Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BP9087

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
25-03-2011
Zaaknummer
345972 / HA ZA 10-64
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eigenaar van een aantal bedrijfsruimten heeft, zonder dat hij dit wist, gedurende een aantal jaren gas (door)geleverd aan een bedrijf dat een van de bedrijfsruimten in gebruik had. Nu vaststaat dat tussen de eigenaar en het bedrijf waaraan het gas is geleverd geen contractuele relatie bestaat en het bedrijf niets heeft betaald voor het gas dat aan haar is (door)geleverd, kan de gaslevering als een ongerechtvaardigde verrijking worden aangemerkt. De hierdoor geleden schade bestaat uit de kosten die de eigenaar heeft gemaakt voor het (door)geleverde gas. Om de omvang van die kosten te kunnen bepalen, dient enerzijds het gasverbruik over de betreffende jaren en anderzijds de over die jaren door Eneco aan de eigenaar in rekening gebrachte gasprijzen te worden vastgesteld. Eigenaar heeft jegens bedrijf niet onrechtmatig gehandeld door de gastoevoer te beëindigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 345972 / HA ZA 10-64

Vonnis van 16 maart 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LANCELOT LAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. B.J. Groenhuijzen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ECO 2 B.V.,

gevestigd te Numansdorp,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. Z.B. Gyömörei.

Partijen zullen hierna Lancelot en Eco 2 genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 22 december 2009, met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie, met

producties;

- het tussenvonnis van 14 april 2010 van deze rechtbank;

- de brief d.d. 1 juni 2010 van mr. Gyömörei, met bijlagen;

- het proces-verbaal van de op 16 juni 2010 gehouden comparitie van partijen;

- de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte wijziging van eis in

conventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast:

2.1. Lancelot heeft sinds december 2005 in eigendom een aantal bedrijfsruimten gelegen aan de [adres 1] te [plaats 1] (hierna: de bedrijfsruimten), waaronder een loods gelegen aan de [adres 2] (hierna: loods 12). Lancelot heeft de bedrijfsruimten gekocht en geleverd gekregen van VastNed B.V. die ze op haar beurt heeft verkregen van Ridderhaven B.V.

2.2. Loods 12 is door Lancelot verhuurd aan Allround Cargo Handling B.V. (hierna: ACH). ACH heeft een gedeelte van loods 12 aan Eco 2 verhuurd.

Eco 2 houdt zich bezig met het bestrijden van ongedierte in onder andere levensmiddelen¬voor¬raden. In het door Eco 2 gehuurde deel van loods 12 bevinden zich terminals waarin zuurstof onttrokken wordt aan levens¬middelen.

2.3. In verband met de exploitatie van de terminal is gedurende de periode december 2005 tot 20 novem¬ber 2009 door Eco 2 gas verbruikt. Voor het gasverbruik in 2006, 2007 en 2008 heeft Lancelot bij factuur d.d. 16 juli 2009 een totaalbedrag van € 129.698,85 inclusief administratie¬kosten, rente en BTW aan Eco 2 in rekening gebracht. Eco 2, die deze factuur in september 2009 heeft ontvangen, heeft dit bedrag niet betaald. Voor het gas¬verbruik in 2009 heeft Eco 2 een bedrag van € 9.520,-- aan Lancelot betaald.

2.4. Lancelot heeft op 20 november 2009 de gastoevoer naar loods 12 beëindigd.

2.5. Op 11 december 2009 is op verzoek van Lancelot conservatoir beslag gelegd op vijf luchtdichte (metalen) kamers en één zeecontainer met expansievat en besturings¬sys¬teem. Op 29 december 2009 is op verzoek van Lancelot en ten laste van Eco 2 conservatoir derdenbeslag gelegd onder de coöperatie Coöperatieve Rabobank Voorn-Putten Rozenburg U.A., gevestigd te Spijkenisse.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Na eisvermeerdering vordert Lancelot – kort samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Eco 2 veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 111.404,81, althans een bedrag van € 124.337,28, althans een bedrag van

€ 93.852,80, althans tot betaling van schadevergoeding tot een bedrag gelijk aan de ongerechtvaardigd verbruikte kubieke meters gas, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, een en ander vermeerderd met rente en kosten waaronder een bedrag van

€ 4.663,21 aan administratiekosten en een bedrag van € 1.776,-- aan beslagkosten.

Lancelot legt hieraan de volgende stellingen ten grondslag.

