Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BP9276

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-03-2011
Datum publicatie
28-03-2011
Zaaknummer
373577 / HA RK 11-45
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking van rechter-commissaris in strafzaken. Nadere onderbouwing van het verzoek ter zitting van de wrakingskamer. Tussenbeschikking teneinde de - niet ter zitting verschenen - rechter-commissaris gelegenheid te geven schriftelijk te reageren op de nadere onderbouwing van het verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak : 25 maart 2011

Zaaknummer : 373577

Rekestnummer : HA RK 11-45

Parketnummer: 10/652999-09

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

strekkende tot wraking van [naam gewraakte rechter-commissaris], rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechter-commissaris).

1. Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 2 december 2010 heeft de politierechter in deze rechtbank de strafzaak met bovenvermeld parketnummer tegen verzoeker als verdachte verwezen naar de rechter-commissaris voor het horen van zes getuigen.

Op 25 januari 2011 heeft de rechter-commissaris in die strafzaak drie getuigen gehoord en op 27 januari 2011 heeft hij in die zaak twee getuigen gehoord. Tijdens deze verhoren was de raadsvrouwe van verdachte, mr. T. Arkesteijn, aanwezig.

Op 23 februari 2011 heeft de rechter-commissaris in die strafzaak een getuige verhoord. Bij gelegenheid van dit verhoor heeft mr. R. van den Boogert, die toen waarnam voor mr. T. Arkesteijn, de rechter-commissaris gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van het dossier van de hiervoor omschreven strafzaak, waarin zich onder meer bevinden de processen-verbaal van de getuigenverhoren, alsmede van een proces-verbaal van bevindingen van 24 februari 2011, opgemaakt door de rechter-commissaris.

Verzoeker, de rechter-commissaris alsmede de officier van justitie zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechter-commissaris is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter-commissaris heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt door indiening van het proces-verbaal van bevindingen van 24 februari 2011.

Ter zitting van 21 maart 2011, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen de raadsvrouwe van verzoeker, mr. T. Arkesteijn, en officier van justitie mr. T. Slieker.

Mr. Arkesteijn heeft aan de hand van een pleitnota haar standpunt nader toegelicht.

2. Het verzoek en het verweer daartegen

2.1

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :

Door het beletten van de beantwoording van een vraag door de getuige [naam getuige 1] tijdens het verhoor op 23 februari 2011, terwijl de beantwoording van die vraag in het verhoor van de getuige [naam getuige 2] op 25 januari 2011 wel was toegestaan, is de objectieve schijn van partijdigheid gewekt. Voorts is het beletten van die vraag in combinatie met de omstandigheid dat de rechter-commissaris in zijn proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 februari 2011 opmerkingen heeft opgenomen over het optreden van de gemachtigde van verzoeker tijdens het getuigenverhoor op 25 januari 2011 - een kwestie die eerder afgedaan leek - alsmede de gang van zaken bij het verhoor van getuigen [naam getuige 3] en [naam getuige 4] op 27 januari 2011 voor verzoeker aanleiding om te vrezen voor partijdigheid van de rechter-commissaris.

2.2

De rechter-commissaris heeft niet in de wraking berust.

De rechter-commissaris bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren.

3. De beoordeling

Blijkens het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 23 februari 2011 van getuige [naam getuige 1] is aan het verzoek tot wraking ten grondslag gelegd de beslissing van de rechter-commissaris om de beantwoording van een vraag te beletten. Ter zitting van de wrakingskamer heeft de raadsvrouwe van verzoeker te kennen gegeven dat het proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris d.d. 24 februari 2011 aanleiding geeft een nieuwe grond aan het wrakingverzoek toe te voegen, en dat ook de gang van zaken bij het verhoor van de getuigen [naam getuige 3] en [naam getuige 4] grond geeft voor vrees voor een gebrek aan onpartijdigheid.

Gelet op het beginsel van hoor en wederhoor ziet de rechtbank aanleiding om de rechter-commissaris in de gelegenheid te stellen schriftelijk te reageren op de ter zitting gegeven nadere onderbouwing van het wrakingsverzoek, een en ander zoals blijkt uit het proces-verbaal van de zitting van de wrakingskamer, waaraan gehecht de pleitaantekeningen van mr. Arkesteijn.

4. De beslissing

De rechtbank:

- heropent de behandeling;

- verzoekt de rechter-commissaris binnen één week na heden bij de secretaris van de wrakingskamer schriftelijk een reactie te geven op hetgeen als nadere onderbouwing van het wrakingsverzoek is aangevoerd;

- draagt de secretaris van de wrakingskamer op terstond een afschrift van de reactie van de rechter-commissaris door te zenden aan de raadsvrouwe van verzoeker, mr. T. Arkesteijn, waarna zij in de gelegenheid wordt gesteld om binnen een week na toezending schriftelijk te reageren waarna een datum voor een beschikking zal worden bepaald;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beslissing is gegeven op 25 maart 2011 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,

mr. O.E.M. Leinarts en mr. H.J.M. van der Kaaij, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier.