Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BR6172

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-08-2011
Datum publicatie
29-08-2011
Zaaknummer
10/060212-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering verlenging TBS

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 38e
Wetboek van Strafvordering 359
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/060212-03

Datum uitspraak: 25 augustus 2011

Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige openbare raadkamer voor strafzaken, op de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement tot verlenging van de terbeschikkingstelling opgelegd aan:

[naam ter beschikking gestelde],

hierna te noemen: “de ter beschikking gestelde”,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

verblijvende in FPC De Kijvelanden, Kijvelandensekade 1 te Poortugaal,

raadsman mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam.

PROCEDURE

Bij arrest van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage, uitgesproken op 9 februari 2005, is de ter beschikking gestelde ter zake van het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege.

Bij beslissing van het Gerechtshof te Arnhem van 26 juli 2010 is de terbeschikkingstelling verlengd met een jaar.

Op 20 juni 2011 is op de griffie van de rechtbank binnengekomen de vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering, gedateerd 20 juni 2011, met daarbij gevoegd een advies van het hoofd van de inrichting waar de ter beschikking gestelde verblijft van 26 mei 2011 en een afschrift van de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de ter beschikking gestelde.

Het advies strekt ertoe de maatregel te verlengen met een jaar.

Tevens zijn bij de vordering van het openbaar ministerie gevoegd adviezen van twee gedragsdeskundigen, onder wie een psychiater, die de ter beschikking gestelde hebben onderzocht en op het moment dat zij de adviezen uitbrachten en ten tijde van het onderzoek dat zij daarvoor verricht hebben niet verbonden waren aan de inrichting waarin de ter beschikking gestelde verblijft.

In openbare raadkamer van 11 augustus 2011 is de vordering behandeld. De officier van justitie mr. Van Eykelen, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en de getuige-deskundige H.D.B. Vermeulen zijn gehoord.

De officier van justitie heeft tijdens de behandeling in openbare raadkamer geconcludeerd tot verlenging van de maatregel met een jaar.

De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben afwijzing van de vordering bepleit.

BEOORDELING

Het verlengingsadvies houdt voor zover van belang het volgende in.

De ter beschikking gestelde is gediagnosticeerd met schizofrenie van het paranoïde type.

Hij is al langere tijd in psychiatrische zin stabiel. Psychotische belevingen blijven op de achtergrond aanwezig, maar binnen de gestructureerde setting vormen deze geen belangrijk aandachtspunt. In deze structuur neemt hij zijn antipsychoticum trouw in, maar ondanks dat is er nog steeds geen enkel ziektebesef. Een positieve ontwikkeling in de behandeling is de invulling van het verlofkader. Sinds 3 november 2010 beschikt de kliniek over een machtiging de ter beschikking gestelde verlof te verlenen, waardoor hij op 25 november 2010 voor het eerst in zeven jaar onder begeleiding van twee stafleden weer buiten heeft kunnen lopen. Het begeleide verlof verloopt naar tevredenheid en een transmuraal verlof met onbegeleide vrijheden is in voorbereiding.

In de kliniek is dit jaar weinig verandering gezien ten opzichte van de voorgaande periode. Er blijft sprake van een zeer gebrekkig probleembesef, waardoor de ter beschikking gestelde niet in staat is zijn eigen risico’s adequaat te managen. In de structuur van de kliniek gaat het redelijk, maar ook daar heeft hij aansturing nodig op allerlei gebieden. Een groot probleem wordt gevormd door het ernstig gebrek aan empathie en sociale vaardigheden, waardoor hij regelmatig in conflict komt met anderen. Hij is niet goed in staat zichzelf te verzorgen.

Wanneer de ter beschikking stelling per direct beëindigd zou worden is het risico op destabilisatie groot. Een gebrek aan structuur, dagbesteding, zorg en sociale steun zullen ervoor zorgen dat spanningen zullen oplopen. Aangezien de ter beschikking gestelde een gebrekkig inzicht heeft op zijn problematiek, is er een risico dat hij zal stoppen met de antipsychotische medicatie. Dit alles zorgt voor een risico op psychotisch decompenseren, waarbij het niet onwaarschijnlijk is dat hij zichzelf wederom zal bewapenen, met een risico op ernstige gewelddadige recidive.

Het recidiverisico is hoog als de ter beschikking gestelde op dit moment terug zou keren in de maatschappij. Het risico kan binnen een gestructureerde vervolgsetting gematigd worden tot een aanvaardbaar niveau door hem intensieve begeleiding te bieden. Hierbij wordt gedacht aan een verblijfsafdeling binnen de GGZ. Hier is ook intensieve begeleiding en structuur en controle op inname van medicatie.

Psychiater drs. L.J.M. van Seggelen heeft op 9 augustus 2011 over de ter beschikking gestelde gerapporteerd.

De psychiater is van oordeel dat de TBS met verpleging gecontinueerd dient te worden met een jaar. Geadviseerd wordt daarbij om de behandeling en begeleiding sterk te richten op het vaststellen van voorwaarden en afspraken op grond waarvan een verblijf in een gesloten forensische GGZ instelling (met 24uurs begeleiding) mogelijk wordt. Eerst investeren op de inzet van onbegeleide verloven wordt in dat kader niet geadviseerd. Een dergelijke overplaatsing en verblijf voor lange tijd dient te worden voortgezet onder bescherming van de TBS binnen de daartoe geëigende juridische kaders (transmuraal kader dan wel proefverlof).

Dr. drs. L.E.E. Ligthart, klinisch psycholoog & klinisch neuropsycholoog, heeft op 9 juli 2011 over de ter beschikking gestelde gerapporteerd.

De psycholoog concludeert dat er nog geen sprake is van een stabiele eindsituatie en adviseert de maatregel te verlengen met een jaar. Voordat de ter beschikking gestelde geplaatst kan worden op een GGZ afdeling moeten er op zijn minst nog een aantal stappen genomen worden. De recentelijk opgestarte begeleide verloven moeten gedurende langere tijd goed verlopen zodat via een transmuraal verlof met onbegeleide vrijheden uiteindelijk de stap naar een GGZ te realiseren valt. De psycholoog schat het recidiverisico op korte en eveneens op middellange termijn verhoogd in.

De getuige-deskundige Vermeulen heeft tijdens de behandeling in openbare raadkamer het verlengingsadvies toegelicht en heeft daarbij verklaard dat gewerkt wordt aan een GGZ plaatsing in Parnassia. Het verzoek voor transmuraal verlof is geschreven en opgestuurd naar het ministerie. De ter beschikking gestelde is klaar binnen de TBS omgeving en kan door naar Parnassia. In een juiste omgeving en met goede zorg, zal hij medicatie nemen. Een dergelijk plaatsing zou realiseerbaar kunnen zijn binnen zes maanden.

Gelet op het voorgaande wordt aangenomen dat de geestesgesteldheid van de ter beschikking gestelde, die (mede) aanleiding en oorzaak vormde voor het delict, nog in zodanige mate aanwezig is dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in beginsel de verlenging van de maatregel zou eisen. Echter, naar het oordeel van de rechtbank is er thans geen grond voor verlenging van de maatregel. Zij overweegt daartoe het volgende.

Gezien artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht (‘Sr’) bepaalt dat de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van 4 jaar niet te boven gaat, tenzij de terbeschikking-stelling is opgelegd terzake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Als de totale duur niet in tijd is beperkt, kan de termijn van de terbeschikkingstelling telkens worden verlengd wanneer de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen die verlenging eist. Voorts bepaalt artikel 359 lid 7 van het Wetboek van Strafvordering (‘Sv’) dat als de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging wordt opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, het vonnis dit onder opgave van redenen aangeeft.

In het onderhavige geval is de ter beschikking gestelde door het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage bij arrest van 9 februari 2005 veroordeeld wegens het handelen in strijd met artikel 26 van de Wet wapens en munitie. In dit arrest heeft het Hof bij de motivering van het opleggen van de maatregel van de terbeschikkingstelling niet expliciet omschreven dat naar haar oordeel de bewezen verklaarde feiten misdrijven betreffen gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerdere personen, als bedoeld in artikel 359 lid 7 Sv. Het Hof heeft uitsluitend overwogen dat er een risico bestaat op herhaling van geweldsdelicten. Anders dan de officier van justitie heeft betoogd, betekent dit naar het oordeel van de rechtbank dat het Hof geen ongemaximeerde terbeschikkingstelling heeft opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat de indexdelicten, te weten het in de woning op zolder voorhanden hebben van een vuurwapen en daarbij behorende munitie, geen misdrijven betreffen gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerdere personen, zodat de maatregel van terbeschikkingstelling een periode van 4 jaar niet te boven kan gaan. Nu de terbeschikkingstelling reeds langer dan 4 jaar heeft geduurd is er geen grond voor toewijzing van de gevorderde verlenging van de maatregel. De vordering van de officier van justitie zal derhalve worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank

wijst af de vordering tot verlenging van de aan de ter beschikking gestelde opgelegde terbeschikkingstelling met verpleging.

Deze beslissing is gegeven door

mr. Van der Kolk, voorzitter,

en mrs. Van Lieshout en Mentink, rechters, in tegenwoordigheid van Grootendorst griffier, en uitgesproken ter openbare raadkamer van deze rechtbank op 25 augustus 2011.

Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te Arnhem.