3.2. Eco 2 is ongerechtvaardigd verrijkt doordat zij in de periode van 15 december 2005 tot 20 november 2009 zonder rechtsgrond en ten koste van Lancelot gas heeft verbruikt waarvoor zij, met uitzondering van een bedrag van € 9.520,-- voor het gasverbruik in 2009, niet heeft betaald. Eco 2 heeft in strijd met haar mededelingsplicht jegens Lancelot gehandeld en is te kwader trouw door Lancelot niet te wijzen op de afspraken omtrent het gasverbruik met de rechtsvoorgangster van Lancelot, door Lancelot niet mee te delen dat nota’s voor het gas¬verbruik uitbleven en door na te laten tot een redelijke vergoeding voor gasafname te komen. Nadat Lancelot bekend was geworden met de gasmeter in de door Eco 2 gehuurde ruimte en het feit dat zij gas (door)leverde aan Eco 2, is aan de hand van de maandelijkse meter¬standen van het totale gasverbruik van de bedrijfsruimten en de begin- en eindstand van de tussenme¬ter in de door Eco 2 gehuurde ruimte en uitgaande van gemiddel¬de gas¬prijzen, de factuur d.d. 16 juli 2009 opgesteld. Eco 2 heeft deze factuur, met bijbeho¬rende specifi¬caties, niet betaald.

3.3. Indien wordt uitgegaan van de door de leverancier en transporteur gehanteerde maandelijkse prijs per kubieke meter gas is over de periode 15 december 2005 tot 1 juni 2009 een bedrag van € 107.794,16 verschuldigd. Vanaf 1 juni 2009 tot 20 november 2009 is 17.777 m3 gas door Eco 2 verbruikt. Uitgaande van een gemiddelde gasprijs van € 0,598 is Eco 2 over die periode een bedrag van € 10.630,65 verschuldigd. Voornoemde bedragen bij elkaar opgeteld, vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten van € 2.500,-- en vermin¬derd met het door Eco 2 reeds betaalde bedrag van € 9.520,--, resulteert in een door Eco 2 nog te betalen bedrag van € 111.404,81.

Indien geoordeeld wordt dat deze berekening niet juist is, dient subsidiair uitgegaan te worden van de gemiddelde gas- en transportprijzen over de periode 15 december 2005 tot 1 juni 2009 hetgeen resulteert in een bedrag van € 120.726,63. Indien dit bedrag wordt vermeerderd met € 10.630,65 voor het gasverbruik over de periode 1 juni 2009 tot 20 november 2009, vermeerderd met de buitengerechte¬lijke kosten van € 2.500,-- en verminderd met het door Eco 2 reeds betaalde bedrag van € 9.520,--, resteert nog een door Eco 2 te betalen bedrag van € 124.337,28.

Meer subsidiair dient uitgegaan te worden van minimum gas- en transportprijzen over de periode 15 december 2005 tot 1 juni 2009 hetgeen resulteert in een bedrag van

€ 90.242,15. Indien dit bedrag wordt vermeerderd met € 10.630,65 voor het gasverbruik over de periode 1 juni 2009 tot 20 november 2009, vermeerderd met de buiten¬gerechte¬lijke kosten van € 2.500,-- en verminderd met het door Eco 2 reeds betaalde bedrag van

€ 9.520,--, resteert nog een door Eco 2 te betalen bedrag van € 93.852,80.

3.4. Lancelot maakt voorts aanspraak op een bedrag van € 4.663,21 aan administratie¬kosten, een bedrag van € 1.776,-- aan beslagkosten, wettelijke rente over de terug te betalen bedragen vanaf het verbruiksmoment, althans vanaf het ontstaan van de terugbetalings¬verplichting, en wettelijke rente over de proceskosten.

3.5. Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, dan wel tot voorwaardelijke toewijzing tot een lager bedrag, met bepaling dat betaling van dit bedrag wordt opgeschort totdat de reconventionele vordering is vastgesteld, dan wel dat dit bedrag verrekend dient te worden met het voorschot op de in reconventie te bepalen schadevergoeding, met veroor¬deling, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, van Lancelot in de proceskosten.

Hiertoe wordt het volgende aangevoerd.

3.6. Lancelot verkeert in schuldeisersverzuim. Zij heeft nagelaten gespecificeerd en tijdig het exacte gasverbruik in rekening te brengen. Eco 2 is niet in verzuim zodat zij de gevorderde rente en kosten niet verschuldigd is. Eco 2 beroept zich op haar opschortings¬recht.

in reconventie

3.7. Eco 2 vordert – samengevat – dat voor recht wordt verklaard dat Lancelot toerekenbaar tekort geschoten is, dan wel onrechtmatig jegens Eco 2 heeft gehandeld, met veroordeling van Lancelot tot vergoeding van de daaruit voortvloeiende schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en Lancelot te veroordelen tot betaling van een op die schadevergoeding te nemen voorschot, gelijk aan het bedrag dat in conventie mogelijk wordt toegewezen, vermeerderd met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van hetgeen in conventie is aangevoerd, legt Eco 2 hieraan het volgende ten grondslag.

3.8. Lancelot heeft ten onrechte de gastoevoer beëindigd en de exploitatie van de terminal onmogelijk gemaakt door Eco 2 de toegang daartoe te ontzeg¬gen. Door aldus te handelen is Lancelot toerekenbaar tekortgeschoten, althans heeft zij onrechtmatig gehandeld jegens Lancelot. Vanaf het moment dat de gastoevoer is stopgezet en de terminals zijn afgesloten, heeft Eco 2 omzet gederfd en derhalve schade geleden. Voorts is mogelijk vorstschade aan de terminals ontstaan doordat Eco 2 niet werd toegelaten tot loods 12. De hierdoor door Eco 2 geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, dient door Lancelot te worden vergoed.

Op het nog vast te stellen bedrag aan schade dient een voorschot, gelijk aan het eventueel in conventie ten gunste van Lancelot toe te wijzen bedrag, aan Eco 2 te worden toegekend.

3.9. Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering met veroordeling van Eco 2 in de proceskosten.

Doordat Eco 2 geen voorschotnota’s wilde betalen, geen afspraken wilde maken over het (toekomstige) gasverbruik en, ook na daartoe te zijn gesommeerd, weigerde te betalen voor het gasver¬bruik over de jaren 2006 tot en met 2008, heeft Lancelot, teneinde verdere schade te voorkomen, de gastoevoer beëindigd.

Door Lancelot is uitsluitend beslag gelegd op de vergassingsmachine. Lancelot heeft Eco 2 de toegang tot loods 12 niet verboden. Evenmin heeft zij Eco 2 verboden de zich daarin bevindende vergassingsmachine te gebruiken of te onderhouden en op een andere wijze de gastoevoer aan de terminal te realiseren. Lancelot heeft Eco 2 niet gedwongen haar bedrijfs¬voering te staken. Zo al sprake is van enige schade, is Lancelot daarvoor niet aansprakelijk.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. Bij conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende akte wijziging van eis, welke conclusie ter zitting is genomen en tijdig vóór de zitting aan de rechtbank en aan

Eco 2 is toegezonden, heeft Lancelot haar eis vermeerderd met een bedrag van € 4.663,21.

Eco 2 heeft ter comparitiezitting geen bezwaar gemaakt tegen deze eisvermeerdering. De rechtbank is ook ambtshalve niet gebleken van strijd met de eisen van een goede proces¬orde. Zij zal dus op de vermeerderde eis recht doen.

4.2. Ter beoordeling ligt voor de vraag of Eco 2 gehouden is de gevorderde bedragen aan Lancelot te betalen. Partijen zijn het erover eens dat tussen hen geen contractuele verhouding bestaat. Voorts is tussen partijen niet in geschil dat in de periode van 15 decem¬ber 2005 tot 20 november 2009 ononderbroken gas is geleverd aan loods 12 en dat dit gasverbruik, tezamen met het gasverbruik in de andere bedrijfsruimten, door Eneco Energie Services B.V. (hierna: Eneco) aan Lancelot in rekening is gebracht. Eco 2 erkent dat zij gedurende voornoemde periode gas heeft verbruikt in verband met de exploitatie van de terminal in loods 12 en dat zij in verband daarmee nog een bedrag aan Lancelot is verschul¬digd. Eco 2 betwist echter de (hoogte van de) door Lancelot gevorderde bedragen.

4.3. Lancelot heeft de verschuldigdheid van de door haar gevorderde bedragen gebaseerd op ongerechtvaardigde verrijking. Ingevolge artikel 6:212 lid 1 BW is degene die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander verplicht, voor zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking. Voor het bestaan van een vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking is vereist dat Eco 2 is verrijkt en Lancelot daardoor is verarmd. Bovendien dient die verrijking ongerecht¬vaardigd te zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op het hiervoor sub 4.2 overwogene, de gaslevering aan Eco 2 als een ongerechtvaardigde verrijking worden aangemerkt. Vaststaat immers dat Eco 2 niets heeft betaald voor het gas dat in de jaren 2006 tot en met 2008 door Lancelot aan haar is (door)geleverd. Hierdoor is sprake van een verrij¬king van Eco 2 ten koste van Lancelot die voor het geleverde gas heeft betaald, terwijl voor die verrijking geen rechtvaardiging bestaat. Tussen deze verrijking en verarming bestaat naar het oordeel van de rechtbank een causaal verband.

4.4. Ongerechtvaardigde verrijking leidt tot een verplichting tot schadevergoe¬ding voor zover dit redelijk is, waarbij de schade enerzijds afhankelijk is van de verrijking van Eco 2 en anderzijds van de verarming van Lancelot. De schade van Lancelot bestaat uit de kosten die zij heeft gemaakt voor het aan Eco 2 (door)geleverde gas. Om de omvang van die kosten te kunnen bepalen, dient enerzijds het gasverbruik van Eco 2 over de periode 15 december 2005 tot 20 november 2009 en anderzijds de over die periode door Eneco aan Lancelot in rekening gebrachte gasprijzen te worden vastgesteld.

