Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BR6500

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-08-2011
Datum publicatie
01-09-2011
Zaaknummer
382591 - KG ZA 11-628
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Herbeoordeling. Onvoldoende motivering waarom de inschrijving van eiseres ogv de gunningscriteria niet als beste uit de bus is gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2011/157
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 382591 / KG ZA 11-628

Vonnis in kort geding van 22 augustus 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARGONAUT ADVIES B.V.,

gevestigd te Bilthoven,

eiseres,

advocaat mr. T.G. Zweers-te Raaij,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE LANSINGERLAND,

zetelend te Berkel en Rodenrijs,

gedaagde,

advocaat mr. N.A. Goldberg.

Partijen zullen hierna Argonaut Advies en de Gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 7 juli 2011, met tien producties;

- de pleitnota van Argonaut Advies;

- de pleitnota van de Gemeente.

1.2. De raadslieden van partijen hebben hun respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 8 augustus 2011.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1. De Gemeente is op 31 maart 2011 een Europese openbare aanbesteding gestart voor de opdracht tot uitvoering van indicaties in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Gehandicaptenparkeerkaart (GPK). Deze opdracht betreft een raamovereenkomst met één onderneming met een looptijd van twee jaar, die verlengd kan worden met twee keer één jaar.

2.2. Van de aanbestedingsdocumenten maakt deel uit een van 24 maart 2011 daterend stuk met de titel ‘Beschrijvend document Europese aanbesteding volgens de openbare procedure voor de uitvoering van een indicatieadvies in het kader van de Wmo en GPK ten behoeve van Gemeente Lansingerland EG.113004/NK” (hierna: het Beschrijvend document). Van het Beschrijvend document maken diverse bijlagen deel uit, zoals een Programma van Eisen (PvE).

2.3. Overeenkomstig het bepaalde in het Beschrijvend document wordt de aanbesteding gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. De selectie vindt plaats op basis van minimumeisen en gunningscriteria. Deze minimumeisen en gunningscriteria zijn neergelegd in het Bestek. Het gunningscriterium ‘economisch meest voordelige inschrijving’ is als volgt opgebouwd:

40% Prijs 1000 punten

60% Kwaliteit 1000 punten.

Het criterium Kwaliteit is onderverdeeld in twee subgunningscriteria:

Wensen 900 punten

Presentatie Casus 100 punten.

Het subgunningscriterium Wensen valt uiteen in vijf onderdelen. Voor elk van deze vijf onderdelen kunnen 180 punten worden behaald. Op hun beurt zijn deze vijf onderdelen weer in diverse subonderdelen onderverdeeld. Dit puntensysteem werkt als volgt:

1. Plan van Aanpak

1.1 Aansluiten visie Gemeente 90 punten

1.2 Toegevoegde waarde 90 punten

2. Transitieplan

2.1a Praktische haalbaarheid 30 punten

2.1b Wettelijke regeling 30 punten

2.1c Doorlooptijd 30 punten

2.2 Kennismaking 90 punten

3. Indicatieadviesrapport

3.1 Opbouw van het rapport 60 punten

3.2 Helderheid/leesbaarheid 60 punten

3.3 Volledigheid 60 punten

4. Personeel

4.1a Hoeveelheid 30 punten

4.1b Actualiteit 30 punten

4.1c Variëteit 30 punten

4.2 Aansturingsproces 90 punten

5. Continuïteit

5.1 Optimale bereikbaarheid 60 punten

5.2 Klachtenregeling 60 punten

5.3 Monitoren en verbeteren 60 punten.

Het subgunningscriterium Presentatie Casus bestaat uit de volgende vier onderdelen:

1. De mate waarin de uitwerking aansluit bij het Programma van Eisen en de wensen in bijlage II 25 punten

2. De mate waarin de uitwerking van de casus aansluit bij de visie van de opdrachtgever 25 punten

3. De mate waarin de vraag integraal is bekeken (dat wil zeggen: passend binnen het totale arrangement) en waarin er gericht antwoord is gegeven op de vraag van opdrachtgever 25 punten

4. De manier waarop gezorgd wordt dat doorlooptijden behaald worden

25 punten.

