Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BR6225

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-08-2011
Datum publicatie
02-09-2011
Zaaknummer
1219454
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisers vorderen van gedaagde, een garantiefonds voor vakantiereisgelden, betaling van de door eisers aan een reisbureau betaalde kosten. Het reisbureau waar de reis was geboekt is failiet gegaan; eisers hebben de betreffende reis om die reden niet kunnen maken. De reis was geboekt via internet op een tijdstip dat het reisbureau niet was aangesloten bij het garantiefonds.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

vonnis

in de zaak van

[eisers],

woonachtig te [woonplaats],

eisers,

gemachtigde: mr. M.H.J. Janssen van de DAS N.V. te Arnhem,

tegen

[gedaagde],

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde,

gemachtigde: E.J. Reuver RA, directeur [gedaagde].

Partijen worden nader aangeduid met “[eisers]” en “[gedaagde]”.

1. Het verloop van het proces

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen.

• het exploot van dagvaarding van 23 februari 2011 met producties;

• het antwoord van [gedaagde];

• de conclusie van repliek;

• de conclusie van dupliek.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1 [gedaagde] is in december 1982 opgericht als een van de reisbranche en van brancheverenigingen onafhankelijke stichting. De [gedaagde] neemt het consumentenrisico over dat zolang de reis niet is genoten, bij insolventie van de reisorganisatie het vooruitbetaalde reisgeld verloren gaat.

2.2 Met een staf van vijf personen worden het garantiefonds van [gedaagde] beheert. Op jaarbasis garandeert [gedaagde] een bedrag van ca. € 4,5 miljard aan vooruitbetaalde reisgelden. Er zijn ca. 1000 deelnemers en soms duizenden gedupeerde reizigers.

2.3 Op grond van artikel 2 lid 1 van haar staturen heeft [gedaagde] ten doel het doen van uitkeringen aan of voor consumenten ter zake van de op de Nederlandse markt aangeboden of afgesloten reisovereenkomsten (…) indien deze consumenten geldelijk schade lijden in gevallen dat de betrokken reisorganisator, reisagent, vervoerder of verstrekker van verblijf wegens financieel onvermogen niet presteert.

2.4 Op grond van artikel 2 lid 2 worden - kort samengevat - uitkeringen alleen gedaan indien en voorzover een deelnemende reisorganisator, een deelnemende vervoerder of een deelnemende verstrekker van verblijf wegens financieel onvermogen niet kan presteren en de reisovereenkomst, de overeenkomst van vervoer of de overeenkomst van verblijf door de consument rechtstreeks hetzij door bemiddeling van een reisagent bij de deelnemende reisorganisator, vervoerder of verstrekker is aangeboden.

2.5 Juridisch is sprake van een derdenbeding om niet dat de consument een rechtstreekse aanspraak geeft op de garantie van [gedaagde]. Door het boeken van een reis bij een deelnemende reisorganisatie aanvaart de consument het derdenbeding dat in de deelnemersovereenkomst tussen [gedaagde] en de deelnemende reisorganisatie ten gunste van de consument is bedongen. Door aanvaarding van dit derdenbeding krijgt de consument een recht op de [gedaagde]-garantieregeling.

2.6 Ingeval een consument wordt geconfronteerd met financieel onvermogen van zijn wederpartij kan hij zich – rechtstreeks of via de (bemiddelend) reisagent waar hij heeft geboekt – melden bij [gedaagde] en een beroep doen op de [gedaagde]-garantie.

2.7 Op 9 januari 2009 is [eisers] via internet een geboekte pakketreis met vertrekdatum 4 augustus 2009 bevestigd (die tevens als factuur gold) door het reisbureau Golden Tours. Op de boekingsbevestiging ontbrak het logo van [gedaagde]. Er diende per direct een bedrag van

€ 973,96 betaald te worden.

2.8 Gedurende de periode 12 december 2009 tot 20 januari 2009 is Golden Tours geen deelnemer van [gedaagde] geweest. Dit is bekend gemaakt op de site van [gedaagde].

2.9 Op 26 januari 2009 heeft [eisers] een bedrag van € 973,96 op de reis aanbetaald onder vermelding van het reserveringsnummer van de factuur en boekingsbevestiging van 9 januari 2009.