Gasverbruik over de periode 15 december 2005 tot 20 november 2009

4.5. Lancelot heeft hieromtrent het volgende gesteld.

Lancelot heeft eerst achteraf, onder meer aan de hand van de door Eneco in rekening gebrachte kosten, een berekening kunnen maken van het totale gasverbruik door Eco 2 over de periode 15 decem¬ber 2005 tot 20 november 2009. Tot 1 juni 2009 was Lancelot alleen bekend met de hoofdgasmeter die door Eneco werd gefactureerd. In de bedrijfsruimten bevinden zich, naast de hoofdgas¬meter, drie tussenmeters (Mpt 1a, Mpt 1b en Mpt 2). Door tussenmeter Mpt 1b wordt uitsluitend het gasverbruik door Eco 2 ten behoeve van de termi¬nal gemeten. Van tussenmeter Mpt 1b zijn in de periode 15 decem¬ber 2005 tot 1 juni 2009 geen tussentijdse meter¬standen opgenomen omdat Lancelot in die periode niet bekend was met het feit dat Eco 2 een ruimte in loods 12 gebruikte, dat zich in die ruimte een gasaan¬slui¬ting bevond en dat zij gas (door)leverde aan Eco 2. Aangezien Lancelot niet bekend is met de tussenstanden van tussenmeter Mpt 1b kan niet worden berekend hoeveel kubieke meter gas exact per maand door Eco 2 is verbruikt. De begin- en eindstand van deze tussen¬meter en het door de hoofdgasmeter gemeten totaalverbruik over de periode 15 december 2005 tot 20 november 2009 zijn echter wel bekend. Tussenmeter Mpt 1b stond op

15 december 2005 op 387.972 en op 1 juni 2009, volgens eigen meting, op 589.856.

Op 20 november 2009 stond die meter op 607.633. Derhalve is in de periode 15 december 2005 tot 1 juni 2009 door Eco 2 201.884 m3 gas verbruikt en tot 20 november 2009 219.661 m3, aldus nog steeds Lancelot.

4.6. Eco 2 heeft het volgende aangevoerd.

Tot juni 2009 wist Eco 2 niet dat Lancelot eigenaar was van de bedrijfsruimten en gas (door)leverde zonder dat in rekening te brengen. Het verbruik van de door Eco 2 geëxploi¬teerde terminal staat niet in verhouding tot het verbruik van een tweetal CV-installaties die voor twee hallen, gelegen in de bedrijfsruimten, worden gebruikt. De (door)berekening van Lancelot stemt voorts niet overeen met de omzet die in de jaren 2006 tot en met 2009 door de terminal is gerealiseerd. Door de crisis en concurrentie is de omzet gedaald waardoor het gasverbruik, met name in 2009, is verminderd terwijl de door Lancelot in rekening gebrach¬te kosten voor het gasverbruik juist hoger zijn geworden. Ten onrechte heeft Lancelot een berekening gemaakt aan de hand van een schatting van het gasverbruik en van de gemiddel¬de gasprij¬zen. Het verbruik op tussenmeter Mpt 1b is niet gemeten. Niet duidelijk is hoe de verdeling tussen de diverse gebruikers van gas tot stand is gekomen, aldus nog steeds Eco 2.

4.7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Eco 2, tegenover de gemotiveerde stellingen van Lancelot, onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat het door Lancelot gestelde gasverbruik over de periode

15 december 2005 tot 20 november 2009 niet juist is. Bij dit oordeel betrekt de rechtbank het volgende.

