Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BP9324

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-03-2011
Datum publicatie
28-03-2011
Zaaknummer
328391 - HA ZA 09-998
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop. Rechtsmacht. Aan eis in hoofdzaak ligt garantieverplichting ten grondslag. Omdat die verbintenis deel is van de bijlage die deel uitmaakt van de koopovereenkomst, is rechter van overeengekomen leveringsplaats bevoegd. Art. 5 sub 1(b) Brussel I-Vo.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 328391 / HA ZA 09-998

Vonnis van 2 maart 2011 (bij vervroeging)

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROTTERDAM PRIVATE AIR B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

verweerster in het incident,

advocaat mr. O.E. Meijer,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van het land harer vestiging

PIAGGIO AERO INDUSTRIES S.P.A.,

gevestigd te Genua, Italië,

gedaagde,

eiseres in het incident

advocaat mr. W.J. Hengeveld.

Partijen zullen hierna RPA en Piaggio genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 12 maart 2009, een anticipatie-exploot d.d. 29 juni 2009, alsmede vier producties, die op de rol van 22 juli 2009 in het geding zijn gebracht;

- de incidentele conclusie voor alle weren houdende exceptie van onbevoegdheid, met twee producties;

- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident, met drie producties;

- de conclusie van repliek in het bevoegdheidsincident, met twee producties;

- de conclusie van dupliek in het bevoegdheidsincident;

- de rolbeschikking d.d. 18 augustus 2010, waarbij, met afwijzing van het daartegen gerichte bezwaar van RPA, het pleidooiverzoek van Piaggio is toegewezen.

Partijen hebben hun zaak doen bepleiten door hun raadslieden op 31 januari 2011, die daarbij gebruik maakten van pleitnotities.

Aan het einde van de pleidooizitting is vonnis bepaald.

Het geschil in de hoofdzaak

RPA vordert dat de rechtbank, zo mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat Piaggio aansprakelijk is voor de schade die RPA heeft geleden ten gevolge van het ongeval dat heeft plaatsgehad op 19 april 2007 met het luchtvaartuig met nationaliteitskenmerk PH-HRK, alsmede Piaggio veroordeelt tot vergoeding van deze schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 april 2007 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Hieraan heeft RPA - samengevat - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

- RPA houdt zich bezig met het ter beschikking stellen van een luchtvaartuig van het type P.180 Avanti II met nationaliteitskenmerk PH-HRK (hierna: het vliegtuig) aan de Nederlandse luchtvaartmaatschappij Solid Air voor zakenvluchten;

- Piaggio is een Italiaanse producent van luchtvaartuigen en onderhoudt deze ook;

- Op 22 maart 2007 heeft Piaggio een Mandatory Service Bulletin uitgebracht, waarin zij erkent dat (1) zij bekend is met problemen betreffende de stuurinrichtingen van luchtvaartuigen in de P.180-serie, (2) deze problemen hun oorzaak vinden in een vervuiling van het hydraulische systeem in het neuswiel-landingsgestel en (3) de bron van deze vervuiling vermoedelijk is gelegen in enkele onderdelen die door fabrikant Messier-Dowty zijn geproduceerd, waaronder een zgn. 'steering actuator' en een 'steering manifold';

- Naar aanleiding van dit Mandatory Service Bulletin heeft EASA, het Europees agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, een Emergency Airworthiness Directive (hierna: EAD); een EAD is het geëigende middel voor EASA om de door haar verplicht gestelde veiligheidsaanpassingen aan luchtvaartuigen door te voeren; bij deze EAD hoort een drietal 'zwarte lijsten' met daarin genoemd de onderdelen - aangeduid met hun serienummer - die mogelijk vervuild zijn; in de EAD wordt eenieder uitdrukkelijk verboden om onderdelen die op deze 'zwarte lijst' staan te monteren op een Piaggio P.180;

- Op 6 april 2007 is door Piaggio in Eindhoven een reparatie uitgevoerd aan het vliegtuig; daarbij heeft een medewerker van Piaggio drie onderdelen van het neuswiel-landingsgestel en het daarin verwerkte besturingssysteem vervangen, te weten een bepaald neuswiel-landingsgestel, een bepaalde steering actuator en een bepaalde steering manifold; deze drie specifieke onderdelen staan alle vermeld op de onderhavige 'zwarte lijsten';

- Op 19 april 2007 is het vliegtuig op Rotterdam Airport na de landing rechts van de baan geraakt, waarbij aanzienlijke schade aan het vliegtuig is ontstaan;

- Voor de schade die RPA heeft opgelopen als gevolg van dit ongeval heeft is Piaggio aansprakelijk;

- Piaggio heeft onrechtmatig gehandeld door ondeugdelijke en verboden onderdelen te monteren op het vliegtuig en door het vliegtuig vervolgens vrij te geven voor deelname aan het luchtverkeer, terwijl het vliegtuig op dat moment evident niet luchtwaardig was;

- De onderhavige EAD beoogt bescherming te bieden tegen het risico van ongevallen door blokkering van het neuswiel-landingsgestel, welk risico zich binnen twee weken na het aanbrengen van de verdachte onderdelen heeft verwezenlijkt; daarmee is het causale verband tussen het onrechtmatig handelen en het ongeval gegeven;

- De schade wordt door RPA vooralsnog begroot op € 2.650.000,--; de exacte schadeomvang kan echter nog niet worden vastgesteld.

Het geschil in het incident

De vordering van Piaggio strekt ertoe dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en RPA in de kosten van het geding veroordeelt, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 131,-- zonder betekening dan wel € 199,-- in het geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

Hieraan heeft Piaggio - verkort weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

- Op of omstreeks 11 november 2005 hebben RPA en Piaggio een koopovereenkomst gesloten, waarbij RPA van Piaggio een nieuw vliegtuig van het model Piaggio P.180 Avanti (hierna wederom: het vliegtuig) heeft gekocht;

- Artikel 6.9 van de koopovereenkomst houdt een beding in tot arbitrage in Rome;

- In de onderhavige zaak is de vraag aan de orde of de reparatie van het vliegtuig op 6 april 2007 deugdelijk is geweest; dit onderwerp wordt bestreken door het arbitraal beding, zodat de rechtbank op grond van artikel 1074 Rv onbevoegd is;

- Voor zover de rechtbank van oordeel is dat het arbitraal beding niet kan leiden tot haar onbevoegdheid, kan de bevoegdheid van deze rechtbank niet volgen uit de bepalingen van de toepasselijke Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000, betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I-Vo), zodat ook in dat geval de rechtbank onbevoegd is.

RPA heeft verweer gevoerd.

Tot haar verweer heeft RPA - verkort weergegeven - de volgende argumenten aangevoerd:

- De koopovereenkomst bevat in artikel 6.9 niet alleen een arbitraal beding maar ook een forumkeuzebeding, inhoudende dat ten aanzien van geschillen met betrekking tot de koopovereenkomst de rechter in Rome exclusief bevoegd is; het arbitraal beding waar Piaggio een beroep op doet is onverenigbaar met dit forumkeuzebeding, reden waarom het arbitraal beding, evenals dit forumkeuzebeding, ongeldig is;

- Onderwerp van de onderhavige zaak is het onrechtmatig aanbrengen van verboden onderdelen op het vliegtuig en de daarop volgende afgifte van een zgn. 'release to service' van een niet luchtwaardig luchtvaartuig; wat betreft deze onrechtmatige daad is de rechtbank op grond van artikel 5 sub 3 Brussel I-Vo bevoegd;

- De verbintenis uit onrechtmatige daad valt niet binnen het bereik van artikel 6.9 van de koopovereenkomst;

- Voor zover de rechtbank van oordeel is dat de grondslag van de vordering van RPA niet een onrechtmatige daad is maar een contractuele verbintenis, is deze rechtbank bevoegd op grond van artikel 5 sub 1 Brussel I-Vo.

De beoordeling in het incident

Piaggio heeft in haar eerste processtuk, derhalve tijdig, een beroep gedaan op de onbevoegdheid van deze rechtbank.

In dit incident is vast komen te staan dat partijen op 11 november 2005 een koopoverkomst hebben gesloten inzake de verkoop door Piaggio aan RPA van het vliegtuig.

Artikel 6.9 van de koopovereenkomst bevat regels met betrekking tot arbitrage, rechterlijke bevoegdheid en toepasselijk recht. Dit artikel luidt als volgt - aangehaald voor zover van belang:

"6.9 Applicable Law and Arbitration

This Agreement shall be construed in accordance with and its performance shall be governed by the internal laws of Italy.

a) Any dispute, difference or claim which might arise in connection with the validity, interpretation, performance and termination of the present agreement shall be submitted to and settled by a panel of three arbitrators, [...].

b) The seat of such arbitration shall be Rome (Italy). Such arbitration shall be conducted in accordance with as well as subject to Articles 810 and following[.] of the Italian Code of Civil Proceeding.

c) The present agreement is exclusively submitted to the Italian jurisdiction and namely to the exclusive jurisdiction of the Law Court of Rome (Italy)."

Naar het oordeel van de rechtbank kan deze bepaling, in haar geheel bezien, niet anders worden uitgelegd dan als zijnde innerlijk tegenstrijdig, omdat het arbitraal beding dat is vermeld in onderdeel a) en het forumkeuzebeding dat is vermeld in onderdeel c) van dit artikel elkaar uitsluiten, nu in elk van deze bedingen een andere instantie is aangewezen als exclusief bevoegde instantie voor de beslechting van de geschillen die betrekking hebben op de koopovereenkomst. Dit leidt tot onwerkzaamheid van beide bedingen, nu ten aanzien van geen van beide bedingen is voldaan aan de daaraan te stellen eisen (vgl. art. II Verdrag van New York resp. art. 23 Brussel I-Vo). Omtrent de bedoelingen van partijen vóór en bij de totstandkoming van deze bepaling zijn geen nadere concrete feiten gesteld. Deze bedingen kunnen dus geen grond opleveren voor de onbevoegdheid van deze rechtbank, nog daargelaten of de vordering van RPA in de hoofdzaak wordt bestreken door de koopovereenkomst.

De vordering in de hoofdzaak is ingesteld bij dagvaarding van 12 maart 2009, derhalve na de inwerkingtreding van de Brussel I-Vo. Piaggio, de gedaagde, is gevestigd op het grondgebied van de Europese Unie. De vordering in de hoofdzaak betreft een burgerlijke of handelszaak. De vraag of deze rechtbank, althans de Nederlandse rechter, internationaal bevoegd is, respectievelijk rechtsmacht heeft, tot kennisneming van de vordering in de hoofdzaak dient daarom in beginsel aan de hand van de Brussel I-Vo te worden beantwoord.

De woonplaats van gedaagde, Piaggio, is niet in Nederland gelegen, zodat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter geen basis vindt in de in artikel 2 Brussel I-Vo neergelegde hoofdregel van de bevoegdheidsregeling van de Brussel I-Vo.

Partijen verschillen van opvatting over de vraag of de vordering in de hoofdzaak contractueel van aard is in de zin van artikel 5 sub 1 Brussel I-Vo en, zo ja, of artikel 5 sub 1 Brussel I-Vo meebrengt dat deze rechtbank bevoegd is, dan wel of deze rechtbank bevoegdheid kan ontlenen aan artikel 5 sub 3 Brussel I-Vo.

Blijkens jurisprudentie van het HvJ EU is sprake van een verbintenis uit overeenkomst in de zin van artikel 5 sub 1 Brussel I-Vo, indien een partij jegens een andere partij vrijwillig een verbintenis is aangegaan.

Gesteld noch gebleken is dat de onderhavige door Piaggio verrichte reparatiewerkzaamheden niet op een verbintenis van Piaggio berusten die Piaggio uit vrije wil is aangegaan met RPA. Geconcludeerd moet dan ook worden dat aan deze werkzaamheden een verbintenis uit overeenkomst in de zin van artikel 5 sub 1 Brussel I-Vo ten grondslag ligt. Dat RPA aan haar vordering in de hoofdzaak niet een toerekenbare niet-nakoming ten grondslag heeft gelegd maar uitsluitend een onrechtmatige daad, doet hieraan niets af. De door Piaggio uit te voeren reparatiewerkzaamheden hielden in het repareren/vervangen van bepaalde onderdelen. Daarbij was Piaggio verplicht geen onderdelen in het vliegtuig te plaatsen die waren vermeld op vorenbedoelde 'zwarte lijsten', zowel op grond van deze overeenkomst als op grond van een publiekrechtelijk voorschrift. Niet valt in te zien waarom het plaatsen door Piaggio in het vliegtuig van onderdelen die op grond van genoemde EAD verboden zijn geen (toerekenbare) niet-nakoming oplevert maar enkel een onrechtmatige daad. Voor haar bevoegdheid om te oordelen over de vordering van RPA acht de rechtbank artikel 5 sub 1 en niet artikel 5 sub 3 Brussel I-Vo bepalend. Niet kan worden gezegd dat de aan Piaggio verweten gedragingen geen verband houden met een verbintenis uit overeenkomst.

