Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2011:BP5407

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-01-2011
Datum publicatie
23-02-2011
Zaaknummer
348601 - HA ZA 10-531
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

incidentele vorderingen. In beginsel is er een open systeem van incidenten. Hierop bestaat een uitzondering als het onderwerp waarop het incident betrekking heeft op een andere wijze aan de rechtbank had dienen te worden voorgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 348601 / HA ZA 10-531

Vonnis in incidenten van 12 januari 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in de hoofdzaak],

gevestigd te Stellendam,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident ex art. 223 Rv,

verweerster in diverse incidenten,

advocaat mr. I.J.A. Tax te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1 in de hoofdzaak],

gevestigd te Rockanje,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident ex art. 223 Rv,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2 in de hoofdzaak],

gevestigd te Oud-Beijerland,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident ex art. 223 Rv,

eiseres in diverse incidenten,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PARTNERS IN FINANCE ACCOUNTANTS & ADVISEURS B.V.,

gevestigd te Rockanje,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident ex art. 223 Rv,

advocaat mr. C.E. Pfeiffer te Hellevoetsluis.

Partijen zullen hierna [eiser[eiseres in de hoofdzaak]ofdzaak], [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak], [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en PiF genoemd worden. Gedaagden zullen gezamenlijk [gedaagden] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaardingen van 3 en 4 februari 2010, tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening ex art. 223 Rv, met producties, van [eiseres in de[accountant-administratieconsulent];

- de conclusie van antwoord, tevens antwoord in het door [eiseres in de hoofdzaak] opgeworpen incident, met producties, van [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en PiF;

- de conclusie van antwoord, tevens antwoord in het door [eiseres in de hoofdzaak] opgeworpen incident, tevens incidentele eis (in reconventie) van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak];

- de conclusie van antwoord in het door [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] opgeworpen incident, tevens akte houdende wijziging van eis in de hoofdzaak, met productie, van [eiseres in de hoofdzaak];

- de akte in het door [eiseres in de hoofdzaak] opgeworpen incident en in de door [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] opgeworpen incidenten, tevens akte na wijziging van eis in de hoofdzaak, met productie, van [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en PiF;

- de akte in het door [eiseres in de hoofdzaak] opgeworpen incident, tevens akte en wijziging van eis in de door [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] opgeworpen incidenten, tevens akte na wijziging van eis in de hoofdzaak, van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak];

- de akte van [eiseres in de hoofdzaak];

- de rolbeschikking van 22 september 2010 waarbij het pleidooiverzoek van [gedaagden] is toegewezen;

- de op 8 december 2010 gehouden pleidooien in de incidenten.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten. Daarnaast wordt tevens een tussenvonnis in de hoofdzaak gewezen ter bepaling van het verdere verloop van de procedure.

2. De feiten

In deze incidenten staat tussen partijen als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties - voor zover thans van belang - het volgende vast:

2.1. [administratie-administratieconsulent 2] (hierna: [accountant-administratieconsulent 2]) is accountant-administratieconsulent. Hij is bestuurder / enig aandeelhouder van [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak].

2.2. [student accountant-administratieconsulent] (hierna: [student accountant-administratieconsulent]) studeert voor accountant-administratieconsulent. Hij is bestuurder / enig aandeelhouder van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak].

2.3. PiF exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met het verrichten van accountancywerkzaamheden. De aandelen in PiF werden aanvankelijk via [accountant-administratieconsulen[gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] gehouden door [accountant-administratieconsulent 2] en [student accountant-administratieconsulent].

2.4. [Accountant-administratieconsulent] (hierna: [accountant-administratieconsulent]) is accountant-administratieconsulent. Hij is bestuurder / enig aandeelhouder van [eiseres in de hoofdzaak]. (Waar hierna [accountant-administratieconsulent], [accountant-administratieconsulent 2] en [student accountant-administratieconsulent] worden genoemd, betreft het handelingen en gedragingen in hun hoedanigheid van bestuurder van de respectievelijke holdings.)

2.5. Op 23 augustus 2005 is een algemene vergadering van aandeelhouders van PiF gehouden. Van deze vergadering is een uittreksel uit de notulen opgemaakt, waarin is vermeld dat [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak], vertegenwoordigd door hun respectievelijke bestuurders, aanwezig waren en dat de volgende voorstellen zijn aangenomen:

- wijziging van de statuten van PiF conform een door Gores Netwerk Notarissen opgesteld ontwerp;

- omzetting van de prioriteitaandelen in gewone aandelen;

- verdeling van de gewone aandelen in aandelen A, B, C, D en E, elk 18.000 aandelen genummerd van 1 tot en met 18.000;

- vaststelling dat de geplaatste aandelen A1 tot en met A12.000 en de aandelen C1 tot en met C6.000 werden gehouden door [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en de geplaatste aandelen B1 tot en met B12.000 en C6.001 tot en met C12.000 door [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak].

2.6. [eiseres in de hoofdzaak], destijds in oprichting, heeft op 23 augustus 2005 een derde van de aandelen in PiF gekocht van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak]. In de "Koopovereenkomst aandelen" van die datum (hierna: de koopovereenkomst) is onder meer vermeld dat de koopsom € 85.000,00 bedroeg. Verder is onder meer het volgende opgenomen:

"Artikel 1

Verkopers verkopen aan koper, die koopt: 12.000 aandelen met letteraanduiding C […]

Artikel 8

[…]

3 Partijen komen overeen dat indien binnen een termijn van één jaar zich de situatie voordoet dat één der partijen de samenwerking opzegt, de koper zijn aandelen zal terugverkopen aan de verkoper tegen de zelfde waarderingsmethodieken zoals de koop per overdrachtsdatum heeft plaatsgevonden.

