Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BQ7615

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-06-2011
Datum publicatie
09-06-2011
Zaaknummer
AWB 10/4174 TELEC – T1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De schriftelijke mededeling dat de huidige locaties van zenders voor een frequentie bij toekomstige verlenging van de frequentievergunningen niet meer in de vergunningen kunnen worden opgenomen, is geen besluit in de zin van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 10/4174 TELEC – T1

Uitspraak in het geding tussen

Broadcast Newco Two B.V., gevestigd te Terneuzen, eiseres,

gemachtigde mr. P. Burger, advocaat te Amsterdam,

en

de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, voorheen minister van Economische Zaken (Agentschap Telecom), verweerder.

1 Ontstaan en loop van de procedure

Bij besluit van 13 september 2010 heeft verweerder het bezwaar van 27 augustus 2010

niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft eiseres beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2011. Eiseres en verweerder zijn met kennisgeving niet verschenen.

2 Overwegingen

Bij brief van 19 juli 2010 heeft verweerder aangekondigd de in de in 2003 aan commerciële radio-omroepen verleende frequentievergunningen opgenomen opstelpunten te Utrecht, Zwolle en Groningen – welke vergunningen per 1 september 2011 eindigen – bij een eventuele verlenging van die vergunningen op grond van artikel 9, eerste lid, van het Frequentiebesluit niet langer te willen opnemen in de (verlengde) vergunning.

Tegen de brief van 19 juli 2010 heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit genomen.

De rechtbank overweegt het volgende.

De brief van 19 juli 2010 bevat niet meer dan een aankondiging van hetgeen verweerder voornemens is te besluiten, indien de betreffende vergunningen verlengd zouden worden. Van een op rechtsgevolg gericht besluit, waaruit aldus concrete rechten en/of verplichtingen voortvloeien, is geen sprake.

De rechtbank merkt in dit verband nog op dat van een besluit tot verlenging van de betreffende vergunningen ten tijde van het bestreden besluit nog geen sprake was.

Gelet hierop dient het beroep van eiseres ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding.

2 Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door mr. J.H. de Wildt, rechter, in tegenwoordigheid van R.P. Evegaars, griffier.

De griffier: De rechter:

Uitgesproken in het openbaar op: 9 juni 2011.

Een belanghebbende - onder wie in elk geval eiseres wordt begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA 's-Gravenhage. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.

Afschrift verzonden op: