Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BR5792

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-07-2011
Datum publicatie
25-08-2011
Zaaknummer
356770 / HA ZA 10-1907
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eigendomsvoorbehoud in algemene voorwaarden? Verwijzing op voorzijde facturen naar AV op achterzijde. Toepasselijkheid AV. Bewijsopdracht dat de AV waarnaar wordt verwezen het eigendomsvoorbehoud bevatten. Uitleg eigendomsvoorbehoud.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 356770 / HA ZA 10-1907

Vonnis van 27 juli 2011

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van België

PROTEC N.V.,

gevestigd te Overpelt (België),

eiseres,

advocaat mr. R.A.C.J. van Kessel te Boxtel,

tegen

[curator]

wonende te Rotterdam,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRACTIWALL RIDDERKERK B.V., gevestigd te Ridderkerk,

gedaagde,

advocaat mr. M.W. Huijzer te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Protec en de curator genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 juni 2010, met de daarbij overgelegde producties;

- de conclusie van antwoord, met één productie;

- het tussenvonnis van deze rechtbank van 12 januari 2011, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 18 april 2011.

1.2. De curator heeft bij incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring gevorderd om Snelbouw Projecten B.V. in vrijwaring te mogen oproepen. Deze vordering is toegewezen bij vonnis van 15 september 2010, gewezen onder zaak-/rolnummer 356770 / HA ZA 10-1907. De zaak is daarna op verzoek van de curator naar de parkeerrol verwezen.

1.3. Ten slotte is vonnis in de hoofdzaak bepaald.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:

2.1. Protec heeft in april 2009 profielen verkocht en geleverd aan Practiwall Ridderkerk B.V. (hierna: “Practiwall”) voor een bedrag van € 30.720,50. Deze levering is bij factuur van 10 april 2009 in rekening gebracht. De factuur is tot een bedrag van € 16.417,57 onbetaald gebleven.

2.2. Op de factuur van 10 april 2009 is een voorgedrukte mededeling opgenomen die luidt:

“Verkoopsvoorwaarden: zie keerzijde”

2.3. De profielen zijn geleverd in containers. Op de afleverbon van 6 april 2009 is de volgende voorgedrukte mededeling opgenomen:

“raadpleeg a.u.b. de verkoopsvoorwaarden op de rugzijde.”

Voorts is op de afleverbon afgedrukt:

“Protec containers reeds in uw bezit: 55

Bij deze levering: 12

Containers retour: (met handgeschreven toevoeging:) 0”

2.4. Artikel 8 van de algemene verkoopvoorwaarden die Protec in het geding heeft gebracht luidt als volgt:

“Wij behouden ons het recht voor om voorafgaandelijk aan de levering de betaling van het geheel of een gedeelte van de overeengekomen prijs te vorderen. Indien de klant aan zulk verzoek geen gevolg geeft, mogen wij de uitvoering van de overeenkomst uitstellen tot op het ogenblik van de betaling en zelfs, na ingebrekestelling, de overeenkomst als nietig aanzien. Bovendien blijven de goederen onze eigendom tot zij volledig betaald zijn. Zolang de koopprijs niet is betaald, wordt de koper geacht “bewaarnemer” van de goederen te zijn.”

2.5. Practiwall is bij vonnis van 28 juli 2009 van deze rechtbank in staat van faillissement verklaard met de benoeming van de curator als zodanig.

2.6. Bij brief van 17 augustus 2009 heeft Protec de curator bericht dat haar vordering jegens Practiwall € 16.417,57 exclusief containers bedraagt. Voorts heeft zij melding van haar eigendomsvoorbehoud gemaakt.

2.7. De curator heeft Protec bij brief van 20 augustus 2009 bericht dat haar vordering geplaatst is op de lijst van voorlopig erkende crediteuren en dat de aanspraken van crediteuren op eigendommen worden afgehandeld door Van Beusekom B.V. (hierna: “Van Beusekom”).

