Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BP6558

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
03-03-2011
Zaaknummer
354610 / HA ZA 10-1598
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsovereenkomst. Verzekeringsnemer is opvolgende vennootschap. Vraag of sprake is van voortzetting van de polis. Geen sprake van voortzetting van de polis. Vervolgens vraag of nieuwe verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen ondanks dat polis niet naar wens verzekeringsnemer is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAV 2011/60
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 354610 / HA ZA 10-1598

Vonnis van 2 februari 2011

in de zaak van

de naamloze vennootschap

NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres in conventie,

verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. J.A. Trimbach,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERPERFUMES HOLDING B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. J.C.M. Nuijten.

Partijen zullen hierna ‘NN’ en ‘Interperfumes’ genoemd worden.

1. De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- dagvaarding d.d. 11 mei 2010 en de door NN overgelegde producties;

- conclusie van antwoord in conventie en van (voorwaardelijke) eis in reconventie, met producties;

- tussenvonnis d.d. 14 juli 2010, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

- de in het kader van de comparitie van partijen aan de rechtbank gezonden brief van mr. Nuijten d.d. 8 december 2010, met bijlage;

- proces-verbaal van comparitie gehouden op 21 december 2010.

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 Mercey Holding B.V. had met NN drie verzekeringsovereenkomsten gesloten, te weten een WAO-verzekering, een transportverzekering en een opslagverzekering. Vervolgens is Interperfumes opgericht als gevolg van een samenwerkingsverband tussen Mercey Holding B.V. en Van der Toorn B.V. In verband mee heeft de directeur van Interperfumes, [persoon1], in december 2007 aan haar toenmalige assurantietussenpersoon Meeùs verzocht om de tenaamstelling van de polis te wijzigen.

2.2 Meeùs heeft Interperfumes een pakketpolis van NN toegezonden, bestaande uit een verzekering voor “Goederen/Inventaris”, “Goederen” en “Bedrijfsschade” (hierna: de verzekeringsovereenkomst). Deze polis luidt, voor zover van belang, als volgt:

“PAKKETPOLIS

(…)

Ingang-/Wijz.datum 1 januari 2008

Reden afgifte Nieuw contract ter vervanging

(…)

Premievervaldatum 1 januari 2009

Contractsvervaldatum 1 januari 2012

Contractsduur 60 maanden

Datum afgifte 18 februari 2008

Afgegeven door Gevolmachtigde

Meeùs Assuradeuren B.V.”

2.3 Van de verzekeringsovereenkomst maken deel uit de algemene voorwaarden P.Z. 9 en L.Z. 10.

2.4 Op 22 februari 2008, 1 januari 2009 en 1 januari 2010 heeft Meeùs aan Interperfumes facturen ter zake de verzekeringspremie gezonden voor in totaal een bedrag van

€ 47.500,49.

2.5 Bij e-mail d.d. 22 februari 2008 bericht [persoon2] namens Meeùs aan Mercey, voor zover van belang, als volgt:

“Bijgaand de polis van Nationale Nederlanden.

Zoals je ziet is deze opgemaakt in onze volmacht. (zo hebben wij de zaken in de toekomst in eigen hand)

Dit komt de snelheid ten goede”

2.6 Bij brief d.d. 13 maart 2008 bericht Mercey aan Meeùs, ter attentie van Naalden, voor zover van belang, als volgt:

“Uit de Meeus Pakketpolis 5085MA9991919 maak ik op dat de eerdere Nationale Nederlanden polissen kennelijk beëindigd zijn. De reden hiervan is mij niet duidelijk. Ik geef er dan ook de voorkeur aan dat rechtstreeks bij de Nationale Nederlanden wordt ondergebracht met een contractsduur tot 01-01-2012. (…)

De nota ter grootte van € 18.925,63, die eerder op naam van Mercey Holding BV werd aangeboden, laat ik onbetaald daar ik aanneem dat deze wordt gecrediteerd.

De nota op naam van Interperfumes Holding BV wordt pas betaald nadat uitleg en/of gevolg is gegeven over/aan hetgeen er in de vorige alinea gevraagd werd.”

2.7 Bij e-mail d.d. 17 maart 2008 bericht Naalden aan Mercey, voor zover van belang, als volgt:

“3. oversluiten NN naar Meeus: credit nota volgt is naar je onderweg.

De post is niet overgesloten naar Meeus maar ondergebracht in onze volmacht van Nationale Nederlanden (als Meeus hebben wij volmachten van diverse verzekeraars). De feitelijk risicodrager is NN op dezelfde voorwaarden als voorheen.”

2.8 Op 25 maart 2008 betaalt Interperfumes aan Meeùs de helft van de jaarpremie over 2008, een bedrag van € 9.465,49.

2.9 Bij brief d.d. 11 juni 2008 bericht Mercey aan Meeùs, voor zover van belang, als volgt:

“Hierbij deel ik u mede mij niet te kunnen verenigen met de door u afgegeven Meeus volmacht polis voor dekking van bovenvermelde risico’s.

Buiten verschillen in clausules e.d. meen ik mij ook niet te kunnen herinneren dat ik voor deze polis een aanvraagformulier heb ondertekend.

Verder heb ik als blijk dat ik het niet met de gang van zaken eens ben, slechts een deel van de premie betaald.

Ik wens dan ook dat de verzekering wordt geroyeerd en zal het risico elders laten onderbrengen.”

2.10 Bij brief d.d. 2 juli 2008 bericht Meeùs aan Mercey, voor zover van belang, als volgt:

“Op uw verzoek o[m] de verzekering te royeren kunnen wij niet ingaan. (…) Middels uw schrijven van 13 03 2008 heeft u een aantal vragen gesteld. Deze zijn door mij per mail op 17 03 2008 beantwoord. Hierna is nog telefonisch overleg geweest, toen is niet kenbaar gemaakt dat u het niet eens was met de overvoer naar de volmacht.

De polis is niet meer dan een voortzetting van het bestaande contract van Nationale Nederlanden het contract [ver]loopt derhalve op 01 01 2012.

Daarnaast verzoeken wij u de nog openstaande premie zsm aan ons over te maken.”

2.11 Bij brief d.d. 19 mei 2009 bericht [persoon3] namens Meeùs aan de advocaat van Interperfumes, voor zover van belang, als volgt:

“Overigens is het geen probleem om, als [de] klant dat wil, de in Volmacht afgegeven polis (terug) te plaatsen in de provinciale tekening van Nationale Nederlanden Schadeverzekering Mij N.V. Meeùs zal dan voortaan niet meer voor Nationale-Nederlanden, maar als hulppersoon voor de klant optreden. Wij hebben herhaaldelijk aangegeven hieraan mee te willen werken, mits de openstaande premiegelden worden voldaan, Overigens is dit door ons besproken met Nationale Nederlanden en ook daar stuit dat niet op problemen.”

3. De vordering in conventie

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Interperfumes te veroordelen tot betaling aan NN van een bedrag van € 53.385,08, vermeerderd met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft NN de volgende stellingen aan haar vordering ten grondslag gelegd.

3.1 Uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst is Interperfumes aan NN de premie verschuldigd over de jaren 2008 tot en met 2010. De totale premie bedraagt in hoofdsom een bedrag van € 47.500,49.

3.2 Ingevolge artikel 17 van de algemene voorwaarden P.Z. 9 en artikel 18 van de algemene voorwaarden L.Z. 10 is Interperfumes gehouden om de premie te voldoen uiterlijk binnen 30 dagen nadat zij verschuldigd is geworden, dat wil zeggen 30 dagen na de respectieve factuurdata.

3.3 Over de factuurbedragen is ingevolge artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW) de wettelijke handelsrente verschuldigd. Berekend vanaf vervaldagen van de respectieve facturen tot en met 2 april 2010 bedraagt de wettelijke handelsrente een bedrag van

€ 4.096,59.

3.4 Door en namens NN zijn buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht die voor vergoeding in aanmerking komen. Deze vergoeding wordt overeenkomstig het Rapport Voorwerk II begroot op € 1.788,=.

4. Het verweer in conventie

Het verweer strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van NN in haar vordering, althans afwijzing van de vordering, met veroordeling van NN in de kosten van het geding. Interperfumes heeft daartoe – verkort weergegeven – het volgende aangevoerd:

4.1 In de polis van de verzekeringsovereenkomst is een volmacht van NN aan Meeùs opgenomen. Hiermee is Interperfumes niet akkoord gegaan. Er is daarom geen verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen NN en Interperfumes. Indien al enige verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen, komt het vorderingsrecht toe aan Meeùs. NN is om deze redenen niet-ontvankelijk in haar vordering.

