Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BT6867

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-09-2011
Datum publicatie
06-10-2011
Zaaknummer
358374 / HA ZA 10-2142
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzekering wagenpark; tussenpersoon niet opgetreden als (mede-)verzekeraar; verzekeraar niet gebonden aan uitleg verzekeringsovereenkomst door tussenpersoon; geen nadere verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 358374 / HA ZA 10-2142

Vonnis van 28 september 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VP LEASING & VERHUUR B.V.,

gevestigd te Spijkenisse,

eiseres,

advocaat mr. E. Bregonje,

tegen

1. de commanditaire vennootschap

AON NEDERLAND C.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. A.L. Krenning,

2. de naamloze vennootschap

ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. W.L. Stolk.

Partijen zullen hierna VP, AON en Allianz genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord zijdens AON

- de conclusie van antwoord zijdens Allianz

- de conclusie van repliek tevens houdende wijziging van eis

- de conclusie van dupliek zijdens AON

- de conclusie van dupliek zijdens Allianz.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Tussen partijen staan onder meer de volgende feiten vast.

Op 1 januari 2008 is een Autoverzekeringscontract (hierna: de Overeenkomst) gesloten, ondertekend door VP, Allianz en AON. In de Overeenkomst is onder meer het volgende bepaald:

"Par.1. Ingangsdatum

[VP] verbindt zich in principe om met ingang van 1 januari 2008 alle auto's waarvoor zij voor verzekering moet zorgdragen, alsmede vervangingen van auto's, ter verzekering aan te bieden onder dit contract, met inachtneming van de hierna volgende bepalingen.

Par. 2 Voorwaarden

De verzekeringen worden aangegaan op basis van de Allianz Nederland Schadeverzekering N.V. Verzekeringsvoorwaarden PM 07. (...)

Par. 5 Acceptatiebepalingen

Tot dit contract worden niet toegelaten, auto's in gebruik als/voor/bij:

- taxi/verhuur zonder chauffeur (...)

Par. 6 Verzekerde auto's

Verzekerd zijn de auto's die door [VP] binnen 14 werkdagen zijn aangemeld bij [AON]. [VP] zal zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 14 werkdagen, opgave doen van auto's, die definitief buiten gebruik zijn gesteld, alsmede van alle andere van belang zijnde mutaties met betrekking tot het onderhavige contract. Fouten en/of vergissingen, mits te goeder trouw, zullen [VP] niet worden aangerekend. (...)

Par. 8 Dekking Wettelijke Aansprakelijkheid

De verzekering is van kracht voor het risico van Wettelijke Aansprakelijkheid (...)

Par. 18 Uitgebreide Cascodekking

Voor de onder dit contract verzekerde auto's is een Volledige Cascodekking afgesloten, inclusief het Brand/Diefstal/Inbraakrisico. (...)

Par. 24 Gecombineerde secundaire W.A.M./Cascodekking

Voor het W.A./Cascorisico is een secundaire dekking van kracht tegen een extra premie van EUR 500,- per jaar, exclusief assurantiebelasting.

Op subsidiaire basis zijn verzekerd tegen de risico's van Wettelijke Aansprakelijkheid en Casco, objecten waarvoor de lessee zelf voor verzekering zou zorgdragen, doch welke om wat voor reden dan ook toch niet zijn verzekerd. De verplichting tot verzekeren dient contractueel met lessee te zijn overeengekomen, met een beding inzake verhaalsrecht bij verzuim. [Allianz] draagt dit risico voor zover de lessee geen verhaal biedt en subrogeert in de rechten van de leasemaatschappij. (...)"

De verzekeringsvoorwaarden waarnaar in par. 2 van de Overeenkomst wordt verwezen bepalen voor zover relevant:

"Bijzondere voorwaarden voor cascoverzekering (...)

Artikel 2 Gemeenschappelijke uitsluitingen

De volgende uitsluitingen zijn op alle Bijzondere voorwaarden van toepassing voor zover daarin daarvan niet uitdrukkelijk wordt afgeweken. De verzekering geeft geen dekking indien: (...)

2.3 Verhuur (...)

het motorrijtuig wordt gebruikt voor:

- verhuur (...)"