Voor ieder te beoordelen onderdeel kan maximaal het cijfer 5 worden behaald en minimaal het cijfer 1. De wijze waarop elk van deze cijfers moet worden uitgelegd is omschreven in het Beschrijvend document. Zo is de uitleg van de cijfers 5, 4, 3 en 2 de volgende:

“Cijfer 5

Naar het oordeel van de beoordelaar heeft de Inschrijver een inhoudelijk relevant, toepasselijk en uitstekend antwoord gegeven dat volledig is gebaseerd op alle uitgangspunten van deze Europese aanbesteding, het Beschrijvend document, het gevraagde type dienstverlening, de Opdrachtgever en de Overeenkomst. Alle elementen en aspecten van de vraag zijn volledig uitgewerkt en inhoudelijk uitstekend en aansprekend beantwoord. Er worden inhoudelijke specifieke relevante bijzonderheden aangeboden die volledig aansluiten bij de wens van Opdrachtgever.

Cijfer 4

Naar het oordeel van de beoordelaar heeft de Inschrijver een inhoudelijk relevant, toepasselijk en goed antwoord gegeven dat gebaseerd is op de uitgangspunten van deze Europese aanbesteding, het Beschrijvend document, het gevraagde type dienstverlening, de Opdrachtgever en de Overeenkomst. Alle gevraagde elementen zijn uitgewerkt en beantwoord, echter met ten dele inhoudelijke specifieke relevante bijzonderheden of bijzonderheden die niet geheel aansluiten bij de wens van de Opdrachtgever.

Cijfer 3

Naar het oordeel van de beoordelaar gaat de Inschrijver slechts ten dele inhoudelijk relevant, toepasselijk in op de gevraagde elementen en aspecten en/of aspecten en/o heeft ten dele geen rekening gehouden met de uitgangspunten van deze Europese aanbesteding, het Beschrijvend document, het gevraagde type dienstverlening, de Opdrachtgever en de Overeenkomst en/of sluit ten dele aan bij de wens van de opdrachtgever.

Cijfer 2

Naar het oordeel van de beoordelaar gaat de Inschrijver beperkt inhoudelijk relevant in op de gevraagde elementen en aspecten en/of heeft slechts beperkt rekening gehouden met de uitgangspunten van deze Europese aanbesteding, het Beschrijvend document, het gevraagde type dienstverlening, de Opdrachtgever en de Overeenkomst en/of sluit maar beperkt aan bij de wens van de Opdrachtgever.”

2.4. Uit p. 21 van het Beschrijvend document volgt dat het onderdeel “Presentatie van de Casus” (weging 6%) niet voor alle inschrijvers openstaat, maar dat uitsluitend díe inschrijvers hiervoor worden uitgenodigd die, gelet op de beoordeling van hun inschrijvingen op de ‘schriftelijke’ onderdelen Prijs (weging 40%) en Wensen (weging 54%), nog voor gunning in aanmerking zouden komen indien zij het maximaal aantal punten op het onderdeel “Presentatie van de Casus” behaalden.

2.5. Argonaut Advies wenst in aanmerking te komen voor de opdracht en heeft op

9 mei 2011 haar inschrijving ingediend. Naast Argonaut Advies zijn er nog acht andere inschrijvers. Vier inschrijvers, waaronder Argonaut Advies en [Bedrijf 1], zijn uitgenodigd voor het houden van een presentatie van de in Bijlage IV van het Beschrijvende document omschreven casus.

2.6. Argonaut Advies is door de Gemeente bij brief van 1 juni 2011 bericht dat haar inschrijving niet als economisch meest voordelige kan worden aangemerkt en dat een andere inschrijver, [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]), voor de besprekingen met betrekkingen tot de raamovereenkomst is uitgenodigd. Deze brief luidt verder als volgt - aangehaald voor zover relevant:

“[…]

De motivering van de afwijzing van uw inschrijving luidt als volgt.

De economisch meest voordelige inschrijving scoorde beter op de volgende criteria:

? Gunningscriterium Kwaliteit

- Beoordeling van de wensen

Op een aantal wensen scoort u minder dan de maximaal per wens te behalen punten en minder dan de economisch meest voordelige aanbieding. Deze vragen waar u niet maximaal scoort zijn:

Wens 1:

- Onderdeel 1.2: U geeft een goed antwoord. Echter, de toegevoegde waarde wordt niet als onderscheidend ervaren.

Wens 2:

- Onderdeel 2.1.a: U geeft een goed antwoord. Wat mist is dat de praktische haalbaarheid niet volledig naar voren komt en niet overtuigend wordt beschreven.

- Onderdeel 2.1.b: U geeft hier een goed antwoord. Echter geeft u een korte omschrijving waarin het onderwerp niet voldoende wordt uitgediept.

Wens 4:

- Onderdeel 4.1.c: U geeft hier een goed antwoord. Wat mist is een omschrijving van bijvoorbeeld de scholing op het gebied van jurisprudentie.

Wens 5:

- Onderdeel 5.1: U geeft hier een goed antwoord. Er wordt alleen geen garantie gegeven dat men iemand direct aan de lijn krijgt.