Vervolgens rijst de vraag of de rechtbank bevoegdheid kan ontlenen aan artikel 5 sub 1 Brussel I-Vo. Ten aanzien daarvan neemt Piaggio primair het standpunt in dat de betreffende contractuele verbintenis is gebaseerd op de koopovereenkomst, in het bijzonder op de garantieverplichtingen, waarmee zij bedoelt de garantieverplichtingen die zijn beschreven in Exhibit (bijlage) E van deze overeenkomst. (In artikel 6.14 van de koopovereenkomst is bepaald dat Exhibit E, evenals overigens alle andere bijlagen, een integraal deel uitmaken van de overeenkomst.)

RPA neemt het standpunt in dat die verbintenis een "garantieverplichting" is ingevolge de koopovereenkomst (zie onder 35 van de pleitnota van RPA en zoals desgevraagd ter zitting ook uitdrukkelijk bevestigd door de raadsman van RPA). Geconcludeerd moet dan ook worden dat niet meer in geschil is dat de verbintenis van Piaggio uit overeenkomst deel uitmaakt van de in Exhibit E beschreven lopende garantieverplichtingen van Piaggio.

Artikel 5, aanhef en sub 1, Brussel I-Vo luidt als volgt:

Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, kan in een andere lidstaat voor de volgende gerechten worden gerechten:

1. a) ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst: voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd;

b) voor toepassing van deze bepaling en tenzij anders is overeengekomen, is de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt:

- voor koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken, de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden;

- voor de verstrekking van diensten, de plaats in een lidstaat waar de diensten volgens de overeenkomst verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden;

c) punt a) is van toepassing indien punt b) niet van toepassing is.

Het bepaalde onder b) dient met voorrang te worden toegepast op het bepaalde onder a), zo volgt uit het bepaalde onder c). Tussen partijen is niet in geschil dat het vliegtuig een roerende lichamelijke zaak is in de zin van het bepaalde onder b) en derhalve sprake is van een koopovereenkomst van roerende lichamelijke zaken in de zin van die bepaling.

Zoals voortvloeit uit hetgeen hierboven is overwogen in rov. 4.9, beschouwt de rechtbank vorenbedoelde garantieverplichtingen van Piaggio als uitvloeisel en onderdeel van de koopovereenkomst. Aangeknoopt wordt dan ook bij het bepaalde na het eerste streepje van artikel 5 sub 1b Brussel I-Vo. Dit betekent dat, tenzij anders mocht zijn overeengekomen, de plaats in aanmerking moet worden genomen waar het vliegtuig volgens de koopovereenkomst is geleverd of geleverd had moeten worden. De overeenkomst wees (in artikel 3.3) Genua aan als de plaats van levering van het vliegtuig. Tussen partijen staat vast dat het vliegtuig in Italië is geleverd. Gesteld noch gebleken is dat ten aanzien van garantiewerkzaamheden ingevolge de koopovereenkomst, waaronder het bepaalde in Exhibit E, een andere plaats van uitvoering van die werkzaamheden was overeengekomen.

Aangezien de overeengekomen plaats van levering van het vliegtuig niet in Nederland is gelegen, volgt uit het bovenstaande dat deze rechtbank geen bevoegdheid kan ontlenen aan artikel 5 sub 1 Brussel I-Vo. Bij gebreke van andere bevoegdheidsregels waaraan de rechtbank bevoegdheid kan ontlenen betekent dit dat de rechtbank onbevoegd is kennis te nemen van de vordering van RPA.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal RPA in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De rechtbank

verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering van RPA;

veroordeelt RPA in de proceskosten, die aan de zijde van Piaggio zijn bepaald op € 262,--aan verschotten en € 904,-- aan salaris voor de advocaat;

veroordeelt RPA, indien zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de veroordeling voldoet, tot betaling van € 131,-- nakosten, verhoogd met € 68,-- aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. van Zelm van Eldik en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2011.