Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BQ8224

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-06-2011
Datum publicatie
16-06-2011
Zaaknummer
370825 / HA ZA 11-178
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Sectorcompetentie. De vordering in de hoofdzaak is gebaseerd op de aansprakelijkheid van de inlener (gedaagde) jegens eiser als ingeleende arbeidskracht. Analoge toepassing lid 4 van artikel 7:658 lid 4 BW. Kantonrechter bevoegd.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 658
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 71
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 93
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2011/203
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 370825 / HA ZA 11-178

VONNIS in het incident van 1 juni 2011

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. S.W. Hu,

tegen

de vennootschap naar Frans recht CHARTIS EUROPE S.A., rechtsvoorgangster van AIG EUROPE (NETHERLANDS) N.V. en h.o.d.n. “CHARTIS EUROPE”,

gevestigd te Nanterre, Frankrijk,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. P. van den Broek.

Partijen zullen hierna “[eiser]” en “Chartis” genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 20 december 2010 met producties;

- de incidentele conclusie voor alles houdende exceptie van onbevoegdheid;

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. Chartis vordert dat deze rechtbank, sector civiel, de zaak verwijst naar de sector kanton, met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure. Chartis stelt daartoe dat [eiser] indirect een beroep doet op artikel 7:658 lid 4 BW, nu de vordering van [eiser] betrekking heeft op de in het verleden bestaande arbeidsrelatie met GTC. Op grond van artikel 71 Rv jo 93 sub c Rv jo artikel 7:658 lid 4 BW dient de sector kanton van de rechtbank een dergelijke aardvordering op grond van titel 7.10 BW kennis te nemen.

2.2. [eiser] geeft aan dat hij door zijn werkgever, uitzendorganisatie BV Star EM, is uitgeleend aan GTC. Hier heeft een bedrijfsongeval plaatsgevonden. Chartis heeft namens haar verzekerde GTC de aansprakelijkheid van GTC jegens [eiser] voor het ontstaan van het bedrijfsongeval erkend. Met behulp van artikel 7:658 lid 4 BW is het voor uitzendkrachten, zoals [eiser], mogelijk om zowel de werkgever als de inlener, GTC, gezamenlijk aansprakelijk te stellen. [eiser] heeft echter enkel de inlener, GTC, aansprakelijk gesteld op grond van onrechtmatige daad, zodat de absolute competentieregels van artikel 93 sub c Rv geen toepassing vinden. [eiser] had zodoende de keuze om de zaak voor te leggen aan de rechtbank, sector civiel. [eiser] refereert zich evenwel aan het oordeel van de rechtbank.

2.3. De vordering in de hoofdzaak is gebaseerd op de aansprakelijkheid van GTC als inlener jegens [eiser] als ingeleende arbeidskracht. Juist voor dergelijke verhoudingen is artikel 7:658 lid 4 BW in het leven geroepen. Op grond van de tweede zin van artikel 7:658 lid 4 BW is de kantonrechter (ook) bevoegd om kennis te nemen van het geschil ten aanzien van de inlener. De wettekst noch de parlementaire geschiedenis bij deze bepaling geven aanleiding voor de interpretatie dat de kantonrechter enkel bevoegd is als zowel de werkgever als de inlener wordt gedagvaard. Artikel 7:658 lid 4 BW is bedoeld om de positie van een uitzendkracht ten opzichte van de werkgever en de inlener gelijk te stellen. Gelet op deze ratio ligt het voor de hand dat in dat verband ontstane geschillen door dezelfde, gespecialiseerde rechter worden behandeld. In het onderhavige geval is de kantonrechter dus op grond van artikel 93 sub d Rv jo artikel 7:658 lid 4 BW bevoegd.

2.4. De rechtbank wijst, op grond van het vorenstaande, de incidentele vordering van Chartis toe.

2.5. De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. wijst het gevorderde toe;

3.2. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan;

in de hoofdzaak

3.3. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rol van de sector kanton van deze rechtbank, locatie Rotterdam, van dinsdag 29 juni 2011 te 10:00 uur, Wilhelminaplein 100/125, Postbus 50950, 3007 BL Rotterdam, waar partijen in persoon of bij gemachtigde dienen te verschijnen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2011.

2158/1980