- Onderdeel 5.2: U geeft hier een goed antwoord. Het antwoord wordt wel ervaren als een algemeen afstandelijk verhaal.

Presentatie Casus

Op een aantal onderdelen van de presentatie scoort u minder dan de maximaal per onderdeel te behalen punten en minder dan de economisch meest voordelige aanbieding. Deze onderdelen waar u niet maximaal scoort zijn:

- Onderdeel Aansluiting PvE en Wensen:

U geeft hier een goed antwoord. Echter komt niet duidelijk naar voren hoe de visie van Het NZC [Argonaut Advies; voorzieningenrechter] aansluit bij de visie van de gemeente Lansingerland. Dit had geleidelijker in het verhaal terug kunnen komen.

- Onderdeel uitwerking van de casus:

Het NZC neemt de regie zelf in handen en geeft weinig mogelijkheid voor gemeentelijke regie. Bij onduidelijkheden worden er zelf afspraken ingepland. Dit is niet gewenst. Terugkoppeling en samenwerking met de gemeente is erg belangrijk.

- Onderdeel doorlooptijden

De screening door werkverdelers geeft een risico. De verdeling in Noord en Zuid Nederland lijkt kwetsbaar doordat er slechts twee personen gezamenlijk verantwoordelijk zijn van het inplannen van alle aanvragen.”

2.7. Naar aanleiding van deze brief van de Gemeente heeft Argonaut Advies bij brief van 7 juni 2011 diverse vragen aan de Gemeente gesteld over deze beoordeling van haar inschrijving. Een en ander heeft geresulteerd in een brief van de Gemeente van 20 juni 2011. Ten slotte heeft op 27 juni 2011 nog een gesprek tussen Argonaut Advies en de Gemeente plaatsgehad en heeft de Gemeente naar aanleiding van dit gesprek op 28 juni 2011 een brief gestuurd aan Argonaut Advies.

3. Het geschil

3.1. Argonaut Advies vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

de Gemeente gebiedt de voorlopige gunning aan [Bedrijf 1] in te trekken en, indien zij nog steeds tot gunning van de opdracht inzake indicatieadvies Wmo en GPK wenst over te gaan, die opdracht aan Argonaut Advies te gunnen, althans aan geen ander te gunnen dan aan Argonaut Advies, onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,--, indien de Gemeente dit gebod niet nakomt; althans

Subsidiair:

1. de Gemeente gebiedt de voorlopige gunning aan [Bedrijf 1] in te trekken en tot een herbeoordeling over te gaan en bepaalt dat een door de voorzieningenrechter aan te wijzen beoordelingscommissie van (gedeeltelijk) onafhankelijke deskundigen, althans door Argonaut Advies en de Gemeente gezamenlijk aan te wijzen (gedeeltelijk) onafhankelijke deskundigen, de inschrijvingen van Argonaut Advies en [Bedrijf 1], althans alle inschrijvingen, ten aanzien van het gunningscriterium zal (zullen) herbeoordelen, conform de inhoud van het te wijzen vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,--, indien de Gemeente dit gebod niet nakomt; en

2. de Gemeente gebiedt, indien uit de hierboven onder 1 bedoelde herbeoordeling blijkt dat de inschrijving van Argonaut Advies de economisch meest voordelige inschrijving is, de opdracht te gunnen aan geen ander dan aan Argonaut Advies, onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,--, indien de Gemeente dit gebod niet nakomt; en

3. de Gemeente gebiedt de aanbestedingsprocedure te schorsen en geschorst te houden gedurende de tijd die gemoeid is met de hierboven onder 2 bedoelde herbeoordeling, onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,--, indien de Gemeente dit gebod niet nakomt;

Meer subsidiair:

de Gemeente gebiedt de aanbesteding van het indicatieadvies Wmo en GPK te staken en, voor zover de Gemeente de opdracht alsnog wenst af te nemen, opnieuw een aanbestedingsprocedure te voeren, welke heraanbesteding in dat geval plaatsvindt overeenkomstig de inhoud van het te wijzen vonnis;

Uiterst subsidiair:

de Gemeente gebiedt, voor zover de voorzieningenrechter de primaire en subsidiaire vordering afwijst, de standstill-termijn te verlengen en de Gemeente verbiedt gedurende die termijn een overeenkomst te sluiten met [Bedrijf 1] zolang geen arrest is gewezen in een eventueel door Argonaut Advies in te stellen appelprocedure dan wel totdat de appeltermijn ongebruikt is verstreken, onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,--, indien de Gemeente in strijd handelt met dit gebod en dit verbod;

Uiterst uiterst subsidiair:

een maatregel treft die hij in goede justitie passend acht;

Primair, subsidiair, meer subsidiair, uiterst subsidiair en uiterst uiterst subsidiair:

de Gemeente veroordeelt in de kosten van dit geding, waaronder begrepen het verschuldigde griffierecht en het tot aan de uitspraak begrote bedrag aan salaris van de advocaaa, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis, en, indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het vonnis, althans vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen vonnis, tot aan de dag van de algehele voldoening.

3.2. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Argonaut Advies onder meer - kort samengevat - ten grondslag gelegd dat zij en niet [Bedrijf 1] de winnende inschrijving heeft gedaan.

3.3. De Gemeente voert verweer.

4. De beoordeling

4.1.

Inleiding

Argonaut Advies en [Bedrijf 1], de winnende inschrijver, hebben als volgt gescoord:

Wensen

punten punten gewogen (60%)

Argonaut Advies 768 460,8

[Bedrijf 1] 816 489,6

Presentatie

punten punten gewogen (60%)

Argonaut Advies 70 42

[Bedrijf 1] 90 54

Totaal kwaliteit

punten punten gewogen (60%)

Argonaut Advies 838 502,8

[Bedrijf 1] 906 543,6

Prijs

puntenverschil punten gewogen (40%)

Argonaut Advies 90,15 36,06

[Bedrijf 1] 0 0

Totaal

punten gewogen

Argonaut Advies 538,86

[Bedrijf 1] 543,6.

Argonaut Advies heeft dus in totaal 4,74 punten minder behaald dan [Bedrijf 1].

4.2.

De primaire vordering en de subsidiaire vorderingen

Het door de Gemeente, de aanbestedende dienst, gehanteerde criterium ‘economisch meest voordelige inschrijving’ laat haar in beginsel een eigen beoordelingsvrijheid, zodat voor de rechter een beperkte toetsende rol is weggelegd, mits de aanbestedende dienst objectieve criteria heeft gehanteerd en aan de eisen van transparantie en duidelijkheid is voldaan -ook waar het de motivering van beslissingen/beoordelingen van de aanbestedende dienst betreft. Daarnaast mag verwacht worden dat de inschrijver behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettend is (HvJ EG 29 april 2004, zaaknr. C-496/66 Succhi di Frutta

De voorzieningenrechter zal hierna ingaan op de beoordeling door de Gemeente van de inschrijving van Argonaut Advies, voor zover over deze beoordeling tussen partijen een debat heeft plaatsgevonden.

4.2.1.

onderdeel 1.2 (Toegevoegde waarde) van wens 1 (Plan van Aanpak)

Dit onderdeel houdt in dat de inschrijver in zijn Plan van Aanpak enerzijds moet omschrijven wat voor de Gemeente de “specifieke toegevoegde waarde” is van de dienstverlening van de inschrijver en anderzijds waarin de inschrijver zich onderscheidt van andere dienstverleners. Zie Bijlage II van het Beschrijvende document.

Ten aanzien van dit onderdeel heeft de Gemeente de inschrijving van [Bedrijf 1] beoordeeld met het cijfer 5 en die van Argonaut Advies met het cijfer 4.

In haar inschrijving heeft Argonaut Advies op p. 35 onder het hoofdje “Specifieke toegevoegde waarde Argonaut Advies” zes punten (“gebieden”) genoemd waarop door haar “toegevoegde waarde” wordt geleverd. Partijen houdt verdeeld de vraag of Argonaut Advies zich met deze zes punten onderscheidt van andere dienstverleners. Het gaat hier, naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter, om een objectief criterium als bedoeld in ro. 4.2 hierboven. Gelet op genoemde beperkte toetsende rol van de voorzieningenrechter mag hij over de hier aan de orde zijnde vraag in beginsel dan ook geen oordeel vellen. Daar komt nog bij dat het door Argonaut Advies op dit onderdeel behaalde cijfer de kleinst mogelijke afwijking heeft van het cijfer dat [Bedrijf 1] behaald heeft, wat noopt tot een nog grotere mate van terughoudendheid van de voorzieningenrechter. Niet valt in te zien, naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter, waarom de Gemeente niet de vereiste mate van transparantie in acht heeft genomen bij de beoordeling van de inschrijving van Argonaut Advies op dit onderdeel. Zo volgt uit de brief van de Gemeente van 1 juni 2011 dat de dienstverlening van Argonaut Advies weliswaar toegevoegde waarde heeft maar tevens dat Argonaut Advies zich in zoverre niet onderscheidt van andere dienstverleners.

