Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BP6550

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
03-03-2011
Zaaknummer
354330 / HA ZA 10-1541
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

letselschade, verhaalsrecht werkgever

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 354330 / HA ZA 10-1541

Vonnis van 9 februari 2011

in de zaak van

de vereniging KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

advocaat mr. G.J. Verduijn,

tegen

de naamloze vennootschap ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J. Kneppelhout.

Partijen zullen hierna KNMG en Allianz genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 4 mei 2010, met producties;

- de conclusie van antwoord van 23 juni 2010, met producties;

- de conclusie van repliek van 29 september 2010, met producties;

- de conclusie van dupliek van 10 november 2010, met een productie;

- de akte uitlating productie van 8 december 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Tussen partijen staan onder meer de volgende feiten vast:

2.1. Op 21 februari 2008 omstreeks 16:42 uur heeft te Utrecht op de Overste den Oudenlaan een verkeersongeval plaatsgevonden (hierna: het ongeval). Daarbij waren bestrokken de [persoon1] als bestuurder van een personenauto en de [persoon2] als fietser. Allianz was de WAM-verzekeraar van de personenauto. KNMG was de werkgever van [persoon2].

2.2. De oorzaak van het ongeval was dat Leerlotte de van rechts komende en voorrangsgerechtigde [persoon2] niet tijdig had opgemerkt waardoor hij deze heeft aangereden. [persoon2] kwam daardoor ten val en liep letsel op, bestaande uit een licht schedeltrauma met minimaal bloed onder het zachte hersenvlies en een schouderbladfractuur links.

2.3. [persoon2] heeft zich met ingang van 22 februari 2008 ziek gemeld. Op 31 maart 2008 is [persoon2] weer 12 uur per week gaan werken (30% van de overeengekomen arbeidsduur), op 21 april 2008 is hij 16 uur per week gaan werken (40%), op 19 mei 2008 20 uur (50%) en op 21 juli 2008 28 uur (70%). Per 17 oktober 2008 is [persoon2] weer volledig arbeidsgeschikt verklaard.

2.4. Gedurende de (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid van [persoon2] heeft KNMG zijn salaris doorbetaald.

2.5. Bij brief met bijlagen van 7 januari 2009 van haar advocaat heeft KNMG Allianz aansprakelijk gesteld en verzocht om vergoeding van een gespecificeerd netto bedrag van € 10.852,76. Dit betrof het gedurende de arbeidsongeschiktheid van [persoon2] aan hem doorbetaalde salaris. Daarbij is door KNMG medegedeeld dat bij gebreke van betaling binnen vier weken aanspraak zou worden gemaakt op wettelijke rente vanaf 1 juni 2008 en dat in dat geval tevens buitengerechtelijke kosten in rekening zouden worden gebracht.

2.6. Bij brief van 3 februari 2009 heeft Allianz aan (de advocaat van) KNMG bevestigd dat zij de aansprakelijkheid aan de zijde van haar verzekerde voor het ontstaan van het ongeval erkent. Voorts deelt zij in die brief mede een opgave van de vordering tegemoet te zien, waarbij zij verzoekt die opgave vergezeld te doen gaan van (medische) informatie waaruit het causaal verband tussen de arbeidsongeschiktheid en het ongeval blijkt.

2.7. Bij brief van 2 juni 2009 heeft (de advocaat van) KNMG een adviesverslag van de bedrijfsarts aan Allianz doen toekomen, alsmede - nogmaals - de specificatie van de vordering. Daarbij is tevens aanspraak gemaakt op een bedrag van € 932,25 aan buitengerechtelijke kosten.

2.8. Bij e-mail van 17 juli 2009 heeft Allianz jegens (de advocaat van) KNMG het volgende standpunt ingenomen:

"Zoals toegezegd komen wij hierbij terug op deze schadezaak.

Uw opdrachtgever zal u ongetwijfeld kunnen bevestigen dat men op 27 juni 2008 aan [persoon2] heeft laten weten geen toekomst voor hem meer binnen KNMG ziet. Men heeft hem aangeboden hem te helpen een andere baan te zoeken.

Als reden wordt opgegeven dat [persoon2] niet functioneert, mede als gevolg van een hersenbloeding in 2007.

Er is door uw cliënt ook geen enkel initiatief genomen tot reïntegratie van haar werknemer, dit overigens in gezamenlijk overleg met haar werknemer. In het kader van de afwikkeling van de persoonlijke schade is ook afgezien van een vordering wegens verlies aan arbeidsvermogen.

Het spreekt voor zich dat wij de ingediende vordering afwijzen."

2.9. Bij e-mail van 22 juli 2009 heeft Allianz (de advocaat van) KNMG als volgt bericht:

"In navolging van ons e-mailbericht d.d. 20 juli jl berichten wij u nog als volgt.

Zoals aangegeven is het aan u/uw opdrachtgever om aan te tonen dat de arbeidsongeschiktheid het gevolg was van het ongeval.

Van onze medisch adviseur begrijpen wij dat er slechts 1 kort briefje van de bedrijfsarts was bijgesloten, waaruit echter niet blijkt met welke klachten [persoon2] zich een maand eerder arbeidsongeschikt heeft gemeld. Daarnaast is er sprake van preëxistente klachten.

Zoals u bekend speelden er diverse andere factoren, zowel medisch als niet-medisch.

Mogelijk dat [persoon2] als gevolg van het ongeval een korte periode (al dan niet gedeeltelijk) arbeidsongeschikt geweest is. Wij verzoeken u daarvoor alsnog voor informatie zorg te dragen op grond van welke klachten/beperkingen [persoon2] zich arbeidongeschikt gemeld heeft, en welke acties uw opdrachtgever ondernomen heeft om haar werknemer te reïntegreren.

Tevens ontvangen wij graag een verzuimoverzicht van u over de periode vanaf 1 januari 2006."

2.10. Bij e-mail van 28 juli 2009 heeft (de advocaat van) KNMG Allianz als volgt bericht:

"In aansluiting op uw e-mails van 20 en 22 juli jl. bericht ik u als volgt.

