Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BR2960

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-07-2011
Datum publicatie
25-07-2011
Zaaknummer
349139 / HA ZA 10-633
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop tweedehands auto met teruggedraaide kilometerteller. Beroep op vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling toegewezen. Partijen dienen aanknopingspunten te geven voor de begroting van het bedrag dat als onverschuldigd betaald kan worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 349139 / HA ZA 10-633

Vonnis van 6 juli 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende te Rotterdam,

eiser,

advocaat mr. E.J.P. Nolet,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADC ROTTERDAM B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. E.J. Eijsberg.

Partijen zullen hierna [eiser] en ADC genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 februari 2010, met de daarbij overgelegde producties;

- de conclusie van antwoord van 16 juni 2010, met producties;

- de conclusie vermeerdering van eis van 16 juni 2010, met producties;

- het tussenvonnis van deze rechtbank van 14 juli 2010, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 2 november 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:

2.1. Op 10 december 2008 is tussen [eiser] en ADC een koopovereenkomst tot stand gekomen op grond waarvan ADC een tweedehands Audi, type A4 uit 2005 met kenteken [kenteken] (hierna ook: de auto) aan [eiser] heeft verkocht en geleverd. De koopprijs bedroeg € 26.000,-. Na aftrek van de inruilwaarde van € 4.250,- voor de oude auto van [eiser], resteerde een bedrag van € 21.750,-. [eiser] heeft de koopprijs betaald.

2.2. Voorafgaand aan de koop heeft [eiser] de auto laten keuren door Audi-dealer Audicenter [x] (hierna: Audicenter).

2.3. Na de koop, op 16 december 2008, heeft Audicenter op verzoek van [eiser] een aantal reparaties aan de auto verricht. Door Audicenter is toen een onjuiste kilometerstand geconstateerd. Een overzicht van de reparatiehistorie van de auto van 16 december 2008 vermeldt een kilometerstand van 199.488 op 23 juni 2008 en een kilometerstand van 128.458 op 10 december 2008.

2.4. De factuur van 10 december 2008 van ADC bevat voorgedrukte voorwaarden waarin - voor zover van belang - het volgende is opgenomen:

(..) Aan u verkocht en geleverd, zoals gezien, bereden en akkoord bevonden.(..)

en

(..) Voor de kilometerstand staan wij niet in, ook al heeft de auto meer gelopen dan wat op de km-teller wordt aangegeven.(..)

2.5. Bij brief van 17 december 2008 aan ADC heeft [eiser] de koopovereenkomst op grond van dwaling vernietigd en de koopprijs teruggevorderd.

2.6. ADC heeft het beroep op dwaling en de vernietiging van de overeenkomst bij brief van 5 januari 2009 betwist.

2.7. Bij brief van 19 oktober 2009 aan ADC heeft de raadsman van [eiser] de koopovereenkomst nogmaals op grond van dwaling vernietigd, en/of ontbonden op grond van non-conformiteit en de koopprijs en de inmiddels aan de auto gemaakte reparatiekosten teruggevorderd. Daarnaast is wettelijke rente gevorderd vanaf 1 januari 2009.

3. De vordering

Met inachtneming van de eiswijzigingen bij conclusie en ter comparitie luidt de gewijzigde vordering om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

I. de tussen partijen bestaande koopovereenkomst van 10 december 2008 te vernietigen c.q. te ontbinden,

en ADC te veroordelen tot:

II. terugname van de Audi A4 met kenteken [kenteken],

III. terugbetaling van de koopprijs van € 21.750,-,

IV. betaling van een schadevergoeding samenhangende met de koopovereenkomst

van € 2.500,11,

V. betaling van wettelijke rente over de vorderingen onder III en IV vanaf 1 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening,

VI. de kosten van het geding.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiser] aan de vorderingen de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1. Primair geldt dat [eiser] ten tijde van de koop van de auto heeft gedwaald over de kilometerstand, als gevolg waarvan de koopovereenkomst dient te worden vernietigd.

3.2. De koopovereenkomst is reeds bij brief van 17 december 2008 van [eiser] en bij brief van 19 oktober 2009 van de raadsman van [eiser] vernietigd. Het gevolg van de vernietiging is dat ADC de auto van [eiser] dient terug te nemen en de koopprijs aan [eiser] dient terug te betalen.

3.3. Subsidiair is sprake van non-conformiteit, omdat de auto niet de eigenschappen bezit die [eiser] redelijkerwijs mocht verwachten. [eiser] heeft verschillende reparatiewerkzaamheden moeten laten verrichten als gevolg van gebreken, die kort na de koop van de auto zijn ontstaan. Vanwege de non-conformiteit van de auto dient de koopovereenkomst te worden ontbonden. Op grond van de ongedaanmakingsverbintenis die als gevolg van de ontbinding ontstaat, dient ADC de auto terug te nemen en de koopprijs terug te betalen.

3.4. [eiser] heeft recht op schadevergoeding van € 4.079,71 vanwege reparatiekosten. Subsidiair, in het geval de overeenkomst wordt vernietigd of ontbonden en een verplichting van [eiser] tot teruggave van de auto ontstaat, geldt dat ADC ongerechtvaardigd wordt verrijkt met een bedrag van € 4.079,71, omdat de waarde van de auto door de reparatiewerkzaamheden is vermeerderd.

3.5. [eiser] heeft recht op de wettelijke rente over de koopprijs en de reparatiekosten vanaf 1 januari 2009, omdat die datum is genoemd in de brief van 19 oktober 2009 van de raadsman van [eiser].

4. Het verweer

Het verweer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser], althans afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad. ADC heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1. Indien [eiser] heeft gedwaald, dan dient de dwaling voor rekening van [eiser] te blijven. Bij de verkoop van de auto heeft de bestuurder van ADC - [A] - in het bijzijn van een werknemer aan [eiser] meegedeeld dat hij het voertuig zonder garantie verkoopt en dat hij niet instaat voor de juistheid van de kilometerstand. Bovendien is op de factuur vermeld dat ADC niet instaat voor de juistheid van de kilometerstand.

4.2. ADC heeft haar mededelingsplicht niet geschonden. ADC was niet bekend met de onjuistheid van de kilometerstand, zodat zij [eiser] daarover niet kon inlichten.

4.3. Er is geen sprake van non-conformiteit. De door [eiser] overgelegde facturen hebben betrekking op gebreken die in het keuringsrapport van Audicenter worden genoemd en de kosten van een grote beurt. De gebreken waren derhalve bij de koop van de auto bekend en de kosten van de reparatiewerkzaamheden waren voorzienbaar.

4.4. Het is in strijd met de redelijkheid en billijkheid als ADC de volledige koopprijs van de auto aan [eiser] moet terugbetalen. Toewijzing van de vordering zou betekenen dat [eiser] gedurende een periode van anderhalf jaar gratis gebruik heeft kunnen maken van de auto.

5. De beoordeling

5.1. Bij conclusie vermeerdering van eis heeft [eiser] zijn eis gewijzigd. ADC heeft hiertegen ter comparitie geen bezwaar gemaakt en inhoudelijk op de eiswijziging gereageerd, zodat op de gewijzigde eis wordt beslist.

5.2. [eiser] heeft primair aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en dient te worden vernietigd.

5.3. De stelling van [eiser] dat de auto ten tijde van de koop volgens de stand op de kilometerteller 128.458 kilometer had gereden is niet door ADC betwist. Evenmin heeft ADC betwist dat de kilometerteller is teruggedraaid. In het bijzonder is de juistheid van de door [eiser] overlegde reparatiehistorie van 16 december 2008 niet betwist, waarin een kilometerstand van 199.488 per 23 juni 2008 is vermeld, die niet te verenigen is met de kilometerstand van 128.458 ten tijde van het sluiten van de overeenkomst op 10 december 2008. Tussen partijen staat derhalve als onweersproken vast dat er met de auto aanzienlijk meer - ongeveer 71.000 kilometer - was gereden dan de kilometerteller bij het sluiten van de overeenkomst aangaf. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] dit niet wist, zodat vast staat dat hij bij het sluiten van de koopovereenkomst van een onjuiste voorstelling van zaken is uitgegaan.

