Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BR5610

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-08-2011
Datum publicatie
24-08-2011
Zaaknummer
10/600129-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Salduzverweer. Deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk hacken en uitwisselen auteursrechtelijk beschermde werken (FXP-board). Strafreductie in verband met overschrijding redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: [parketnummer]

Datum uitspraak: 24 augustus 2011

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres: [adres],

raadsman mr. X.B. Sijmons, advocaat te Amersfoort.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 en 10 augustus 2011.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage A aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Patist heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van twee jaar.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 15 oktober 2008 te Amsterdam, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie die werd gevormd door hem, verdachte, en/of een of meer anderen die deel uitmaakten van (internet)forum [forum],

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in de Auteurswet en/of het Wetboek van Strafrecht, te weten (onder meer):

- het opzettelijk (en) wederrechtelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk en/of (vervolgens) gebruikmaken van een anders verwerkingscapaciteit van een geautomatiseerd werk door in de opslagruimte van een geautomatiseerd werk (te weten (een) computer(s) en/of (een) server(s)) (illegale) computerbestanden en/of muziek en/of films te plaatsen die met gebruikmaking van de bandbreedte door een of meer anderen konden worden overgenomen (zoals bedoeld in artikel 138a en 139d van het Wetboek van Strafrecht), en/of

- het opzettelijk inbreuk maken op een anders auteursrecht (zoals bedoeld in artikel 31 van de Auteurswet).

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 november 2007 tot en met 05 december 2007 te Amsterdam, althans in Nederland, en/of te [universiteitsstad], althans in de Verenigde Staten van Amerika, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen (telkens) gepleegd,

opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten (een) computer(s) en/of (een) server(s) (die toebehoren aan en/of in gebruik is/zijn bij de [universiteit1]), of in een deel daarvan, is/zijn binnengedrongen, waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toegang tot dat werk heeft/hebben verworven door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid,

en/of

waarna hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) vervolgens met het oogmerk zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, gebruik heeft/hebben gemaakt van verwerkingscapaciteit van een geautomatiseerd werk, door de opslagruimte van (een) computer(s) en/of (een) server(s) (die toebehoren aan en/of in gebruik zijn bij de [universiteit1]), te gebruiken om (illegale) computerbestanden en/of muziek en/of films te plaatsen die met gebruikmaking van de bandbreedte (die toebehoort aan en/of in gebruik is bij de [universiteit1]) door een of meer ander(en) konden worden overgenomen,

welk feit hij, verdachte, en/of zijn mededaders heeft/hebben gepleegd door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk.

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 november 2007 tot en met 05 december 2007 te Amsterdam, althans in Nederland, en/of te [universiteitsstad], althans in de Verenigde Staten van Amerika, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

een technisch hulpmiddel, dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van (een) feit(en) als bedoeld in artikel 138a, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht, heeft/hebben vervaardigd en/of verkocht en/of verworven en/of ingevoerd en/of verspreid en/of anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad,

en/of

een of meer computerwachtwoord(en) en/of toegangscode(s), en/of daarmee vergelijkbaar gegeven(s) waardoor toegang kan worden gekregen tot een of meer geautomatiseerd(e) werk(en), of een deel daarvan heeft/hebben verkocht en/of verworven en/of verspreid en/of anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad,

welk feit hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) heeft/hebben gepleegd terwijl zijn/hun oogmerk was gericht op het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138a, tweede en/of derde lid van het Wetboek van Strafrecht,

door op (een) computer(s) en/of (een) server(s) (die toebehoren aan en/of in gebruik is/zijn bij de [universiteit1]) een kwaadaardig bestand (genaamd [bestandsnaam1] en/of [bestandsnaam2] en/of [bestandsnaam3]) te plaatsen, waarmee wachtwoorden zijn onderschept die vervolgens zijn gebruikt om een of meer andere computer(s) en/of server(s) (die toebehoren aan en/of in gebruik is/zijn bij de [universiteit1]), opzettelijk en wederrechtelijk binnen te dringen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

SALDUZ

Door de raadsman van de verdachte is aangevoerd dat de verdachte voor de aanvang van het eerste verhoor op 27 augustus 2008 bij de politie niet is gewezen op zijn consultatierecht en dat hij geen afstand heeft gedaan van dat recht. De raadsman heeft de verdachte bezocht na het tweede verhoor. De twee verklaringen afgelegd vóór het bezoek van de raadsman kunnen volgens hem derhalve niet voor het bewijs worden gebruikt op grond van de Salduz-jurisprudentie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat deze verklaringen wel voor het bewijs kunnen worden gebruikt nu de verhoren vòòr 30 juni 2009 zijn afgenomen, de verdachte nadat hij een raadsman had geraadpleegd niet op zijn verklaring is teruggekomen en de verdachte zijn verklaringen ter terechtzitting heeft herhaald. De officier van justitie heeft daarbij verwezen naar een uitspraak van de Rechtbank Arnhem van 8 september 2010 (BN7664).