4.2 Indien en voor zover NN ontvankelijk is in haar vordering geldt dat de buitengerechtelijke incassowerkzaamheden door of namens Meeùs zijn verricht. De incassogemachtigde van NN, Vesting Finance Incasso B.V., heeft haar werkzaamheden beperkt tot het zenden van vier sommaties ter incasso van het restant van de premie over 2008. Interperfumes is derhalve geen vergoeding voor buitengerechtelijke incassowerkzaamheden aan NN verschuldigd.

5. De vordering in (voorwaardelijke) reconventie

De vordering luidt - verkort weergegeven - om NN te veroordelen om aan Interperfumes te betalen het bedrag van € 11.831,24, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van NN in de kosten van de procedure.

5.1 De vordering wordt ingesteld onder de voorwaarde dat NN ontvankelijk wordt geacht in haar vordering in conventie.

5.2 Interperfumes heeft in 2008 reeds de helft van de premie over 2008 betaald, een bedrag van € 9.465,45. Voor de betaling van dit bedrag ontbreekt iedere rechtsgrond en is derhalve onverschuldigd betaald.

5.3 Namens Interperfumes zijn buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht die voor vergoeding in aanmerking komen. Deze vergoeding wordt overeenkomstig het Rapport Voorwerk II begroot op € 1.115,=.

6. Het verweer in (voorwaardelijke) reconventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Interperfumes in de kosten van de procedure.

Naast hetgeen NN in conventie heeft betoogd, heeft NN daartoe – verkort weergegeven – het volgende aangevoerd:

6.1 Interperfumes heeft het bedrag van € 9.465,49 niet onverschuldigd aan NN betaald. Het bedrag zag op verschuldigde verzekeringspremie. Interperfumes heeft dit bedrag betaald, omdat zij dekking onder de verzekeringsovereenkomst wenste.

6.2 Voor zover de betaling het bedrag van € 9.465,49 wel als onverschuldigd moet worden aangemerkt, heeft Interperfumes niet onverschuldigd betaald aan NN maar aan Meeùs. Dat Meeùs het bedrag aan NN heeft doorbetaald, maakt dat niet anders. In dat geval zal Interperfumes zich dienen te wenden tot Meeùs.

6.3 Interperfumes heeft geen aanspraak op de vergoeding van wettelijke handelsrente, aangezien onverschuldigde betaling geen overeenkomst veronderstelt. Interperfumes heeft geen buitengerechtelijke werkzaamheden verricht die voor vergoeding in aanmerking komen.

7. De beoordeling

in conventie

7.1 Ter comparitie heeft NN haar eis verminderd in die zin dat de vordering tot betaling van de premie over 2010, ad € 19.017,50, is ingetrokken. De rechtbank zal recht doen op deze gewijzigde eis.

7.2 NN grondt de verplichting van Interperfumes tot betaling van de factuurbedragen op de tussen partijen gesloten verzekeringsovereenkomst. Interperfumes betwist dat tussen partijen een verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen, omdat tegen de wil van Interperfumes Meeùs in plaats van zelfstandig assurantietussenpersoon als gevolmachtigde van NN onder de verzekeringspolis is opgenomen. De rechtbank dient derhalve de vraag te beantwoorden of tussen partijen een verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen.

7.3 Alvorens aan de beoordeling van deze vraag toe te komen is eerst aan de orde of tussen partijen een nieuwe verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen, danwel dat het hier een voortzetting van een eerdere polis betreft onder een gewijzigde tenaamstelling, zoals NN betoogt.

Interperfumes is geen voortzetting van de aanvankelijke verzekeringnemer Mercey Holding B.V., maar het product van een samenwerkingsverband tussen Mercey Holding B.V. en Van der Toorn B.V. De naam van de verzekeringsnemer is derhalve niet slechts gewijzigd, de verzekeringsnemer zelf is gewijzigd. Reeds om die reden kan van een voortzetting van het eerdere contract geen sprake zijn, tenzij sprake zou zijn van een contractsovername in de zin van artikel 6:159 BW. Daarbij is onder meer een akte tussen in dit geval Mercey Holding B.V. en Interperfumes vereist. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijke akte is opgemaakt.

