw verzoekt een eventuele op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de 28 dagen die verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten.

De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit. De rechtbank is van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf voor de duur van 80 uur passend en geboden is. De rechtbank beoogt met de voorwaardelijke straf de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

VORDERING BENADEELDE PARTIJEN/SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd:

- [benadeelde partij 1], wonende te [woonplaats], ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

[benadeelde partij 1] vordert een vergoeding van immateriële schade van € 1.000,- en een

vergoeding van materiële schade van € 2.142,64;

- [benadeelde partij 2], wonende te [woonplaats], ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

[benadeelde partij 2] vordert een vergoeding van immateriële schade van € 500,- en een

vergoeding van materiële schade van € 24,99;

- [benadeelde partij 3], wonende te [woonplaats], ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

[benadeelde 3] vordert een vergoeding van immateriële schade van € 500,-;

- [benadeelde partij 4], wonende te [woonplaats], ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

[benadeelde partij 4] vordert een vergoeding van immateriële schade van € 500,- en een

vergoeding van materiële schade van € 597,45;

- [benadeelde partij 5], wonende te [woonplaats], ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

[benadeelde partij 5] vordert een vergoeding van immateriële schade van € 500,-;

- [benadeelde partij 6], wonende te [woonplaats], ter zake van het onder 2 ten laste

gelegde.

[benadeelde partij 6] vordert een vergoeding van materiële schade van € 1.088,83.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partijen, [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5], als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid en gelet op de algemene ervaringsregels worden vastgesteld op € 500,- per persoon, zodat de vorderingen van immateriële schade van [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5] tot dit bedrag zullen worden toegewezen.

Ten aanzien van de gevorderde materiële schade

Niet is vast komen te staan dat de door [benadeelde partij 1] gevorderde materiële schade rechtstreeks als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde is toegebracht. De vordering van [benadeelde partij 1] zal wat betreft de gevorderde materiële schade niet ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Niet is vast komen te staan dat de door [benadeelde partij 4] gevorderde materiële schade rechtstreeks als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde is toegebracht. De vordering van [benadeelde partij 4] zal wat betreft de gevorderde materiële schade niet ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Niet is vast komen te staan dat de door [benadeelde partij 2] gevorderde materiële schade rechtstreeks als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde is toegebracht. De vordering van [benadeelde partij 2] zal wat betreft de gevorderde materiële schade niet ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] is niet van zo eenvoudige aard, nu [benadeelde partij 6] in opdracht van verschillende eigenaren de vordering heeft ingediend. De vordering leent zich derhalve niet voor behandeling in dit strafgeding. [benadeelde partij 6] zal niet ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd. Het vorenstaande laat onverlet dat de verdachte en zijn mededaders onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding moeten bijdragen, tenzij de billijkheid een andere verdeling vordert.

Nu de vorderingen van de benadeelde partijen (in overwegende mate) zullen worden toegewe¬zen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoer¬legging nog te maken.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hier¬voor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de tijd van 88 (achtentachtig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten;

stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren; de tenuit¬voerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuit¬voerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorge¬bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheids¬straf in mindering is gebracht;

legt de verdachte een taakstraf op bestaande uit een werkstraf voor de duur van

80 (tachtig) uur, waarbij de Stichting Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering wat betreft de gevorderde materiële schade; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ten aanzien van de immateriële schade toe tot een bedrag van € 500,- en veroor¬deelt de verdachte dit bedrag tegen kwij¬ting aan [benadeelde partij 1], wonende te [woonplaats], te betalen, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening;

legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1], te betalen € 500,-, bij gebreke van volledige betaling en volle¬dig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van

10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering wat betreft de gevorderde materiële schade;

bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2], ter zake de immateriële schade toe en veroor¬deelt de verdachte tegen kwij¬ting aan [benadeelde partij 2], wonende te [woonplaats], te betalen € 500,-, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening;

legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2], te betalen € 500,-, bij gebreke van volledige betaling en volle¬dig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] toe en veroor¬deelt de verdachte tegen kwij¬ting aan [benadeelde partij 3], wonende te [woonplaats], te betalen € 500,-, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening;

legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] te betalen € 500,-, bij gebreke van volledige betaling en volle¬dig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van

10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in de vordering wat betreft de gevorderde materiële schade; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ten aanzien van de immateriële schade toe en veroor¬deelt de verdachte tegen kwij¬ting aan [benadeelde partij 4], wonende te [woonplaats], te betalen € 500,-, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening;

legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] te betalen € 500,-, bij gebreke van volledige betaling en volle¬dig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van

10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

wijst de vordering van de benadeelde [benadeelde partij 5] toe en veroor¬deelt de verdachte tegen kwij¬ting aan [benadeelde partij 5], wonende te [woonplaats], te betalen € 500,-, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening;

legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] te betalen € 500,-, bij gebreke van volledige betaling en volle¬dig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van

10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 6] niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verstaat dat betalingen aan de benadeelde partijen, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Melkert, voorzitter,

en mrs. De Geus en Paling, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Van Dijk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze recht¬bank op 13 oktober 2011.

Bijlage bij vonnis van 13 oktober 2011:

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 16 juli 2011 te Simonshaven, gemeente Bernisse,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

ter uitvoering van het voornemen om

aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet met

voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en

al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

- naar het vakantiepark waar genoemde perso(o)n(en) zich bevonden is gegaan

en/of het huisje waar die perso(o)n(en) zich bevonden heeft (op)gezocht en/of

- met een paal en/of een boomstam en/of een ketting in de richting van en/of

op/tegen de rug en/of benen en/of keel, althans het lichaam, van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of

- een paal, althans een daarop gelijkend hard voorwerp naar of in de richting

van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] heeft gegooid en/of

terwijl de uitvoering van dat voornemen niet is voltooid;

(artikel 303/302 jo 45 Wetboek van strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 16 juli 2011 te Simonshaven, gemeente Bernisse,

op of aan de openbare weg, de Wevelsweg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of

het huisje waarin die perso(o)n(en) zich bevonden, en/of bomen en/of

steunenpalen voor bomen en/of een auto op het vakantiepark Zuytland Buiten, ,

welk geweld bestond uit het

- gooien van eieren tegen genoemd huisje en/of

- slaan tegen een ruit van dat huisje en/of schoppen tegen dat huisje en/of

- een of meer bomen en/of steunpalen en/of takken uit de grond rukken en/of

afbreken en/of

- een of meer bomen en/of palen en/of kettingen met zich te voeren en/of

- schreeuwen naar die genoemde personen en/of

- (met een grote groep) omsingelen en/of insluiten van genoemde [slachtoffer 5]

en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of

- gooien van steentjes in de richting van genoemde personen en/of tegen dat

huisje en/of

- (meermalen) (met de vuisten) slaan en/of stompen van die [slachtoffer 3]

en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of

- met een paal, althans een zwaar en/of hard voorwerp, slaan op/tegen het

hoofd van [slachtoffer 4] en/of

- met (een) pa(a)l(en) en/of (een) boomstam(men) en/of (een) tak(ken) en/of

(een) ketting(en) slaan in de richting van en/of op/tegen de rug en/of benen

en/of keel, althans het lichaam, van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5]

en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of

- (meermalen) schoppen en/of trappen tegen het lichaam van [slachtoffer 3]

en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of

- gooien van een paal, althans een daarop gelijkend hard voorwerp naar of in

de richting van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] en/of

- met een paal een ruit van dat huisje vernielen en/of

- [met een hard voorwerp] tegen/op een auto [een Renault Megane Scenic] slaan

en/of schoppen en/of trappen;

(art 141 Wetboek van Strafrecht)