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 30 juni 2009 (NJ 2009, 349) uit de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) afgeleid dat een door de politie aangehouden verdachte aan artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden (EVRM) aanspraak op rechtsbijstand kan ontlenen. Deze aanspraak houdt in dat hem de gelegenheid wordt geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie, aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit, een advocaat te raadplegen. Dit leidt ertoe dat een aangehouden verdachte vóór de aanvang van het eerste verhoor bij de politie dient te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat, tenzij de verdachte uitdrukkelijk dan wel (stilzwijgend) ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht.

De rechtbank deelt het standpunt van de officier van justitie niet. Een verklaring die tot stand is gekomen in strijd met artikel 6 van het EVRM, kan ook niet voor het bewijs worden gebruikt indien de verdachte nadien, na raadpleging van een advocaat dan wel met bijstand van een advocaat, een verklaring heeft afgelegd van dezelfde inhoud en/of strekking (HR 21 december 2010 BN9293).

De verdachte is aangehouden en in verzekering gesteld op 27 augustus 2008. Uit het proces-verbaal is niet gebleken dat de verdachte in de gelegenheid is gesteld om gebruik te maken van zijn consultatierecht dan wel hiervan afstand heeft gedaan voor de aanvang van het eerste verhoor bij de politie. De rechtbank gaat er vanuit dat de verdachte op het door de raadsman genoemde tijdstip voor het eerst contact heeft gehad met zijn raadsman. Dit brengt mee dat de verdachte de eerste twee verklaringen bij de politie heeft afgelegd zonder dat hij is gewezen op zijn recht om een advocaat te raadplegen. Deze verklaringen zullen dan ook niet voor het bewijs worden gebruikt.

RECHTMATIGHEID ONDERZOEK [ACCOUNT1] EN [ACCOUNT2]

Door de raadsman van de verdachte is gesteld dat de verdachte is uitgelokt tot het uitvoeren van handelingen, waartoe de verbalisanten niet zonder meer bevoegd waren. De verbalisanten hebben misbruik gemaakt van de positie van de verdachte door hem te laten inloggen op zijn [account1] en zo de inloggegevens van zijn [account2] te laten verstrekken. De resultaten van deze handelingen dienen van het bewijs te worden uitgesloten.

De officier van justitie heeft gesteld dat de resultaten van bedoeld onderzoek door de verbalisanten voor het bewijs kunnen worden gebruikt. De politie heeft de verdachte gevraagd of hij wilde meewerken aan een onderzoek naar zijn [account1] en [account2] en mocht dit ook vragen. De verdachte heeft geantwoord dat hij daartoe bereid was. Vervolgens was de politie dus bevoegd tot dit onderzoek. Bovendien mag de politie met toestemming van de verdachte op grond van artikel 32 van het Cybercrime-verdrag zoeken in de accounts van een verdachte.

De rechtbank overweegt het volgende.

Tijdens het vijfde verhoor, derhalve nadat de verdachte overleg had gehad met zijn raadsman, heeft de politie de verdachte verzocht of hij met hen wilde inloggen op [account1] . De politie heeft de verdachte erop gewezen dat hij niet verplicht was om in te loggen en dat hij niet tot antwoorden verplicht was. De verdachte heeft hierop verklaard dat hij graag wilde meewerken. De politie heeft de verdachte daarna medegedeeld dat op de door hen beschikbaar gestelde laptop van de politie software was geïnstalleerd dat alles zou opnemen. Het antwoord van de verdachte hierop was: “ok.”

Dat er door de politie ontoelaatbare druk is uitgeoefend op de verdachte is niet gebleken. De verdachte heeft (na eerder overleg met zijn raadsman) verklaard dat hij graag mee wilde werken aan het onderzoek. Bovendien had hij de mogelijkheid om na voormeld verzoek van de politie eerst overleg te voeren met zijn raadsman alvorens mee te werken. Van deze mogelijkheid heeft hij geen gebruik gemaakt. Daarbij komt dat de verdachte tot aan de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting geen bezwaar heeft gemaakt tegen de werkwijze van de politie. De rechtbank is van oordeel dat de politie rechtmatig toegang heeft gehad tot de opgeslagen computerbestanden van de verdachte. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

RESULTAAT VERBODEN ONDERZOEKSHANDELINGEN

Door de raadsman is primair gesteld dat er causaal verband is tussen de verklaringen die de verdachte heeft afgelegd alvorens hij gebruik kon maken van zijn consultatierecht en de nadien verrichte opsporingshandelingen. De door de medeverdachte afgelegde verklaringen en de resultaten van de nadien verrichte opsporingshandelingen moeten beschouwd worden als “fruits of the poisonous tree.” Dit brengt mee dat er sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs waardoor de resultaten van het gehele voorbereidend onderzoek niet mogen bijdragen aan het bewijs van de tenlastegelegde feiten, zodat integrale vrijspraak dient te volgen, aldus de raadsman.

