Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BT6243

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-09-2011
Datum publicatie
30-09-2011
Zaaknummer
369467 /HA ZA 10-3751
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Merkinbreuk Palmier voor rijst. Toerekenbaarheid. Schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 369467 /HA ZA 10-3751

VONNIS van 28 september 2011 (bij vervroeging)

in de zaak van:

de vennootschap naar Frans recht

S.A. NOUVELLE RIZERIE DU NORD,

gevestigd te Duinkerken, Frankrijk,

eiseres,

advocaat: mr Ph. Ekering,

- tegen -

[gedaagde], handelende onder de naam[bedrijf 1]]

wonende te 's-Gravenhage

gedaagde,

advocaat: mr G. Sarier.

Partijen worden hierna aangeduid als "NRDN" respectievelijk "[gedaagde]".

1. Het verloop van het geding

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis d.d. 20 april 2011 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis d.d. 15 juni 2011, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 13 september 2011 en de

tevoren door mr Ekering toegezonden brief d.d. 31 augustus 2011, alsmede de brief van

mr Ekering naar aanleiding van het proces-verbaal d.d. 15 september 2011;

- de stukken betreffende het op 22 november 2010 ten verzoeke van NRDN en ten laste

van [gedaagde] gelegde conservatoire bewijsbeslag;

1.2

Op de comparitie van partijen is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1

NRDN is houder van het woord-/beeldmerk [persoon 1] voor rijst (no. 748780 d.d. 9 november 2000). Zij brengt onder deze naam in diverse Europese landen verschillende soorten rijst, waaronder basmatirijst, op de markt.

2.2

[gedaagde] drijft in Rotterdam een supermarkt genaamd [bedrijf 1]. In 2010 heeft [gedaagde] in deze winkel zakken met basmatirijst onder de naam [persoon 1] verkocht. Op deze zakken met 5 kg rijst was het woord/beeldmerk van NRDN afgedrukt. Ook overigens waren deze zakken en opdruk sterk gelijkend op de zakken met 5 kg basmatirijst die NRDN gebruikt.

2.3

Op 20 november 2010 heeft NRDN ten laste van [gedaagde] in diens winkel in Rotterdam bewijsbeslag als bedoeld in art. 1019b Rv doen leggen waarbij 217 zakken basmatirijst met het opschrift [persoon 1] in beslag zijn genomen. Deze zakken zijn in gerechtelijke bewaring geg[bedrijf 2] [bedrijf 2]

3. Het geschil in de hoofdzaak

3.1

Voor de vordering van NRDN verwijst de rechtbank naar het vonnis van 20 april 2011 onder 2.1.

3.2

Deze vordering is gebaseerd op de stellingen van NRDN dat [gedaagde] door het verkopen van nagebootste zakken [persoon 1] basmatirijst inbreuk maakt op het merkrecht van NRDN en dat NRDN daardoor schade lijdt, dat de in beslag genomen inbreukmakende zakken dienen te worden vernietigd op kosten van [gedaagde] en dat [gedaagde] ook de door NRDN gemaakte juridische kosten op de voet van art. 1019h Rv dient te vergoeden.

3.3

Het verweer van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van NRDN in de kosten van de procedure.

3.4

[gedaagde] heeft daartoe aangevoerd dat hij er niet mee bekend was dat de door hem aangekochte zakken basmatirijst met het opschrift [persoon 1] (in totaal 240, waarvan hij er 23 heeft verkocht) inbreuk maakten op de rechten van NRDN, zodat hem daarvan geen verwijt kan worden gemaakt en hij niet onrechtmatig heeft gehandeld. De gevorderde verklaring voor recht dient dan ook te worden afgewezen. [gedaagde] zal zich niet verzetten tegen vernietiging van de zakken met rijst. Er is geen reden voor een schadestaatprocedure. De opgevoerde kosten van het geding zijn niet redelijk en evenredig. In elk geval is een matiging daarvan op zijn plaats.

4. De beoordeling

4.1

De rechtbank is bevoegd in dit geding uitspraak te doen, nu de gestelde merkinbreuk heeft plaatsgevonden in Rotterdam. De vordering wordt beoordeeld naar Nederlands recht.

4.2

Niet is omstreden dat de zakken basmatirijst met het opschrift [persoon 1] die [gedaagde] in 2010 in zijn winkel heeft verkocht en ten tijde van de beslaglegging in voorraad had nabootsingen waren van de door NRDN gebruikte zakken [persoon 1] basmatirijst en dat met deze zakken inbreuk werd gemaakt op het merkrecht van NRDN. Het verkopen (en het in de winkel te koop aanbieden en daartoe in voorraad hebben) van die namaakzakken was derhalve onrechtmatig, zodat de gevraagde verklaring voor recht toewijsbaar is. Ook de vordering om toe te laten dat de inbeslaggenomen zakken rijst worden vernietigd is - als niet bestreden - voor toewijzing vatbaar.

4.3

Voor vergoeding van de schade die NRDN daardoor heeft geleden is vereist dat het onrechtmatig handelen aan [gedaagde] kan worden toegerekend omdat dit te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak die krachtens verkeersopvattingen voor zijn rekening komt.

4.4

[gedaagde] heeft omtrent de herkomst van de namaakzakken het navolgende aangevoerd.

Medio 2010 kwam een hem onbekende man in zijn winkel die zei dat hij [persoon 2] heette en uit België kwam en die hem een partij [persoon 1] basmatirijst in zakken van 5 kg te koop aanbood. [persoon 2] had één zo'n zak bij zich. [gedaagde] kende het merk [persoon 1]; hij had eerder in zijn winkel dergelijke zakken verkocht. [gedaagde] heeft [persoon 2] gezegd dat hij 240 zakken wilde kopen voor € 7,75 per zak. Er zijn 240 zakken bij zijn winkel afgeleverd en daarvoor is € 1.860,- betaald.

Hij heeft een koopbonnetje ontvangen waarop staat "Alliance BVBA", "Mega RDAM", "15-07-10", "240 Basmati P.Rijst 5 KG 7.75" en Total € 1.860.00".

Hij heeft tevens een factuur ontvangen op papier van Alliance BVBA te Zonhoven, België, gericht aan[bedrijf 1]] gedateerd Rotterdam, 18.07.2010, waarbij voor 240 x 5 kg Basmati P. Rijst à € 7,75 is € 1.860,00, BTW 19% is € 0,00, in totaal € 1.860,00 in rekening werd gebracht. Vermeld is een Nederlands BTW-nummer. Op deze factuur staat een aantekening geschreven "Voldaan [persoon 3] 10-08-2010" met een handtekening.

In de conclusie van antwoord wordt aangevoerd dat [gedaagde] op 15 juli 2010 de 240 zakken direct heeft afgerekend voor een bedrag van € 1.860,00, voor welke betaling hij het koopbonnetje als kwitantie ontving en dat aan hem vervolgens de factuur d.d. 18 juli 2010 is toegezonden.

Op de comparitie van partijen heeft [gedaagde] verklaard dat de 240 zakken tijdens zijn vakantie bij de winkel zijn afgeleverd door twee mannen, waarvoor het koopbonnetje is afgegeven, dat een paar dagen later de factuur bij de winkel is afgegeven, dat hij aan [persoon 2] zijn Nederlandse BTW-nummer had opgegeven en dat zijn personeel op 10 augustus 2010 de koopprijs van € 1.860,- heeft betaald, nadat hij daarvoor telefonisch toestemming had gegeven.

Noch [persoon 2], noch Alliance BVBA, noch [persoon 3] waren hem bekend. De zakken rijst met het merk [persoon 1] die hij eerder had verkocht had hij gekocht bij verschillende groothandelaren in Rotterdam en omgeving, waarbij hij keek wie het goedkoopste was.

De prijs waarvoor [persoon 2] hem de rijst had aangeboden was iets lager dan die van deze groothandelaren. Hij weet dat veel merken van producten beschermd zijn. De zak [persoon 1]-rijst die [persoon 2] aanbood zag er net zo uit als de zakken [persoon 1]-rijst die hij eerder had verkocht.

Na de beslaglegging heeft [gedaagde] tevergeefs geprobeerd [persoon 2] te bereiken. Het vermelde bedrijf Alliance BVBA bleek een bouwbedrijf te zijn, waar [persoon 2] niet bekend was.

4.5

NRDN heeft gewezen op de verschillen tussen de mededelingen bij antwoord en op de comparitie en op een aantal ongerijmdheden ook in verband met het koopbonnetje en de factuur (waarop voor een leverantie door een Belgisch bedrijf niet het Belgische maar het Nederlandse BTW-percentage is vermeld).

4.6

[gedaagde] heeft de namaakzakken [persoon 1]-rijst - naar zijn zeggen - gekocht van een hem onbekende man en een hem onbekend Belgisch bedrijf en niet - zoals eerder - van een bekende groothandelaar, kennelijk zonder enige navraag te doen. De hiervoor weergegeven mededelingen van [gedaagde] en de door hem overgelegde koopbon en factuur vertonen onderlinge tegenstrijdigheden en deze roepen diverse vragen op die door [gedaagde] niet bevredigend zijn beantwoord.