Daarnaast weegt de rechtbank mee dat de onderhavige verzekeringsovereenkomst een nieuw polisnummer heeft gekregen en, zo staat als onweersproken tussen partijen vast, NN de door Mercey Holding betaalde verzekeringspremie onder de oude polis aan haar heeft gecrediteerd. Tot slot meldt het polisblad d.d. 1 januari 2008 als reden van afgifte: “Nieuw contract ter vervanging”.

Deze omstandigheden leiden tot het oordeel dat de onderhavige verzekeringsovereenkomst geen voortzetting van een eerder met NN gesloten contract is.

7.4 Vervolgens is de vraag aan de orde of tussen partijen een nieuwe verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen. De rechtbank neemt bij de beantwoording van deze vraag tot uitgangspunt dat ingevolge artikel 3:33 BW jo. artikel 3:35 BW voor de totstandkoming van een overeenkomst is vereist dat bij partijen wilsovereenstemming bestaat tot het sluiten van een overeenkomst, althans dat (één der) partijen er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat er ten tijde van het sluiten van de overeenkomst wilsovereenstemming bestond. De verbintenissen uit overeenkomst die partijen op zich nemen dienen op grond van artikel 6:227 BW voldoende bepaalbaar te zijn.

7.5 De inhoud van de verzekeringsovereenkomst is ongewijzigd gebleven ten aanzien van de eerdere verzekeringsovereenkomst tussen NN en Mercey Holding B.V., dit overeenkomstig het verzoek van Interperfumes. Zonder een daartoe strekkende opdracht van Interperfumes en vervolgens ook ondanks protest daartegen door Interperfumes, heeft Meeùs echter zichzelf als gevolmachtigde namens NN op de polis geplaatst, terwijl zij optrad als zelfstandig assurantietussenpersoon handelend in opdracht van Interperfumes.

Naar het oordeel van de rechtbank kan deze gang van zaken, die overigens niet de schoonheidsprijs verdient, niet de conclusie rechtvaardigen dat tussen NN en Interperfumes geen verzekeringsovereenkomst tot stand zou zijn gekomen. Immers, in de verzekeringsovereenkomst zijn de essentialia van verzekering vervat, te weten het verzekerde belang, de hoogte en duur van de premie en (de hoogte van) de uitkering door de verzekeraar (zie artikel 7:925 BW). Voor de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst zou met de enkele aanvaarding van dit aanbod kunnen worden volstaan. De verbintenissen zijn daarmee voldoende bepaalbaar. De handelswijze van Meeùs regardeert de rechtsverhouding tussen Interperfumes en Meeùs, maar doet aan de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst tussen partijen niet af.

Tot slot acht de rechtbank van belang dat NN heeft aangeboden de in volmacht afgegeven polis (terug) te plaatsen in de provinciale tekening van NN, terwijl gesteld noch gebleken is dat Interperfumes op dit aanbod is ingegaan.

Op basis van het voorgaande mocht NN erop vertrouwen dat er wilsovereenstemming over de essentialia van de verzekeringsovereenkomst bestond. Interperfumes is derhalve in beginsel gehouden haar verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst, waaronder het betalen van premie, te voldoen.

7.6 Interperfumes heeft aangevoerd dat voor zover tussen partijen een verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen, NN niet-ontvankelijk in haar vordering is, omdat Meeùs debiteur is. Interperfumes heeft dit verweer niet nader onderbouwd en dient alleen om die reden al te worden verworpen. Voor zover Interperfumes met dit verweer heeft bedoeld dat Meeùs de crediteur van de vordering is, omdat de facturen door Meeùs zijn verzonden overweegt de rechtbank dat uitgangspunt is dat diegene die partij is bij een overeenkomst heeft te gelden als de crediteur van de verplichtingen uit die overeenkomst die de wederpartij op zich heeft genomen. Dat een ander dan de crediteur voor de facturering zorg heeft gedragen en ter zake inningsbevoegd is, doet in dit geval aan dat uitgangspunt niet af.

7.7 Dit leidt tot de conclusie dat de vordering tot betaling van de hoofdsom ad (€ 47.500,49 – 19.017,50 =) € 28.482,99 voor toewijzing gereed ligt.