Door de raadsman is subsidiair gesteld dat al het bewijsmateriaal dat is verkregen na het achtste verhoor van de verdachte van het bewijs dient te worden uitgesloten. De verdachte heeft enkel toestemming gegeven tot inzage in zijn [account2] en nimmer toestemming gegeven tot het kopiëren van bestanden en het ter beschikking stellen van die bestanden aan het opsporingsteam. De verdachte is er evenmin van te voren van op de hoogte gesteld dat de bestanden zouden worden gekopieerd en heeft dit niet met zijn raadsman kunnen bespreken. Het kopiëren van bestanden vormt een disproportionele inbreuk op de privacy van de verdachte, omdat dit niet noodzakelijk was voor het onderzoek. De verdachte had immers al in zijn vierde en vijfde verhoor volledige openheid gegeven omtrent zijn kennis van het [forum]. De resultaten van het onderzoek kunnen daarom niet meewerken tot het bewijs. Indien de rechtbank daarover anders oordeelt dient compensatie plaats te vinden in de vorm van strafvermindering.

De officier van justitie heeft gesteld dat er geen sprake is van “fruits of a poisonous tree.” De verdachte wilde schoon schip maken en wilde verklaren. Daarnaast is het onderzoek van de politie niet uitsluitend op de verklaringen van de verdachte in de richting van het [forum] gegaan.

De rechtbank overweegt het volgende.

Ten aanzien van het primaire verweer.

In het rechtshulpverzoek van de Verenigde Staten van Amerika is verwezen naar het IP-adres ([ip-adres]) en het e-mailadres van de verdachte ([e-maildres], met gebruikersnaam [gebruikersnaam]) en naar [forum]. De politie beschikte al over deze gegevens voordat de verdachte daar tijdens zijn tweede verhoor over verklaart zodat het (digitale) onderzoek van de politie naar [forum] niet het gevolg is geweest van de door de verdachte tijdens dat verhoor verstrekte informatie. Het primaire verweer van de raadsman wordt daarom verworpen.

Ten aanzien van het subsidiaire verweer.

De verdachte heeft tijdens zijn vijfde verhoor, zoals hiervoor uiteengezet, expliciet ingestemd met het onderzoek in zijn [account1] via een politielaptop en de verdachte wist dat daarop software was geïnstalleerd dat alles zou opnemen. Weliswaar heeft de verdachte niet expliciet toestemming gegeven om data te kopiëren, maar niets staat de opsporingsambtenaren in de weg om de door inzage verkregen informatie tot zich te nemen en deze vast te leggen in een proces-verbaal van bevindingen. De opsporingsambtenaren beschikken door het kopiëren niet over meer of andere informatie dan zij zelf schriftelijk hadden kunnen vastleggen tijdens de inzage. Gelet hierop heeft de politie bij dit onderzoek niet meer of andere gegevens verkregen dan zij via de enkele inzage had kunnen verkrijgen én vastleggen. Reeds daarom kan niet worden gezegd dat de verdachte op enigerlei wijze in zijn belangen is geschaad. Daarbij moet verder in aanmerking worden genomen dat de verdachte wist dat alle gegevens werden opgenomen. Dat er data zouden worden vastgelegd was hem bekend en hij heeft daarmee ook ingestemd. Ook daarom komt de verdachte thans geen beroep toe op het onrechtmatig overnemen van data door de opsporingsambtenaren. Ook dit verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

NADERE BEWIJSOVERWEGINGEN

Feit 1

Deelname aan een criminele organisatie

Aan de verdachte wordt verweten dat hij in de periode van januari 2005 tot en met 15 oktober 2008 heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

organisatie

In de rechtspraak wordt onder organisatie verstaan een samenwerkingsverband van twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur. Aan de duurzaamheid en structuur worden geen hoge eisen gesteld. Het samenwerkingsverband moet een gemeenschappelijk doel hebben en mensen moeten daarin actief zijn ter verwezenlijking van dat doel. Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen zijn: gemeenschappelijke regels, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een bepaalde hiërarchie of een bepaalde taakverdeling. Dit zijn echter geen constitutieve vereisten om van een samenwerkingsverband te kunnen spreken. Niet vereist is dat alle deelnemers elkaar kennen of met elkaar hebben samengewerkt of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.

Op basis van het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken wordt het volgende vastgesteld.

duurzaamheid

Alle verdachten maakten enige jaren deel uit van het (internet)forum [forum]. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij vanaf 2006 bij [forum] is gekomen. [medeverdachte1] en [medeverdachte2] hebben verklaard sinds 2005 deel uit te maken van het [forum]. [medeverdachte3] heeft zich in oktober 2006 geïntroduceerd en is (actief) lid sinds begin 2007. [medeverdachte1] heeft over [bijnaam medeverdachte4] ([medeverdachte4]) verklaard dat hij het [forum] heeft opgericht. Deze verklaringen van verdachten worden bevestigd door de bij het onderzoek van (de tijdelijke bestanden met betrekking tot) de website [website van forum] gevonden gegevens. Uit de op de computer van [medeverdachte3] aangetroffen bestanden met gegevens van het [forum] en uit de aangetroffen data op de onder de overige verdachten in beslag genomen computers kan worden afgeleid dat het [forum] van 2004 tot en met september 2008 heeft bestaan.

Hieruit volgt dat sprake is geweest van een duurzame samenwerking.

Namens de verdachte is aangevoerd dat de samenwerking tussen de leden van het forum niet op elk moment even intensief is geweest en dat er meer sprake was van ad hoc samenwerking. De rechtbank stelt voorop dat uit het dossier volgt dat er weliswaar sprake was van rustigere periodes (van bepaalde leden) tijdens vakantie of stage van (één van de) leden, maar dat uit de tussen de verdachten gevoerde gesprekken via [account1] en [account3] blijkt dat er op zeer regelmatige basis contact was en werd samengewerkt. Bovendien is voor het aannemen van de aanwezigheid van een organisatie niet vereist dat de samenwerking steeds even intensief is. Voldoende is dat kan worden vastgesteld dat er gedurende een langere periode samenwerking was tussen meerdere personen en dat er binnen dit samenwerkingsverband sprake was van een zekere structuur.

structuur

Het forum was niet voor iedereen toegankelijk. Als iemand op het forum wilde komen ging dit, op de startperiode na, slechts via introductie door een crewlid bij andere crewleden of op uitnodiging van een van de crewleden. Deze crewleden, veelal ook administrators, regelden de toegang en konden leden rechten geven en leden verwijderen. Ter illustratie dient het volgende.

Op 21 februari 2008 voerde [medeverdachte1] via [account3] (een chatprogramma met kanalen) een gesprek over het aantrekken van meer actieve leden en een actieve ‘php-er’. Op 28 mei 2007 voerde [medeverdachte1] via [account3] een gesprek over het aannemen van een nieuwe actieve pubber/racer bij het team [naam forum].

Op 20 juni 2006 heeft [medeverdachte1] een bericht op het forum geplaatst waaruit blijkt dat een lid verwijderd was, omdat hij drie maanden inactief was. Op 26 juni 2006 berichtte hij dat een nieuw lid een strenge proeftijd moet hebben, omdat zijn eerdere resultaten niet veelbelovend zijn.

De online toegang was geregeld door middel van ‘IP-filtering’, dat wil zeggen dat de leden alleen konden inloggen op het forum vanaf het tevoren aan de administrator opgegeven en gecontroleerde IP-adres, en op basis van gebruikersnaam en wachtwoord.

De crew/administrators communiceerden, naast het reguliere gedeelte, op een afgeschermd gedeelte van het forum. Verder werd met elkaar gecommuniceerd via een [account3]-kanaal op het F-net, waar voor de crewleden een apart kanaal was ingericht.

Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat toegang tot en deelname aan het forum aan bepaalde regels gebonden was en dat er sprake was van gezamenlijke besluitvorming ten aanzien van het aantrekken en aannemen van nieuwe leden. Voorts kan hieruit worden afgeleid dat er een zeker toegangsbeleid werd gehanteerd en dat de inhoud van hetgeen op het forum aan de orde kwam voorbehouden moest blijven aan een in mindere of meerdere mate exclusieve groep personen.

De betrokkenen bij het forum hadden verschillende functies en oefenden de daaraan gekoppelde bevoegdheden uit. De leden waren onder te brengen in ‘crew’ en (gewone) ‘gebruikers’. De verdachte, [medeverdachte4], [medeverdachte3], [medeverdachte1] en [medeverdachte2] fungeerden als ‘crewlid/administrator’. Zij konden posts verwijderen en verplaatsen en zij konden leden verwijderen. Daarnaast was de verdachte hacker/scanner, [medeverdachte4] hacker/coder, [medeverdachte1] hacker/filler, [medeverdachte2] hacker/scanner en [medeverdachte3] technisch beheerder van het forum, die daarmee in essentie de structuur van het forum alsmede de (technische) werking daarvan bepaalde. Hieruit volgt dat er sprake was van een taakverdeling.

De verdachte heeft verklaard dat [forum] een soort FXP-board is met als doel films zo snel mogelijk te verspreiden. Het gaat er (ook) om wie als eerste een nieuwe release plaatst. Hiermee krijgt deze persoon de meeste punten. Met de oudere “[verzamelnaam]” (een verzamelnaam voor auteursrechtelijk beschermd werk dat illegaal wordt verspreid) en als post wordt verwijderd of afgekeurd kreeg men minder punten. Ook [medeverdachte2] en [medeverdachte1] verklaren over dit puntensysteem dat er op neer komt dat iemand punten kan verdienen met uploaden waardoor krediet wordt opgebouwd om te downloaden. [medeverdachte1] heeft in dit verband genoemd dat je als filler aan bepaalde quota moet voldoen. Dit puntensysteem was een op het forum geldende gemeenschappelijke regel.

Op grond van al het vorenstaande acht de rechtbank het [forum] een samenwerkingsverband van voldoende structuur en duurzaamheid om te kunnen spreken van een organisatie als bedoeld in artikel 140 Wetboek van Strafrecht (Sr).

