Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BT6862

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-10-2011
Datum publicatie
06-10-2011
Zaaknummer
338898 / HA ZA 09-2624
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Douane-expediteur vordert vergoeding van naheffing douanerechten. Wie is zijn opdrachtgever ? (On)middellijke vertegenwoordiging. Toepasselijkheid Fenex-voorwaarden. Vrijwaringsverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2012/65
FutD 2011-2530
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 338898 / HA ZA 09-2624

Vonnis van 5 oktober 2011

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROTRANSIT B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

eiseres,

advocaat mr G. Danilovic,

- tegen -

de rechtspersoon naar het recht van de plaats van vestiging

AGILITY LOGISTICS GMBH,

gevestigd te Hamburg, Duitsland,

gedaagde,

advocaat mr B.S. Janssen.

Partijen worden hierna aangeduid als "Eurotransit" respectievelijk "Agility".

1. Het verdere verloop van het geding

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- vonnis van 11 augustus 2010 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- conclusie van antwoord van Agility, met producties;

- conclusie van repliek, met producties;

- conclusie van dupliek, met producties.

1.2 Tenslotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten in de hoofdzaak

2.1 De vordering van Eurotransit heeft betrekking op vier uitnodigingen tot betaling (utb's) gedateerd 4 juli 2008 tot een totaalbedrag van € 95.022,38, die de douane Rotterdam heeft uitgereikt aan Eurotransit omdat bij door Eurotransit ten behoeve van InNovis GmbH (hierna: InNovis) en ER-line gedane aangiftes ten invoer een verkeerde goederencode was vermeld en voor de aangegeven goederen een hoger tarief aan douanerechten gold.

2.2 De rechtbank neemt de in het vonnis van 11 augustus 2010 inzake het bevoegdheidsincident onder 4.1 vermelde feiten ook in de hoofdzaak als vaststaand aan.

3. Het geschil in de hoofdzaak

3.1 Voor de vordering van Eurotransit en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen wordt verwezen naar het vonnis van 11 augustus 2010 onder 2.

3.2 Het verweer van Agility strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Eurotransit in de kosten, uitvoerbaar bij voorraad.

3.3 Agility heeft daartoe, verkort en zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd:

(a) de opdrachten tot het verrichten van douanewerkzaamheden ten behoeve van InNovis en ER-line zijn tot stand gekomen tussen Eurotransit enerzijds en InNovis, respectievelijk

ER-line als opdrachtgever anderzijds; Agility, destijds genaamd GeoLogistics GmbH (hierna: GeoLogistics), was daarbij geen partij; zij trad alleen op als vertegenwoordiger van genoemde opdrachtgevers en fungeerde als doorgeefluik van gegevens;

(b) Agility was in de verhouding tussen Eurotransit enerzijds en InNovis respectievelijk

ER-line anderzijds een derde; op de verhouding tussen Eurotransit en Agility als derde waren de Allgemeine Transportbedingungen (GTC) toepasselijk, waarnaar werd verwezen op het briefpapier van Agility; de Fenex-voorwaarden waren tussen partijen niet van toepassing;

(c) er bestaat voor Agility geen verplichting Eurotransit te vrijwaren ten aanzien van de uitnodigingen tot betaling (utb's), noch op grond van de Fenex-voorwaarden, noch op grond van overeenkomsten van opdracht; aan de vereisten voor aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad is niet voldaan;

(d) Eurotransit had als douane-expediteur de zelfstandige taak om de goederencodes voor de aangiftes te controleren;

(e) Eurotransit heeft kennelijk verzuimd bezwaar aan te tekenen tegen de uitnodigingen tot betaling;

(f) de gevorderde buitengerechtelijke kosten en administratiekosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

4. De beoordeling

toepasselijk recht

4.1 De vordering van Eurotransit is gebaseerd op de stelling dat zij de betreffende douanewerkzaamheden ten aanzien waarvan de utb's zijn uitgereikt heeft verricht in opdracht van GeoLogistics/Agility als haar opdrachtgever. Volgens Eurotransit waren op deze opdrachten - die zijn totstandgekomen in 2005/2006 - de Fenex-voorwaarden van toepassing, waarin een rechtskeuze voor Nederlands recht is opgenomen (vgl. art. 3 EVO). Ook los van deze rechtskeuze moet worden geoordeeld dat de gestelde overeenkomsten van opdracht het nauwst zijn verbonden met Nederland, nu Eurotransit de voor die opdrachten kenmerkende prestatie moest verrichten (vgl. art. 4 lid 2 EVO). De rechtbank concludeert dat op de gestelde overeenkomsten Nederlands recht van toepassing is. Dat recht beheerst ook de vraag of die overeenkomsten tot stand zijn gekomen.

4.2 De rechtbank gaat ten aanzien van het vaststellen van het toepasselijke recht op de gestelde overeenkomsten van opdracht voorbij aan de verwijzing onderaan de van GeoLogistics afkomstige (fax)berichten:

"Transportaufträge erteilen wir ausschließlich auf Basis unserer Allgemeinen Transportbedingungen (GTC), die auf Anforderung übersandt werden. GERICHTSSTAND IST HAMBURG.

All our orders are based upon our General Transport Conditions (GTC) which we will send to you immediately on request. PLACE OF JURISDICTION IS HAMBURG."

Gelet op de bewoordingen van deze verwijzing en het feit dat partijen over de opdrachten kennelijk in de Duitse taal met elkaar communiceerden (zodat in de eerste plaats wordt gekeken naar de verwijzing in de Duitse taal) heeft GeoLogistics niet voldoende duidelijk tot uitdrukking gebracht dat zij wenste dat de GTC ook van toepassing zouden zijn op andere opdrachten dan die tot vervoer, zoals opdrachten tot het verrichten van douanewerkzaamheden. Niet blijkt, noch kan worden aangenomen dat Eurotransit moest begrijpen dat GeoLogistics die toepasselijkheid voor de onderhavige gestelde opdrachten wenste. De in de GTC opgenomen keuze voor Duits recht kan derhalve niet tot gelding komen.

wie opdrachtgever

4.3 Op zichzelf is niet omstreden dat de opdrachten tot het verrichten van de douanewerkzaamheden aan Eurotransit zijn gegeven en door deze zijn uitgevoerd ten behoeve van InNovis en ER-line als de importeur van de goederen. In geschil is wel of GeoLogistics/Agility dan wel InNovis, respectievelijk ER-line heeft te gelden als opdrachtgever van Eurotransit. Nu de contacten over de opdrachten telkens verliepen tussen Eurotransit en GeoLogistics, gaat het erom of de laatste daarbij is opgetreden als onmiddellijk vertegenwoordiger (handelend in naam van InNovis respectievelijk ER-line, die dan hebben te gelden als wederpartij van Eurotransit), dan wel als middellijk vertegenwoordiger van InNovis of ER-line (handelend in eigen naam, waarbij GeoLogistics zichzelf als wederpartij verbond). Bij het antwoord op de vraag of GeoLogistics heeft gehandeld in de hoedanigheid van onmiddellijk vertegenwoordiger is beslissend hetgeen zij en Eurotransit over en weer hebben verklaard en hetgeen deze partijen uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Daarbij kan mede van belang zijn hoe partijen zich tevoren met betrekking tot soortgelijke werkzaamheden hadden gedragen. Ook omstandigheden na het geven van de opdrachten kunnen van belang zijn.

4.4 De rechtbank neemt het navolgende in aanmerking.

4.4.1 De vier utb's hadden betrekking op 54 door Eurotransit gedane aangiften ten invoer van motorvoertuigen ten behoeve van InNovis (53) en ER-line (1) in de periode van 6 juli 2005 tot en met 11 januari 2006.

4.4.2 Vaststaat dat GeoLogistics - logistiek dienstverlener in de ruimste zin, waaronder het vervullen van douaneformaliteiten - in de periode 2004 - 2006 logistieke diensten verleende in opdracht van InNovis en ER-line en dat deze GeoLogistics hadden ingeschakeld in verband met de invoer van de door hen geïmporteerde motorvoertuigen.

Overgelegd zijn twaalf faxberichten uit de periode van 22 juni 2005 tot en met 10 januari 2006 van GeoLogistics ([persoon 1]) aan Eurot[persoon 2]it ([persoon 2]), die door Eurotransit worden aangemerkt als de opdrachten tot het doen van de betreffende aangifte voor InNovis.

In de faxberichten stond telkens:

"Hallo [persoon 2] !

Unser Kunde In.Novis GmbH beauftragte Sie/uns als fiskalischer Vertreter bei der Einfuhr-abfertigung in Rotterdam tätig zu werden. Die anfallenden Zollabgaben sowie Ihr Handling sind bitte an GeoLogistics unter Angabe unserer Ref.Nr. abzurechnen (1 x € 66,95)".

In dit faxbericht stonden verder de gegevens van de container met goederen, de naam en het adres van InNovis als "Einführer", de omschrijving van de goederen en het tariefnummer en bijgevoegd waren documenten: een cognossement, de handelsfactuur en de paklijst.

4.4.3 Naar mededeling van partijen bij het pleidooi in het bevoegdheidsincident op 12 april 2010 werden ook voor de andere opdrachten tot het doen van aangifte voor InNovis dergelijke faxberichten gestuurd.

4.4.4 Overgelegd is één faxbericht d.d. 5 september 2005 van GeoLogistics aan Eurotransit met betrekking tot het doen van aangifte voor ER-Line met een soortgelijke tekst als hiervoor genoemd onder 4.4.2.

4.4.5 Over deze opdrachten had Eurotransit alleen contact met GeoLogistics; kennelijk werden deze faxberichten regelmatig door Eurotransit voorzien van opmerkingen - o.m. over de goederencodes - en aldus aan GeoLogistics teruggestuurd; deze partijen hadden ook telefonische contacten in verband met deze opdrachten. Naar aanleiding van de controle die de belastingdienst achteraf in 2008 instelde, waarbij was gevraagd om nadere informatie, had Eurotransit eveneens alleen contact met GeoLogistics en niet met InNovis of ER-line.

4.4.6 Zoals ook uit deze opdrachten volgt, was InNovis respectievelijk ER-line opdrachtgever/klant van GeoLogistics. GeoLogistics bood haar klanten diverse logistieke diensten aan, waaronder het vervullen van douaneformaliteiten. Bij het uitvoeren van aan haar gegeven opdrachten kon GeoLogistics handelen in eigen naam of handelen namens haar opdrachtgever. Het lag in de eerste plaats op de weg van GeoLogistics om bij het inschakelen van een ander, zoals Eurotransit voor het verrichten van douanewerkzaamheden voldoende duidelijk aan te geven in welke hoedanigheid zij handelde.

4.4.7 Eurotransit deed ingevolge de opdrachten aangifte bij de douane Rotterdam en betaalde eventuele douanerechten; Eurotransit heeft de kosten van haar werkzaamheden en eventuele douanerechten telkens gefactureerd aan GeoLogistics, die deze facturen betaalde.

Op deze facturen stond telkens onder meer een verwijzing naar zeeschip, container, goederenaanduiding/gewicht en "fuer In Novis" (in één geval: "fuer [persoon 3] Firma Er-line") en tevens "Verzollungsspesen as fiskal vertreter" met het betreffende Im A document.

4.4.8 Als niet betwist staat vast dat Eurotransit ook al een aantal jaren vóór 2005 regelmatig door GeoLogistics was ingeschakeld voor het ten behoeve van een opdrachtgever/importeur verrichten van douanewerkzaamheden en dat daarbij een soortgelijke werkwijze werd gevolgd als bij de onderhavige opdrachten, waarbij de contacten steeds alleen verliepen tussen GeoLogistics en Eurotransit, Eurotransit aan GeoLogistics factureerde en de laatste aan Eurotransit betaalde.