Op 27 december heeft een bespreking plaatsgevonden tussen (onder meer) VP en AON. In het bezoekverslag staat onder meer vermeld:

"Met ingang van 01-01-2008 is het wagenpark van [VP] via [AON] bij [Allianz] W.A. + Casco verzekerd. Op bovengenoemde datum hebben wij een gesprek gehad met VP en Care4Lease inzake de operationele afhandeling van een aantal zaken. Care4Lease voert de backoffice activiteiten uit voor VP. (...)

Aan- en afmelden

Vooralsnog is afgesproken dat de aan- en afmeldingen in eerste instantie via mail aan AON worden doorgegeven door Care4Lease. Deze mutaties worden verzonden naar de mailbox van [X] (...)

Aanspreekpunten

(...)

Aon : [Y] (commercie) (...)

[X] (acceptatie) (...)"

In een mail van 17 maart 2008 namens AON aan VP staat onder meer:

"Inzake de vraag of verhuur aan particulieren via een klant van VP is meeverzekerd, kunnen wij u dit bevestigen. Verhuur aan particulieren is meeverzekerd ook in deze vorm.

Vanuit Euromobil worden voor zover wij weten de bijgevoegde richtlijnen gehanteerd, indien deze ook hier worden nageleefd voor de eind-huurder is er geen probleem voor wat betreft de dekking. (...)"

Op 23 april 2008 heeft VP een overeenkomst gesloten met Autobedrijf [Z] B.V. (hierna: [Z]). Op basis van deze overeenkomst heeft VP aan [Z] 38 auto's verhuurd op basis van operational lease. VP en [Z] zijn overeengekomen dat [Z] zorg zou dragen voor de verzekering van de auto's (WA en casco). [Z] heeft de auto's verzekerd bij N.V. Schadeverzekering-Maatschappij Bovemij (hierna: Bovemij).

In een mail van 24 november 2008 namens VP aan AON staat onder meer:

"Heb jij tevens nog ns kunnen gaan welke uitleg (zie par. 5 van het contract) taxi/verhuur zonder chauffeur gegeven kan worden?"

Hierop wordt namens AON diezelfde dag geantwoord:

"Ik weet dat ik het richting jou bevestigd heb inzake "(par. 5 van het contract) taxi/verhuur zonder chauffeur. Echter ik heb het zo snel niet terug kunnen vinden.

Bij deze bevestigen wij dat dit een 'standaard' uitsluiting betreft en dat losse verhuur zonder chauffeur meeverzekerd is. Immers ook de Euromobil objecten zijn meeverzekerd."

Op 15 december 2008 heeft Bovemij de door haar met [Z] gesloten verzekeringsovereenkomsten geroyeerd vanwege het feit dat [Z] de verschuldigde premies niet betaalde. VP heeft dit geconstateerd op 23 december 2008. VP heeft diezelfde dag een mail gestuurd aan [Y] van AON)

"(...) Na controle blijkt tevens dat het gehele wagenpark (...) momenteel onverzekerd zijn!!

Conform [de Overeenkomst] doen wij een beroep op paragraaf 24 "gecombineerde secundaire WAM/Cascodekking". (...)"

[Y] van AON heeft op deze mail dezelfde dag gereageerd. Hij schrijft:

"Wij hebben meteen contact opgenomen met verzekeraar Allianz,

Men is bereid W.A. dekking te verlenen voor deze objecten per direct. Van een casco dekking is derhalve geen sprake,. (...)"

Namens VP wordt hierop gereageerd per mail van (eveneens) 23 december 2008:

"Bedankt voor de zeer snelle reactie. (...)"

Per mail van 29 december 2008 schrijft Care4Lease aan [X] van AON:

"Zoals beloofd overzicht [Z]. Graag per 15-12-2008 WA + Casco (...)"

[X] reageert hierop per mail van 30 december 2008:

"Graag de kentekens en meld codes."

Hierop heeft Care4Lease de bedoelde documenten aan AON gestuurd.

VP heeft de met [Z] gesloten huurovereenkomsten ontbonden en aanspraak gemaakt op teruggave van de auto's. [Z] heeft hieraan niet voldaan, waarna VP heeft getracht de 38 auto's terug te krijgen en aangifte heeft gedaan van verduistering. VP is er uiteindelijk in geslaagd 36 van de 38 auto's terug te vinden. [Z] is inmiddels in staat van faillissement verklaard.