Als door Eco 2 niet betwist, is tussen partijen komen vast te staan dat de exacte hoeveelheid gas die door Eco 2 maandelijks is verbruikt niet kan worden berekend omdat Lancelot gedurende de periode 15 decem¬ber 2005 tot begin juni 2009 niet bekend was met het feit dat Eco 2 een ruimte in loods 12 huurde waarin zich een gasaansluiting bevond en derhalve ook niet bekend kon zijn met de tussenstanden van tussenmeter Mpt 1b. Voorts is, als door Eco 2 niet betwist, tussen partijen komen vast te staan dat in de periode vóór 15 december 2005 Eco 2 op basis van afspraken met Ridderhaven B.V. betaalde voor het door haar verbruikte gas en daarvoor facturen ontving. Uit de door Eco 2 bij conclusie van antwoord overgelegde factuur d.d. 2 december 2005 van Ridderhaven B.V. blijkt dat terzake gasverbruik voor de maand januari 2006 een bedrag van € 1.309,-- (incl. BTW) aan Eco 2 in rekening is gebracht. Hieruit leidt de rechtbank af dat Eco 2 kennelijk maandelijks (voorschot)facturen van Ridderhaven B.V. ontving en maandelijks een voorschot betaalde op de nog definitief vast te stellen factuurbedragen. Eco 2 heeft omtrent de inhoud van de met Ridderhaven B.V gemaakte afspraken evenwel niets gesteld. Voorts heeft zij niet gesteld wat in de periode vóór 15 december 2005 (gemiddeld) per maand aan kubieke meters gas werd verbruikt en wat zij daarvoor (maandelijks) aan Ridderhaven B.V. heeft betaald. Hoewel het feit dat kennelijk bij de verkoop en overdracht van de bedrijfsruimten geen melding is gemaakt van de afspraken met Ridderhaven B.V. voor rekening en risico van Lancelot komt, had het Eco 2 moeten opvallen dat zij na voornoemde factuur van 2 december 2005 geen facturen voor gasverbruik meer ontving. Eco 2 heeft weliswaar aangevoerd dat zij in de veronderstelling verkeerde dat de facturen die zij van ACH ontving ook betrekking hadden op het gasver¬bruik van loods 12 doch, gelet op het feit dat tot januari 2006 Ridderhaven B.V. hiervoor (afzonderlijke) bedragen in rekening bracht en in het kader daarvan maandelijks facturen naar Eco 2 verzond, gaat de rechtbank hieraan voorbij.

In het licht van voornoemde feiten en omstandigheden kan aan Lancelot niet worden tegengeworpen dat zij het exacte maandelijkse gasverbruik niet heeft (door)berekend en gefactureerd. Eco 2 kan zich er dan ook niet op beroepen dat zij niet voor het gasverbruik hoeft te betalen zolang geen duidelijkheid is verkregen over het exacte gasverbruik over de jaren 2006 tot en met 2008. Daarmee faalt het beroep van Eco 2 op opschorting en dient het verweer dat Lancelot in schuldeisersverzuim verkeert, verworpen te worden.

4.8. De rechtbank dient thans te beoordelen of het door Lancelot achteraf berekende gasverbruik redelijk is. Als door Eco 2 niet, althans onvoldoende, betwist, staat tussen partijen vast dat tussenmeter Mpt 1b het gasverbruik meet van de door Eco 2 geëxploiteerde terminal in loods 12. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de deugdelijk¬heid van die gasmeter, zodat de opgeno¬men begin- en eindstanden, die door Eco 2 niet zijn betwist, als uitgangspunt dienen. Eco 2 heeft evenmin betwist het door Lancelot gestelde totale gasverbruik van de bedrijfsruimten (506.767 m3) over de periode 15 december 2005 tot 1 juni 2009 zoals dat is gemeten door de hoofdgas¬meter. De rechtbank zal dan ook van de juistheid daarvan uitgaan. Lancelot heeft aan de hand van de bij dagvaarding overgelegde producties 1 tot en met 3 gemotiveerd gesteld hoe het gasverbruik door Eco 2 over de periode 15 december 2005 tot 20 november 2009 zich verhoudt tot het totale gasverbruik over die periode. Eco 2 heeft enkel aangevoerd dat die verhouding niet klopt, gezien de door de terminal in die periode gerealiseerde omzetten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Eco 2 haar verweer op dit punt onvoldoende onderbouwd. Eco 2 heeft immers geen gegevens overgelegd waaruit de juistheid van de door haar gestelde omzetgegevens kan worden afgeleid. Evenmin is door Eco 2 concreet gesteld welke hoeveelheid gas, uitgaande van die omzetgegevens, maximaal door de terminal gebruikt kan zijn. Derhalve dient dit verweer als onvoldoende onderbouwd te worden verworpen. Hetzelfde geldt voor het verweer van Eco 2 dat het door Lancelot gestelde gasverbruik niet klopt gezien het gasver¬bruik van de CV-installaties in de twee hallen. Eco 2 heeft dat verweer evenmin onder¬bouwd.

4.9. Gelet op het vorenoverwogene gaat de rechtbank er vanuit dat in de periode

15 december 2005 tot 1 juni 2009 in totaal 201.884 m3 gas en in de periode 15 december 2005 tot 20 november 2009 in totaal 219.661 m3 gas is verbruikt door de door Eco 2 geëxploiteerde terminal.

Gasprijzen

4.10. Onder verwijzing naar het als productie 3 bij dagvaarding overgelegde overzicht heeft Lancelot gesteld dat de prijs die zij heeft berekend voor het gasverbruik gerelateerd is aan het totale gasverbruik van de bedrijfsruimten en dat zij de (maandelijkse) gasprijzen heeft doorgekregen van de leverancier en de transporteur. Aangezien in de periode

15 decem¬¬ber 2005 tot 1 juni 2009 in de bedrijfsruimten in totaal 506.767 m3 gas is verbruikt, bedraagt het gasverbruik door Eco 2 39,84 % (201.884/506.767). Door het bedrag dat maandelijks is betaald voor het totale gasverbruik in de bedrijfsruimten te vermenig¬vuldigen met 39,84 % kunnen de kosten van het gasverbruik door Eco 2 worden berekend. Dit resulteert in een bedrag van € 29.729,29 over 2006, € 33.195,80 over 2007, € 30.339,09 over 2008 en € 14.529,28 over januari tot en met juni 2009, derhalve in totaal € 107.793. Vanaf 1 juni 2009 tot 20 november 2009 is 17.777 m3 gas door Eco 2 verbruikt. Uitgaande van een gemiddelde gasprijs van € 0,598 is Eco 2 over die periode een bedrag van

€ 10.630,65 verschuldigd, aldus nog steeds Lancelot.

4.11. Eco 2 heeft aangevoerd dat de prijzen voor gas sterk fluctueren en dat Lancelot geen schatting daarvan mag maken. Lancelot moet aantonen over welke periode welke prijs verschuldigd was. Tussen partijen zal eerst een prijsberekening moeten worden afgesproken.

Niet duidelijk is waarop posten als vast recht en transportkosten betrekking hebben en waarop de betreffende bedragen betrekking hebben, aldus nog steeds Eco 2.

4.12. De rechtbank overweegt het volgende. Hiervoor is vastgesteld dat door de door Eco 2 geëxploiteerde terminal over de periode 15 december 2005 tot 20 november 2009 in totaal 219.661 m3 gas verbruikt is. Lancelot beschikt niet over gegevens hoe dit totale gasverbruik is verspreid over de jaren 2006 tot en met 2008 en tot medio 2009. Eco 2 heeft niet aangevoerd dat zij wel over dergelijke gegevens beschikt. Tussen partijen is niet in geschil dat de gasprijzen (sterk) variëren. Dit betekent dat over die perioden niet kan worden vastgesteld welk deel van het totaalbedrag dat voor het totale gasverbruik in de bedrijfs¬ruim¬ten door Eneco in rekening is gebracht, betrekking heeft op het gasverbruik door Eco 2. Reeds hierom komt het de rechtbank niet redelijk voor om voor de berekening van die kosten uit te gaan van 39,84 % van het bedrag dat maandelijks is betaald voor het totale gasverbruik in de bedrijfsruimten. Om diezelfde reden komt het hanteren van gemiddelde gasprijzen de rechtbank evenmin redelijk voor.

Nu niet meer vast te stellen is hoe het totale gasverbruik door Eco 2 is verspreid over de jaren 2006 tot en met 2008 en tot medio 2009 en de gasprijzen in die periode (maandelijks) varieerden, acht de rechtbank het reëel om voor wat betreft de periode 15 december 2005 tot 1 juni 2009 uit te gaan van de laagste maandelijkse gasprijs die door Eneco aan Lancelot in rekening is gebracht. Uitgaande van een gasverbruik van 201.884 m3 over de periode

15 december 2005 tot 1 juni 2009 komt dit neer op een totaalbedrag van € 90.242,15 (201884 m3 * € 0,447).

Voor wat betreft de periode 1 juni 2009 tot 20 november 2009 overweegt de rechtbank het volgende. Lancelot heeft onweersproken gesteld dat zij met ingang van 1 juni 2009 de meter¬standen van tussenmeter Mpt 1b heeft opgenomen en dat over de periode 1 juni 2009 tot 20 november 2009 in totaal 17.777 m3 aan gas is verbruikt. Lancelot is voor die periode uitgegaan van een gemiddelde gasprijs van € 0,598. Aangezien het hanteren van deze gemiddelde gasprijs, zoals hiervoor overwogen, de rechtbank niet redelijk voorkomt, door Lancelot niet is gesteld wat de daadwerkelijke tarieven in die periode waren en geen stukken in het geding zijn gebracht waaruit die tarieven kunnen worden afgeleid, zal de rechtbank ook voor deze periode uitgaan van de laagste gasprijs, zijnde € 0,447. Dit resulteert in een bedrag van € 7.946,32 (17.777 m3 * € 0,447).

4.13. Gelet op het vorenstaande begroot de rechtbank de totale schade van Lancelot over de periode 15 december 2005 tot 20 november 2009 op een bedrag van € 98.188,47

(€ 90.242,15 + € 7.946,32). Aangezien door Eco 2 een bedrag van € 9.520,-- is betaald, is terzake gasverbruik nog een bedrag van € 88.668,47 door Eco 2 verschuldigd.

4.14. De door Lancelot gevorderde administratiekosten acht de rechtbank niet toewijsbaar. Lancelot heeft eerst achteraf de kosten berekend van het aan Eco 2

(door)geleverde gas over de jaren 2006 tot en met 2008. Indien hierdoor (extra) kosten zijn gemaakt voor het verstrekken van overzichten, het opmaken van verde¬lingen en de administratie kunnen die kosten naar het oordeel van de rechtbank niet bij Eco 2 in rekening worden gebracht. Die kosten zijn immers het gevolg van de omstan¬dig¬heid dat Lancelot niet eerder dan in juni 2009 de kosten van het gasverbruik aan Eco 2 heeft (door)berekend. Dat de oorzaak hiervan is gelegen in de omstandigheid dat Lancelot voor juni 2009 niet bekend was met het feit dat Eco 2 een ruimte in loods 12 huurde, dat zich in die ruimte een gasaansluiting bevond en dat zij gas (door)leverde aan Eco 2, komt naar het oordeel van de rechtbank voor rekening en risico van Lancelot.

4.15. De door Lancelot gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen eveneens worden afgewezen. Er is onvoldoende gebleken van buitengerechtelijke werkzaamheden die toewijzing rechtvaardigen. Het verzenden van een, eventueel herhaalde, aanmaning, is daartoe onvoldoende.

4.16. Lancelot stelt dat zij aanspraak maakt op vergoeding van wettelijke handelsrente over de terug te betalen bedragen vanaf de vervaldata van de maandelijkse deelbedragen, althans vanaf het ontstaan van de terugbeta¬lingsverplichting aan Lancelot.

Eco 2 voert aan geen rente verschuldigd te zijn aangezien zij nooit in verzuim is geweest. Lancelot heeft immers geen facturen verstuurd, aldus Eco 2.

Nu vaststaat dat tussen partijen geen contractuele verhouding bestaat en Lancelot eerst achteraf een factuur voor het gasverbruik over de jaren 2006 tot en met 2008 heeft gestuurd, komt Lancelot geen vergoeding toe terzake van wettelijke handels¬rente over de terug te betalen bedragen vanaf de vervaldata van de maandelijkse deelbedra¬gen. De wettelijke rente is op grond van het bepaalde in artikel 6:119 BW wel toewijsbaar vanaf het moment dat

Eco 2 met de voldoening van haar betalings¬ver¬plich¬ting in verzuim is. Aangezien gesteld noch gebleken is vanaf welke datum Eco 2 daarmee in verzuim is, zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, dus vanaf 22 december 2009.

4.17. Aangezien Eco 2 in reconventie vordert schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en zij terzake de gestelde schade geen enkel bedrag, ook niet bij benadering, heeft genoemd, verwerpt de rechtbank het beroep op verrekening. Dit beroep stuit immers af op het bepaalde in artikel 6:136 BW. Dit betekent dat het sub 4.13 genoemde bedrag (€ 88.668,47) zal worden toegewezen.

4.18. Lancelot heeft het gestelde bedrag van € 1.776,-- terzake beslagkosten niet, althans onvoldoende, gespecificeerd. Nu uit de beslagstukken die door Lancelot in het geding zijn gebracht, kan worden afgeleid dat een bedrag van € 368,82 aan beslagkosten is gemaakt, acht de rechtbank dat bedrag toewijsbaar.

4.19. Eco 2 zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder de beslagkosten.

De kosten aan de zijde van Lancelot worden begroot op:

- dagvaarding € 72,25

- beslagkosten € 368,82

- vast recht € 2.673,--

- salaris advocaat € 1.788,-- (2 punten * tarief IV)

Totaal € 4.902,07

in reconventie

4.20. Aangezien in conventie vaststaat dat met betrekking tot het gasverbruik geen contractuele verhouding tussen partijen bestaat, is de gevorderde verklaring voor recht, inhoudende dat Lancelot jegens Eco 2 toerekenbaar tekort geschoten is, niet toewijsbaar.

4.21. Ter beoordeling ligt voor de vraag of Lancelot onrechtmatig jegens Eco 2 heeft gehandeld door de gastoevoer te beëindigen en de exploitatie van de terminals onmogelijk te maken door Eco 2 de toegang daartoe te ontzeg¬gen.

4.22. Eco 2 stelt zich op het standpunt dat indien Lancelot deugdelijke facturen voor het exacte gasverbruik had verstuurd, de relatie tussen hen en de exploitatie van de terminals gecontinueerd had kunnen worden. De rechtbank verwerpt die stelling.

In conventie is reeds overwogen dat Eco 2 door de gaslevering ongerechtvaardigd is verrijkt en dat aan Lancelot niet kan worden tegengeworpen dat zij het exacte gasverbruik niet maandelijks heeft (door)berekend aan Eco 2. Lancelot heeft in dit verband onweerspro¬ken gesteld dat zij de bij dagvaarding overgelegde producties aan Eco 2 heeft voorgelegd en dat zij op verzoek van Eco 2 alle facturen van Eneco over de afgelopen jaren, waarin de cijfers die in de producties zijn vermeld terugkomen, aan haar heeft toegezonden. Eco 2 heeft vervolgens uitsluitend voor het gasverbruik in 2009 aangegeven wat volgens haar nog betaald moet worden. Hiermee kon zij naar het oordeel van de rechtbank niet volstaan.

Gelet op de door Lancelot verstrekte gegevens, had het op de weg van Eco 2 gelegen om gemoti¬veerd te stellen welk bedrag volgens haar voor het gasverbruik over de jaren 2006 tot en met 2008 dan wel is verschuldigd en in ieder geval dit bedrag aan Lancelot te betalen. Dit heeft Eco 2 evenwel nagelaten. Zij heeft, na door Lancelot daarop te zijn gewezen, drie jaren gasverbruik onbetaald gelaten. Gelet op deze feiten en omstandigheden verwerpt de rechtbank de stelling van Eco 2 dat zij niet voor het gasverbruik hoeft te betalen zolang geen duidelijkheid is verkregen over het exacte gasverbruik over de jaren 2006 tot en met 2008.

4.23. Aangezien het aan Eco 2 in de jaren 2006 tot en met 2009 (door)geleverde gas zonder rechtsgrond is geleverd, Eco 2 heeft erkend dat zij daarvoor nog een bedrag aan Lancelot is verschuldigd doch heeft nagelaten om terzake het in 2006 tot en met 2008 geleverde gas enig bedrag aan Lancelot te betalen, is de rechtbank van oordeel dat Lancelot niet onrechtmatig jegens Eco 2 heeft gehandeld door de gastoevoer te beëindigen. Hierbij betrekt de rechtbank tevens de omstandigheid dat Lancelot ter comparitie onweersproken heeft gesteld dat op verzoek van Eco 2 met het stopzetten van de gaslevering is gewacht totdat een belangrijk vergassings¬project van Eco 2 was afgerond.

4.24. Eco 2 heeft voorts gesteld dat zij vanwege het beslag op de terminal door Lancelot niet tot loods 12 werd toegelaten. Hierdoor werd de exploitatie van de terminals onmogelijk gemaakt, aldus Eco 2. Lancelot heeft zulks gemotiveerd betwist.

De rechtbank overweegt het volgende.

Vaststaat dat Lancelot beslag heeft gelegd op de terminals en dat deze zich bevinden in het gedeelte van loods 12 dat Eco 2 huurt van ACH. Gesteld noch gebleken is dat dit beslag onrechtmatig is. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat Lancelot niet onrechtmatig heeft gehandeld door beslag op de terminals te leggen.

Tegenover de betwisting door Lancelot heeft Eco 2 onvoldoende concrete feiten en omstan¬dig¬heden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat Lancelot haar de toegang tot loods 12 heeft verboden. Het enkele feit dat mensen die in dan wel bij het gebouw aanwezig waren, tegen medewerkers van Eco 2 zeiden dat zij van Lancelot het gebouw niet in mochten, zoals Eco 2 ter comparitie heeft gesteld, acht de rechtbank onvoldoende. In het als productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie overgelegde e-mailbericht d.d. 1 maart 2010 van Eco 2 aan haar advocaat is vermeld: "Op 8 januari 2010 heeft ons onderhoudsbedrijf getracht vorstpreventieve maatregelen te treffen op de terminal, zodat deze tegen vorst beveiligd is. Echter op het terrein werden ze tegen gehouden door medewerkers van All Round, die onder ‘druk’ van de deurwaarder geïnstrueerd waren ons onderhoudsbedrijf niet toe te laten. […]". Volgens dit bericht van Eco 2 heeft ACH, daartoe kennelijk door de deurwaarder geïnstrueerd, haar de toegang tot loods 12 verboden. Door Eco 2 zijn geen stukken in het geding gebracht waaruit kan worden afgeleid dat Lancelot haar de toegang tot loods 12 heeft verboden.

4.25. Het vorenstaande in aanmerking nemende is de rechtbank van oordeel dat van onrechtmatig handelen van Lancelot jegens Eco 2 niet is gebleken. Daarmee ligt de reconven¬tio¬nele vordering voor afwijzing gereed.

4.26. Eco 2 zal als de overwegend in het ongelijk gesteld partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Lancelot worden begroot op een bedrag van

€ 452,--.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

veroordeelt Eco 2 tot betaling aan Lancelot van een bedrag van € 88.668,47 (zegge: achten tachtigduizend zeshonderd achtenzestig euro en zevenenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 BW vanaf 22 december 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Eco 2 in de aan de zijde van Lancelot gevallen kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak bepaald op een bedrag van € 4.902,07, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt Eco 2 in de aan de zijde van Lancelot gevallen kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak bepaald op een bedrag van € 452,-- aan salaris voor de advocaat.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2011.?