In een brief van 27 april 2004 had Eurotransit aan GeoLogistics opgave gedaan van haar tarieven voor bepaalde werkzaamheden ("Wir teilen Ihnen hierdurch mit, dass wir Ihnen folgende saetze in rechnung bringen werden für ausführung der zollformalitäten"). Kennelijk golden voor werkzaamheden ten behoeve van een aantal met name genoemde importeurs speciale tarieven.

Blijkbaar heeft Eurotransit voor "Verzollung mit fiskal vertretung" ten behoeve van InNovis en ER-line telkens het in die prijsopgave vermelde normale tarief van € 66,95 in rekening gebracht en aan GeoLogistics gefactureerd.

4.4.9 In de hiervoor bedoelde faxberichten met de opdrachten vermeldde GeoLogistics niet dat zij handelde in naam van InNovis of ER-line. Niet blijkt, noch is concreet gesteld dat en op welke wijze GeoLogistics bij andere contacten in verband met de opdrachten aan Eurotransit kenbaar heeft gemaakt dat zij handelde als onmiddellijk vertegenwoordiger. Evenmin blijkt dat Eurotransit InNovis en ER-line aanvaardde als haar eigenlijke opdrachtgever die jegens haar gehouden was tot vergoeding van haar werkzaamheden en van de fiscale rechten en heffingen die voortvloeiden uit de aangiftes bij de belastingdienst.

4.4.10 Eurotransit heeft een standaardformulier van de Fenex "Vollmacht zur erledigung von Zollformalitäten sowie der damit zusammenhangenden Tätigkeiten" laten ondertekenen door respectievelijk de directeur van InNovis en [persoon 3] van ER-line; kennelijk had Eurotransit om die ondertekening gevraagd en had zij haar eigen naam en adres op het formulier ingevuld.

In die volmachten werd door respectievelijk InNovis en ER-line aan Eurotransit volmacht gegeven, kort samengevat, tot het verrichten van de op grond van de douanewetgeving voorgeschreven handelingen en formaliteiten met betrekking tot door/namens de volmachtgever aangebrachte of voor deze bestemde goederenzendingen. De volmachtgever machtigde Eurotransit om de handelingen te verrichten in naam van Eurotransit doch voor rekening van de volmachtgever en tevens om voor de volmachtgever op te treden als beperkt fiscaal vertegenwoordiger voor de BTW.

Dit formulier is door respectievelijk InNovis en ER-line éénmaal ondertekend. De volmacht van InNovis, die voor onbepaalde tijd geldig was, werd kennelijk bij iedere opdracht ten behoeve van InNovis opnieuw gebruikt.

4.4.11 De achtergrond voor de volmachten is voor een deel gelegen in de regeling van

art. 5 Communautair Douanewetboek, op grond waarvan een douane-expediteur als Eurotransit bij het verrichten van douanewerkzaamheden tegenover de douane kan optreden als direct vertegenwoordiger van een bepaalde partij dan wel als indirect vertegenwoordiger, waarbij de douane-expediteur ofwel handelt in naam en voor rekening van die partij ofwel in eigen naam doch voor rekening van die partij. Voor een ander deel houden de volmachten verband met de regeling van art. 33a van de Wet op de omzetbelasting en was Eurotransit op grond daarvan gemachtigd om tegenover de Nederlandse belastingdienst voor een bepaalde partij als fiscaal vertegenwoordiger op te treden, zodat de BTW-verplichting kon worden verlegd.