2.10 Op 16 juni 2009 is [eisers] een nieuwe boekingsbevestiging/factuur gezonden door Golden Tours, dit maal voorzien van het ANVR en [gedaagde] logo. Reserveringsnummers en factuurnummer kwamen overeen met de factuur van 9 januari 2009. De boekingsdatum is op 22 januari 2009 gesteld maar de ingangsdatum van de annuleringsverzekering is op 13 dagen eerder, 9 januari 2011, blijven staan. Voorts is de aanbetaling van € 973,96 in deze factuur verwerkt.

2.11 Het restant van de reissom is op 1 juli 2009 betaald.

2.12 Op 9 juli 2009 kreeg [eisers] bericht van de [gedaagde] dat Golden Tours in staat van financieel onvermogen was komen te verkeren en niet meer in staat was de geboekte reisovereenkomst uit te voeren.

2.13 Het faillissement van Golden Tours is door de rechtbank te Den Haag op 14 juli uitgesproken.

2.14 Op 18 juli 2009 heeft [gedaagde] aan [eisers] per brief medegedeeld dat zijn schadeclaim niet kon worden gehonoreerd omdat de boeking heeft plaatsgevonden in een periode dat Golden Tours geen deelnemer was bij [gedaagde].

3. De vordering

3.1 [eisers] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan hem te betalen € 4.728,36 aan hoofdsom, € 271,64 aan buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2 Aan zijn vordering legt [eisers] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat tussen hem en Golden Tours op 9 januari 2009 een overeenkomst tot stand is gekomen onder de opschortende voorwaarde dat Golden Tours bij de [gedaagde] aangesloten was. Bij schrijven van 9 januari 2009 heeft [eisers] Golden Tours namelijk een telefonisch onderhoud met Golden Tours bevestigd waarin werd medegedeeld dat niet akkoord werd gegaan met de reisovereenkomst van 9 januari 2009 omdat het [gedaagde] logo op de bevestiging ontbrak. Zodra de dekking van de [gedaagde] in orde zou zijn, zou akkoord gegaan worden en overgegaan tot een aanbetaling. Dit bleek pas op 22 januari 2009 het geval te zijn en na telefonische bevestiging daarvan door de [gedaagde] is pas een aanbetaling verricht op 26 januari 2009. De datum van aanbetaling is uitgangspunt voor het definitief worden van de reisovereenkomst en op dat moment was Golden Tours (weer) aangesloten bij Golden Tours.

3.3 [eisers] heeft Golden Tours uitdrukkelijk verzocht de boekingsbevestiging – ter voorkoming van mogelijke discussies achteraf – op de datum van de opschortende voorwaarde te stellen, derhalve 22 januari 2009. Golden Tours heeft hier pas in juni 2009 gehoor aan gegeven. Helaas is hierbij verzuimd de ingangsdatum van de annuleringsverzekering op de datum van de totstandkoming van de nieuwe overeenkomst te stellen.

4. Het verweer

4.1 [gedaagde] heeft de vordering betwist en aangevoerd dat de overeenkomst is aangegaan op een moment, 9 januari 2009, dat Golden Tours niet bij de [gedaagde] was aangesloten.

4.2 Ten tijde van de boeking had [eisers] zich op de hoogte kunnen stellen op de internetsite van [gedaagde] of Golden Tours deelnemer was van [gedaagde]. [eisers] heeft dat kennelijk niet gedaan.

4.3 [gedaagde] betwist uitdrukkelijk dat [eisers] Golden Tours op 9 januari 2009 een brief heeft geschreven met de mededeling dat vooralsnog niet akkoord werd gegaan met de op 9 januari bevestigde reisovereenkomst. Niet is aangetoond dat Golden Tours de brief heeft ontvangen en met de inhoud heeft ingestemd.

4.4 Voor het moment van tot stand komen van de reisovereenkomst is de datum van betaling niet relevant.

4.5 Het standpunt van [gedaagde] dat de reisovereenkomst is ingegaan op 9 januari 2009 wordt bevestigd door de annuleringsverzekering die is afgesloten en is ingegaan op 9 januari 2009.

4.6 [gedaagde] heeft van Golden Tours een lijst gekregen van alle boekingen die tot stand zijn gekomen in de periode dat Golden Tours geen deelnemer was bij [gedaagde]. Op die lijst staat ook de boeking van [eisers].

4.7 [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat Golden Tours de boekingsdatum heeft gewijzigd in 22 januari 2009 in een (vruchteloze) poging deze reisovereenkomst alsnog onder de [gedaagde]-garantie te laten vallen. Het reserveringsnummer is hetzelfde als het polisnummer van de annuleringsverzekering die op 9 januari 2009 is ingegaan.