De vordering

VP vordert - zakelijk weergegeven en na vermeerdering van eis - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht verklaart dat VP met AON en Allianz een verzekeringsovereenkomst is aangegaan op grond waarvan de 38 aan van Werkhoven verhuurde auto's door AON en Allianz met ingang van 15 december 2008 WA + casco in verzekering zijn genomen;

- AON en Allianz hoofdelijk veroordeelt tegen eigendomsoverdracht van de Audi Q7 met kenteken [Q] en van de Audi A4 met kenteken [A] aan VP te voldoen een bedrag van € 206.677,03, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 7 augustus 2009,

met veroordeling van AON en Allianz in de proceskosten, vermeerderd met nakosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten legt VP aan haar vordering de volgende stellingen ten grondslag.

Nadat AON op 23 december 2008 had geweigerd de aan [Z] verhuurde auto's behalve WA ook casco te verzekeren, heeft VP op 29 december 2008 AON nogmaals verzocht de auto's ook casco in verzekering te nemen, hetgeen AON blijkens de email van 30 december 2008 heeft geaccepteerd. Deze acceptatie zijdens AON moet worden toegerekend aan Allianz. Aldus zijn de auto's WA + casco in verzekering genomen.

Voor zover niet kan worden aangenomen dat op 30 december 2008 een verzekeringsovereenkomst is tot stand gekomen, is (subsidiair) ten aanzien van 36 van de 38 aan [Z] verhuurde auto's sprake van subsidiaire dekking op grond van artikel 24 van de Overeenkomst.

Ten aanzien van de 2 resterende aan [Z] verhuurde auto's is (eveneens subsidiair) sprake van dekking op grond van artikel 6 van de Overeenkomst. Het betreft een Audi Q7 met kenteken [B] en een Audi A4 met kenteken [C].

VP heeft recht op betaling door AON en Allianz van een bedrag van € 206.677,03. Dit bedrag is opgebouwd als volgt:

Van de 38 auto's zijn er 36 teruggevonden. 30 van deze 36 auto's zijn teruggevonden binnen een periode van 30 dagen; de resterende 6 in de periode daarna.

Van de 30 in de periode van 30 dagen teruggevonden auto's was bij 13 sprake van schade. Het schadebedrag is getaxeerd en bedraagt € 26.418,48.

De 6 na de periode van 30 dagen teruggevonden auto's zijn na herstel verkocht. VP heeft recht op het verschil tussen de boekwaarde en de verkoopopbrengst van deze auto's, zijnde € 43.130,22.

Ten aanzien van de 2 niet teruggevonden auto's heeft VP recht op de boekwaarde, totaal € 109.612,13.

VP heeft kosten gemaakt in het kader van het terugkrijgen van de auto's (kosten van het bedrijf [D] die de auto's heeft opgespeurd ad € 16.187,60 en kosten van een takelbedrijf ad € 1.888,62) en voor juridische bijstand (€ 12.274,98).

Van het bedrag moet worden afgetrokken het eigen risico dat VP op grond van de Overeenkomst draagt, namelijk (totaal)

€ 2.835,00.

AON en Allianz zijn vanaf 7 augustus 2009 in verzuim komen te verkeren, nu zij per brief van die datum (nogmaals) hebben aangegeven geen polisdekking te erkennen. AON en Allianz zijn vanaf die datum de wettelijke handelsrente verschuldigd.

Het verweer

zijdens AON

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van VP bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten. AON heeft daartoe - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

De vordering tegen AON is niet toewijsbaar, nu AON geen verzekeraar is en derhalve uit dien hoofde ook geen partij is bij enige verzekeringsovereenkomst met VP.