5.4. [eiser] heeft onweersproken gesteld dat hij de auto niet voor de vraagprijs zou hebben gekocht, indien hij op de hoogte was geweest van de juiste kilometerstand. Op basis van deze stelling is de conclusie gerechtvaardigd dat [eiser] bij een juiste voorstelling van zaken de koopovereenkomst niet zou hebben gesloten. Daarbij is tevens in aanmerking genomen dat het aantal gereden kilometers bij verkoop van een tweedehands auto als essentieel moet worden beschouwd en dat de kilometerstand van een tweedehands auto in beginsel van doorslaggevend belang is voor de koper.

5.5. ADC heeft betoogd dat zij evenmin weet had van de onjuiste kilometerstand. Dit standpunt staat een geslaagd beroep op dwaling niet in de weg. Indien ADC in dezelfde onjuiste veronderstelling verkeerde ten aanzien van het aantal gereden kilometers, is sprake van wederzijdse dwaling in de zin van artikel 6:228 lid 1 onder c BW. Voldaan is aan het zogeheten kenbaarheidsvereiste. Dat wil zeggen dat ADC had moeten begrijpen dat, als [eiser] had geweten dat de auto ongeveer 71.000 kilometer meer had gereden dan de kilometerteller aangaf, [eiser] de overeenkomst niet had gesloten, althans niet tegen dezelfde koopprijs.

5.6. ADC heeft aangevoerd dat de dwaling voor rekening van [eiser] zou moeten blijven, omdat zij de juistheid van de kilometerstand niet heeft gegarandeerd.

5.7. Daartoe heeft ADC bij conclusie van antwoord gesteld dat [A] in het bijzijn van een werknemer, [B], bij de verkoop duidelijk en ondubbelzinnig aan [eiser] heeft meegedeeld dat hij niet instaat voor de juistheid van de kilometerstand. Ter comparitie heeft [eiser] betwist dat de werknemer van [A] bij de onderhandelingen over de auto aanwezig was. Voorts heeft hij ter comparitie verklaard dat hij met [A] enkel heeft gesproken over de staat van de auto en niet over de kilometerstand. In reactie daarop heeft [A] ter comparitie verklaard dat hij met [eiser] niet heeft gesproken over de kilometerstand en dat niet expliciet ter sprake is gekomen dat ADC geen garantie op de kilometerstand geeft. De rechtbank leidt uit deze verklaring af dat ADC de stelling dat [A] ten tijde van de koop duidelijk en ondubbelzinnig aan [eiser] heeft meegedeeld dat hij niet instaat voor de kilometerstand niet langer handhaaft, zodat daarop ook niet wordt ingegaan.

5.8. Daarnaast heeft ADC aangevoerd dat op de factuur uitdrukkelijk is vermeld dat zij niet instaat voor de juistheid van de kilometerstand en dat op de factuur ook geen rubriek is opgenomen waaronder de kilometerstand kan worden ingevuld.

5.9. Ingevolge artikel 6:228 lid 2 BW kan de vernietiging van de overeenkomst niet worden gegrond op een dwaling die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval, waaronder een contractueel beding, voor rekening van [eiser] behoort te blijven. De vraag is of de in nummer 2.4. geciteerde mededeling op de factuur dat ADC niet voor de kilometerstand instaat ook al heeft de auto meer kilometers gereden dan op de kilometerteller wordt aangegeven, en de mededeling “aan u verkocht en geleverd, zoals gezien, bereden en akkoord bevonden” een beroep op dwaling uitsluiten.