Dat Argonaut Advies in haar inschrijving uitdrukkelijk aangeeft dat zij zich op een aantal met name genoemde punten van de concurrentie onderscheidt, kan aan het bovenstaande niets afdoen.

Wat betreft het hier aan de orde zijnde onderdeel kan het handelen van de Gemeente dan ook geen basis vormen voor toewijzing van het gevorderde.

4.2.2.

onderdeel 2.1a (Praktische haalbaarheid) van wens 2 (Transitieplan)

Dit onderdeel houdt in dat uit het Transitieplan van de inschrijver moet blijken dat de door de inschrijver bedachte wijze van dossieroverdracht van de huidige dienstverlener naar de toekomstige dienstverlener praktisch haalbaar is. Zie Bijlage II van het Beschrijvende document.

Ten aanzien van dit onderdeel heeft de Gemeente de inschrijving van [Bedrijf 1] beoordeeld met het cijfer 5 en die van Argonaut Advies met het cijfer 4.

Onder verwijzing naar ro. 4.2.1 hierboven is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel dat de Gemeente met haar motivering in haar brief van 1 juni 2011 dat Argonaut Advies weliswaar een goed antwoord had gegeven maar het onderwerp niet voldoende had uitgediept niet in strijd gehandeld met enige aanbestedingsrechtelijke regel.

Wat betreft het hier aan de orde zijnde onderdeel kan het handelen van de Gemeente dan ook geen basis vormen voor toewijzing van het gevorderde.

4.2.3.

onderdeel 4.1c (Variëteit) van wens 4 (Personeel)

Dit onderdeel houdt in dat uit de door de inschrijver te verstrekken beschrijving van de scholing/aanvullende trainingen die door de inschrijver worden aangeboden aan zijn indicatieadviseurs “Variëteit” moet blijken. Zie Bijlage II van het Beschrijvende document. In deze bijlage staat direct achter voornoemd woord “Variëteit” vermeld “(externe en/of incompany opleidingen)”.

Ten aanzien van dit onderdeel heeft de Gemeente de inschrijving van [Bedrijf 1] beoordeeld met het cijfer 5 en die van Argonaut Advies met het cijfer 4.

Uit de brief van de Gemeente van 1 juni 2011 volgt dat Argonaut Advies het cijfer 4 in plaats van het cijfer 5 heeft gekregen omdat een omschrijving ontbreekt van “bijvoorbeeld” scholing op het gebied van jurisprudentie. In antwoord op vragen van Argonaut Advies over deze motivering van het cijfer 4 deelt de Gemeente in haar brief van 20 juni 2011 het volgende mede:

“De reden waarom u hier niet de volledige punten heeft ontvangen is omdat het gevraagde element is uitgewerkt en beantwoord conform de beschreven methodiek. Er zijn geen inhoudelijke specifieke relevante bijzonderheden aangeboden.

Zoals aangegeven in onze brief van 1 juli [juni; voorzieningenrechter] jl. wordt scholing op het gebied van jurisprudentie als voorbeeld gegeven. De gemeente Lansingerland vindt scholing op het gebied van jurisprudentie een onmisbaar onderdeel in het aanbod. U geeft aan dat uw medewerkers de jurisprudentie van Schulinck kunnen gebruiken als kennisbron, dit geeft ons geen informatie over de wijze waarop en de mate waarin zij deze kennis ook daadwerkelijk tot zich nemen.”

In de inschrijving van Argonaut Advies valt op p. 46 onder het kopje “Personeel - Scholing en aanvullende training” het volgende te lezen ten aanzien van jurisprudentie - aangehaald voor zover relevant:

“De medewerkers van Argonaut Advies spelen allen een belangrijke rol bij het waarborgen van de kwaliteit van dienstverlening. Argonaut Advies besteedt veel aandacht aan voortdurende opleiding, begeleiding en het bewaken van de werkzaamheden van de professionals. De kennis en kundigheid van de indicatieadviseurs en artsen worden up to date gehouden middels vakgerichte opleidingen, cursussen en scholing in de ontwikkelingen met betrekking tot de wet- en regelgeving en jurisprudentie. […] Per jaar wordt er minimaal 40 uur per medewerker gereserveerd voor scholing.

Alle professionals (artsen, indicatieadviseurs, bouwkundig indicatieadviseurs) van Argonaut Advies worden bijgestaan door een multidisciplinaire staf, waarin alle disciplines vertegenwoordig zijn. De staf heeft een ondersteunende taak naar de medewerkers. De staf bestaat uit inhoudsdeskundigen die de ontwikkelingen op de relevante gebieden (inclusief de Jurisprudentie via lidmaatschap Schulinck) volgen. De multidisciplinaire staf, onder leiding van de medisch directeur maakt jaarlijks een opleidingsplan.”

Argonaut Advies geeft hier aan dat zij vakgerichte opleidingen, cursussen en scholing verzorgt die (onder meer) betrekking hebben op jurisprudentie en dat zij jaarlijks voor elk van haar medewerkers 40 uur reserveert voor scholing. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter kan dan ook niet gezegd worden dat Argonaut Advies in haar inschrijving “geen” informatie heeft gegeven over de wijze waarop en de mate waarin zij haar medewerkers in staat stelt kennis van jurisprudentie te vergaren. Voor zover de Gemeente thans van mening is dat “jurisprudentie” slechts als voorbeeld was genoemd, gaat de voorzieningenrechter daaraan voorbij. In haar brief van 20 juni 2011 heeft zij immers met zoveel woorden te kennen gegeven dat zij scholing op het gebied van jurisprudentie als “een onmisbaar onderdeel” in het aanbod van scholing beschouwt.

Het bovenstaande betekent dat de beoordeling van de Gemeente van dit onderdeel van de inschrijving van Argonaut Advies niet aan de in ro. 4.2 hierboven genoemde eisen van transparantie en duidelijkheid voldoet.

4.2.4.

onderdeel 5.1 (Optimale bereikbaarheid) van wens 5 (Continuïteit)

Dit onderdeel houdt in dat de inschrijver nader moet specificeren hoe hij zorgt voor “optimale bereikbaarheid” van de indicatieadviseur en de contactpersoon/accountmanager van de organisatie van de inschrijver. Zie Bijlage II van het Beschrijvende document.

Ten aanzien van dit onderdeel heeft de Gemeente de inschrijving van [Bedrijf 1] beoordeeld met het cijfer 5 en die van Argonaut Advies met het cijfer 4.

Uit de brief van de Gemeente van 1 juni 2011 volgt dat Argonaut Advies het cijfer 4 in plaats van het cijfer 5 heeft gekregen uitsluitend omdat Argonaut Advies geen garantie heeft gegeven dat men iemand direct aan de lijn krijgt. Zie in dat verband het woord “alleen” in de beoordeling van onderdeel 5.1 in deze brief. In antwoord op vragen van Argonaut Advies over de motivering van de Gemeente van het cijfer 4 op dit onderdeel deelt de Gemeente in haar brief van 20 juni 2011 het volgende mede:

“Argonaut Advies geeft naar het oordeel van de beoordelaars een inhoudelijk relevant, toepasselijk en goed antwoord. Alle gevraagde elementen zijn uitgewerkt en beantwoord. De beoordelingscriteria zijn niet verzwaard van optimaal naar gegarandeerd. Met de garantie die wordt genoemd in onze brief van 1 juni jl. heeft de gemeente Lansingerland een voorbeeld willen geven waarom u niet uitstekend aansluit bij de wens van de gemeente. Er zijn geen inhoudelijke specifieke relevante bijzonderheden aangeboden. De puntentoekenning op dit onderdeel zal om die reden niet worden herzien.”

De gemeente bevestigt in deze brief dat in haar brief van 1 juni 2011 sprake is van een “garantie”. Uit laatstgenoemde brief volgt, als gezegd, dat het ontbreken van deze garantie in de inschrijving van Argonaut Advies de enige reden is geweest voor de Gemeente om deze inschrijving te beoordelen met het cijfer 4. Uit de vraagstelling van Argonaut Advies (“In het gunningsbesluit geeft u aan dat er een goed antwoord gegeven is, maar dat er geen garantie gegeven wordt dat men direct iemand aan de lijn krijgt”) had de Gemeente, naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter, moeten afleiden dat ook Argonaut Advies daarvan uitging. Mede gelet op de op haar rustende motiveringsplicht als hierboven genoemd in ro. 4.2 had het dan ook op de weg van de Gemeente gelegen om gemotiveerd aan te geven dat het ontbreken van de garantie in haar brief van 1 juni 2011 slechts bedoeld was als een voorbeeld. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter kan niet gezegd worden dat de Gemeente met haar brief van 20 juni 2011 heeft voorzien in een dergelijke motivering. In die brief vermeldt zij weliswaar dat het ontbreken van de garantie slechts bedoeld was als voorbeeld, maar daar staat tegenover dat zij ook vermeldt dat “[a]lle [cursivering door voorzieningenrechter] gevraagde [overige; voorzieningenrechter] elementen in de inschrijving van Argonaut Advies zijn uitgewerkt en beantwoord” en in het geheel nalaat een ander voorbeeld dan het ontbreken van de garantie te geven.