Allereerst merk ik op dat er een misverstand dreigt te ontstaan ten aanzien van de schadedatum. In de brief van Allianz aan mijn kantoor van 3 februari jl. wordt als schadedatum genoemd 14 maart 2008. Dit is onjuist. Zoals ook uit de brief van mijn kantoorgenoot mr. J.H. Plantenga van 7 januari jl. blijkt, heeft de aanrijding, waarop de aansprakelijkheid van uw maatschappij berust, plaatsgevonden op 21 februari 2008.

Anders dan u stelt, is het dan ook niet zo, dat [persoon2] zich voorafgaand aan de aanrijding reeds arbeidsongeschikt had gemeld of dat sprake was van pre-existente arbeidsongeschiktheid. Voorafgaand aan de aanrijding was [persoon2] 100% arbeidsgeschikt.

U verzoekt cliënte met medische informatie te onderbouwen dat sprake is geweest van arbeidsongeschiktheid als gevolg van de aanrijding. Uit uw e-mails blijkt evenwel dat u reeds beschikt over medische informatie ten aanzien van [persoon2]. Wat cliënte betreft vraagt u dan ook naar de bekende weg. Cliënte veronderstelt dat [persoon2] zelf reeds zijn claim met voldoende medische informatie heeft onderbouwd, zodat het niet noodzakelijk is dat dit andermaal geschiedt in het kader van de regresvordering van cliënte. Uw maatschappij heeft daarbij geen redelijk belang, temeer nu het voor cliënte extra moeite zal kosten om van [persoon2] een medische machtiging te verkrijgen, aangezien hij niet meer bij cliënte in dienst is. In verband met een en ander verneem ik graag op welke wijze de schadeclaim van [persoon2] inmiddels door uw maatschappij is afgewikkeld.

Wat betreft de door u opgegeven redenen om de vordering van cliënte af te wijzen, deel ik u nog het volgende mede. Het is juist dat [persoon2] inmiddels niet meer bij cliënte in dienst is, maar dat staat in geen enkel verband tot de aanrijding op 21 februari 2008.

Uw veronderstelling dat [persoon2] en cliënte niets zouden hebben gedaan aan re-integratie, wordt reeds weersproken door de specificatie van de claim van cliënte, waaruit blijkt dat de arbeidsongeschiktheid van [persoon2] in de periode van 21 februari tot 17 oktober 2008 telkens stapsgewijs is verminderd. [persoon2] is dan ook daadwerkelijk teruggekeerd in zijn functie bij cliënte. U stelt dat er door cliënte in gezamenlijk overleg met haar werknemer geen enkel initiatief is genomen tot re-integratie. Cliënte kan zich niet voorstellen waar u deze stelling op baseert, zodat ik daaromtrent graag nader van u verneem. Dat [persoon2] heeft afgezien van het indienen van een vordering wegens verlies aan verdienvermogen is voorts niet verwonderlijk, aangezien [persoon2] vanaf 18 oktober 2008 weer volledig arbeidsongeschikt is. Een vordering wegens verlies aan verdienvermogen komt dan ook niet meer aan de orde.

Uw stelling dat [persoon2] zich een maand vóór de aanrijding arbeidsongeschikt zou hebben gemeld is niet juist. Mogelijk speelt hierbij het misverstand rondom de schadedatum, dat ik hierboven heb besproken. Voorts stelt u dat voorafgaand aan de aanrijding sprake was van pre-existente klachten. Hoewel cliënte daarover niets bekend is, zijn eventuele klachten niet van invloed geweest op de mate van arbeidsongeschiktheid van [persoon2] in de periode van 21 februari t/m 17 oktober 2008. Overigens verneemt cliënte graag welke pre-existente klachten door u worden bedoeld. De hersenbloeding in 2007 komt daarvoor in elk geval niet in aanmerking, omdat [persoon2] daarvan weer volledig is hersteld. Voor de goede orde zend ik bijgaand een e-mail van [persoon2] van 27 augustus 2007*, waarin hij zich weer 100% beter meldt.

Ik stel mij voor dat ik binnen veertien dagen nader inhoudelijk van u verneem. Het gaat hier immers om een zeer eenvoudig schadegeval, waarvoor uw maatschappij zonder meer aansprakelijkheid heeft erkend. Uw opstelling tot dusverre leidt slechts tot nodeloze vertraging en tot het oplopen van de (buitengerechtelijke) kosten.

In afwachting van uw bericht."

2.11. Bij e-mail van 11 augustus 2009 heeft Allianz (de advocaat van) KNMG als volgt bericht:

"Helaas constateren wij dat u onze e-mail d.d. 22 juli jl niet goed gelezen c.q. verkeerd begrepen heeft.

Het korte briefje van de bedrijfsarts dat was bijgesloten dateert van 17 maart 2008, terwijl het ongeval dateerde van 21 februari. De bedrijfsarts geeft echter niet aan met welke klachten [persoon2] zich een maand eerder arbeidsongeschikt heeft gemeld. Hoewel iedere regresnemer in principe zijn eigen vordering dient te onderbouwen is het niet het beleid van Allianz om informatie op te vragen waarover wij niet beschikken.

Daarnaast meldden wij dat er sprake is van preëxistente klachten (ook arbeidsongeschiktheid, zij het niet direct voorafgaand aan het ongeval).

Er speelden diverse andere factoren, zowel medisch als niet-medisch. Uw eigen opdrachtgever is hiervan zeker op de hoogte, in functioneringsverslagen die wij van [persoon2] ontvingen wordt deze zelfs genoemd. Met deze klachten is [persoon2] ook in het verleden arbeidsongeschikt geweest, zodat uw opdrachtgever onmogelijk kan stellen hiervan niet op de hoogte te zijn.

Zoals wij stelden is het mogelijk dat [persoon2] als gevolg van het ongeval een korte periode (al dan niet gedeeltelijk) arbeidsongeschikt geweest is. Geheel sans prejudice zullen wij de vordering van uw cliënt tot en met 19 mei 2008 voldoen. Een bedrag van EUR 5.816,12 is heden aan u overgemaakt.