VP heeft verzocht secundaire dekking te verlenen op grond van artikel 24 van de Overeenkomst. Allianz kon daarbij afwijken van de standaarddekking op grond van de Overeenkomst gelet op artikel 5 van de Overeenkomst, op basis waarvan dekking is uitgesloten voor auto's in gebruik voor verhuur zonder chauffeur. Hiervan was sprake bij de aan [Z] verhuurde auto's. Allianz heeft onverplicht (alleen) WA-dekking aangeboden, hetgeen VP heeft geaccepteerd. Aldus is op 23 december 2008 een verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen VP en Allianz. Care4Lease heeft vervolgens in strijd met de Overeenkomst de aan [Z] uitgeleende auto's aangemeld onder de Overeenkomst. Uit de reactie daarop van [X] kan niet worden afgeleid dat een nadere verzekeringsovereenkomst is tot stand gekomen op basis waarvan naast WA-dekking de betreffende auto's ook casco waren verzekerd. Het betrof niet meer dan een administratieve afhandeling van mutaties onder de Overeenkomst, hetgeen VP bekend was. VP mocht er niet van uitgaan dat Allianz nu wel bereid zou zijn cascodekking te verlenen.

Nu tussen Allianz en VP een verzekeringsovereenkomst is gesloten op basis waarvan de aan [Z] verhuurde auto's WA waren verzekerd, kan VP niet via een beroep op de secundaire dekking van artikel 24 van de Overeenkomst aanspraak maken op cascodekking.

Artikel 6 van de Overeenkomst is niet van toepassing ten aanzien van de twee door VP genoemde auto's, nu de aan [Z] uitgeleende auto's waren uitgesloten van dekking op grond van artikel 5 van de Overeenkomst. Daarenboven valt een verzuim de auto's aan te melden niet onder het bepaalde in artikel 6 van de Overeenkomst.

AON betwist de schade en dat deze schade in zijn geheel zou zijn gedekt onder de Overeenkomst.

zijdens Allianz

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van VP bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente. Allianz heeft daartoe - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

Allianz was gelet op het bepaalde in artikel 5 van de Overeenkomst niet gehouden VP WA- en cascodekking te verlenen voor de aan [Z] verhuurde auto's. Allianz heeft VP expliciet laten weten slechts bereid te zijn WA-dekking te verlenen. Hierop heeft VP positief gereageerd, zodat een verzekeringsovereenkomst is tot stand gekomen op 23 december 2008. Care4Lease heeft vervolgens de lijst met de aan [Z] uitgeleende auto's gestuurd aan [X]. Deze wist niets van de eerdere e-mailwisseling en heeft de lijst slechts administratief verwerkt op de wijze als gebruikelijk onder de Overeenkomst. Care4Lease wist evenmin van de voorgaande e-mailwisseling. VP heeft op basis van het summiere antwoord van de heer [X] er niet op mogen vertrouwen - en heeft er overigens ook daadwerkelijk niet op vertrouwd - dat Allianz in weerwil van haar eerdere weigering thans wel bereid zou zijn ook cascodekking te geven.

Voor zover dit al anders zou zijn was de heer [X] niet bevoegd voor of namens Allianz een verzekeringsovereenkomst met VP te sluiten, nu hij slechts administratieve bevoegdheden had.

Allianz is evenmin gehouden (secundaire) dekking te verlenen op grond van artikel 24 van de Overeenkomst, nu krachtens artikel 5 van de Overeenkomst de aan [Z] uitgeleende auto's van de Overeenkomst zijn uitgesloten. Zo dit al anders zou zijn is artikel 24 niet van toepassing nu VP de daarvoor geldende extra premie van € 500,00 per jaar niet heeft betaald. Bovendien is aan de voorwaarden van artikel 24 niet voldaan. Daarenboven geldt dat geen sprake was van een onzeker voorval in de zin van artikel 7:925 BW.

VP kan geen beroep doen op artikel 6 van de Overeenkomst, nu de uitzondering van dit artikel slechts ziet op mutaties van aangemelde auto's. Bovendien kan een verzuim auto's aan te melden niet worden gezien als een fout of vergissing in de zin van dat artikel. Zo dit al anders zou zijn is geen sprake van een onzeker voorval in de zin van artikel 7:925 BW.

Allianz betwist de schade en dat deze schade in zijn geheel zou zijn gedekt.

De beoordeling

Tussen partijen is niet in geschil dat op 23 december 2008 een overeenkomst is tot stand gekomen op basis waarvan de door VP aan [Z] uitgeleende auto's WA verzekerd zijn bij Allianz. Het geschil spitst zich toe op de vraag of, zoals VP stelt, de auto's (ook) casco zijn verzekerd.