De raadsman van de verdachte heeft er terecht op gewezen dat het ondernemingsplan waarnaar in het “proces-verbaal van relaas zaaksdossier artikel 140 Sr” wordt verwezen geen betrekking heeft op [forum] maar op [naam]. Nu een ondernemingsplan geen constitutief vereiste is voor het bestaan van een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr, wordt aan dit verweer voorbij gegaan.

oogmerk

Onder oogmerk wordt verstaan “naaste doel”. Beoordeeld moet worden of [forum] een organisatie is waarvan het naaste doel is het plegen van de in de tenlastelegging genoemde misdrijven, te weten – kort gezegd – hacken van en het anderen toegang verschaffen tot computers/servers van anderen (computervredebreuk en het gebruik maken van de verwerkingcapaciteit van het gehackte systeem) en inbreuk maken op een anders auteursrecht.

De verdachte heeft bekend dat hij de computersystemen van de [universiteit1] (Verenigde Staten) en van de [universiteit2] heeft gehackt. [medeverdachte1] heeft bekend dat hij de [universiteit3] (Duitsland) en die van de [universiteit4] (Oostenrijk) heeft gehackt. Beiden hebben bekend dat zij (daarna) de username/inloggegevens en wachtwoordgegevens van deze computersystemen in een link op het forum dan wel op een apart domein hebben geplaatst. Dat die gegevens elders werden geplaatst was de verdachten, zoals zij hebben verklaard, bekend.

De verdachte heeft verklaard dat het doel van [forum] was: het gebruik maken van de opslagcapaciteit en bandbreedte van de gehackte computersystemen om optimaal (lees: snel) te downloaden. Het ging er om films, muziek en software ([verzamelnaam]) zo snel mogelijk te verspreiden. Uit de verklaringen van de verdachten, die worden ondersteund door de op de in beslag genomen computers aangetroffen data, blijkt dat alle verdachten wisten dat de FTP-servers waarvan binnen [forum] gebruik werd gemaakt, gehackt waren en dat er illlegaal films, muziek en software werden geüpload en gedownload. Door het uploaden van bestanden die auteursrechtelijk beschermde werken bevatten, wordt inbreuk gemaakt op het auteursrecht van de rechthebbende. Indien dit uploaden zonder toestemming opzettelijk plaatsvindt, is sprake van het strafbare feit van artikel 31 Auteurswet. Wie wilde downloaden moest, zoals hiervoor uiteen is gezet, ook uploaden of een technische bijdrage leveren aan die mogelijkheid.

De conclusie moet zijn dat [forum] het oogmerk had op het hacken van computersystemen om gebruik te maken van de schijfruimte en bandbreedte zodat er snel auteursrechtelijk beschermde werken konden worden geüpload en gedownload.

deelneming

Van deelneming is sprake indien de persoon behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Deelneming bestaat dus in het leveren van een actieve bijdrage daaraan. Dit veronderstelt opzet, dat wil zeggen een bewuste gedraging. Niet vereist is dat die gedraging als zodanig strafbaar is.

Alle verdachten waren lid van het [forum] en behoorden dus tot die organisatie. De organisatie maakte het de leden van het forum mogelijk auteursrechtelijke beschermde werken ([verzamelnaam]) te up- en downloaden. De hacker kreeg tips met betrekking tot interessante domeinen en software om hacks mogelijk te maken dan wel inlognamen en wachtwoorden af te vangen, aangeleverd door medeverdachten. De hacker verschafte toegang tot snelle computersystemen, waarna hij de inloggegevens en wachtwoorden van de door hem gehackte computer/snelle ftp-server op het board zette zodat anderen (scanners) het domein konden verkennen en schijfruimte gereed konden maken voor het uploaden van (illegale) content.

De hacker of de scanner zette vervolgens een toegangscode (inclusief IP-adres en poortnummer) op het forum waardoor anderen (fillers en members) met gebruikmaking van de verwerkingscapaciteit en bandbreedte van de gehackte computersystemen snel films, software en muziek ([verzamelnaam]) konden uploaden en downloaden.

De verdachte heeft zich als hacker/scanner intensief beziggehouden met onder andere het inbreken in computers, het gebruik maken van gehackte snelle ftp-servers, het posten van informatie over gehackte computers op het forum en het plaatsen van informatie op het forum.

De rechtbank acht derhalve ten aanzien van de verdachte deelnemingshandelingen bewezen.

Feit 2

Door de raadsman zijn zakelijk weergegeven de volgende verweren gevoerd :

1.

Er is geen sprake van medeplegen bij de “[universiteitsstad] hack”;

2.

De verdachte heeft geen gebruik gemaakt van de verwerkingscapaciteit van het netwerk van de [universiteit1] met het oogmerk om zichzelf en anderen te bevoordelen. Er is slechts geprobeerd software te installeren om te testen of te experimenteren;

3.

Het is niet onmogelijk dat op de hack van de verdachte een andere hacker is “meegelift” die mogelijk de bestanden [bestandsnaam4] en [bestandsnaam5] heeft geplaatst waardoor het die ander gelukt is [verzamelnaam] op het (gehackte) netwerk te plaatsen.

De rechtbank overweegt het volgende.

1.

Uit het dossier is niet gebleken dat de verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met anderen bij deze hack en de verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij altijd alleen hackt. De rechtbank acht medeplegen dan ook niet bewezen.

2.