2.8. Van Beusekom heeft Protec bij brief van 7 september 2009 uitgenodigd voor een bespreking in het bedrijfspand van Practiwall om de rechten van Protec op eventueel onder eigendomsvoorbehoud geleverde en onbetaald gebleven goederen te bespreken en vast te stellen of er sprake is van een rechtsgeldig gemaakt eigendomsvoorbehoud en, zo ja, of de aanwezige goederen zijn te identificeren als eigendom van Protec.

2.9. Op 11 september 2009 heeft de bespreking tussen Van Beusekom en Protec plaatsgevonden in het bedrijfspand van Practiwall.

2.10. Bij brief van 21 oktober 2009 heeft de raadsman van Protec Van Beusekom verzocht om de door Protec geleverde profielen en containers vrij te geven.

3. De vordering

De vordering luidt om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

a. te verklaren voor recht dat er ten behoeve van Protec een rechtsgeldig eigendomsvoorbehoud rust op de geleverde profielen en dat de betreffende containers eigendom zijn van Protec,

en de curator te veroordelen

b. om aan Protec terug te leveren de profielen zoals omschreven in de factuur alsmede de 56 containers, binnen twee weken na het in dezen te wijzen vonnis, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor elke dag of een gedeelte van een dag, waarop de curator hiermee in gebreke zal zijn;

c. in de buitengerechtelijke kosten ad € 904,- alsmede in de kosten en nakosten van deze procedure.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Protec aan de vorderingen de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1. Op de overeenkomst tussen Protec en Practiwall zijn de algemene voorwaarden van Protec van toepassing.

3.2. Aangezien de factuur van 10 april 2009 slechts gedeeltelijk is betaald, is Protec ingevolge het in artikel 8 van de algemene voorwaarden opgenomen eigendomsvoorbehoud eigenaar gebleven van de geleverde profielen.

3.3. De containers waarin de profielen zijn geleverd zijn eigendom van Protec. Blijkens de

afleverbon van 6 april 2009 had Practiwall toen 55 containers in haar bezit en zijn 12 containers bij die levering geleverd. Op 6 april 2009 had Practiwall dus in totaal 67 containers in haar bezit. Op 6 januari 2010 heeft Protec 11 containers terug ontvangen. De curator moet daarom nog 56 containers van Protec in zijn bezit hebben.

3.4. Tijdens de bespreking met Van Beusekom heeft Protec de door haar geleverde profielen

aangetroffen in het bedrijfspand van Practiwall. Zij heeft de profielen geïdentificeerd door middel van de op de factuur van 10 april 2009 genoemde identificatienummers.

3.5. Protec heeft buitengerechtelijke incassokosten gemaakt en heeft ter zake conform het

rapport Voorwerk II recht op vergoeding van een bedrag van € 904,-,

4. Het verweer

Het verweer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van Protec, althans ontzegging van de vordering, met veroordeling van Protec, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten, inclusief de nakosten voor het geval Protec niet op eerste vordering betaalt overeenkomstig het dictum van het vonnis. De curator heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1. De algemene voorwaarden van Protec zijn niet van toepassing. Tijdens de bespreking van 11 september 2009 heeft Van Beusekom geconcludeerd dat Protec niet kon aantonen dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is overeengekomen. Bij brief van 6 juli 2010 heeft Van Beusekom de curator bericht dat Protec geen stukken kon overleggen waaruit blijkt dat er algemene voorwaarden zijn overeengekomen.

4.2. Voor zover de algemene voorwaarden van Protec van toepassing zijn, dan geldt dat het daarin opgenomen eigendomsvoorbehoud beperkt moet worden uitgelegd. Dit heeft tot gevolg dat alleen de geleverde zaken waarvan aangetoond kan worden dat deze onbetaald zijn gebleven, onder het voorbehoud vallen. Het voorbehoud strekt zich niet uit tot eerder (of tegelijkertijd) geleverde zaken die wel betaald zijn.

4.3. De profielen van de levering van 6 april 2009 zijn verwerkt. Als er profielen van hetzelfde type aanwezig waren tijdens de bespreking van 11 september 2009, dan ging het om profielen die eerder geleverd en betaald zijn en die niet onder het eigendomsvoorbehoud vallen.