5.10. Volgens vaste jurisprudentie inzake geschillen over de koop van tweedehands auto's is het aantal met een gebruikte auto gereden kilometers voor een koper essentieel en garandeert de verkoper - zeker wanneer er sprake is van een professionele verkoper en een particuliere koper - de juistheid van de kilometerstand van de auto in beginsel stilzwijgend (HR 25 juni 1991, NJ 1994, 291). Dit geldt in dit geval temeer, nu [A] ter comparitie heeft verklaard dat hij online adverteert met vermelding van de kilometerstand en dat hij de auto op de website Autotrack.nl heeft aangeboden en [eiser] ter comparitie heeft verklaard dat hij op basis van de advertentie op Autotrack.nl contact heeft opgenomen met ADC.

5.11. Voor zover ADC met haar stellingen dat autohandel niet de kernactiviteit van haar bedrijf is en dat zij geen lid is van de BOVAG of NAP wil betogen dat zij geen professioneel autoverkoper is, dan wordt dit standpunt verworpen. Voor het zijn van professioneel autoverkoper is niet vereist dat autohandel de kernactiviteit is of dat de verkoper lid is van een brancheorganisatie. ADC is als professioneel autoverkoper aan te merken, omdat zij zich als autohandelaar presenteert en beroepsmatig in auto’s handelt. Dit blijkt onder meer uit de factuur waarop de naam ADC auto’s wordt gebruikt en vermeld is dat ADC zich bezighoudt met in- en verkoop van auto’s en financiering.

5.12. Wanneer een autoverkoper niet wil instaan voor de kilometerstand dan zal hij dat voldoende duidelijk aan de koper moeten meedelen. De mededeling op de factuur van ADC is een voorgedrukte standaardmededeling. Een dergelijke voorgedrukte mededeling is op zichzelf onvoldoende om [eiser] met de vereiste duidelijkheid mee te delen dat twijfel bestaat over de juistheid van de kilometerstand (HR 11 juli 2008, NJ 2010, 258).

5.13. Daar komt bij dat niet gebleken is dat deze voorwaarde bij het sluiten van de overeenkomst ter sprake is gekomen. [eiser] heeft ter comparitie verklaard dat hij bij ADC is langsgegaan, een proefrit heeft gemaakt en daarna de auto door Audicenter heeft laten keuren. Vervolgens is hij naar ADC teruggegaan en heeft hij de koopprijs betaald. Volgens [eiser] heeft hij de factuur ontvangen, nadat hij de koopprijs had betaald. Ter comparitie heeft ADC verklaard dat de standaardprocedure is dat eerst het kenteken over wordt geschreven op de naam van de nieuwe eigenaar, daarna een factuur wordt opgemaakt die de koper ondertekent en de koper de koopprijs betaalt. Uit de verklaringen van partijen leidt de rechtbank af dat de factuur met de voorgedrukte mededeling eerst bij betaling van de koopprijs aan [eiser] is overhandigd. De koopovereenkomst was toen al gesloten. Van de voorgedrukte mededeling op de factuur heeft [eiser] dus pas kennis kunnen nemen, nadat de auto door Audicenter was gekeurd, hij had ingestemd met de transactie en de koopprijs had betaald. De mededeling is gezien het tijdstip waarop die is gedaan en de omstandigheid dat het een voorgedrukte mededeling betreft onvoldoende duidelijk om [eiser] mee te delen dat twijfel bestaat over de juistheid van de kilometerstand.

5.14. Nu vaststaat dat ADC [eiser] onvoldoende duidelijk heeft gewaarschuwd voor een mogelijke onjuiste kilometerstand, kan zij [eiser] niet tegenwerpen dat hij niet aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan. Het lag niet op de weg van [eiser] om de kilometerstand nader te laten onderzoeken. Overigens geldt dat voor zover op [eiser] een onderzoeksplicht zou rusten, hij aan deze plicht voldaan, omdat vaststaat dat hij voorafgaand aan de koop de auto heeft laten keuren door Audicenter. De omstandigheid dat uit het onderzoek van Audicenter niet is gebleken dat de kilometerstand van de auto onjuist is, behoort gelet op hetgeen in de nummers 5.10 tot en met 5.13. is overwogen niet voor rekening van [eiser] te komen.

I vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst

5.15. Gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden, behoort de dwaling met betrekking tot de kilometerstand niet voor risico van [eiser] te komen. [eiser] heeft derhalve op goede gronden de overeenkomst wegens dwaling vernietigd door de in nummer 2.5. genoemde brief, die als een buitengerechtelijke verklaring in de zin van artikel 3:50 lid 1 BW is aan te merken. De gevorderde vernietiging van de overeenkomst zal worden afgewezen, nu de overeenkomst reeds vernietigd is bij brief van 17 december 2008.

II vordering tot terugname van de auto

5.16. Ingevolge artikel 3:53 lid 1 BW werkt de vernietiging terug tot het tijdstip waarop de koopovereenkomst is gesloten. Dit brengt mee dat [eiser] de koopprijs op grond van artikel 6:203 lid 2 BW onverschuldigd heeft betaald en dat ADC eigenaar van de auto is gebleven. Nu [eiser] de auto aan ADC wil teruggeven, is ADC gehouden hieraan mee te werken. ADC heeft los van haar verweer tegen het beroep op dwaling, de verplichting tot terugname van de auto in geval van dwaling niet betwist. De gevorderde terugname van de auto door ADC zal worden toegewezen, omdat deze vordering niet betwist is en op de wet is gegrond.

III vordering tot teruggave van de koopprijs

5.17. [eiser] vordert teruggave van de volledige koopprijs ten bedrage van € 21.750,-.

5.18. ADC heeft terecht en onweersproken betoogd dat toewijzing van de volledige koopprijs in de gegeven omstandig¬heden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is in de zin van artikel 6:2 lid 2 BW. Hierbij is met name van belang de omstandigheid dat [eiser] gerekend tot aan de datum van de dagvaarding ongeveer anderhalf jaar in de auto heeft gereden en dus genot van de auto heeft gehad. Voorts is van belang dat [eiser] de auto niet kan teruggeven in de staat waarin deze zich bij aankoop bevond, waartoe hij op grond van artikel 6:203 lid 1 BW wel verplicht is. De auto zal door het gebruik en het tijdsverloop in waarde zijn verminderd. Immers, de auto is inmiddels bijna anderhalf jaar ouder en [eiser] heeft ter comparitie verklaard dat hij vanaf de aankoop in december 2008 ongeveer 30.000 tot 35.000 kilometer heeft gereden. Nadien zal het aantal gereden kilometers waarschijnlijk zijn vermeerderd.

5.19. Anderzijds geldt dat [eiser] vanwege de onjuiste kilometerstand een te hoge prijs voor de auto heeft betaald. De werkelijke waarde van de auto zal vanwege het verschil van ongeveer 71.000 kilometer op het moment van de koop aanzienlijk lager zijn geweest dan de koopprijs die [eiser] voor de auto heeft betaald. Bovendien heeft [eiser] reparatiekosten gemaakt. Zoals hieronder in nummer 5.26. wordt geoordeeld zal een bedrag van € 1.463,87 vanwege reparatiekosten aan [eiser] worden toegewezen.

5.20. De rechtbank is van oordeel dat de in nummers 5.18. en 5.19. genoemde omstandigheden ertoe moeten leiden dat niet de volledige koopprijs als onverschuldigd betaald kan worden teruggevorderd. Aangezien partijen de rechtbank onvoldoende concrete aanknopingspunten hebben gegeven om te beoordelen met welk bedrag de koopprijs moet worden verminderd, kan de rechtbank het bedrag dat ADC ingevolge artikel 6:203 lid 2 BW aan [eiser] dient te betalen niet begroten. De rechtbank zal partijen daarom in de gelegenheid stellen zich hierover concreet en gemotiveerd uit te laten, bijvoorbeeld door opgave van:

a) het aantal gereden kilometers na de datum van de koopovereenkomst;

b) de werkelijke waarde van de auto ten tijde van de koopovereenkomst;

c) de huidige waarde van de auto;

d) verdere gegevens die van belang kunnen zijn.

De zaak zal hiertoe naar de rol worden verwezen voor het nemen van een akte na tussenvonnis door [eiser] en vervolgens een antwoordakte door ADC.