Mocht u de rest van de vordering handhaven zien wij alsnog graag informatie tegemoet op grond van welke klachten/beperkingen [persoon2] voortdurend arbeidongeschikt was en welke acties uw opdrachtgever ondernomen heeft om haar werknemer te reïntegreren. In dat geval zal er zeker meer informatie van de bedrijfsarts beschikbaar zijn. Dat [persoon2] zijn werkzaamheden langzaam aan weer heeft hervat zegt daar uiteraard niets over.

Tevens ontvangen wij in dat geval graag een verzuimoverzicht van u over de periode vanaf 1 januari 2006.

Overigens kunnen wij u met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten meedelen dat deze ons inziens niet voldoen aan het gestelde in artikel 6:96 BW en dat deze niet voor vergoeding in aanmerking komen. Over de aansprakelijkheid is geen discussie geweest en (zeker een opdrachtgever als de uwe) moet zeker in staat zijn zelf een - zoals u zelf al stelt zeer eenvoudige - vordering in te dienen."

2.12. Bij brief van 13 augustus 2009 heeft (de advocaat van) KNMG Allianz als volgt bericht:

"Naar aanleiding van uw e-mail van 11 augustus jl. merk ik allereerst op dat u niet de vragen beantwoordt die ik heb gesteld in mijn e-mail van 28 juli jl. Voorts blijft u weigerachtig het (integrale) gevorderde bedrag te voldoen. Daarmee staat de noodzaak tot het maken van buitengerechtelijke kosten vast.

De feiten in deze zaak spreken voor zich. De werknemer van cliënte was volledig arbeidsgeschikt totdat hij werd aangereden door uw verzekerde. Het causaal verband staat derhalve vast. Pre-existente klachten kunnen hierbij niet aan de orde zijn. Uw maatschappij heeft voorts aansprakelijkheid voor de aanrijding erkend. Voorts staat de omvang van de schade vast, zoals gespecificeerd in de brief van mijn kantoorgenoot van 9 januari jl.

Bovendien beschikt u uit hoofde van de schadeclaim van de werknemer zelf reeds over alle relevante (medische) informatie. Tegen deze achtergrond kunt u ter ontkoming aan uw vergoedingsplicht niet volstaan met het vragen om nadere informatie. Ten overvloede wijs ik u erop dat cliënte informatie van de bedrijfsarts bovendien niet zonder machtiging van de werknemer aan u kan verstrekken.

Uw maatschappij is aansprakelijk en dient derhalve de claim van cliënte zonder meer te voldoen, behoudens voor zover zij deze gemotiveerd kan weerspreken. De enkele niet nader onderbouwde stelling dat cliënte onvoldoende zou hebben gedaan aan haar re-integratieverplichting kan niet als een gemotiveerde betwisting worden opgevat. De bewijslast van die stelling ligt bovendien bij uw maatschappij.

De buitengerechtelijke kosten in deze zaak bedragen thans € 2.497,81 (incl. BTW) en de wettelijke rente € 762,33, zie bijlagen*. Aangezien de door u genoemde deelbetaling tot op heden nog niet werd ontvangen, sommeer ik u derhalve het totaalbedrag van de vordering ad € 14.112,90 binnen veertien dagen na heden aan cliënte te voldoen op de derdengeldenrekening van mijn kantoor bij (…). Bij gebreke van tijdige integrale betaling zal ik mij rechtstreeks tot de directie van uw maatschappij wenden."

2.13. Bij e-mail van 19 augustus 2009 heeft Allianz (de advocaat van) KNMG als volgt bericht:

"Helaas vinden wij geen vragen die onbeantwoord gebleven zouden zijn, en in verband met vakantie was u telefonisch niet bereikbaar. Wij doen bij deze daarom nogmaals een poging e.e.a. schriftelijk te verduidelijken.

Het feit dat [persoon2] zich direct na het ongeval arbeidsongeschikt heeft gemeld zegt op zich niets - in ieder geval niet alles - over een causaal verband met dat ongeval.

Uit het feit dat wij een deel van de vordering hebben voldaan kunt u ook opmaken dat door ons het causaal verband wordt erkend. Dit zegt echter niets over een voortdurend causaal verband. Wij hebben (nogmaals) overleg gepleegd met onze medisch adviseur, die op grond van de hem ter beschikking staande informatie een periode van arbeidsongeschiktheid van 6 weken-2 maanden 'normaal' acht. Wij hebben zoals u bekend inmiddels vrijwel 3 maanden van de door u ingediende vordering voldaan, ons inziens dus alleszins redelijk.

Voor het ongeval speelden diverse andere factoren, zowel medisch als niet-medisch. Dat bedoelen wij met preëxistente klachten. Deze hebben in ieder geval in 2007 nog geleid tot arbeidsongeschiktheid en zijn mogelijk de reden van het feit dat er een arbeids'conflict' is ontstaan die voor de werkgever/ uw eigen opdrachtgever reden zijn geweest het dienstverband met [persoon2] te beëindigen. Dit is mogelijk ook de reden geweest dat er niet echt actief aan reïntegratie werd gedaan.

Zoals reeds aangegeven zien wij - in het geval u de rest van de vordering wenst te handhaven - alsnog graag informatie tegemoet op grond van welke klachten/beperkingen [persoon2] voortdurend (langer dan de door ons reeds betaalde periode - arbeidongeschikt was en welke acties uw opdrachtgever ondernomen heeft om haar werknemer te reïntegreren. Het is zeer gebruikelijk dat de bedrijfsarts de werkgever op de hoogte houdt van de met de werknemer gemaakte afspraken cq in welke mate hij nog arbeidsongeschikt geacht wordt.

Tevens ontvangen wij in dat geval graag een verzuimoverzicht van u over de periode vanaf 1 januari

2006."

2.14. De bedrijfsarts van KNMG heeft op de volgende data de volgende adviesverslagen over [persoon2] aan KNMG uitgebracht:

26 maart 2008:

"Naar aanleiding van zijn/haar ziekmelding bezocht bovengenoemde medewerk(st)er mijn spreekuur. Over dit bezoek kan ik u het volgende meedelen:

De klachten en beperkingen van [persoon2] zijn zodanig afgenomen dat hij met ingang van 31-3-2008 voor 3 maal 4 uur/week zijn werkzaamheden kan komen hervatten.

