Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BP8359

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
18-03-2011
Zaaknummer
372858/ FT-EA 11.353
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet ontvankelijk in art. 287b Fw verzoek; afwijzing tweede moratorium verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

voorlopige voorziening en verzoek toepassing schuldsanering

Rekestnummer: 372858/ FT-EA 11.353

Rekestnummer: 372878/ FT-EA 11.356

Uitspraakdatum: 16 maart 2011

In de zaak van

[ naam verzoekster ]

[woonplaatst verzoekster]

hierna: verzoekster.

1. De procedure

Verzoekster heeft op 16 februari 2011 een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw) alsmede een verzoek ex artikel 284 Fw.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. Het verzoek

De gevraagde voorziening houdt in om:

- Woonplus Schiedam, Valeriusstraat 3, 3100 AA Schiedam (hierna: verweerster), te verbieden om het vonnis van deze rechtbank Rotterdam d.d. 22 september 2009 tot ontruiming van de woonruimte ten uitvoer te leggen.

3. De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals limitatief vermeld in artikel 287b, tweede lid, Fw.

Hoewel verzoekster een kopie van het vonnis d.d. 22 september 2009 heeft overgelegd, is geen exploit van aanzegging tot ontruiming aangetroffen waaruit blijkt dat de ontruiming van haar huurwoning is aangezegd. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook geen sprake van een bedreigende situatie.

Op grond van het vorenstaande dient verzoekster dan ook niet ontvankelijk te worden verklaard.

Ten overvloede merkt de rechtbank het volgende op.

De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om het minnelijk traject voort te zetten en om met de schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.

De rechtbank is ambtshalve bekend met haar uitspraak van 17 september 2010 waarbij een eerder verzoek ex artikel 287b Fw van verzoekster gedurende een termijn van vier maanden is toegewezen.

Uit onderhavig verzoekschrift ex artikel 284 Fw blijkt dat na 17 september 2010 het minnelijk traject niet is gestart omdat het inkomen van verzoekster nog niet op orde is en inkomensbeheer nog niet is gestart.

Nu geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld en noch zijn gebleken, stelt de rechtbank vast dat verzoekster de hierboven genoemde adempauze kennelijk niet heeft benut om het minnelijk traject voort te zetten en om met haar schuldeisers een regeling van haar schulden overeen te komen. Vanwege het vorenstaande was onderhavig verzoek niet voor toewijzing in aanmerking gekomen.

Nu het minnelijk traject niet is gevolgd, zal verzoekster gelet op het bepaalde in artikel 288, eerste lid, sub f, Fw ten aanzien van haar verzoek ex artikel 284 Fw niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek ex artikel 287b, eerste lid, Fw;

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.

Aldus gegeven door mr. E.A. Vroom, lid van de enkelvoudige kamer, en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.