IV vordering tot betaling van schadevergoeding

5.21. [eiser] vordert schadevergoeding vanwege reparatiekosten ten bedrage van € 2.500,11. Ter comparitie heeft [eiser] afgezien van de vordering tot vergoeding van de facturen van Audicenter en de factuur voor de APK-keuring. Het gaat derhalve om de volgende facturen:

- factuur van 16 september 2009 van € 267,69;

- factuur van 7 januari 2009 van € 166,06;

- factuur van 21 januari 2009 van € 163,30;

- factuur van 16 september 2009 van € 397,34;

- factuur van 22 september 2009 van € 41,65;

- factuur van 7 oktober 2009 van € 163,50;

- factuur van 22 oktober 2009 van € 274,89;

- factuur van 10 november 2009 van € 1.025,68.

5.22. Op grond van artikel 6:206 jo 3:120 BW heeft [eiser] in beginsel recht op een vergoeding van de kosten die hij ten behoeve van de auto heeft gemaakt, voor zover hij niet door de voordelen die hij van de auto heeft genoten schadeloos is gesteld.

5.23. ADC heeft de verschuldigdheid van de gevorderde facturen betwist. Ter comparitie heeft zij aangevoerd dat het gaat om kleine reparaties die vallen onder normaal onderhoud dat iedere auto na het rijden van een bepaald aantal kilometers moet ondergaan.

5.24. Ter comparitie heeft [eiser] in reactie daarop gesteld dat de facturen van 22 oktober 2009 en 10 november 2009, waarbij een totaalbedrag van € 1.300,57 in rekening is gebracht, betrekking hebben op vervanging van de brandstofpomp, die volgens de garage bij een werkelijke kilometerstand van 130.000 niet aan vervanging toe zou zijn geweest. ADC heeft hiertegen aangevoerd dat een brandstofpomp altijd kapot kan gaan en dat dit niets te maken heeft met het aantal gereden kilometers.

5.25. Daarnaast heeft [eiser] gesteld dat de factuur van 21 januari 2009 van € 163,30 betrekking heeft op de vervanging van de xenonverlichting die kort na de koop van de auto vervangen moest worden. ADC heeft daartegen aangevoerd dat de xenonverlichting werkte op het moment dat de auto nog bij ADC stond.

5.26. Naar het oordeel van de rechtbank behoren de kosten van het gebruikelijke onderhoud van de auto voor rekening van [eiser] te blijven, omdat hij ook het voordeel van het gebruik van de auto heeft genoten. De facturen met betrekking tot de brandstofpomp en xenonverlichting van in totaal € 1.463,87 zullen worden toegewezen, omdat [eiser] de kosten van deze reparaties niet hoefde te verwachten, zodat de in rekening gebrachte kosten niet tot het gebruikelijke onderhoud van de auto behoren. Ten aanzien van de overige in nummer 5.21 genoemde facturen heeft [eiser] onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat de kosten die van het gebruikelijke onderhoud van de auto te boven zijn gegaan, zodat de gevorderde vergoeding van deze facturen wordt afgewezen.

V vordering wettelijke rente

5.27. De gevorderde wettelijke rente vanaf 1 januari 2009 zal te zijner tijd over de toe te wijzen bedragen worden toegewezen, nu ADC hiertegen geen verweer heeft gevoerd en dit onderdeel van de vordering op de wet gegrond is.

5.28. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.29. Tot slot merkt de rechtbank op dat nu over het grootste deel van de geschilpunten is beslist, het in de rede ligt dat partijen met elkaar in overleg treden om te onderzoeken of een minnelijke regeling tot stand kan worden gebracht.

6. De beslissing

De rechtbank,

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 3 augustus 2011 voor akte na tussenvonnis door [eiser], teneinde hem in de gelegenheid te stellen zich uit te laten als in nummer 5.20. aangegeven, waarna ADC een antwoordakte na tussenvonnis kan nemen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Sarlemijn en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2011.?

2235/?1624