4.4. Op de faillissementsdatum zijn in het bedrijfspand van Practiwall 11 containers van Protec aangetroffen. Dit zijn de containers die op 6 april 2009 door Protec zijn geleverd. Die containers zijn door Protec opgehaald. Meer containers zijn niet aangetroffen en kunnen niet worden teruggegeven.

5. De beoordeling

5.1. Nu Protec is gevestigd in België en de curator woonplaats heeft in Nederland, heeft de rechtsverhouding tussen partijen een internationaal karakter en dient allereerst ambtshalve de vraag te worden beantwoord of de rechtbank bevoegd is om van de vorderingen van Protec kennis te nemen. Ter comparitie hebben partijen, nadat de rechtbank aan hen had verzocht zich over de bevoegdheid van de rechtbank uit te laten, een uitdrukkelijke forumkeuze uitgebracht voor deze rechtbank, zodat de rechtbank op grond daarvan bevoegd is.

5.2. Het geschil zal naar Nederlands recht worden beoordeeld, omdat partijen ter comparitie gekozen hebben voor de toepasselijkheid van Nederlands recht op hun rechtsverhouding.

I verklaring voor recht dat er een rechtsgeldig eigendomsvoorbehoud rust op de geleverde profielen en dat de betreffende containers eigendom zijn van Protec

5.3. De rechtbank begrijpt de gevorderde verklaring van recht aldus dat met geleverde profielen de profielen van de levering van 6 april 2009 worden bedoeld, welke levering bij Practiwall in rekening is gebracht bij factuur van 10 april 2009.

5.4. Tussen partijen is in geschil of de algemene voorwaarden van Protec op de levering van toepassing zijn. Op Protec rust de stelplicht en eventuele bewijslast ter zake de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden. Zij beroept zich immers op de rechtsgevolgen van die gestelde toepasselijkheid, namelijk het in die algemene voorwaarden opgenomen eigendomsvoorbehoud.

5.5. Voor wat betreft de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden heeft Protec ter comparitie gesteld dat Practiwall gedurende een lange periode klant is geweest van Protec, dat zij tenminste tien facturen aan Practiwall had verzonden en dat de algemene voorwaarden op de achterzijde van haar facturen zijn afgedrukt.

5.6. De curator heeft daartegen ter comparitie aangevoerd dat het enkel afdrukken van de algemene voorwaarden op de achterzijde van de factuur onvoldoende is om toepasselijkheid van de algemene voorwaarden overeen te komen. Voorts heeft de curator betwist dat de door Protec overgelegde algemene voorwaarden steeds op de achterzijde van de eerdere facturen van Protec stonden afgedrukt.

5.7. De vraag of de algemene voorwaarden van Protec van toepassing zijn, moet worden beantwoord aan de hand van de bepalingen over de totstandkoming van overeenkomsten. De toepasselijkheid van de algemene voorwaarden kan worden aangenomen indien zij door Protec is voorgesteld en door Practiwall is aanvaard, waaronder begrepen het geval dat Practiwall het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt met de toepasselijkheid in te stemmen. Bij de beoordeling zijn de volgende omstandigheden van belang.

5.8. Tussen partijen staat wel vast dat Protec en Practiwall gedurende een lange periode zaken met elkaar hebben gedaan. De curator heeft immers ter comparitie toegelicht dat hij niet betwist dat partijen jarenlang zaken met elkaar hebben gedaan. Eveneens staat vast dat op de voorzijde van de door Protec aan Practiwall verzonden facturen en op de afleverbonnen wordt verwezen naar algemene voorwaarden op de achterzijde. Dit blijkt ook uit de in 2.2. en 2.3. genoemde factuur van 10 april 2009 en afleverbon van 6 april 2009. Voorts heeft Practiwall kennelijk niet eerder geprotesteerd tegen toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, terwijl wel gebleken is dat Practiwall nieuwe opdrachten aan Protec heeft verstrekt. Immers, ter comparitie heeft de curator verklaard dat Practiwall een voorraad profielen van Protec aanhield.