Tussen partijen is niet in geschil dat de in de brief van de Gemeente genoemde garantie-eis geen deel uitmaakt van de gunningscriteria die door de Gemeente aan de inschrijvers zijn medegedeeld voorafgaande aan hun inschrijving.

Het bovenstaande betekent dat de beoordeling van de Gemeente van dit onderdeel van de inschrijving van Argonaut Advies niet aan de in ro. 4.2 hierboven genoemde eisen van transparantie en duidelijkheid voldoet.

4.2.5.

onderdeel 5.2 (Klachtenregeling/-afhandeling) van wens 5 (Contuïteit)

Dit onderdeel houdt in dat de inschrijver de “klachtenregeling/-afhandeling” van zijn organisatie moet beschrijven “specifiek voor” de onderhavige opdracht. Zie bijlage II van het Beschrijvend document.

Ten aanzien van dit onderdeel heeft de Gemeente de inschrijving van [Bedrijf 1] beoordeeld met het cijfer 5 en die van Argonaut Advies met het cijfer 4.

Gebleken is dat de Gemeente met haar opmerking in haar brief van 1 juni 2011 dat de inschrijving van Argonaut Advies op dit onderdeel wordt ervaren als een algemeen afstandelijk verhaal heeft willen aangeven dat Argonaut Advies haar inschrijving onvoldoende had toegespitst op de onderhavige opdracht. Argonaut Advies betwist dit laatste. Echter, zij komt niet verder dan één punt waarop haar inschrijving specifiek zou zijn toegespitst op de onderhavige opdracht, namelijk dat de klachtafhandelingstermijn in haar inschrijving speciaal voor de Gemeente is gesteld op vijf dagen.

Het gaat hier, naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter, om een objectief criterium als bedoeld in ro. 4.2 hierboven. De beperkte toetsende rol van de voorzieningenrechter is hier aan de orde. Daar komt nog bij dat het door Argonaut Advies op dit onderdeel behaalde cijfer de kleinst mogelijke afwijking heeft van het cijfer dat [Bedrijf 1] behaald heeft, wat noopt tot een nog grotere mate van terughoudendheid van de voorzieningenrechter. Niet valt in te zien, naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter, waarom de Gemeente, gelet op het bovenstaande, niet de vereiste mate van transparantie in acht heeft genomen bij de beoordeling van de inschrijving van Argonaut Advies op dit onderdeel.

Wat betreft het hier aan de orde zijnde onderdeel kan het handelen van de Gemeente dan ook geen basis vormen voor toewijzing van het gevorderde.

4.3. Indien Argonaut Advies evenals [Bedrijf 1] op onderdeel 4.1c en/of op onderdeel 5.1 het cijfer 5 behaalt, dan is de uitkomst daarvan, vanwege het hierboven in 2.3 uiteengezette beoordelingssysteem, dat Argonaut Advies, en dus niet [Bedrijf 1], als beste inschrijver eindigt. Een herbeoordeling als subsidiair is gevorderd zal dus plaats moeten vinden. Het primair en subsidiair gevorderde gebod tot intrekking van de voorlopige gunning aan [Bedrijf 1] zal derhalve worden toegewezen en het primair gevorderde gebod om de opdracht zonder meer aan Argonaut Advies te gunnen zal worden afgewezen.

4.4. Zoals de voorzieningenrechter hierboven heeft geoordeeld, kleven aan de toekenning door de Gemeente van het cijfer 4 aan Argonaut Advies en het cijfer 5 aan [Bedrijf 1] gebreken waar het gaat om de onderdelen 4.1c en 5.1. Daar staat echter tegenover dat uit hetgeen hierboven is overwogen tevens volgt dat aan de toekenning door de Gemeente van het cijfer 4 aan Argonaut Advies en het cijfer 5 aan [Bedrijf 1] geen gebreken kleven waar het gaat om de onderdelen 1.2, 2.1a en 5.2. Indien de door Argonaut Advies subsidiair onder 1 gevorderde herbeoordeling beperkt zou worden tot een herbeoordeling van alle inschrijvingen op de onderdelen 4.1c en 5.1, zou dat, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, mede tegen deze achtergrond leiden tot onredelijke bevoordeling van Argonaut Advies ten opzichte van (in ieder geval) [Bedrijf 1]. Daarom dient de herbeoordeling ook in ieder geval betrekking te hebben op alle overige onderdelen van Wensen 1-5, derhalve de onderdelen 1.1, 2.1b, 2.1c, 2.2, 3.1, 3.2, 3.3, 4.1a, 4.1b, 4.2, 5.2 en 5.3.

Wat de uitkomst zal zijn van deze herbeoordeling van alle inschrijvingen op alle onderdelen van Wensen 1-5 is vooralsnog, vanzelfsprekend, in het geheel niet duidelijk. Onduidelijk blijft dus ook welke inschrijvers na deze herbeoordeling zo hoog zullen scoren dat zij in aanmerking komen voor een uitnodiging tot deelname aan de Presentatie van de Casus, de laatste fase van het kwalitatieve-beoordelingstraject. Indien de voorzieningenrechter reeds thans een oordeel velt over de wijze waarop de Gemeente de inschrijving van Argonaut Advies heeft beoordeeld op het onderdeel Presentatie van de Casus, zou dat ertoe kunnen leiden dat Argonaut Advies - de enige inschrijver die procespartij is in de onderhavige procedure - in het alsdan niet ondenkbeeldige scenario van een nieuwe presentatieronde wordt bevoordeeld ten opzichte van de overige inschrijvers op een wijze die, naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter, strijd oplevert met het in het aanbestedingsrecht in acht te nemen gelijkheidsbeginsel (fair play-beginsel).

Voor zover de uitkomst van genoemde herbeoordeling ten aanzien van Wensen 1-5 is dat Argonaut Advies aan haar huidige aantal van 70 punten voor het onderdeel Presentatie van de Casus voldoende heeft om de opdracht voorlopig gegund te krijgen, is een herbeoordeling van de inschrijvingen op het onderdeel Presentatie van de Casus niet meer noodzakelijk. Het gaat dan om het scenario waarin Argonaut Advies 70 punten krijgt voor het onderdeel Presentatie van de Casus en de andere drie inschrijvers voor dit onderdeel ieder de maximale 100 punten, terwijl Argonaut Advies dan toch als winnaar van de opdracht uit de bus komt. In alle andere scenario’s lijkt een herbeoordeling van de inschrijvingen op het onderdeel Presentatie van de Casus wél noodzakelijk, zij het dat zich dan het probleem zich voordoet dat deze herbeoordeling gezien de inmiddels door Argonaut Advies verkregen informatie ontegenzeggelijk leidt tot bevoordeling van Argonaut Advies en strijd oplevert met genoemd gelijkheidsbeginsel. Heraanbesteding ligt in dat geval in de rede.

4.5. Gelet op een en ander zal de voorzieningenrechter de subsidiair onder 1 gevorderde herbeoordeling dan ook slechts in zoverre toewijzen dat de Gemeente uitsluitend dient over te gaan tot een herbeoordeling van alle inschrijvingen ten aanzien van alle onderdelen van Wensen 1-5.

4.6. In het kader van de te houden herbeoordeling zal een nieuwe commissie moeten worden samengesteld. De voorzieningenrechter merkt in dat verband op dat het in de rede ligt dat in de commissie minimaal één onafhankelijke deskundige plaatsneemt.

4.7. Aangezien daartegen geen afzonderlijk verweer is gevoerd zal, gelet op hetgeen hierboven is overwogen, ook het subsidiair gevorderde onder 2 en 3 worden toegewezen.

4.8. Argonaut Advies heeft oplegging van dwangsommen gevorderd. Aangezien van een overheidsorgaan als de gemeente Lansingerland verwacht mag worden dat zij een rechterlijke uitspraak zonder meer naleeft, bestaat daartoe thans geen aanleiding.

4.9. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal de Gemeente in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

gebiedt de Gemeente de voorlopige gunning aan [Bedrijf 1] in te trekken en tot een herbeoordeling over te gaan van alle inschrijvingen ten aanzien van alle onderdelen van Wensen 1-5;

bepaalt dat een door de Gemeente aan te wijzen nieuwe beoordelingscommissie alle inschrijvingen ten aanzien van alle onderdelen van Wensen 1-5 zal herbeoordelen;

gebiedt de Gemeente, indien uit de hierboven bedoelde herbeoordeling blijkt dat de inschrijving van Argonaut Advies de economisch meest voordelige inschrijving is, de opdracht te gunnen aan geen ander dan Argonaut Advies met inachtneming van hetgeen in dit vonnis in ro. 4.4 is overwogen;

gebiedt de Gemeente de aanbestedingsprocedure te schorsen en geschorst te houden gedurende de tijd die gemoeid is met de hierboven bedoelde herbeoordeling;

veroordeelt de Gemeente in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Argonaut Advies begroot op € 636,51 aan verschotten en op € 816,-- aan salaris voor de advocaat, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de veertiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2011.(

901/676