De rechtbank komt op grond van een en ander tot de conclusie dat het feit dat het hier ging om namaakzakken voor rekening dient te komen van [gedaagde] en dat derhalve de onrechtmatige merkinbreuk aan [gedaagde] kan worden toegerekend.

4.7

[gedaagde] is aansprakelijk voor de schade die NRDN als gevolg van het onrechtmatige handelen van [gedaagde] heeft geleden. NRDN heeft gesteld daardoor schade te hebben geleden door omzetverlies en door aantasting van haar imago omdat de rijst die door [gedaagde] onder het merk [persoon 1] werd verkocht van een veel slechtere kwaliteit was dan die van NRDN.

Dat NRDN mogelijk dergelijke schade heeft geleden acht de rechtbank voldoende aannemelijk. Voor het begroten van deze schade zijn nu echter onvoldoende concrete gegevens voorhanden, zodat deze - als gevorderd - nader moet worden opgemaakt bij staat.

NRDN heeft daarnaast aangevoerd dat [gedaagde] wellicht dwangsommen heeft verbeurd omdat hij niet heeft voldaan aan de veroordeling tot informatieverstrekking volgens het vonnis van 20 april 2011. Ook daarover kan nu geen oordeel worden gegeven.

4.8

NRDN vordert bovendien vergoeding van diverse kosten. Het gaat hierbij om kosten die worden bestreken door art. 1019h Rv, dat de in het gelijk gestelde partij aanspraak geeft op vergoeding van de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die deze heeft gemaakt.

Door NRDN is een (nadere) specificatie overgelegd van de gemaakte kosten in de periode van 4 oktober 2010 tot en met 31 augustus 2011, bestaande uit het honorarium van de advocaat (met name in verband met de beslaglegging en het voeren van deze bodemprocedure met daarin het incident ex art. 843a Rv), de belaste en de onbelaste verschotten (waaronder deurwaarderskosten en griffierecht), tot een totaalbedrag van

€ 5.893,69.

Tevens heeft NRDN een factuur overgelegd d.d. 26 augustus 20[bedrijf 2]bedrijf 2] te Alphen aan den Rijn terzake van de kosten van het vervoer, de opslag en de vernietiging van de inbeslaggenomen zakken, ten bedrage van € 450,27 (incl. BTW). Deze factuur is gericht[bedrijf 3][bedrijf 3] Ter comparitie is zijdens NRDN meegedeeld dat [bedrijf 3] de distributeur van NRDN in Nederland is en dat [bedrijf 3] dit factuurbedrag zal doorbelasten aan NRDN.

De kosten van de bewaring en vernietiging van de inbeslaggenomen namaakzakken komen ten laste van [gedaagde] (vgl. art. 2.22 lid 1 BVIE). De rechtbank zal deze kosten gemakshalve opnemen onder de proceskostenveroordeling en gaat tevens ervan uit dat de totale kosten van de vernietiging in deze factuur van [bedrijf 2] zijn opgenomen.

[gedaagde] heeft zich over de opgevoerde kosten kunnen uitlaten.

De rechtbank acht deze kosten redelijk en in verhouding tot de aard en omvang van de onderhavige eenvoudige en korte procedure, inclusief de werkzaamheden in verband met het bewijsbeslag, zodat deze toewijsbaar zijn bij wijze van proceskostenveroordeling. Voor het toepassen van de billijkheidscorrectie ziet de rechtbank geen aanleiding.

Bij de begroting van de proceskosten zal verder een bedrag worden toegekend voor de kosten van de advocaat wegens het bijwonen van de comparitie van partijen volgens het normale liquidatietarief: € 452,-, zodat in totaal € 6.795,96 wordt toegewezen, nog te vermeerderen met rente en nakosten als hierna te vermelden.

5. De beslissing

De rechtbank,

1. verklaart voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig jegens NRDN heeft gehandeld door in strijd met het merkrecht van NRDN zakken rijst onder de naam [persoon 1] te verkopen;

2. veroordeelt [gedaagde] toe te laten dat NRDN de inbeslaggenomen zakken rijst die inbreuk maken op haar merkrecht laat vernietigen;

3. veroordeelt [gedaagde] aan NRDN te vergoeden de door haar geleden schade, nader op te maken bij staat;

4. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van NRDN begroot op € 6.795,96, met bepaling dat [gedaagde] daarover wettelijke rente verschuldigd zal zijn indien deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis aan NRDN zal zijn voldaan en veroordeelt [gedaagde] in de nakosten ad € 131.- dan wel, indien betekening van het vonnis dient plaats vinden, ad € 199,-;

5. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

6. ontzegt het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik en is in het openbaar uitgesproken op 28 september 2011.

10/1278