7.8 Interperfumes heeft, voor zover NN in haar vordering ontvankelijk wordt geacht, subsidiair nog aangevoerd dat de buitengerechtelijke incassowerkzaamheden door of namens Meeùs zijn verricht. De incassogemachtigde van NN heeft haar werkzaamheden beperkt tot het zenden van vier sommaties ter incasso van het restant van de premie over 2008, aldus Interperfumes. In reactie op dit verweer is namens NN ter comparitie onbetwist gesteld dat er meer buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht zijn dan de vier in het geding gebrachte aanmaningen van de incassogemachtigde van NN en dat NN zelf ook buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht. Daarmee is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van in redelijkheid verrichte buitengerechtelijke incassowerkzaamheden die voor vergoeding in aanmerking komen. De kosten zullen echter, nu NN haar vordering in hoofdsom tot € 28.482,99 heeft verminderd, conform de aanbevelingen van het rapport Voorwerk II worden begroot op twee punten van het toepasselijke liquidatietarief, derhalve in totaal een bedrag van € 1.158,=.

7.9 Met betrekking tot de gevorderde wettelijke handelsrente overweegt de rechtbank als volgt. De onderhavige verzekeringsovereenkomst is aan te merken als een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a BW. Als overigens onbetwist is over de toe te wijzen hoofdsom wettelijke handelsrente verschuldigd, derhalve over € 28.482,99. De rechtbank zal de wettelijke handelsrente toewijzen vanaf 30 dagen na aanvang van de dag volgend op de dagtekening van de respectieve factuurdata en over de respectieve factuurbedragen.

in reconventie

7.10 De rechtbank heeft in conventie geoordeeld dat NN in haar vordering ontvankelijk is. Hiermee is de voorwaarde vervuld waaronder Interperfumes haar vordering in reconventie heeft ingesteld.

7.11 Aan de vordering in reconventie legt Interparfumes ten grondslag dat voor de betaling het bedrag van € 9.465,49 (de helft van de premie over 2008) iedere rechtsgrond ontbreekt en dit bedrag derhalve onverschuldigd is betaald. Zoals de rechtbank in conventie heeft overwogen, is tussen partijen een verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen en dient Interperfumes de daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen. Daarmee bestaat een rechtsgrond voor de betaling van het bedrag van € 9.465,49 en is dit dus niet onverschuldigd betaald. Interperfumes heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die tot een ander oordeel aanleiding geven.

7.12 De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten komen als afhankelijk van de hoofdvordering niet voor toewijzing in aanmerking, nu de hoofdvordering niet toewijsbaar is.

in conventie en in reconventie

7.13 Ter comparitie heeft Interparfumes verzocht om gelegenheid stukken in het geding te brengen waaruit blijkt dat Interperfumes elders een opslagverzekering heeft afgesloten en, voor zover aanwezig, stukken waaruit blijkt dat de tussenpersoon van Interperfumes aan NN heeft meegedeeld dat Interperfumes elders verzekerd was. NN heeft zich tegen dit verzoek verzet. De rechtbank ziet geen aanleiding om Interperfumes de gelegenheid te bieden de bedoelde stukken nog in het geding te brengen, nu deze stukken het oordeel van de rechtbank in conventie noch in reconventie anders zullen maken. Zelfs als namelijk blijkt Interperfumes elders voor hetzelfde belang een verzekering heeft afgesloten en dit aan NN heeft meegedeeld, betekent dit nog niet dat de verzekeringsovereenkomst met NN niet tot stand is gekomen dan wel rechtsgeldig is geëindigd.

7.14 Interperfumes zal, als in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding in conventie en in reconventie.

8. De beslissing

De rechtbank,

in conventie

veroordeelt Interparfumes om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan NN te betalen het bedrag van € 29.640,99 (zegge: negenentwintigduizend zeshonderdveertig euro en negenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 2 Burgerlijk Wetboek vanaf 30 dagen na aanvang van de dag volgend op de dagtekening van de respectieve factuurdata tot aan de dag der voldoening en over de respectieve factuurbedragen;

veroordeelt Interparfumes in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van NN bepaald op € 1.175,= aan vast recht, op € 73,89 aan overige verschotten en op

€ 1.158,= aan salaris voor de advocaat;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt Interparfumes in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van NN bepaald op € 384,= aan salaris voor de advocaat;

in conventie en in reconventie

verklaart dit vonnis voorzover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Mentink en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2011.?

2111/1581