4.8 De factuur van 16 juni 2009 is de restantfactuur na aanbetaling. Het verschil in hoofdsom wordt veroorzaakt doordat de vliegbelasting na de boeking is komen te vervallen. Dat op de factuur van 16 juni 2009 als boekingsdatum 22 januari 2009 staat vermeld zegt niets over de werkelijke boekingsdatum. Golden Tours heeft de datum 22 januari 2009 ook vermeld op de restfacturen van reizen waarvan [gedaagde] kan aantonen dat de boekingen hebben plaatsgevonden in de periode dat Golden Tours geen [gedaagde] deelnemer was.

5. De beoordeling van de vordering

5.1 Tussen partijen is in geschil of de door [eisers] via internet bij Golden Tours geboekte reis onder de [gedaagde]-garantieregeling valt.

5.2 Voor de beantwoording van deze vraag is bepalend of Golden Tours op het moment van boeking deelnemer was bij [gedaagde].

5.3 Vaststaat tussen partijen dat [eisers] op 9 januari 2009 gedurende de periode dat Golden Tours niet was aangesloten als deelnemer bij [gedaagde] via internet een reis heeft geboekt. [eisers] heeft bevestigd dat het voor hem kenbaar was, onder meer door de aan hem gezonden bevestiging van de reis, dat Golden Tours op dat moment geen [gedaagde] deelnemer was.

5.4 [gedaagde] betwist uitdrukkelijk dat vervolgens de overeenkomst in die zin is gewijzigd of vernieuwd dat een opschortende voorwaarde zou zijn toegevoegd dat de overeenkomst pas van kracht zou worden na een (hernieuwd) deelnemerschap van Golden Tours van [gedaagde]. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eisers] vervolgens onvoldoende aangevoerd om in rechte te kunnen vaststellen dat de definitieve boekdatum op een (later)moment heeft plaatsgevonden gedurende het (hernieuwd) lidmaatschap van [gedaagde]. Niet alleen wordt door [gedaagde] uitdrukkelijk betwist dat de door [eisers] in het geding gebrachte brief van 9 januari 2009 is verzonden en door Golden Tours is ontvangen en geaccepteerd, maar ook komt het de kantonrechter onwaarschijnlijk voor dat en per internet geboekte reis per ouderwetse post wordt gecorrigeerd en niet per mail bericht. Hoe dan ook is op geen enkel wijze in rechte vast komen staan dat de op 9 januari 2009 door Golden Tours bevestigde reis is geannuleerd of gewijzigd. [eisers] heeft zelf niet schriftelijk of per e-mail bevestigd dat hij alsnog uitvoering wil geven aan de op 9 januari 2009 geboekte reis omdat GoldenTours weer als deelnemer was aangesloten. Ook hier bevreemdt het de kantonrechter dat een en ander per telefoon zou zijn afgewikkeld en niet per mail of per informatie van de site van [gedaagde] gelet op de omstandigheid dat op internet was geboekt. Evenmin is eind januari 2009 door Golden Tours een nieuwe verbeterde boekingsbevestiging aan [eisers] gezonden met vermelding van een nieuwe boekingsdatum, een ander reserveringsnummer, een nieuwe ingangsdatum voor de annuleringsverzekering en het [gedaagde]-logo. Betaald is op 26 januari 2009 onder vermelding van het faktuurnummer van 9 januari 2009. De door [eisers] in het geding gebracht boekingsbevestiging tevens factuur van juni 2009 is verzonden ver na de aanbetaling van 26 januari 2009 en dient naar het oordeel opgevat te worden als een factuur waarin is opgenomen wat nog als restbedrag uiterlijk betaald diende te worden op 23 juni 2006 en niet als een bevestiging c.q. wijziging van een boeking van 9 januari 2009.

5.5 Kortom de kantonrechter is van oordeel dat de boekdatum van de reis op 9 januari 2009 was zonder enige voorwaarde. Daarmee is gegeven dat de door [eisers] geboekte reis niet onder de [gedaagde]-garantieregeling valt zodat de vordering voor afwijzing gereed ligt.

5.6 Aan een kostenveroordeling komt de kantonrechter niet toe aangezien [gedaagde] de procesvoering in eigen hand gehouden heeft.

6. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

Dit vonnis is gewezen door mr. F.B. Böttcher en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 augustus 2011 in aanwezigheid van de griffier.