4.4.12 De volmachten houden geen opdracht in van respectievelijk InNovis en ER-line aan Eurotransit om bepaalde werkzaamheden te verrichten. Het feit dat InNovis en ER-line aan Eurotransit een door de fiscale regelgeving verlangde volmacht verleende om als vertegenwoordiger bij de douane/belastingdienst fiscale handelingen te verrichten impliceert niet dat InNovis en ER-line daartoe aan Eurotransit een rechtstreekse opdracht gaven als bedoeld in art. 7:400 BW. Uit de volmachten blijkt niet dat deze een verdere strekking hadden dan om Eurotransit tegenover de douane/belastingdienst te legitimeren als bevoegd tot het verrichten van die fiscale handelingen en daaruit blijkt in het bijzonder niet dat deze bedoeld waren om een directe contractuele band tussen InNovis en ER-line als opdrachtgever enerzijds en Eurotransit als opdrachtnemer anderzijds tot stand te brengen.

4.5 Op grond van het voorgaande, een en ander in onderling verband bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat GeoLogistics bij het geven van de opdrachten is opgetreden in eigen naam, derhalve als middellijk vertegenwoordiger. Dat leidt ertoe dat GeoLogistics/Agility dient te worden aangemerkt als de opdrachtgever van Eurotransit. Agility heeft geen concrete feiten gesteld die, indien bewezen, tot een ander oordeel zouden nopen.

toepasselijkheid Fenex-voorwaarden

4.6 Vaststaat dat Eurotransit ook al een aantal jaren vóór 2005 regelmatig door GeoLogistics werd ingeschakeld voor het ten behoeve van een opdrachtgever/importeur verrichten van douanewerkzaamheden. Niet is betwist dat op alle facturen die Eurotransit daarvoor aan GeoLogistics stuurde steeds werd verwezen naar de Fenex-voorwaarden: "The Dutch Forwarding Conditions, latest version, including the arbitration clause, filed by FENEX with the court registry (registries) at the District Court(s) in Amsterdam, (Rotterdam, Breda and Arnhem), are applicable to all our activities. These conditions will be supplied upon request." Een dergelijke verwijzing stond ook op de prijsopgave van 27 april 2004 (zie hiervoor onder 4.4.8).

4.7 Door deze vermelding op al haar facturen en op de offerte dat de Fenex-voorwaarden van toepassing waren op al haar werkzaamheden gaf Eurotransit telkens te kennen dat zij deze toepasselijkheid wenste. Dit was derhalve bij GeoLogistics - zelf een internationaal werkende logistieke onderneming - bekend toen deze in 2005 en 2006 aan Eurotransit de opdrachten gaf tot het verrichten van werkzaamheden als douane-expediteur ten behoeve van InNovis en ER-line.

Gesteld noch gebleken is dat GeoLogistics tegen die toepasselijkheid ooit bezwaar heeft gemaakt. Eurotransit mocht daarom gerechtvaardigd erop vertrouwen dat die toepasselijkheid door haar opdrachtgever werd aanvaard. Voor de verwijzingen door GeoLogistics naar de GTC geldt hetzelfde als wat hiervoor is overwogen onder 4.2.

Dit leidt ertoe dat op de opdrachten tot het doen van de aangiftes ten behoeve van InNovis en ER-line de Fenex-voorwaarden van toepassing waren.

verplichting tot vrijwaren

4.8 De vordering van Eurotransit strekt ertoe dat GeoLogistics de door Eurotransit aan de belastingdienst betaalde utb's vergoedt, dit ingevolge art. 17 lid 7 van de Fenex-voorwaarden: "De opdrachtgever is te allen tijde verplicht in verband met de opdracht door enige overheid in te vorderen dan wel na te vorderen bedragen alsmede daarmee samenhangende opgelegde boetes aan de expediteur te vergoeden. Voornoemde bedragen dienen eveneens door de opdrachtgever aan de expediteur te worden vergoed, indien de expediteur in verband met de expeditie-overeenkomst hiervoor door een door hem ingeschakelde derde wordt aangesproken." Art. 11 lid 1 van de Fenex-voorwaarden bepaalt dat alle handelingen en werkzaamheden geschieden voor rekening en risico van de opdrachtgever.