[persoon2] had ten gevolge van een verkeersongeval klachten van zijn rechterhand, zijn linkerschouder/-arm en van zijn hoofd.

Alhoewel zijn rechter hand- en linker armfunctie nog niet optimaal zijn en dus enigszins beperkt zijn, is werken met deze klachten/beperkingen mogelijk. Ten gevolge van het trauma aan zijn hoofd ervaart [persoon2] nog beperkingen. Met name bij inspanning geven deze beperkingen nog klachten. Omdat [persoon2] nog 2 maal/week therapie volgt, nog onderzoeken in het ziekenhuis moet ondergaan en omdat hij nog beperkingen bij inspanning ervaart, is 3 maal 4 uur/week werken voor de komende weken het maximaal haalbare.

Het is mijn advies om half april een vervolgafspraak te plannen, dit om werkhervatting te evalueren.

Voor vragen of het maken van een (telefonische) afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van P&O."

18 april 2008:

"(…) De klachten en beperkingen van [persoon2] lijken af te nemen. Met ingang van 21-4-2008 kan meneer voor 1 maal 8 en 2 maal 4 uur/week gaan werken.

Op 28-4-2008 heeft meneer nog een afspraak bij een specialist, indien de uitslag daar goed is kan meneer verder uit gaan breiden in uren.

En wel: m.i.v. 5-5-2008 voor 2 maal 8 en 1 maal 4 uur/week.

Voorstel voor vervolg afspraak: na 19-5-2008. (…)"

28 mei 2008:

"(…) De klachten er beperkingen van [persoon2] nemen langzaam maar zeker af.

Sinds 26-5-2008 werkt meneer voor 3 dagen/week.

Indien alles goed blijft gaan kan meneer miv 9-6-2008 met een halve dag gaan uitbreiden naar 3,5 dagen/week.

Ik verwacht dat [persoon2] om de paar weken in uren kan uitbreiden, zodat hij over niet al te lange tijd weer volledig aan het werk zal zijn.

In de tussentijd zal hij therapie blijven volgen en lopen er ook nog afspraken met specialisten.

Advies voor vervolg afspraak: 4-7-2008. (…)"

4 juli 2008:

"(…) [persoon2] werkt op het moment voor 70% in verband met lichamelijke klachten die hij opgelopen heeft ten gevolge van een verkeersongeval.

[persoon2] geeft aan zijn werkdruk als hoog te ervaren en hierdoor het uitbreiden in uren als fysiek te belastend te ervaren.

Het is mijn advies om met 4 uur per week uit te gaan breiden zodra de werkdruk effectief op orde is.

Hiernaast geeft [persoon2] aan dat er een werkgerelateerd probleem speelt.

Dit werkgerelateerde probleem speelt niet mee in zijn arbeidsongeschiktheid. (…)"

29 augustus 2008:

"(…) De klachten en beperkingen, ten gevolge van een verkeersongeval, zijn u reeds bekend.

Op het moment zijn de beperkingen zodanig dat uitbreiden in uren mogelijk is indien de workload conform 1 FTE is. [persoon2] zelf ervaart zijn workload als veel hoger.

Het is daarom mijn advies om dit probleem met hem te bespreken en om afspraken te maken over de workload van [persoon2]. Zodra dit gedaan is kan hij gaan uitbreiden naar 4 maal 8 uur/week.

Na 2 weken kan hij dan uitbreiden naar 4 maal 8 en 1 maal 4.

Na weer 2 weken naar 5 maal 8 uur/week = volledige werkhervatting. (…)"

17 september 2008:

"(…) Medisch gezien zijn de klachten en beperkingen van [persoon2] nog hetzelfde als op 29-8-2008.

Ten aanzien van het werk wil dit zeggen dat meneer in uren uit kan breiden zodra zijn workload conform 1 FTE is. Dit kan dan volgens het re-integratieschema zoals dat in het adviesverslag van 29-8-2008 is omschreven.

Een hoge werkdruk, dat wil zeggen een belasting van meer dan 1 FTE, is gezien de medische voorgeschiedenis en gezien de nog resterende klachten zoals meneer deze ontwikkeld heeft na het verkeersongeval onverstandig.

Ik begreep dat voor [persoon2] 16-10-2008 de laatste werkdag bij KNMG is. Met ingang van deze dag kan meneer medisch gezien volledig arbeidsgeschikt geacht worden.

Het uit dienst gaan bij de KNMG speelt geen rol in de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van medische klachten en beperkingen ten gevolge van een verkeersongeval. (…)"

2.15. Een brief van 27 juni 2008 van KNMG aan [persoon2] vermeldt het volgende:

"We hebben recent gesprekken gevoerd over jouw positie als applicatiebeheerder. Ik heb je aangegeven dat door het ontbreken van voldoende kwaliteit van je werk, je wijze van communiceren, het onvoldoende plannen van je werkzaamheden en het afhankelijk zijn van [persoon3] er weinig vertrouwen is bij onze interne klanten om met je samen te werken.

In ons werkoverleg hebben we een aantal van deze punten ook behandeld, maar dit heeft tot onvoldoende resultaat geleid. Concreet hebben we het hierbij gehad over je ontwijkende en breedsprakige manier van communiceren, het niet onder controle krijgen van de foutgevoeligheid van de Flower templates, de kwaliteit van de door jou beheerde queries en rapportages en het moeizaam opleveren van je werk.

Op basis van bovenstaande heeft de KNMG besloten dat jouw toekomst bij voorkeur buiten de KNMG ligt en dat we op termijn afscheid van elkaar nemen. Op 9 juni heb ik je mondeling geïnformeerd over dit besluit en gevraagd na te denken over de wijze waarop jij dit traject wilt bewandelen, De opties hierbij zijn dat we 1) een gezamenlijk traject volgen naar een nieuwe passende baan voor je met zo min mogelijk financiële risico's of 2) een formele ontslagprocedure starten. Het heeft sterk de voorkeur van KNMG om je te begeleiden naar een nieuwe en passende baan. Mocht dit ook jouw voorkeur hebben, dan gaan we in gesprek over de invulling van dat traject, de looptijd en de mogelijke financiële consequenties."

2.16. De medisch adviseur van Allianz heeft als volgt gerapporteerd aan Allianz:

21 juli 2009:

"Op grond van de beschikbare informatie verwacht ik een restloos herstel 3 tot 6 maanden na het ongeval.

Bij langere arbeidsongeschiktheidsperiode dan 3 maanden dient een en ander te worden onderbouwd en gezien de voorgeschiedenis van [persoon2] van een CVA is het zeker noodzakelijk ook te worden geïnformeerd over het verzuim voor het ongeval

Zouden er beperkingen zijn bijvoorbeeld van de linkerschouder, dan dient de bedrijfsarts de beperkingen vast te stellen en dient betrokkene in passend werk te worden gereïntegreerd Met andere woorden, van de zijde van de werkgever dienen ook de reïntegratie-inspanningen te worden aangetoond, alvorens loon te claimen."

26 oktober 2010:

"ONTVANGEN STUKKEN

Bij het ongeval van 14-3-2008 [21 februari 2008 - toevoeging rechtbank] liep betrokkene een licht schedeltrauma op met minimaal bloed onder het zachte hersenvlies en een schouderbladfractuur links. Betrokkene heeft eerder een CVA doorgemaakt in 2007. Van het schedeltrauma werden geen blijvende afwijkingen verwacht. Door de schouderbladfractuur is betrokkene enige tijd beperkt geweest voor schouderbelastende arbeid.

Destijds heb ik u geadviseerd akkoord te gaan met een arbeidsongeschiktheidsperiode van 3 maanden in afwachting van een nadere onderbouwing van de zijde van de bedrijfsarts, alsmede informatie over de reïntegratie-inspanningen van werkgever.

Ik mocht ontvangen:

• Een advies van de bedrijfsarts aan de werkgever van 18-4-2008, 28-5-2008, 4-7-2008, 29-8-2008, 17-9-2008

Uit deze brieven lees ik dat de bedrijfsarts betrokkene geleidelijk wil laten uitbreiden in zijn werkzaamheden. In mei 2008 spreekt de bedrijfsarts de verwachting uit dat betrokkene in "niet al te lange tijd" volledig arbeidsgeschikt zal zijn voor het eigen werk.

In het bericht van juli lees ik dat er werkgerelateerde factoren zijn die een verdere reïntegratie belemmeren (de werkdruk wordt als te hoog ervaren). In augustus 2008 geeft de bedrijfsarts aan dat betrokkene kan hervatten, mits hij voor niet meer dan voor 1 FTE wordt belast. E.e.a. gezien de medische voorgeschiedenis en de nog resterende klachten na het ongeval.

BESCHOUWING

Ik vind in de mij thans toegezonden stukken geen medische onderbouwing voor een verzuim van langer dan 3 maanden door het ongeval. Uit de stukken van de bedrijfsarts lijkt het verzuim langer te hebben geduurd door werkgerelateerde problematiek (als te hoog ervaren werkdruk) en pre-existente factoren."

3. Het geschil

3.1. KNMG vordert - samengevat - Allianz bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan KNMG van € 9.886,01, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Allianz voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van KNMG bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de procedure.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. KNMG grondt haar vorderingen op het wettelijk verhaalsrecht van de werkgever voor doorbetaald loon. Daartoe stelt zij tegen de achtergrond van de vaststaande feiten - kort weergegeven - het volgende. [persoon2] is arbeidsongeschikt geraakt als gevolg van het ongeval. KNMG was op grond van de arbeidsovereenkomst met [persoon2] en op grond van artikel 7:629 lid 1 BW gehouden tot doorbetaling van het loon aan [persoon2]. Op grond van artikel 6:107a BW is KNMG gerechtigd van Allianz als WAM-verzekeraar van de bij de aanrijding betrokken personenauto vergoeding te vorderen van het gedurende de periode van arbeidsongeschiktheid doorbetaalde nettoloon. De door Allianz verschuldigde hoofdsom bedraagt € 10.852,67, zoals gespecificeerd in de bijlage bij de brief van 7 januari 2009 van Allianz aan KNMG. Daarnaast heeft KNMG redelijke kosten gemaakt ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b BW en ter verkrijging van voldoening van haar vordering buiten rechte als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub c BW. Tot het moment van het opstellen van de dagvaarding bedragen deze kosten € 4.208,46, zoals gespecificeerd in productie 10 bij dagvaarding. KNMG maakt voorts aanspraak op betaling van de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2008. Op 11 augustus 2009 is een deelbetaling van € 5.584,22 verricht door Allianz. Deze dient te worden toegerekend op de wijze zoals is bepaald in artikel 6:44 lid 1 BW.

4.2. De rechtbank overweegt als volgt.

Aansprakelijkheid en causaal verband met de schade

4.3. De aansprakelijkheid van Allianz voor de uit het ongeval voortvloeiende schade staat in dit geding niet ter discussie. In confesso is voorts dat KNMG jegens Allianz aanspraak kan maken op het nettoloon dat KNMG aan [persoon2] heeft betaald ter zake van werktijd gedurende welke [persoon2] door ongevalsgerelateerde arbeidsongeschiktheid geen arbeidsprestatie heeft kunnen leveren.

4.4. Dat [persoon2] als gevolg van het ongeval (tijdelijk) arbeidsongeschikt is geraakt, staat vast. Immers, in een e-mail van 19 augustus 2009 deelt Allianz mede dat uit het feit dat zij een deel van de vordering heeft voldaan mag worden opgemaakt dat het causaal verband door haar wordt erkend (zie hiervoor onder 2.13). Uit het door Allianz overgelegde advies van 21 juli 2009 van haar medisch adviseur blijkt bovendien dat deze op grond van de beschikbare informatie een restloos herstel verwachtte 3 tot 6 maanden na het ongeval en dat deze Allianz adviseerde om vooralsnog uit te gaan van een arbeidsongeschiktheids¬periode van drie maanden (zie hiervoor onder 2.16). Kennelijk beschikte Allianz, althans haar medisch adviseur, over voldoende informatie om die conclusies te kunnen trekken. Aan de stelling van Allianz (bij conclusie van antwoord onder 9) dat KNMG volstrekt onvoldoende informatie heeft aangeleverd om het causaal verband tussen het ongeval en de schade te onderbouwen, gaat de rechtbank dan ook voorbij.