De verdachte heeft verklaard dat hij het computersysteem van de [universiteit1] heeft gehackt en daarop het kwaadwillende sofware programma [bestandsnaam2] heeft geplaatst om inloggegevens af te vangen. De aldus onderschepte gebruikersnamen en wachtwoorden werden vervolgens opgeslagen in het bestand [bestandsnaam6] en middels FTP verstuurd naar het domein [domein]. Voorts heeft de verdachte verklaard de bestanden [bestandsnaam5], [bestandsnaam4] en [bestandsnaam7]) op het computersysteem van de [universiteit1] te hebben geïnstalleerd. Aldus heeft de verdachte gebruik gemaakt van de verwerkingscapaciteit, de bandbreedte en de schijfruimte van dit computersysteem. Nu de verdachte ook heeft verklaard dat het doel van het [forum] was het gebruiken van de opslagcapaciteit en de bandbreedte van gehackte computers voor het optimaal downloaden van [verzamelnaam] en hij, als gezegd, de username/inloggegevens en wachtwoorden in een apart domein heeft geplaatst, waartoe de crewleden van [forum] toegang hadden, duidt alles erop dat het de bedoeling van de verdachte was dat de schijfruimte op termijn zou worden gebruikt voor het opslaan van [verzamelnaam]. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van de verwerkingscapaciteit van de gehackte computers van de [universiteit1] met het oogmerk om zichzelf of anderen te bevoordelen in de zin van het illegaal downloaden van [verzamelnaam]. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

3.

Het enkele feit dat mogelijk ook andere hackers hebben ingebroken op het computernetwerk of op één van de servers van de [universiteit1] doet niet af aan de verklaring van de verdachte dat hij heeft ingebroken op het computersysteem en op een of meer servers software heeft geïnstalleerd (om inlognamen en wachtwoorden af te vangen en software om FTP-verkeer mogelijk te maken). Daarbij komt bij dat uit de logs van één van de servers van de [universiteit1] is gebleken dat vanaf het IP-adres van de verdachte contact is geweest met die servers, terwijl op dat moment de programma’s [bestandsnaam4] en [bestandsnaam5] verbinding met de betreffende servers hadden, waarbij gebruik werd gemaakt van de poorten die de verdachte naar zijn zeggen standaard instelde om toegang tot de servers te krijgen. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

Feit 3

Door de raadsman zijn voorts – zakelijk weergegeven – de volgende verweren gevoerd.

1.

De programma’s [bestandsnaam3] en [bestandsnaam1] zijn standaard programma’s van Microsoft Windows en geen programma’s die speciaal gemaakt zijn voor het hacken. Daarom kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte deze programma’s voorhanden heeft gehad met het oogmerk het plegen van de in artikel 138a Sr genoemde misdrijven.

2.

[bestandsnaam2] is een “[bestandsnaam9]” en is vrij te downloaden op internet. De verdachte heeft verklaard dat hij [bestandsnaam2] heeft aangepast maar hij weet niet meer welk programma hij gebruikt heeft bij de hack in [universiteitsstad]. Volgens zijn eigen verklaring heeft hij waarschijnlijk zijn [bestandsnaam8] gebruikt.

De rechtbank overweegt het volgende

1.

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de programma’s [bestandsnaam3] en [bestandsnaam1] kwaadaardige software zijn die geschikt zijn (gemaakt) voor het hacken van computers. De verdachte zal van dit onderdeel van het tenlastegelegde feit worden vrijgesproken.

2.

De verdachte heeft verklaard dat hij de werking van [bestandsnaam2] kende en dat dit (kwaadaardige) software is om inlog- en wachtwoordgegevens illegaal af te vangen om vervolgens deze informatie via een apart domein bekend te maken of ter beschikking te stellen aan derden, in dit geval aan crewleden van [forum]. Het feit dat [bestandsnaam2] vrij is te downloaden van internet en dat dit kan worden aangepast, betekent niet dat daarmee het kwaadaardige karakter aan dit bestand komt te ontvallen. Uit het feit dat de verdachte [bestandsnaam2] heeft aangepast blijkt eens te meer dat de verdachte de werking van [bestandsnaam2] kende en dat het voor hem duidelijk moet zijn geweest dat [bestandsnaam2] diende ter vervanging van het (legale en reguliere onderdeel van Microsoft Windows) [bestandsnaam3]. Dat de verdachte stelt dat hij bij de hack bij de [universiteit1] mogelijk [bestandsnaam8] heeft gebruikt, staat niet in de weg aan het (ook) gebruiken van [bestandsnaam2]. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1.