5.9. Uit artikel 6:232 BW volgt dat Practiwall ook dan aan de algemene voorwaarden van Protec is gebonden indien Protec begreep of moest begrijpen dat Practiwall de inhoud daarvan niet kende. Voor de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is het dan ook niet van belang of Practiwall ook daadwerkelijk kennis heeft genomen van de inhoud van de algemene voorwaarden, en of de algemene voorwaarden steeds op de achterzijde van de factuur stonden afgedrukt.

5.10. Nu de curator heeft betwist dat de algemene voorwaarden die door Protec zijn overgelegd op de achterzijde van de eerdere facturen stonden afgedrukt, staat niet vast dat de algemene voorwaarden waarnaar op de voorzijde van de eerdere facturen is verwezen, het eigendomsvoorbehoud bevatten waarop Protec zich beroept. Op grond van de factuur die Protec heeft overgelegd kan dit niet worden aangenomen, omdat Protec enkel de voorzijde van de factuur heeft overgelegd. Nu Protec heeft gesteld dat de algemene voorwaarden waarin het eigendomsvoorbehoud is opgenomen steeds op de achterzijde van de eerdere facturen stonden afgedrukt, en de curator deze stelling heeft betwist, zal Protec worden toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat de algemene voorwaarden waarnaar op de voorzijde van de eerdere facturen is verwezen, het eigendomsvoorbehoud bevatten waarop Protec zich beroept. De rechtbank zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen teneinde Protec in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten of en zo ja, hoe zij dit bewijs wil leveren. Het meest voor de hand ligt dat Protec bij die akte de eerdere facturen met voor- en achterzijde of andere bewijsstukken waaruit volgt dat het eigendomsvoorbehoud toen in de algemene voorwaarden was opgenomen, in het geding brengt.

5.11. De bewijslevering is enkel van belang voor de gevorderde verklaring voor recht dat er een rechtsgeldig eigendomsvoorbehoud rust op de geleverde profielen, omdat de vordering tot afgifte van deze profielen - zoals hieronder wordt geoordeeld - niet toewijsbaar is. Het is aan Protec om te beoordelen of zij het bewijs onder deze omstandigheden wenst te leveren.

5.12. Als Protec niet slaagt in het bewijs, dan zal de gevorderde verklaring voor recht worden afgewezen, omdat dan niet kan worden aangenomen dat Practiwall de toepasselijkheid van het eigendomsvoorbehoud ten aanzien van de levering profielen stilzwijgend heeft aanvaard, of dat Protec gerechtvaardigd erop mocht vertrouwen dat Practiwall daarmee instemde.

5.13. Als Protec slaagt in het bewijs, dan is het eigendomsvoorbehoud van toepassing op de levering van de profielen. In dat geval resteert de vraag hoe het eigendomsvoorbehoud moet worden uitgelegd. Daarvoor is beslissend de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepaling mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

5.14. In het navolgende gaat de rechtbank er veronderstellende wijze van uit dat het eigendomsvoorbehoud èn van toepassing is èn luidt zoals hiervoor onder 2.4. is weergegeven. Met de hantering van de in 5.13. omschreven maatstaf stelt de rechtbank vast dat een redelijke uitleg van het beding meebrengt dat Protec eigenaar is gebleven van de profielen die op 6 april 2009 zijn geleverd, ongeacht of een aantal daarvan was betaald.

Uit de eerste zin van het beding volgt dat het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft op de levering van zaken. Artikel 3:92 lid 2 BW bepaalt dat een eigendomsvoorbehoud geldig kan worden bedongen voor door de vervreemder aan de verkrijger krachtens overeenkomst geleverde of te leveren zaken. In overeenstemming daarmee bepaalt het beding dat de goederen eigendom van Protec blijven totdat zij volledig betaald zijn. Uit de tekst en wetsgeschiedenis van artikel 3:92 BW blijkt dat de wetgever een ruim eigendomsvoorbehoud voor ogen stond (PG Boek 3, p. 1240). Het geldt voor alle door de vervreemder aan de verkrijger krachtens enige overeenkomst geleverde of onder deze berustende zaken, ongeacht of een aantal daarvan was betaald. In het licht daarvan mocht

Practiwall niet verwachten dat het eigendomsvoorbehoud op een bepaald profiel slechts zou gelden totdat dat profiel zou zijn betaald, zodat Protec haar eigendomsvoorbehoud slechts zou mogen uitoefenen op de profielen waarvan zij kon aantonen dat die onbetaald waren gebleven (Hof Arnhem 4 maart 2008, LJN: BD2682). Van Protec kan niet worden verwacht dat zij maatregelen neemt aan de hand waarvan zij steeds kan aantonen welke van de profielen onbetaald zijn gebleven en onder het eigendomsvoorbehoud vallen. Immers, een dergelijke uitleg zou een eigendomsvoorbehoud illusoir maken.