4.5. Allianz stelt zich echter op het standpunt dat de schade door arbeidsongeschiktheid van [persoon2], althans door het uitblijven van volledige re-integratie van [persoon2], vanaf een bepaald moment niet meer als een gevolg van het ongeval aan Allianz kan worden toegerekend. Dat standpunt is kennelijk ontleend aan de visie van de medisch adviseur van Allianz die, op basis van de stukken van de bedrijfsarts van KNMG, van oordeel is dat het verzuim langer dan drie maanden heeft geduurd als gevolg van werkgerelateerde problematiek (als te hoog ervaren werkdruk) en pre-existente factoren (zie hiervoor onder 2.16).

4.6. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Gesteld noch gebleken is dat [persoon2] als gevolg van de genoemde werkgerelateerde problematiek en/of pre-existente factoren arbeidsongeschikt zou zijn geraakt indien het ongeval van 21 februari 2008 hem niet zou zijn overkomen. De enkele mogelijkheid dat werkgerelateerde problematiek en/of pre-existente factoren de (volledige) werkhervatting hebben vertraagd, brengt niet mee dat het (juridisch) causaal verband tussen het ongeval enerzijds en de (partiële) arbeidsongeschiktheid en de daaruit voortvloeiende schade anderzijds is doorbroken. In dit verband is van belang dat hier sprake is van letselschade die is voortgevloeid uit de schending van een verkeersnorm door de verzekerde van Allianz. Dat rechtvaardigt een ruime toerekening. Allianz heeft in dit verband terecht verwezen naar de rechtspraak op dit terrein, waaronder HR 9 juni 1972, NJ 1972, 360. Dat de onderhavige vordering een vordering betreft van de (toenmalig) werkgever van [persoon2] en niet van [persoon2] zelf, staat niet in de weg aan (ruime) toerekening.

4.7. De visie van Allianz dat KNMG er voor dient zorg te dragen dat [persoon2] een machtiging verstrekt zodat Allianz de op [persoon2] betrekking hebbende medische informatie waarover zij beschikt in het geding kan brengen, acht de rechtbank onjuist. Het is bij Allianz bekend dat KNMG op 27 juni 2008 schriftelijk aan [persoon2] heeft bevestigd dat KNMG - kort weergegeven - wegens ontevredenheid over de prestaties van [persoon2] - heeft besloten afscheid van [persoon2] als werknemer te willen nemen (zie hiervoor onder 2.15). Betreffende brief heeft Allianz als productie 3 bij conclusie van antwoord overgelegd. Evenzeer is bij Allianz bekend dat 16 oktober 2008 de laatste werkdag van [persoon2] bij KNMG was (zie hiervoor onder 2.14; adviesverslag bedrijfsarts 17 september 2008). Het ligt onder deze omstandigheden niet in de rede te veronderstellen dat het voor KNMG eenvoudig zou zijn om [persoon2] een machtiging te laten verstrekken opdat Allianz gemachtigd wordt de reeds in haar bezit zijnde medische informatie in deze procedure in het geding te brengen. In dit verband is opvallend dat gesteld noch gebleken is waarom Allianz zelf [persoon2] niet kon benaderen met de vraag of hij erin wilde toestemmen dat Allianz de reeds in haar bezit zijnde medische informatie mocht gebruiken in de procedure die zij tegen KNMG voert.

4.8. De rechtbank is van oordeel dat KNMG voldoende informatie heeft overgelegd om haar stelling te onderbouwen dat [persoon2] door ongevalsgevolgen arbeidsongeschikt is geraakt en dat de re-integratie vervolgens is verlopen zoals blijkt uit de door KNMG overgelegde adviesverslagen van haar bedrijfsarts. Voor zover Allianz bedoelt te stellen dat zij door toedoen of nalaten van KNMG onvoldoende in de gelegenheid is gesteld om haar verweer te onderbouwen, heeft zij die stelling onvoldoende gemotiveerd.

Schadebeperkingsplicht en re-integratie-inspanningen

4.9. Allianz voert aan dat zij betwijfelt, en bij gebrek aan wetenschap betwist, dat KNMG haar schade afdoende beperkt heeft, althans dat KNMG al het nodige heeft gedaan om [persoon2] te re-integreren.

4.10. De rechtbank oordeelt hierover als volgt.

KNMG heeft de wijze waarop de re-integratie is verlopen toegelicht door de adviesverslagen van de bedrijfsarts in het geding te brengen. Zij stelt dat zij geen reden heeft om aan de juistheid van de aanbevelingen van de bedrijfsarts te twijfelen en dat zij strikt in overeenstemming met de aanbevelingen van de bedrijfsarts heeft gehandeld.

4.11. De rechtbank is van oordeel dat de door Allianz aangevoerde feiten en omstandigheden niet de conclusie rechtvaardigen dat KNMG de schade meer had kunnen en moeten beperken dan zij heeft gedaan. Het feit dat de werkdruk door [persoon2] kennelijk als te hoog werd ervaren, betekent uiteraard niet zonder meer dat de werkdruk objectief beschouwd ook te hoog was en dat KNMG verweten kan worden dat zij in dat verband geen adequate maatregelen heeft getroffen.

4.12. Aannemelijk is dat de bedrijfsarts van KNMG bij (het tempo van) de re-integratie terdege rekening heeft gehouden met de medische voorgeschiedenis van [persoon2] en met de door deze als te hoog ervaren werkdruk. Een en ander brengt echter niet mee dat Allianz KNMG een verwijt kan maken van de wijze waarop zij [persoon2] heeft getracht te re-integreren. Ook het gegeven dat KNMG er op een gegeven moment voor heeft gekozen om er naar te gaan streven een einde te maken aan het dienstverband van [persoon2] met KNMG rechtvaardigt niet zonder meer de conclusie dat KNMG zich onvoldoende heeft ingespannen voor de re-integratie van [persoon2]. Door [persoon2] te willen begeleiden naar een baan elders heeft KNMG wellicht niet alleen haar eigen belang, maar ook dat van [persoon2] gediend.