Artikel 9

Iedere tekortkoming van één der partijen in de nakoming van de bepalingen van deze koopovereenkomst geeft aan de wederpartij de bevoegdheid geheel of gedeeltelijk te ontbinden, niettegenstaande het recht van de wederpartij om een schadevergoeding te eisen."

2.7. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak], [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en [eiseres in de hoofdzaak] (destijds i.o.) hebben op 23 augustus 2005 ook een aandeelhoudersovereenkomst (hierna: de aandeelhouders¬overeenkomst) gesloten. Deze overeenkomst is niet alleen ondertekend door [accountant-administratieconsulent 2], [student accountant-administratieconsulent] en [accountant-administratieconsulent] als vertegenwoordiger van hun respectievelijke holdings, maar ook door [accountant-administratieconsulent 2] en [accountant-administratieconsulent] als leden van het bestuur van de vennootschap, waarbij is vermeld dat zij door ondertekening blijk geven van hun instemming met de verplichtingen die voor hen als leden van het bestuur uit de aandeelhoudersovereenkomst voortvloeien.

In deze overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen.

"Artikel 3: Bestuur

3.1 Het Bestuur bestaat uit 2 personen te weten [administratie-administratieconsulent 2] AA en [Accountant-administratieconsulent] AA.

3.2 Voor de volgende bestuursbesluiten is vooraf schriftelijke goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders vereist. Deze goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders vindt plaats bij een meerderheid van tenminste ¾ van de uitgebrachte stemmen:

[…]

h. het aangaan van verplichtingen […] waarvan het belang of de waarde voor de Vennootschap een bedrag van € 5.000 (zegge: vijfduizend euro) te boven kan [gaan]; splitsing van rechtshandelingen kan aan deze bepaling geen afbreuk doen;

i. […] het voeren van processen, zowel eisend als verwerend, met uitzondering van incasso's en het nemen van die maatregelen die geen uitstel gedogen of van zuiver conservatoire aard zijn;

[…]

Artikel 4: Besluitvorming Algemene Vergadering

4.1 Voor zover wettelijk toegestaan komen de Aandeelhouders in aanvulling op artikel 28 van de Statuten hierbij overeen dat de volgende besluiten van de Algemene Vergadering slechts kunnen worden genomen, met een meerderheid van 3/4 van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waar het gehele geplaatste kapitaal aanwezig c.q. vertegenwoordigd is:

a) besluiten tot uitgifte van aandelen, daaronder begrepen het verlenen van rechten tot het nemen van aandelen, tot vaststelling van de uitgiftekoers, alsmede de overige voorwaarden en condities;

[…]

i) besluit tot statutenwijziging;

j) besluit ter zake van benoeming, ontslag, bezoldiging en décharge c.q. kwijting van het bestuur;

k) vaststellen van de managementvergoeding van de aandeelhouders;

[…]

m) besluit tot vaststelling van de jaarrekening;

n) besluit tot winstbestemming;

[…]

Artikel 9: Diverse bepalingen

9.1 De Aandeelhouders zullen hun stemrecht zodanig aanwenden en ook overigens zodanig handelen, dat aan het bepaalde in deze overeenkomst uitvoering wordt gegeven dan wel kan worden gegeven. De Aandeelhouders zullen geen stem uitbrengen of handelingen verrichten die in strijd zijn met het bepaalde in deze overeenkomst of de uitvoering daarvan kunnen belemmeren en/of verhinderen.

[…]

9.4 […] Wijzigingen kunnen slechts schriftelijk plaatsvinden, en gaan in zodra alle Aandeelhouders zich schriftelijk akkoord hebben verklaard met de betreffende wijziging."

2.8. [eiseres in de hoofdzaak], [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] hebben hun respectievelijke bestuurders als accountant uitgeleend aan PiF. In 2006 ontvingen [eiseres in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] van PiF een management¬vergoeding voor deze werkzaamheden van € 7.350,00 per maand (exclusief btw). [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] ontving in dat jaar € 5.750,00 (exclusief btw). Voor 2007 zijn de bedragen verhoogd naar € 7.700,00 en € 6.500,00.

2.9. De statuten van PiF zijn op 27 november 2006 gewijzigd. In de aldus gewijzigde statuten is onder meer het volgende bepaald.

"Kapitaal en aandelen

[…]

Artikel 5

1. a. Uitgifte van aandelen (daaronder begrepen het verlenen van rechten tot het nemen van aandelen) geschiedt krachtens een besluit genomen met éénhonderd procent (100%) van de uitgebrachte stemmen van de algemene vergadering aan aandeelhouders, […]

Algemene vergadering

Artikel 21

[…]

4. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls daartoe door het bestuur wordt opgeroepen. Het bestuur is tot zodanige oproeping verplicht wanneer één of meer aandeelhouders en/of certificaathouders, ten minste een tiende van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigende, zulks schriftelijk, met nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen, aan het bestuur verzoeken. Indien het bestuur niet binnen vier weken tot oproeping is overgegaan, zodanig dat de vergadering binnen zes weken na het verzoek kan worden gehouden, zijn de verzoekers zelf tot bijeenroeping bevoegd.

[…]

Besluitvorming

Artikel 24

[…]

2. Alle besluiten van de algemene vergadering waaromtrent bij de wet of bij deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

[…]

Bijzondere besluiten

Artikel 27

1. Besluiten tot wijziging van deze statuten of tot ontbinding van de vennootschap kunnen slechts worden genomen in een algemene vergadering, waarin het volledige geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is."

2.10. De op 23 augustus 2005 door [eiseres in de hoofdzaak] gekochte aandelen zijn op 27 november 2006 aan haar geleverd.

2.11. Bij brief van 23 augustus 2007 heeft [accountant-administratieconsulent] aan PiF, ter attentie van [accountant-administratieconsulent 2], onder meer het volgende meegedeeld.

"Op vrijdag 10 augustus en donderdag 23 augustus 2007 heb ik aan u en de heer [student accountant-administratieconsulent] nogmaals mondeling aangegeven dat ik de samenwerking met [PiF] definitief wil beëindigen met ingang van 1 oktober 2007 wegens verschil van inzicht en gebrek aan vertrouwen tussen u, de heer [student accountant-administratieconsulent] en ondergetekende.

[…]"

2.12. Op 20 september 2007 is een algemene vergadering van aandeelhouders gehouden, waarbij alle aandeelhouders vertegenwoordigd waren. Geagendeerd was onder meer handhaving van de toenmalige betalingssystematiek voor indirecte en extra gewerkte uren. De aandeelhoudersvergadering heeft [accountant-administratieconsulent] met onmiddellijke ingang geschorst als bestuurder van PiF. [accountant-administratieconsulent] is sindsdien niet meer werkzaam geweest voor PiF.

2.13. [accountant-administratieconsulent] heeft de aandelen van [eiseres in de hoofdzaak] in PiF aangeboden aan [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak]. Dit heeft er niet toe geleid dat [accountant-administratieconsulent], [accountant-administratieconsulent 2] en [student accountant-administratieconsulent] het eens zijn geworden over een overname van deze aandelen door [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en/of [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak].

2.14. Volgens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel Rotterdam is Valeur Accountants & Adviseurs B.V. (hierna: Valeur) sinds 24 september 2007 in dat register ingeschreven, dateert de akte van oprichting van 21 september 2007 en is de datum van vestiging 24 augustus 2007. [eiseres in de hoofdzaak] is vermeld als bestuurder / enig aandeelhouder. De bedrijfsomschrijving luidt: het (voor haar rekening doen) optreden als openbaar accountant door daartoe bevoegde personen, al dan niet in samenwerking met (andere) openbaar accountants en/of beoefenaren van een ander vrij beroep.

2.15. Op 1 mei 2009 is een algemene vergadering van aandeelhouders gehouden. Alle aandeelhouders waren toen vertegenwoordigd. In de notulen van deze vergadering is vermeld dat een voorstel tot wijziging van art. 21 lid 4 en art. 27 van de statuten is aangenomen met twee stemmen voor en één onthouding. Verder is de tekst van de voorstellen opgenomen. Het voorgestelde art. 21 lid 4 luidt:

"Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls daartoe door het bestuur wordt opgeroepen."

Het ter vervanging van art. 27 lid 1 voorgestelde art. 27 luidt:

"Besluiten tot wijziging van de statuten kunnen slechts worden genomen in een algemene vergadering, waarin ten minste twee derde van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is. Besluiten tot ontbinding kunnen slechts worden genomen in een algemene vergadering waarin het volledige geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is. Indien voor een algemene vergadering een besluit tot ontbinding is geagendeerd en het volledige geplaatste kapitaal niet ter vergadering vertegenwoordigd is, kunnen op de eerstvolgende algemene vergadering besluiten tot ontbinding plaatsvinden indien twee derde van het volledige kapitaal vertegenwoordigd is."

2.16. Bij brief van 23 juni 2009 heeft [accountant-administratieconsulent] mede namens [eiseres in de hoofdzaak] PiF, [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] gewezen op de plicht ingevolge art. 9.1 van de aandeelhoudersovereenkomst zich te onthouden van het uitbrengen van een stem of het verrichten van handelingen in strijd met de aandeelhoudersovereenkomst. Op basis van deze bepaling, alsmede vanwege de door [accountant-administratieconsulent] voorgenomen tegenstem ter vergadering van 26 juni 2009 tegen het geagendeerde voorstel tot uitgifte van aandelen en tot wijziging van de statuten, bestaat volgens [accountant-administratieconsulent] de gehoudenheid zich in die vergadering te onthouden van het uitbrengen van een stem voor één van de voorgestelde besluiten.

2.17. Op 26 juni 2009 is een algemene vergadering van aandeelhouders gehouden. In de notulen is onder meer vermeld dat een voorstel tot wijziging van art. 5 en art. 15 lid 2 en 6 van de statuten in stemming is gebracht en aangenomen. De voorgestelde tekst van deze artikelen luidt als volgt:

"Artikel 5

1. a. Uitgifte van aandelen (daaronder begrepen het verlenen van rechten tot het nemen van aandelen) geschiedt krachtens een besluit genomen in een algemene vergadering van aandeelhouders waarin ten minste twee derde van het geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd, […]

Bestuur

Artikel 15

[…]

2. Bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd. Het besluit tot benoeming kan slechts worden genomen in een algemene vergadering waarin ten minste twee derde van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.

[…]

6. De bezoldiging en de verdere arbeidsvoorwaarden worden voor iedere bestuurder afzonderlijk vastgesteld door besluit van de algemene vergadering. Dit besluit kan slechts worden genomen in een algemene vergadering, waarin ten minste twee derde van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is."

In de notulen staat verder dat een voorstel tot uitgifte en plaatsing van nieuwe aandelen niet is aangenomen. Ook is vermeld dat [eiseres in de hoofdzaak] bezwaar heeft gemaakt tegen beide besluiten omdat deze in strijd met de aandeelhoudersovereenkomst niet zijn genomen met ¾ meerderheid.

2.18. Op 8 december 2009 heeft mr. R.G.M. Gores, destijds de notaris ten overstaan van wie op 27 november 2006 de akte is gepasseerd waarbij de statuten van PiF zijn gewijzigd, onder meer het volgende verklaard:

"[…]

5. In de maanden oktober en november 2006 heeft PiF meerdere malen ingrijpende wijzigingen aan mij doorgegeven ter verwerking in de […] concepten, […]

8. Middels een brief van 10 oktober 2006 heeft PiF mij onder andere bericht welke wijzigingen zij wenste door te voeren in het concept van de notulen van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 23 augustus 2005 zoals door mij verstrekt aan PiF op 19 oktober 2005. Na accordering van deze wijzigingen heeft PiF vervolgens de gewijzigde notulen, gedagtekend d.d. 23 augustus 2005, na 10 oktober 2006 laten tekenen door [[gedaagde sub 1 in de hoofdzaak]] en [[gedaagde sub 2 in de hoofdzaak]] en de getekende notulen naar mij bij brief van 25 oktober 2006 toegestuurd.

[…]

11. Op de bewuste afspraak op 27 november 2006 heeft zowel (de zakelijke uitleg van de akte van) de statutenwijziging van PiF als (de zakelijke uitleg van de akte van) de levering van de aandelen in PiF aan [[eiseres in de hoofdzaak]] plaatsgevonden in aanwezigheid van de heren [[accountant-administratieconsulent 2]], [[accountant-administratieconsulent]] en [[student accountant-administratieconsulent]].

12. Partijen zijn er op gewezen dat een aandeelhoudersovereenkomst niet in strijd kan zijn met de wet of deze statuten en zij de aandeelhoudersovereenkomst dienden aan te passen. […]

13. Ondergetekende dan ook van mening is dat het verzet van [[eiseres in de hoofdzaak]] tegen de voorgenomen statutenwijziging van PiF gebaseerd op de besluiten van haar Algemene Vergadering van Aandeelhouders d.d. 1 mei 2009 en 26 juni 2009 niet terecht is aangezien de statuten voor gaan en dat notaris mr. Ouwerkerk de voorgenomen statutenwijziging kan passeren.

2.19. Op 14 december 2009 is een notariële akte tot wijziging van de statuten verleden waarin de hiervoor onder 2.15. en 2.17. vermelde wijzigingen in de statuten zijn verwerkt.

2.20. Bij brief van 14 december 2009 heeft PiF, vertegenwoordigd door [accountant-administratieconsulent 2], [eiseres in de hoofdzaak] uitgenodigd voor een op 30 december 2009 te houden algemene vergadering van aandeelhouders. Geagendeerd is onder meer:

"2. voorstel van het bestuur tot uitgifte en plaatsing in te storten geld van nieuwe aandelen voor een totaalbedrag ad € 144.000. Dit betreft nieuw uit te geven en te plaatsen letteraandelen, zijnde aandelen D: 12.000 stuks tegen nominale waard ad € 1, idem voor respectievelijk de aandelen E, F, G, H, I, J, K, L, M, N en O. Derhalve is het voorstel om het geplaatste aandelenkapitaal uit te breiden door middel van de uitgifte in te storten geld tegen nominale waarde van 12 pakketten aandelen à € 12.000 nominaal.

Het bestuur zal voorstellen om rechten te verlenen op deze aandelen in drie gelijke delen aan de drie aandeelhouders. Indien niet alle aandeelhouders van dit recht gebruik wensen te maken, zal het bestuur voorstellen de rechten op deze aandelen pakketten te verlenen aan de aandeelhouder(s) die daarvan wel gebruik willen maken.

Indien de rechten op bedoelde pakketten aldus verleend zijn, zal het bestuur voorstellen om het voorkeursrecht op deze pakketten bij de uitgifte van die aandelenpakketten uit te sluiten."

2.21. Op 24 december 2009 heeft [eiseres in de hoofdzaak] hiertegen onder verwijzing naar de brief van 23 juni 2009 schriftelijk bezwaar gemaakt.

2.22. Op 30 december 2009 is een algemene vergadering van aandeelhouders gehouden. In het uittreksel uit de notulen is vermeld dat een voorstel tot uitgifte en plaatsing van nieuwe aandelen in te storten geld tegen een nominale waarde van 12 pakketten à € 12.000,00 in stemming is gebracht. Verder is vermeld dat het voorstel om rechten te verlenen aan alle aandeelhouders in drie gelijke delen niet is aangenomen omdat [eiseres in de hoofdzaak] tegen heeft gestemd, maar dat het voorstel om rechten te verlenen aan [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] ieder voor gelijke delen wel is aangenomen met twee derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

2.23. Op 4 januari 2010 heeft [accountant-administratieconsulent] bij e-mailbericht - onder anderen - gericht aan [accountant-administratieconsulent 2] en [student accountant-administratieconsulent], onder meer meegedeeld dat zij in strijd handelen met de aandeelhouders¬overeenkomst door voor het bijplaatsen van aandelen(-kapitaal) te stemmen.

2.24. Bij brieven van 7 januari 2010, gericht aan [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en aan [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak], en ter informatie aan het bestuur van PiF, heeft [accountant-administratieconsulent] mede namens [eiseres in de hoofdzaak] onder meer het volgende meegedeeld.

"In concreto: ik heb bij herhaling mijn aandelenpakket in PiF aan u te koop aangeboden, doch u weigert in te gaan op ieder voorstel tot verkoop tot overname van mijn aandelenpakket of tot nadere onderhandelingen daarover. Hiermee handelt u in strijd met het bepaalde in artikel 8 lid 3 van de Koopovereenkomst van 23 augustus 2005. Op basis van deze tekortkoming, ontbind ik bij dezen de Koopovereenkomst. Als gevolg van deze ontbinding bent u gehouden tot terugbetaling van de door mij betaalde koopprijs voor de aandelen [PiF] ad € 42.500 (€ 105.000 met in aftrek van door mij ingebrachte cliënten ad € 20.000, resulterend in € 85.000 en uw aandeel van 50% berekend) en ben ik gehouden deze aandelen aan u terug te leveren. […]"

2.25. Na daartoe op 8 januari 2010 verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, heeft [eiseres in de hoofdzaak] ten laste van [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] conservatoir derdenbeslag onder PiF doen leggen. De vordering is daarbij telkens begroot op € 110.500,00.

2.26. Op 3 februari 2010 heeft deze rechtbank vonnis gewezen in een door PiF tegen [accountant-administratieconsulent], [eiseres in de hoofdzaak] en Valeur aangespannen procedure (hierna: de eerdere procedure). De rechtbank heeft - voor zover thans van belang - in conventie voor recht verklaard dat [eiseres in de hoofdzaak] jegens PiF heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in art. 2:8 BW, dat [accountant-administratieconsulent] jegens PiF in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in art. 2:9 BW en dat Valeur onrechtmatig jegens PiF heeft gehandeld. Alle gedaagden zijn hoofdelijk veroordeeld tot vergoeding van de door PiF geleden schade, nader op te maken bij staat en tot betaling van een voorschot € 90.000,00.

3. Het geschil in de hoofdzaak

3.1. [eiseres in de hoofdzaak] vordert - na wijziging van eis - dat de rechtbank, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

[gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van primair € 105.000,00, subsidiair € 85.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag aan [eiseres in de hoofdzaak];

subsidiair

1. de volgende besluiten non-existent c.q. nietig verklaart c.q. vernietigt:

a. aandeelhoudersbesluit d.d. 1 mei 2009 tot wijziging van art. 21 lid 4 en art. 27 van de statuten;

b. aandeelhoudersbesluit d.d. 26 juni 2009 tot wijziging van art. 5 en art. 15 leden 5 en 6 van de statuten;

c. aandeelhoudersbesluit d.d. 26 juni 2009 tot uitgifte van nieuwe aandelen;

d. aandeelhoudersbesluit d.d. 30 december 2009 tot uitgifte van nieuwe aandelen;

e. aandeelhoudersbesluit d.d. 15 juni 2010 tot vaststelling van de jaarrekening 2009;

2. [gedaagde sub 1 in d[gedaagden] hoofdelijk beveelt alle benodigde medewerking te verlenen aan de ongedaanmaking van de gevolgen van de nietige c.q. vernietigde besluiten, waaronder begrepen de ongedaanmaking van de statutenwijziging van 14 december 2009 en de eventuele aandelenuitgifte, op straffe van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom van € 50.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van de dag dat [gedaagden] in gebreke blijven aan dit gebod te voldoen;

3. verklaart voor recht dat PiF de in 2009 toegepaste verhoging van management¬vergoedingen aan [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] onverschuldigd heeft betaald c.q. toegekend;

4. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] hoofdelijk veroordeelt tot (terug)betaling aan PiF van de bedragen die PiF onverschuldigd aan hen heeft betaald c.q. toegekend, op straffe van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom van € 10.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van de dag dat [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en/of [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] in gebreke blijven aan dit gebod te voldoen;

5. PiF verbiedt om, behoudens schriftelijke goedkeuring van [eiseres in de hoofdzaak], een managementvergoeding toe te kennen c.q. uit te keren ten gunste van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en/of de heer [student accountant-administratieconsulent] welke een bedrag van € 78.000,00 per jaar (exclusief btw), althans een nader in goede justitie te bepalen bedrag overstijgt, op straffe van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom van € 10.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van de dag dat PiF in gebreke blijft aan dit verbod te voldoen;

6. PiF verbiedt om, behoudens schriftelijke goedkeuring van [eiseres in de hoofdzaak], een managementvergoeding toe te kennen c.q. uit te keren ten gunste van [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en/of de heer [accountant-administratieconsulent 2] welke een bedrag van € 92.400,00 per jaar (exclusief btw), althans een nader in goede justitie te bepalen bedrag overstijgt, op straffe van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom van € 10.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van de dag dat PiF in gebreke blijft aan dit verbod te voldoen;

7. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] hoofdelijk veroordeelt tot overname van de aandelen die [eiseres in de hoofdzaak] in PiF houdt, uitgaande van een gelijkelijk verdeeld aandelenkapitaal en tegen betaling van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te betalen koopsom die is berekend conform het bepaalde in artikel 8 lid 3 van de koopovereenkomst, op straffe van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom van € 10.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van de dag dat [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en/of [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen;

8. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot integrale nakoming van de aandeelhoudersovereenkomst, op straffe van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom van € 10.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van de dag dat [gedaagden] in gebreke blijven aan dit gebod te voldoen;

9. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot het betalen van een schadevergoeding aan [eiseres in de hoofdzaak], op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, voor de schade die [eiseres in de hoofdzaak] heeft geleden en lijdt als gevolg van de tekortkoming door [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] in de nakoming van hun verplichtingen onder de aandeelhoudersovereenkomst;

10. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een voorschot op de schade die [eiseres in de hoofdzaak] heeft geleden en lijdt als gevolg van de tekortkoming door [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en/of [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en/of PiF in de nakoming van hun verplichtingen onder de aandeelhoudersovereenkomst ad € 25.000,00;

meer subsidiair

1. Holding en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] hoofdelijk veroordeelt tot overname van de aandelen die [eiseres in de hoofdzaak] houdt in PiF, overeenkomstig het bepaalde in art. 2:343 BW;

2. de volgende besluiten nietig verklaart c.q. vernietigt:

a. aandeelhoudersbesluit d.d. 1 mei 2009 tot wijziging van art. 21 lid 4 en art. 27 van de statuten;

b. aandeelhoudersbesluit d.d. 26 juni 2009 tot wijziging van art. 5 en art. 15 leden 5 en 6 van de statuten;

c. aandeelhoudersbesluit d.d. 26 juni 2009 tot uitgifte van nieuwe aandelen;

d. aandeelhoudersbesluit d.d. 30 december 2009 tot uitgifte van nieuwe aandelen;

e. aandeelhoudersbesluit d.d. 15 juni 2010 tot vaststelling van de jaarrekening 2009;

3. [gedaagden] hoofdelijk beveelt alle benodigde medewerking te verlenen aan de ongedaanmaking van de gevolgen van de nietige c.q. vernietigde besluiten, waaronder begrepen de ongedaanmaking van de statutenwijziging van 14 december 2009 en de eventuele aandelenuitgifte, op straffe van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom van € 50.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van de dag dat [gedaagden] in gebreke blijven aan dit gebod te voldoen;

4. verklaart voor recht dat PiF de in 2009 toegepaste verhoging van managementvergoedingen aan [eiseres in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] onverschuldigd heeft betaald c.q. toegekend;

5. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] veroordeelt tot (terug)betaling aan PiF van de bedragen die PiF onverschuldigd heeft betaald c.q. toegekend, op straffe van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom van € 10.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van de dag dat [gedaagden] in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen;

6. PiF verbiedt om, behoudens schriftelijke goedkeuring van [eiseres in de hoofdzaak], een managementvergoeding toe te kennen c.q. uit te keren ten gunste van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en/of de heer [student accountant-administratieconsulent] welke een bedrag van € 78.000,00 per jaar (exclusief btw), althans een nader in goede justitie te bepalen bedrag overstijgt, op straffe van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom van € 10.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van de dag dat PiF in gebreke blijft aan dit verbod te voldoen;

7. PiF verbiedt om, behoudens schriftelijke goedkeuring van [eiseres in de hoofdzaak], een managementvergoeding toe te kennen c.q. uit te keren ten gunste van [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en/of de heer [accountant-administratieconsulent 2] welke een bedrag van € 92.400,00 per jaar (exclusief btw), althans een nader in goede justitie te bepalen bedrag overstijgt, op straffe van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom van € 10.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van de dag dat PiF in gebreke blijft aan deze verbod te voldoen;

in alle gevallen met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van deze procedure, de kosten van het incident en de beslaglegging daaronder begrepen.

3.2. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak], PiF en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] voeren verweer.

4. De vordering in het door [eiseres in de hoofdzaak] opgeworpen incident

4.1. [eiseres in de hoofdzaak] vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden] gebiedt tot integrale nakoming van het bepaalde in de aandeelhouders¬overeenkomst, totdat in het onderhavige geschil een onherroepelijk vonnis zal zijn gewezen, althans tot een in goede justitie te bepalen tijdstip, op straffe van een aan [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom van € 10.000,00 (althans een in goede justitie te bepalen bedrag) per dag dat [gedaagden] in gebreke zijn dit gebod na te leven.

4.2. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak], PiF en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De vordering in de door [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] opgeworpen incidenten

5.1. [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] vordert - na wijziging van eis - dat de rechtbank:

a. in het geval geoordeeld wordt dat hierbij niet integraal alle stellingen van PiF en [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] in hun conclusie van antwoord, tevens incidentele conclusie van antwoord, deel uitmaken van het verweer van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] tegen de vorderingen van [eiseres in de hoofdzaak] in de hoofdzaak en in het door [eiseres in de hoofdzaak] opgeworpen incident, [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] in de gelegenheid stelt om bij akte en/of conclusie op die vorderingen te reageren vóórdat een comparitie van partijen wordt gelast, zonder dat haar daarmee de mogelijkheid wordt ontnomen om nog tevens nader te dupliceren in de hoofdzaak met kennis van die betreffende producties;

b. [eiseres in de hoofdzaak] veroordeelt het ten laste van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] gelegde beslag onder PiF binnen twee dagen na dit vonnis te verminderen met een bedrag van € 55.250,00 op straffe van een aan [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] door [eiseres in de hoofdzaak] te verbeuren dwangsom met een hoogte en onder voorwaarden in goede justitie te bepalen;

c. [eiseres in de hoofdzaak] veroordeelt te gehengen en gedogen dat binnen twee dagen na dit vonnis de notaris de aandelen uitgeeft waartoe besloten is op de algemene vergadering van aandeelhouders van PiF op 30 december 2009, voor welke aandelen het kapitaal reeds gestort is, met bepaling dat de aan die aandelen toevallende revenuen, zijnde besluiten tot winstbestemming dan wel besluiten tot verliesbestemming, welke worden genomen vanaf 22 januari 2010, de datum waarop het kapitaal gestort is, daaraan toevallen.

Tijdens de pleidooien is door de advocaat van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] meegedeeld dat het onder c. gevorderde moet worden opgevat in de zin dat [eiseres in de hoofdzaak] moet gehengen en gedogen dat de notaris de voor de uitgifte van de aandelen benodigde akte passeert en dat bepaald wordt dat revenuen vanaf 22 januari 2010 aan de houders van de nieuwe aandelen toevallen.

5.2. [eiseres in de hoofdzaak] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

6. De beoordeling in het door [eiseres in de hoofdzaak] opgeworpen incident

6.1. [eiseres in de hoofdzaak] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] de aandeelhoudersovereenkomst niet naleven doordat [accountant-administratieconsulent 2] en [student accountant-administratieconsulent] zonder goedkeuring van [accountant-administratieconsulent] als bestuurder van [eiseres in de hoofdzaak], de managementvergoedingen aan [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] verhogen, de statuten wijzigen en aandelen uitgeven tegen een buitensporig lage prijs. Hierdoor worden de belangen van [eiseres in de hoofdzaak] onevenredig geschaad; haar aandeelhouderspositie wordt aangetast en de waarde van haar aandelenpakket vermindert. Gelet hierop is [eiseres in de hoofdzaak] van mening dat zij een spoedeisend belang heeft bij een onmiddellijk gebod tot naleving van de aandeelhoudersovereenkomst totdat in het geschil onherroepelijk vonnis is gewezen.

6.2. De door [eiseres in de hoofdzaak] gevorderde voorlopige voorziening hangt samen met de hiervoor onder 3.1. weergegeven hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van het geding kan worden gegeven. [eiseres in de hoofdzaak] heeft ook voldoende processueel belang bij de incidentele vordering, nu vast staat dat zij aandelen houdt in PiF en dat de besluitvorming binnen de algemene vergadering van aandeelhouders niet plaatsvindt conform de onder 2.7. genoemde, gedeeltelijk weergegeven aandeelhouders¬overeenkomst.

De in dit incident te beantwoorden vraag is derhalve of [eiseres in de hoofdzaak] voldoende recht heeft op en belang heeft bij afgedwongen naleving van de aandeelhoudersovereen¬komst en of van (de bestuurders van) [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] kan worden gevergd dat zij gedurende het hoofdgeding het bepaalde in de aandeelhoudersovereenkomst integraal nakomen.

6.3. [gedaagden] stellen dat [eiseres in de hoofdzaak] zich er niet op kan beroepen dat [accountant-administratieconsulent 2] en [student accountant-administratieconsulent] handelen in strijd met de aandeelhoudersovereenkomst omdat zij zelf eerder in gebreke was en in verzuim is geraakt, als gevolg waarvan [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] niet in verzuim zijn geraakt. Hieromtrent wordt overwogen dat voor toewijzing van een vordering tot nakoming van een overeenkomst niet is vereist dat de wederpartij in verzuim is geraakt. Dit verweer gaat daarom niet op.

6.4. [gedaagden] hebben verder aangevoerd dat [eiseres in de hoofdzaak] er ten onrechte van uitgaat dat de gehele aandeelhoudersovereenkomst nog van kracht is. De bepalingen van deze overeenkomst zijn volgens [gedaagden] vervallen toen [accountant-administratieconsulent 2], [student accountant-administratieconsulent] en [accountant-administratieconsulent] op 27 november 2006 de statuten na diverse besprekingen ingrijpend hebben gewijzigd; de inhoud van de gewijzigde statuten wijkt op bijna alle punten af van de aandeelhoudersovereenkomst. Daarom kan het in de visie van [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] niet anders dan dat het de intentie van partijen was dat er één nieuwe regeling zou komen - vastgelegd in de statuten - en alle daarmee strijdige bepalingen in de aandeel¬houdersovereenkomst zouden vervallen. Daaraan doet volgens [gedaagden] niet af dat niet schriftelijk is vastgelegd dat die bepalingen vervielen. In dat verband hebben zij een verklaring overgelegd van de notaris ten overstaan van wie op 27 november 2006 de akte is gepasseerd waarbij de statuten zijn gewijzigd. Hij maakt daarin kenbaar dat hij van mening is dat de statuten voorgaan op de aandeelhouders¬overeenkomst.

6.5. In de visie van [eiseres in de hoofdzaak] doen de gewijzigde statuten geen afbreuk aan de werking van de aandeelhoudersovereenkomst omdat beide een verschillende functie hebben. [eiseres in de hoofdzaak] heeft voorts betwist dat [eiseres in de hoofdzaak], [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] de bedoeling hadden de aandeelhoudersovereenkomst aan te passen aan de statuten. Wijziging van die overeenkomst kan volgens [eiseres in de hoofdzaak] slechts schriftelijk plaatsvinden met eveneens schriftelijke instemming van alle aandeelhouders en dat alles is nooit gebeurd. Dit laatste is door [gedaagden] erkend maar volgens hen is de bedoeling van partijen doorslaggevend en kan het niet de bedoeling zijn geweest dat uitgebreid is gedebatteerd over de verhoudingen binnen de vennootschap terwijl de regeling van die verhoudingen in de aandeelhoudersovereenkomst in stand bleef.

6.6. De rechtbank volgt [gedaagden] niet in het door hen ingenomen standpunt. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak], [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en [eiseres in de hoofdzaak] hebben in art. 9.4 van de aandeelhoudersovereenkomst een schriftelijkheidseis in het leven geroepen voor wijzigingen van de overeenkomst en die wijzigingmogelijkheden aldus beperkt. Tussen partijen is niet in geschil dat de aandeelhoudersovereenkomst niet schriftelijk is gewijzigd. Daarbij komt dat uit de verklaring van de notaris blijkt dat hij hen heeft gewaarschuwd dat de aandeelhoudersovereenkomst moest worden aangepast; hij heeft volgens [accountant-administratieconsulent 2] (verklaard tijdens de pleidooien) ook gezegd dat een schriftelijke bevestiging van de wijzigingen noodzakelijk was. [gedaagden] heeft niet duidelijk gemaakt waarom niet van de partijen bij de aandeelhoudersovereenkomst verlangd kon worden dat zij de wijzigingen schriftelijk vastlegden. Dat zij voorrang gaven aan het verrichten van accountantswerkzaamheden voor PiF is niet te beschouwen als een rechtens relevante reden.

Gelet op het doel dat het schriftelijkheidsvereiste dient - te weten dat duidelijk is welke bepalingen van de aandeelhoudersovereenkomst (nog) werking hebben - is er geen aanleiding art. 9 lid 4 van de aandeelhoudersovereenkomst voor niet geschreven te houden en voorrang te geven aan de - overigens door [eiseres in de hoofdzaak] betwiste - bedoeling van partijen bij het wijzigen van de statuten.