5.15. De curator stelt dat de profielen van de levering van 6 april 2009 zijn verwerkt in twee projecten van Practiwall, zodat een eventueel eigendomsvoorbehoud is tenietgegaan. Ter onderbouwing van deze stelling heeft de curator gewezen op de factuur van 10 april 2009 van Protec waarop steeds bij de aanduiding van de profielen AVSZ of Alcatel is genoemd. Protec heeft deze stelling gemotiveerd betwist. Volgens Protec heeft zij de profielen tijdens de bespreking van 11 september 2009 met Van Beusekom in het bedrijfspand van Practiwall aangetroffen en geïdentificeerd aan de hand van identificatienummers. Op de curator rust de bewijslast van zijn stelling dat de profielen zijn verwerkt, omdat hij zich op de rechtsgevolgen daarvan beroept. Voor zover voor de beoordeling dan nog relevant, zal de rechtbank de curator te zijner tijd toelaten tot dit bewijs. Indien na bewijslevering komt vast te staan dat de profielen van de levering van 6 april 2009 zijn verwerkt, dan is het eigendomsvoorbehoud op de profielen door zaaksvorming in de zin van artikel 5:16 lid 2 BW tenietgegaan en is de gevorderde verklaring voor recht dat er ten behoeve van Protec een rechtsgeldig eigendomsvoorbehoud rust op de geleverde profielen, niet toewijsbaar.

5.16. De gevorderde verklaring voor recht dat de desbetreffende containers eigendom zijn van Protec zal worden toegewezen, omdat dit gedeelte van de vordering niet door de curator is betwist en op de wet is gegrond. Immers, de curator heeft los van zijn verweer dat hij de containers niet kan afgeven, omdat de containers niet meer in het bedrijfspand van Practiwall aanwezig zijn, niet betwist dat de containers eigendom zijn van Protec.

II vordering tot afgifte van de profielen zoals omschreven in de factuur en de 56 containers

5.17. De vordering tot afgifte van de geleverde profielen is niet toewijsbaar, nu de curator de profielen niet meer aan Protec kan afgeven, omdat hij daarover - zoals hij onweersproken ter comparitie heeft verklaard - niet meer de beschikking heeft.

5.18. De vordering tot afgifte van de door Protec geleverde containers is evenmin toewijsbaar, omdat de curator - zoals hij onweersproken ter comparitie heeft verklaard - niet meer de beschikking over de containers heeft.

III vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten

5.19. De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu onvoldoende is gesteld en evenmin is gebleken dat de verrichte werkzaamheden meeromvattend zijn dan de verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237 tot en met 240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten.

5.20. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6. De beslissing

De rechtbank,

laat Protec toe te bewijzen dat de algemene voorwaarden waarnaar op de voorzijde van de eerdere facturen aan Practiwall is verwezen, het eigendomsvoorbehoud bevatten waarop Protec zich heeft beroepen;

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 24 augustus a.s. voor het nemen van een akte door Protec, waarbij Protec dient aan te geven of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of een ander bewijsmiddel;

bepaalt dat Protec, indien zij bewijsstukken wil overleggen, die stukken dan bij die akte in het geding moet brengen;

bepaalt dat indien Protec bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen zij in die akte tevens opgave moet doen van de namen en woonplaatsen van de voor te brengen getuigen en van de verhinderdata van alle betrokkenen in de maanden september 2011 tot en met februari 2012, waarna dag en uur van de getuigenverhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat de getuigen zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank op de terechtzitting van mr. L.J. Sarlemijn;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Sarlemijn en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2011.

2235/(1624