4.13. Bij de re-integratie van [persoon2] hebben uiteraard de belangen van [persoon2] en KNMG voorop gestaan. Dat er in dat kader keuzes zijn gemaakt waardoor Allianz onredelijk is benadeeld, kan de rechtbank uit hetgeen is gesteld en gebleken echter niet afleiden.

De omvang van de schade

4.14. Allianz voert aan dat KNMG de omvang van de door haar gevorderde hoofdsom onvoldoende heeft onderbouwd.

4.15. De rechtbank oordeelt hierover als volgt.

Bij brief van 7 januari 2009 heeft KNMG aan Allianz medegedeeld dat het tijdens de arbeidsongeschiktheid doorbetaalde nettoloon een bedrag van € 10.852,76 beliep. Bij die brief waren onder meer als bijlagen gevoegd:

- een werkgeversverklaring;

- salarisspecificaties over de relevante periode;

- de volgende specificatie van de gevorderde schade:

Periode

Van Tot % Arbeidsongeschikt Dagen Dagloon x percentage Bedrag

21-2-2008 31-3-2008 100% 26 119,92 x 1,0 € 3.117,92

31-3-2008 21-4-2008 70% 15 119,92 x 0,7 € 1.259,16

21-4-2008 19-5-2008 60% 20 119,92 x 0,6 € 1.439,04

19-5-2008 21-7-2008 45% 45 119,92 x 0,5 € 2.698,20

21-7-2008 17-10-2008 30% 65 119,95 x 0,3 € 2.338,44

€ 10.852,76

4.16. De rechtbank is van oordeel dat KNMG op deze wijze reeds bij haar eerste brief een heldere specificatie van de vordering aan Allianz heeft gegeven, onderbouwd met de relevante bewijsstukken. Voor zover Allianz van oordeel was dat er fouten in de berekening zaten, had zij KNMG daar uiteraard op kunnen wijzen. In haar reactie van 3 februari 2009 merkt Allianz over de vordering echter slechts op: "Een opgave van uw vordering zien wij t.z.t. wel van u tegemoet". Kennelijk was het Allianz ontgaan dat zij reeds een gespecificeerde opgave vergezeld van bewijsstukken had ontvangen. Vervolgens heeft KNMG bij brief van 2 juli 2009 naar haar voorafgaande brief met bijlagen verwezen en de specificatie nogmaals bijgevoegd. Daarop volgde, bij e-mail van 17 juli 2009, een volledige afwijzing van de vordering door Allianz. Bij e-mail van 11 augustus 2009 deelt Allianz KNMG echter mede dat zij de vordering tot en met 19 mei 2008 zal voldoen. Zij heeft vervolgens een bedrag van € 5.816,12 overgemaakt, hetgeen exact conform de opgave van KNMG over de periode tot 19 mei 2008 is.

4.17. Het is de rechtbank op grond van het vorenstaande onduidelijk waarom en op grond waarvan Allianz zich in deze procedure op het standpunt stelt dat KNMG de omvang van de door haar gevorderde hoofdsom onvoldoende heeft onderbouwd. Nu dat standpunt van Allianz onvoldoende is gemotiveerd, zal de rechtbank daar verder aan voorbijgaan.

Buitengerechtelijke kosten

4.18. Het door KNMG gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten ad € 4.208,46 noemt Allianz schokkend. Allianz wijst erop dat bij beantwoording van de vraag of buitengerechtelijke kosten op de voet van artikel 6:96 lid 2 BW voor vergoeding in aanmerking komen, moet worden onderzocht of de kosten redelijk zijn en of de verrichte werkzaamheden in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs noodzakelijk waren om schadevergoeding te verkrijgen. Allianz wijst er voorts op dat in de visie van de Hoge Raad de buitengerechtelijke kosten in (redelijke) verhouding dienen te staan tot de hoofdsom. Daarvan is in dit geval naar het oordeel van Allianz geen sprake. Daarenboven wijst Allianz erop dat in de declaratie van 9 maart 2010 een bedrag van € 1.071,00 (incl. BTW) ziet op "processtukken", zodat de betreffende kosten in zoverre kennelijk geen buitengerechtelijke kosten betreffen. In de visie van Allianz hadden de buitengerechtelijke kosten voorkomen kunnen worden indien KNMG haar vordering deugdelijk had onderbouwd.

4.19. De rechtbank oordeelt hierover als volgt.

Ingevolge artikel 6:96 lid 2 sub b en c BW komen als vermogensschade mede voor vergoeding in aanmerking redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, behoudens voor zover de regels betreffende proceskosten van toepassing zijn. Het gaat in dit geval om kosten verbonden aan het door KNMG inschakelen van een advocaat. De eerste vraag is dan of het redelijk was om een advocaat in te schakelen, de vervolgvraag is of de omvang van de gevorderde kosten redelijk is. Bij beoordeling van de redelijkheid van de omvang van de kosten is onder meer van belang wat de omvang van het financiële belang was. Daarnaast kan echter ook van belang zijn hoe de opstelling is geweest van de aansprakelijke partij. Een aansprakelijke partij die zelf onvoldoende bijdraagt aan efficiënte afwikkeling van een claim zal zich er uiteraard niet spoedig over kunnen beklagen dat de wederpartij in verhouding tot het financiële belang van de zaak voor een te hoog bedrag aan buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt.