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

2.

computervredebreuk, gepleegd door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk, terwijl de dader vervolgens met het oogmerk zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen gebruik maakt van verwerkingscapaciteit van een geautomatiseerd werk, meermalen gepleegd;

3.

het met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138a, tweede en derde lid, wordt gepleegd

- verwerven en voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf en

- verwerven, ter beschikking stellen en voorhanden hebben van een computerwachtwoord en een toegangscode waardoor toegang verkregen kan worden tot een geautomatiseerd werk.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft onder de nickname “[gebruikersnaam]” deelgenomen aan (internet)forum [forum], dat omschreven kan worden als een zogeheten FXP-board, maar tevens als een criminele organisatie in de zin van het Wetboek van Strafrecht. Leden van dit forum hebben zich op vrij omvangrijke schaal en op een geraffineerde wijze over een periode van circa drie jaar bezig gehouden met het plegen van inbreuken op het auteursrecht van anderen door het verspreiden van [verzamelnaam] op het internet. Hierbij is door forumleden ingebroken in diverse beveiligde computernetwerken van anderen en zijn veelvuldig delen van die netwerken overgenomen door het installeren van illegale bestanden om wachtwoorden en gebruikersnamen af te vangen en om te kunnen up- en downloaden (FTP). Na de overname van het beheer van delen van het netwerk is gebruik gemaakt van de opslagruimte en de verwerkingscapaciteit van computers en servers ten behoeve van het illegaal uploaden en downloaden van auteursrechtelijk beschermd werk voor zichzelf en/of voor anderen.

De verdachte heeft in het geschetste kader als hacker ingebroken in (onder meer) het beveiligde computernetwerk van de [universiteit1] in de Verenigde Staten van Amerika. Hij heeft het beheer van delen van dat netwerk overgenomen door het installeren van het illegale bestand [bestandsnaam2] en zelf in te loggen of door anderen te laten inloggen. De verdachte heeft verder een filesharing-systeem via een FTP-verbinding mogelijk gemaakt om zo [verzamelnaam] te verspreiden of dat voor anderen mogelijk te maken.

De verdachte heeft hiermee het vertrouwen geschaad dat de maatschappij mag hebben in de veiligheid van digitale persoons- en bedrijfsgegevens. Het hacken van computernetwerken veroorzaakt veel schade bij de getroffen organisaties en brengt aanzienlijke kosten met zich mee in de vorm van het herstellen van de geïnfecteerde systemen en preventie tegen nieuwe inbraken. Het is slechts aan de inspanningen van politie en justitie te danken dat de verdachte niet is doorgegaan met zijn strafbare activiteiten.

Daarnaast heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op auteursrechten van anderen. Dit heeft tot inkomstenderving geleid bij degene die auteursrechten bezitten nu hun werk illegaal en op grote schaal is verspreid.

Dit zijn ernstige feiten waarop niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf.

Tegenover de hiervoor vermelde ernst van de feiten en de gevolgen daarvan, staat het volgende. De verdachte heeft geen geldelijk gewin beoogd en dat ook niet verkregen door deze strafbare feiten. De verdachte en zijn medeverdachten hebben geen privacygevoelige informatie ontvreemd of openbaar gemaakt en zij hebben geen computersystemen van particulieren gebruikt voor hun activiteiten. Ook wordt in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 20 juni 2011 niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. In deze omstandigheden wordt aanleiding gezien de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen.

De rechtbank acht het onderscheid in strafmaat tussen de verdachte en een aantal van zijn medeverdachten, zoals door de officier van justitie in zijn eis aangebracht, begrijpelijk. Aan de verdachte zijn immers meerdere feiten ten laste gelegd. De rechtbank stelt daar echter het volgende tegenover. Het doel van (het lidmaatschap van) [forum] was, zoals hiervoor uiteengezet, hacken om [verzamelnaam] te verspreiden en binnen te halen. De aan de verdachte buiten deelneming aan de criminele organisatie verweten feiten vallen geheel binnen de activiteiten die de organisatie ontplooide én bestaansrecht gaf. Hiervoor is ook uiteengezet dat alle verdachten een specifieke rol hadden of een specifieke bijdrage leverden aan het totaal van activiteiten. Het is bovendien min of meer toeval dat één of twee hacks geheel zijn uitgewerkt. Gelet hierop acht de rechtbank het niet passend om, ondanks de bewezenverklaring van twee extra feiten, aan de verdachte een hogere straf op te leggen dan aan de andere verdachten.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM in ruime mate is overschreden. Deze termijnoverschrijding is op geen enkele wijze aan de verdachte toe te rekenen. Indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden dan zou de officier van justitie een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden hebben gevorderd.

De officier van justitie acht de door hem gevorderde compensatie ruimhartig. Dit is meer dan de door de Hoge Raad in zijn standaardarrest van 17 juni 2008 (BD2578) gehanteerde vuistregels, te weten een matiging van de straf met tien procent, behorend bij een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan zes maanden doch niet meer dan twaalf maanden.

De raadsman heeft in zijn pleitnotitie mede gelet op de overschrijding van de redelijke termijn een straf bepleit die gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

In strafzaken kan op het aan de verdachte toegekende recht op berechting binnen een redelijke termijn inbreuk worden gemaakt door het tijdsverloop tussen het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld en het moment dat in de betreffende zaak een eindvonnis wordt gewezen. De inverzekeringstelling van een verdachte kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. De verdachte is in de onderhavige zaak op 10 september 2008 in verzekering gesteld. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen.

Bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn.