Vorderingen jegens AON niet toewijsbaar

Het meest verstrekkende verweer van AON is dat de vorderingen jegens haar niet toewijsbaar zijn, nu AON geen verzekeraar is en ook geen partij is bij enige verzekeringsovereenkomst met VP.

De grondslag van de vordering van VP is nakoming van een door haar gestelde verzekeringsovereenkomst, althans van het bepaalde in de Overeenkomst. In beide gevallen wordt AON aangesproken als medeverzekeraar. Het betoog van VP komt er in dat verband op neer dat AON de Overeenkomst mede heeft ondertekend en in de Overeenkomst op geen enkele wijze wordt duidelijk gemaakt dat AON (slechts) als tussenpersoon fungeert. Dit betoog faalt. Het moet een partij als VP, die bedrijfsmatig auto's verhuurt en uit dien hoofde op voortdurende basis zorg draagt voor de verzekering van haar wagenpark, duidelijk zijn geweest dat AON niet een verzekeraar is, maar een tussenpersoon. In professionele kringen mag dat als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd. Het had op de weg van VP gelegen met feiten te onderbouwen waarom zij er in de omstandigheden van dit geval van mocht uitgaan dat AON onder de Overeenkomst optrad als medeverzekeraar. Het enkele feit dat AON de Overeenkomst mede heeft ondertekend is daartoe onvoldoende. Ook uit de tekst en strekking van de Overeenkomst volgt immers dat AON onder de Overeenkomst optreedt als tussenpersoon, en niet als medeverzekeraar, zodat voor VP duidelijk moet zijn geweest dat AON de Overeenkomst ook (alleen) in die hoedanigheid heeft ondertekend. De rechtbank verwijst in dit verband naar de omstandigheid dat (alleen) Allianz in de Overeenkomst wordt aangeduid als Maatschappij, AON op grond van de Overeenkomst bevoegdheden en verplichtingen heeft die passen bij haar rol als tussenpersoon (onder meer artikel 6, 7, 11), terwijl uit hetgeen is bepaald in artikel 29 expliciet de rol van AON als tussenpersoon blijkt.

Nu de gestelde grondslag de vordering niet kan dragen en VP geen andere grondslagen naar voren heeft gebracht op basis waarvan de vorderingen jegens AON toewijsbaar zouden zijn, is de conclusie dat de vordering tegen AON zal worden afgewezen.

Artikel 5 van de Overeenkomst

Daarmee komt de rechtbank toe aan beoordeling van de vordering tegen Allianz. In dat verband zal de rechtbank als eerste beoordelen of de Overeenkomst van toepassing is op de aan [Z] verhuurde auto's. Krachtens artikel 5 worden tot de Overeenkomst niet toegelaten auto's in gebruik voor verhuur zonder chauffeur. Tussen partijen is niet in geschil dat bij de aan [Z] verhuurde auto's sprake was van verhuur zonder chauffeur. VP heeft zich echter - onder verwijzing naar een mailwisseling - op het standpunt gesteld dat AON haar heeft bevestigd dat ook onderverhuur onder de Overeenkomst valt. Allianz heeft dat betwist, waarbij zij erop heeft gewezen dat de email van 17 maart 2008 (van AON) betrekking had op een andere huurder dan [Z], alleen verhuur aan particulieren betrof en bovendien specifiek zag op het label Euromobil, zodat niet kan worden gesproken van een algemene toezegging. Bovendien, aldus Allianz, kon AON Allianz niet binden zonder nader overleg en instemming. Ten slotte heeft Allianz gewezen op artikel 2 van de verzekeringsvoorwaarden.

In het midden kan blijven of VP uit bedoelde e-mailwisseling heeft mogen afleiden dat AON artikel 5 van de Overeenkomst (en artikel 2 van de verzekeringsvoorwaarden) aldus uitlegde, dat, in weerwil van de letterlijke tekst van dit artikel, verhuur zonder chauffeur was toegestaan. Zoals is overwogen hiervoor, onder 5.3, had het voor VP duidelijk moeten zijn dat AON een tussenpersoon is. Meer in het bijzonder moet het voor VP duidelijk zijn geweest dat AON optrad als tussenpersoon voor VP. De gebruikelijke gang van zaken bij verzekeringscontracten als de onderhavige is dat de verzekerde (VP) de tussenpersoon (AON) benadert haar behulpzaam te zijn bij het verzekeren van haar (in dit geval:) wagenpark. Gesteld noch gebleken is dat dat in het onderhavige geval anders is gegaan. VP heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat zij erop mocht vertrouwen dat AON (ook) optrad als tussenpersoon van de verzekeraar. Het enkele feit dat AON op basis van de Overeenkomst enkele taken toebedeeld heeft gekregen is daartoe onvoldoende. Het betreft weliswaar taken die, ware er geen tussenpersoon betrokken geweest bij de Overeenkomst, uitgevoerd zouden worden door Allianz, doch het zijn met name administratieve taken. AON krijgt op grond van de Overeenkomst niet de bevoegdheid namens Allianz beslissingen te nemen, bijvoorbeeld ten aanzien van de uitleg van een - voor Allianz wezenlijke, want betrekking hebbend op de te verzekeren risico's - bepaling in de Overeenkomst. Dat AON die bevoegdheid niet heeft - en dat dit voor VP ook duidelijk was - blijkt overigens ook uit het feit dat AON na het verzoek van VP van 15 december 2007 (zie onder 2.7) - een verzoek dat bij uitstek een punt betrof waarop een beslissing moest worden genomen - contact opneemt met Allianz alvorens VP te antwoorden.

Dat brengt mee dat voor zover uit voornoemde e-mailwisseling de door VP voorgestane uitleg van artikel 5 van de Overeenkomst (en artikel 2 van de verzekeringsvoorwaarden) kan worden afgeleid, Allianz hier eerst aan gebonden is als deze uitleg door haar is bevestigd of VP er in de omstandigheden van het geval op mocht vertrouwen dat Allianz deze uitleg bevestigde. Hiertoe is onvoldoende gesteld.

De conclusie is dat voor zover AON jegens VP een onjuiste uitleg heeft gegeven aan artikel 5 van de Overeenkomst (en artikel 2 van de verzekeringsvoorwaarden), dit in de relatie tussen VP en Allianz voor rekening van VP moet blijven. Dit brengt voorts mee dat de vorderingen van VP, voor zover deze zijn gebaseerd op artikel 6 en artikel 24 van de Overeenkomst, zullen worden afgewezen. De Overeenkomst is immers, zo volgt uit het voorgaande, niet van toepassing op de aan [Z] verhuurde auto's.

VP heeft zich echter voorts op het standpunt gesteld dat op 30 december 2008 een nadere verzekeringsovereenkomst is tot stand gekomen tussen partijen op basis waarvan de door VP aan [Z] uitgeleende auto's (ook) casco verzekerd waren, hetgeen de rechtbank thans zal beoordelen.

Nadere verzekeringsovereenkomst

Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan (artikel 6:217 BW). Of sprake is van een aanbod en of dit aanbod is aanvaard, moet worden beoordeeld aan de hand van de artikelen 3:33 BW en 3:35 BW. Beoordeeld dient derhalve te worden of zowel van de zijde van VP als van de zijde van Allianz sprake was van de wil een overeenkomst aan te gaan op basis waarvan de betreffende auto's (ook) casco waren verzekerd, danwel dat één van de partijen gerechtvaardigd erop heeft mogen vertrouwen dat de andere partij deze wil had.

Vaststaat dat Allianz niet de wil had een dergelijke overeenkomst aan te gaan. De stellingen van VP komen er echter op neer dat Allianz en/of AON door hun verklaringen en gedragingen het gerechtvaardigd vertrouwen bij VP hebben opgewekt dat Allianz bereid was (ook) cascodekking te verlenen voor de door VP aan [Z] verhuurde auto's. VP stelt daartoe (samengevat):

- dat zij op 29 december 2008 een tweede verzoek heeft gedaan ten aanzien van de auto's (ook) cascodekking te verlenen;

- dat AON dit op 30 december 2008 heeft aanvaard;

- dat zij premie heeft betaald voor de betreffende auto's voor zowel WA- als cascodekking.