4.20. De rechtbank acht het redelijk dat KNMG een advocaat inschakelde. In dit verband is mede van belang dat die advocaat de claim van KNMG bij brief van 7 januari 2009 deugdelijk onderbouwd bij Allianz heeft ingediend en dat tot en met dat moment nog is afgezien van het maken van aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Dat het redelijk was dat KNMG zich - ook nadien - door een advocaat liet bijstaan in het buitengerechtelijke traject vindt bevestiging in het verdere verloop. Immers, bij e-mail van 17 juli 2009 wijst Allianz de ingediende vordering integraal af, bij e-mail van 22 juli 2009 vraagt zij om nadere informatie, bij e-mail van 11 augustus 2009 deelt zij mede alsnog een substantieel deel van de claim te zullen gaan betalen, maar stelt zij zich tegelijkertijd op het standpunt dat de buitengerechtelijke kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat KNMG zeker zelf in staat moet zijn om de zeer eenvoudige vordering in te dienen. Voorts stelt Allianz in een e-mail van 19 augustus 2009 - naar het zich laat aanzien in strijd met de waarheid (zie onder 2.16 hiervoor) - dat haar medisch adviseur op grond van de hem ter beschikking staande informatie een periode van arbeidsongeschiktheid van 6 weken-2 maanden normaal acht. Daarnaast beroept Allianz zich - ter motivering van de niet bij haar bestaande bereidheid om de hoofdsom waarop KNMG aanspraak heeft gemaakt volledig te voldoen - op pre-existente problematiek, op een arbeids'conflict', op een tekortschieten van KNMG in haar re-integratie-inspanningen en is er voorts discussie over stelplicht en bewijslast. Evident is dat dit niet een geval is waarin de werkgever met een eenvoudig briefje de claim kan indienen, waarna de reeds met de zaak bekende verzekeraar die claim zonder complicaties afwikkelt. In een dergelijk geval zou er wellicht geen behoefte bestaan aan het inschakelen van een relatief kostbare externe rechtshulpverlener. In dit geval ligt dat anders. Hoewel het begrijpelijk is dat Allianz claims kritisch beoordeelt, kan de consequentie daarvan zijn dat de wederpartij genoodzaakt is extra kosten te maken om een gerechtvaardigde claim te incasseren.

4.21. Het verloop van de onderhandelingen en de opstelling van Allianz daarin heeft uiteraard invloed gehad op de omvang van de buitengerechtelijke kosten aan de zijde van KNMG. Aannemelijk is dat de advocaat van KNMG meer onderzoek heeft moeten doen, meer overleg met zijn cliënt heeft moeten plegen en meer aandacht en tijd aan bestudering van het dossier en te concipiëren brieven heeft moeten besteden dan indien Allianz de claim van KNMG welwillender in behandeling zou hebben genomen en zij in het buitengerechtelijke traject meer genuanceerde standpunten zou hebben ingenomen.

4.22. De claim ter zake van de buitengerechtelijke kosten heeft KNMG onderbouwd met de volgende van een specificatie voorziene declaraties (productie 10 bij dagvaarding):

8 juli 2008 € 414,66

8 september 2008 € 110,57

31 december 2008 € 359,37

10 maart 2009 € 141,23

7 juli 2009 € 225,96

10 september 2009 € 1.129,79

10 november 2009 € 456,72

31 december 2009 € 216,34

9 maart 2010 € 1.153,82

Totaal € 4.208,46

4.23. KNMG stelt bij conclusie van repliek onder 20 dat het door haar gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten ad € 4.208,46 minder is dan het totaal van de als productie 10 bij dagvaarding overgelegde declaraties. Die stelling is onjuist. Allianz wijst er derhalve terecht op dat de verrichting van 29 januari 2010 van 4:30 uur met als omschrijving "Processtukken" en als honorarium exclusief kantoorkosten en BTW een bedrag van € 900,00, geen onderdeel behoorde uit te maken van de gevorderde buitengerechtelijke kosten. Daarop dient derhalve in mindering te worden gebracht:

Honorarium € 900,00

Kantoorkosten € 9,00

BTW € 172,71

Totaal € 1.081,71

4.24. Dat betekent dat de rechtbank ter zake van buitengerechtelijke kosten zal toewijzen een bedrag van € 3.126,75 (€ 4.208,46 - € 1.081,71).

Het toewijsbare bedrag en wettelijke rente

4.25. Nu de hoofdsom € 10.852,76 bedraagt, komt de totale vordering van KNMG daarmee op € 13.979,51 exclusief wettelijke rente, terwijl op de toewijsbare bedragen nog in mindering dient te worden gebracht het reeds door Allianz betaalde bedrag.

4.26. KNMG maakt aanspraak op de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2008. Allianz heeft deze aanspraak niet weersproken. Hoewel de schade in hoofdsom op 17 oktober 2008 reeds was verschenen geldt dat niet voor het volledige bedrag van de buitengerechtelijke kosten. Daarom zal de rechtbank de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2008 toewijzen over de schade die op dat moment reeds was verschenen en zal de rechtbank de wettelijke rente over de overige schadeposten (facturen ter zake van buitengerechtelijke kosten) toewijzen vanaf het moment dat die schade is verschenen (steeds 30 dagen na factuurdatum). De op 11 augustus 2009 door KNMG van Allianz ontvangen betaling van € 5.816,12 zal dienen te worden verrekend op de wijze als bepaald in artikel 6:44 lid 1 BW.

4.27. Resumerend leidt hetgeen hiervoor is overwogen tot de veroordeling die hierna onder de beslissing onder 5.1 is weergegeven.

De proceskosten

4.28. Allianz zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Ter zake van de kosten van de deurwaarder zal geen bedrag worden toegewezen nu de overgelegde dagvaarding vermeldt dat de kosten voor de deurwaarder nihil hebben bedragen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Allianz om aan KNMG te voldoen een bedrag van € 13.979,51, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 17 oktober 2008 over de op dat moment reeds verschenen schade en vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het meerdere steeds vanaf het moment dat betreffende schade is verschenen (zie onder 4.22 en 4.26 hiervoor) en verminderd met het op 11 augustus 2009 reeds door Allianz aan KNMG betaalde bedrag van € 5.816,12, welk bedrag zal dienen te worden verrekend op de wijze als bepaald in artikel 6:44 lid 1 BW;

5.2. veroordeelt Allianz in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van KNMG bepaald op € 314,00 aan vast recht en op € 768,00 aan salaris voor de advocaat;

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2011.?

1729/336