Tussen de datum van de inverzekeringstelling van de verdachte en de datum van het eindvonnis ligt een periode van bijna zesendertig maanden. Uitgaande van de termijn van twee jaar, zoals hiervoor is overwogen, zou er in de onderhavige zaak sprake zijn van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM van bijna twaalf maanden. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, dient dit gecompenseerd te worden door vermindering van de op te leggen straf. In het geval de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zou de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf hebben opgelegd voor de duur van vier maanden. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de op te leggen voorwaardelijke gevangenisstraf verlagen met één maand, overeenkomend met een reductie van vijfentwintig procent.

Een straf gelijk aan de duur van de verzekering en voorlopige hechtenis doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst, duur en omvang van (de gevolgen van) de bewezenverklaarde feiten.

Met betrekking tot de door de officier van justitie gevorderde proeftijd voor de duur van twee jaar overweegt de rechtbank dat de huidige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn opleiding en werkkring, de kans op herhaling aanzienlijk verminderen. Voorts heeft de verdachte volgens het voornoemde uittreksel geen strafbare feiten meer gepleegd sinds zijn aanhouding in verband met de thans aan de orde zijnde strafbare feiten. Gelet daarop zal de rechtbank de proeftijd beperken tot één jaar.

Alles afwegend wordt de na te noemen straf passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen: 14a, 14b, 14c, 57, 138a (oud), 138a, 139d en 140 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van drie (3) maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten;

stelt daarbij een proeftijd vast van één (1) jaar;

de tenuit¬voerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Sikkel, voorzitter,

en mrs. Koekebakker en Schols, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Van Puffelen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 augustus 2011.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage A bij het vonnis van 24 augustus 2011:

TEKST TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 15 oktober 2008

te Amsterdam, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie die werd gevormd door hem, verdachte,

en/of een of meer anderen die deel uitmaakten van (internet)forum [forum],

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in de Auteurswet en/of het Wetboek van Strafrecht, te weten (onder meer):

- het opzettelijk (en) wederrechtelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk en/of (vervolgens) gebruikmaken van een anders verwerkingscapaciteit van een geautomatiseerd werk door in de opslagruimte van een geautomatiseerd werk (te weten (een) computer(s) en/of (een) server(s)) (illegale) computerbestanden en/of muziek en/of films te plaatsen die met gebruikmaking van de bandbreedte door een of meer anderen konden worden overgenomen (zoals bedoeld in artikel 138a en 139d van het Wetboek van Strafrecht), en/of

- het opzettelijk inbreuk maken op een anders auteursrecht (zoals bedoeld in artikel 31 van de Auteurswet);

(artikel 140 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 november 2007 tot en met 05 december 2007

te Amsterdam, althans in Nederland, en/of te [universiteitsstad], althans in de Verenigde Staten van Amerika,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen (telkens) gepleegd,

opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten (een) computer(s) en/of (een) server(s) (die toebehoren aan en/of in gebruik is/zijn bij de [universiteit1]), of in een deel daarvan, is/zijn binnengedrongen, waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toegang tot dat werk heeft/hebben verworven door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid,

en/of

waarna hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) vervolgens met het oogmerk zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, gebruik heeft/hebben gemaakt van verwerkingscapaciteit van een geautomatiseerd werk, door de

opslagruimte van (een) computer(s) en/of (een) server(s) (die toebehoren aan en/of in gebruik zijn bij de [universiteit1]), te gebruiken om (illegale) computerbestanden en/of muziek en/of films te plaatsen die met gebruikmaking van de bandbreedte (die toebehoort aan en/of in gebruik is bij de [universiteit1]) door een of meer ander(en) konden worden

overgenomen,

welk feit hij, verdachte, en/of zijn mededaders heeft/hebben gepleegd door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk;

(artikel 138a lid 1 en 3 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 november 2007 tot en met 05 december 2007

te Amsterdam, althans in Nederland, en/of te [universiteitsstad], althans in de Verenigde Staten van Amerika,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

een technisch hulpmiddel, dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van (een) feit(en) als bedoeld in artikel 138a, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht, heeft/hebben vervaardigd en/of verkocht en/of verworven en/of ingevoerd en/of verspreid en/of anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad,

en/of

een of meer computerwachtwoord(en) en/of toegangscode(s) en/of daarmee vergelijkbaar gegeven(s) waardoor toegang kan worden gekregen tot een of meer geautomatiseerd(e) werk(en) of een deel daarvan heeft/hebben verkocht en/of

verworven en/of verspreid en/of anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad,

welk feit hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) heeft/hebben gepleegd terwijl zijn/hun oogmerk was gericht op het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138a, tweede en/of derde lid van het Wetboek van Strafrecht,

door op (een) computer(s) en/of (een) server(s) (die toebehoren aan en/of in gebruik is/zijn bij de [universiteit1]) een kwaadaardig bestand (genaamd [bestandsnaam1] en/of [bestandsnaam2] en/of [bestandsnaam3]) te plaatsen waarmee

wachtwoorden zijn onderschept die vervolgens zijn gebruikt om een of meer andere computer(s) en/of server(s) (die toebehoren aan en/of in gebruik is/zijn bij de [universiteit1]) opzettelijk en wederrechtelijk binnen te dringen;

(artikel 139d lid 3 Wetboek van Strafrecht)