De rechtbank is van oordeel dat VP er in de omstandigheden van dit geval niet redelijkerwijze op heeft mogen vertrouwen dat Allianz de wil had (ook) cascodekking te verlenen. De rechtbank betrekt daarbij de volgende omstandigheden:

- VP heeft in eerste instantie (op 23 december 2008) een mail gestuurd aan de heer [Y] van AON met het verzoek om WA- en cascodekking voor de auto's (op grond van artikel 24 van de Overeenkomst);

- in zijn reactie op dit verzoek wijst de heer [Y] er expliciet op dat hij het verzoek met Allianz heeft besproken, dat Allianz bereid is W.A. dekking te verlenen en dat van een cascodekking (derhalve) geen sprake is;

- de mail van 29 december 2008 is niet afkomstig van VP, doch van Care4Lease, de maatschappij die - zo volgt uit het onder 2.3 genoemde bezoekverslag - voor VP de backoffice activiteiten uitvoert en in dat kader de aan- en afmeldingen via mail doorgeeft aan AON;

- Care4Lease was, zo is tussen partijen niet in geschil, zelf niet op de hoogte van de e-mailwisseling van 23 december 2008;

- de mail van 29 december 2008 wordt niet - ook niet in kopie - gestuurd aan de heer [Y] van AON, maar aan de heer [X] van AON.

Onder deze omstandigheden mocht VP er niet op vertrouwen dat de reactie van de heer [X] ("Graag de kentekens en meld codes") op de email van Care4Lease ("Zoals beloofd overzicht [Z]. Graag per 15-12-2008 WA + Casco") betekende dat in weerwil van de eerdere expliciete melding dat van cascodekking geen sprake is, toch cascodekking verleend zou worden. Daarbij kan in het midden blijven of - zoals VP stelt en Allianz betwist - de heer [X] was aangewezen te beslissen op een verzoek om acceptatie. Zelfs als dit het geval is, mocht VP de email van 29 december 2008 in de omstandigheden van dit geval niet opvatten als een beslissing op een verzoek om acceptatie. Dat, zoals VP stelt, VP premie heeft betaald voor WA- en cascodekking doet aan dit oordeel niet af. Vaststaat dat de premie voor de cascodekking bij de tussen partijen gebruikelijke afrekening aan het einde van het boekjaar aan VP is teruggestort. Het moet VP duidelijk zijn geweest dat door de aanmelding van de auto's bij AON deze auto's zouden worden meegenomen in het normale proces van de Overeenkomst en dus, dat hiervoor de krachtens de Overeenkomst verschuldigde premie in rekening werd gebracht. Nu namens Allianz expliciet is gemeld dat van cascodekking geen sprake was, mocht VP er niet van uitgaan dat het feit dat deze auto's als gevolg van de aanmelding in het normale proces worden meegenomen meebracht dat de auto's ook casco zouden zijn gedekt. Het standpunt van VP kan dan ook niet worden gevolgd.

De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen evenmin toewijsbaar.

VP zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van AON en Allianz worden veroordeeld. De door Allianz gevorderde nakosten en wettelijke rente over de proceskosten zijn eveneens toewijsbaar, met inachtneming van hetgeen in het dictum is vermeld.

De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen af,

veroordeelt VP in de proceskosten van AON, aan de zijde van AON tot op heden begroot op € 4.951,00 aan vast recht en € 4.000,00 aan salaris voor de advocaat,

veroordeelt VP in de proceskosten van Allianz, aan de zijde van Allianz tot op heden begroot op € 4.951,00 aan vast recht en € 4.000,00 aan salaris voor de advocaat,

veroordeelt VP in de na de uitspraak nog vallende kosten (de nakosten) van Allianz, aan de zijde van Allianz bepaald op € 131,00 aan salaris voor de advocaat en verhoogd met € 68,00 in geval van betekening, waarbij die verhoging slechts is verschuldigd indien VP 14 dagen na aanschrijving de tijd heeft gehad om in der minne aan dit vonnis te voldoen,

bepaalt met betrekking tot de (na)kosten aan de zijde van Allianz, behoudens voor wat betreft de eventuele verhoging met € 68,00 in geval van betekening, dat VP deze dient te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis, en veroordeelt VP, voor het geval voldoening van die (na)kosten binnen die termijn niet plaatsvindt, tot betaling van de wettelijke rente over die (na)kosten te rekenen vanaf het verstrijken van voornoemde termijn voor voldoening,

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt-Molier en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2011.

2148/1729