Op grond van de Fenex-voorwaarden is GeoLogistics als opdrachtgever derhalve gehouden aan Eurotransit als douane-expediteur te vergoeden wat deze als aangever en ingevolge de utb's aan de belastingdienst heeft moeten betalen. De utb's zijn te beschouwen als naheffing op de aangiftes. Vaststaat dat Eurotransit terzake op 11 en 25 juli 2008 in totaal € 95.022,38 aan de belastingdienst heeft betaald.

4.9 Als niet gemotiveerd betwist kan ervan worden uitgegaan dat de goederencodes die Eurotransit heeft vermeld bij de aangiftes ten invoer waar het hier om gaat (8711 1000 10 met 0% douanerecht) haar waren opgegeven door GeoLogistics, veelal nadat Eurotransit bij GeoLogistics daarover navraag had gedaan. GeoLogistics is zelf ook werkzaam als expediteur (in ruime zin). Het feit dat naderhand door de belastingdienst is vastgesteld dat deze goederencode onjuist was (in de meeste gevallen had goederencode 8711 1000 90 met 8% douanerecht moeten zijn vermeld) komt onder die omstandigheden niet voor rekening van Eurotransit.

4.10 Het verweer van Agility dat Eurotransit haar schade had kunnen en moeten beperken door bezwaar te maken tegen de utb's acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Uit niets blijkt dat de utb's ten onrechte zijn afgegeven en concrete feiten daaromtrent zijn niet gesteld.

slotsom

4.11 De vordering van Eurotransit tot vrijwaring ter zake van de vier utb's dient te worden toegewezen. Het bedrag van de utb's was in totaal € 95.022,38.

Bij factuur van 3 juli 2008 heeft Eurotransit aan Agility bovendien een bedrag van € 3.510,- in rekening gebracht ter zake van "unsere administratie Kosten". Eurotransit vordert op grond van art. 18 lid 2 van de Fenex-voorwaarden 10% administratiekosten over

€ 98.532,38, ofwel € 9.853,24. Hier is sprake van een kennelijke dubbeltelling, zodat wegens deze 10% administratiekosten slechts een bedrag van € 9.502,24 toewijsbaar is, vermeerderd met rente als hierna te vermelden.

De utb's zijn te beschouwen als naheffing van verschuldigde douanerechten die ingevolge de opdrachten van Agility/GeoLogistics door deze moeten worden vergoed. Eurotransit heeft niet duidelijk aangegeven dat en waarom over het door haar gevorderde de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW moet worden vergoed. Daarom zal de wettelijke rente van art. 6:119 BW worden toegewezen. Als ingangsdatum neemt de rechtbank 25 juli 2008, de dag waarop Eurotransit zelf alle utb's had voldaan aan de belastingdienst.

4.12 Ondanks verweer van Agility heeft Eurotransit niet nader aangegeven welke buitengerechtelijke incassokosten zij heeft gemaakt afgezien van één enkele sommatiebrief van Juresta creditmanagement. Haar vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke werkzaamheden zal daarom worden afgewezen. Er is ook onvoldoende grond voor toepassing van een forfaitaire vergoeding conform het rapport Voorwerk II.

4.13 Eurotransit zal wel worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden tot aan deze uitspraak als volgt begroot:

dagvaarding € 100,98

vast recht € 2.730,00

kosten advocaat € 2.842,00

totaal € 5.672,98, vermeerderd met wettelijke rente als hierna te vermelden.

De vordering om Agility te veroordelen tot betaling van andere gerechtelijke kosten, nader op te maken bij staat, is onvoldoende onderbouwd en zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt Agility om aan Eurotransit te betalen € 95.022,38, vermeerderd met de wettelijke rente daarover als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van 25 juli 2008 tot de dag van voldoening;

veroordeelt Agility om aan Eurotransit te betalen € 9.502,24, vermeerderd met de wettelijke rente daarover als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 27 juli 2009;

veroordeelt Agility in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Eurotransit begroot op € 5.672,98, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf 14 dagen na de uitspraak van dit vonnis;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik en in het openbaar uitgesproken op

5 oktober 2011.

10/1278