6.7. [gedaagden] hebben daarnaast aangevoerd dat de beperkende bepalingen in de aandeelhoudersovereenkomst tot doel hadden de belangen van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] te beschermen; zij zou invloed verliezen door de komst van [eiseres in de hoofdzaak] als aandeelhouder en [accountant-administratieconsulent] als bestuurder. Omdat die beperkende bepalingen zouden kunnen leiden tot het vastlopen van de besluitvorming is volgens [gedaagden] in de koopovereenkomst opgenomen dat de samenwerking gedurende een jaar door één van de aandeelhouders kon worden opgezegd. Om te voorkomen dat ná dat jaar de besluitvorming alsnog kon vastlopen en daardoor een impasse zou ontstaan hebben [accountant-administratieconsulent], [accountant-administratieconsulent 2] en [student accountant-administratieconsulent] besloten de statuten ingrijpend te wijzigen, aldus [gedaagden]

6.8. Voor zover [gedaagden] met het door hen weergegeven, maar door [accountant-administratieconsulent] betwiste doel willen betogen dat [eiseres in de hoofdzaak] geen rechten kan ontlenen aan de aandeelhoudersovereenkomst gaat dit verweer niet op. De omstandigheid dat deze de belangen van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] zou beogen te beschermen leidt er niet toe dat niet tevens de belangen van [eiseres in de hoofdzaak] kunnen worden beschermd. Uit de aandeelhoudersovereenkomst volgt ook niet dat deze enkel de belangen van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] dient.

Voor zover [gedaagden] beogen te betogen dat de aandeelhoudersovereenkomst vanwege alle beperkende bepalingen een tijdelijk karakter heeft, slaagt dit verweer evenmin. Uit die overeenkomst volgt dit immers in het geheel niet.

6.9. De voorgaande overwegingen leiden tot het voorlopige oordeel dat de aandeelhoudersovereenkomst nog geldig is en dat ook [eiseres in de hoofdzaak] daaraan rechten kan ontlenen, in elk geval totdat in een einduitspraak een definitief oordeel over het geschil is gegeven. Een afweging van de betrokken belangen kan desalniettemin maken dat de vordering van [eiseres in de hoofdzaak] moet worden afgewezen.

6.10. In het kader van de belangenafweging hebben [gedaagden] aangevoerd dat de besluitvormingsprocessen binnen PiF door toewijzing van het gevorderde zullen vastlopen, waardoor PiF onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Als voorbeeld noemen [gedaagden] dat voor het aangaan van verplichtingen die een bedrag van € 5.000,00 te boven gaan, zoals het aanvaarden van nieuwe opdrachten, feitelijk toestemming van [accountant-administratieconsulent] is vereist. Ook zou [accountant-administratieconsulent] op deze wijze kunnen verhinderen dat de in de eerdere procedure door de rechtbank uitgesproken veroordeling tot vergoeding van de door PiF geleden schade, nader op te maken bij staat, doorgang vindt. Daarbij moet volgens [gedaagden] bedacht worden dat [eiseres in de hoofdzaak] een groter belang heeft bij het staken van de bedrijfsprocessen van PiF dan bij een goed florerend PiF.

6.11. Aan [gedaagden] kan worden toegegeven dat naleving van de aandeelhoudersovereenkomst zal leiden tot een moeizamer verlopende besluitvorming. Dit is echter van tijdelijke aard, nu een voorlopige voorziening als de onderhavige alleen werking heeft voor de duur van het geding. Uit de nu bekende feiten en omstandigheden valt niet af te leiden dat het [eiseres in de hoofdzaak] erom te doen is dat PiF haar onderneming staakt of dat zij op een onredelijke wijze tracht [accountant-administratieconsulen[gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] te houden aan de aandeelhoudersovereenkomst. Overigens heeft [accountant-administratieconsulent] tijdens de pleidooien verklaard dat het aanvaarden van nieuwe opdrachten in zijn visie niet onder de werking van de aandeelhoudersovereenkomst valt. Het vorenstaande brengt mee dat de door [accountant-administratieconsulen[gedaagden] genoemde - kennelijk als meest knellend ervaren - bezwaren thans niet opgaan.

6.12. [gedaagden] hebben ook aangevoerd dat de veroordeling van [accountant-administratieconsulent], [eiseres in de hoofdzaak] en Valeur tot vergoeding van de door PiF bij het vertrek van [accountant-administratieconsulent] geleden schade ertoe moet leiden dat de belangen van [eiseres in de hoofdzaak] bij toewijzing van de vordering minder zwaar wegen dan de belangen van [gedaagden] bij afwijzing daarvan.

6.13. De rechtbank volgt [gedaagden] niet in dit standpunt. De omstandigheid dat [eiseres in de hoofdzaak] hoofdelijk is veroordeeld tot vergoeding van de schade van PiF, leidt er niet toe dat zij in afwachting van een definitief oordeel over de onderhavige vordering, moet accepteren dat de aandeelhoudersovereenkomst niet wordt nageleefd, waardoor haar aandeelhouderspositie wordt aangetast en de waarde van haar aandelenpakket vermindert.

6.14. Al het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank van oordeel is dat [eiseres in de hoofdzaak] in afwachting van de uitkomst van de onderhavige procedure recht heeft op en belang heeft bij nakoming van de aandeelhoudersovereenkomst en dat de daartegenover staande belangen van [gedaagden] onvoldoende zwaar wegen om de gevorderde voorlopige voorziening af te wijzen. Anders dan [gedaagden] menen, maakt [eiseres in de hoofdzaak] door de onderhavige voorlopige voorziening te vorderen geen misbruik van procesrecht en handelt zij evenmin in strijd met de jegens [gedaagden] in acht te nemen redelijkheid en billijkheid.

6.15. De door [eiseres in de hoofdzaak] gevorderde dwangsom is toewijsbaar, met dien verstande dat [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak], [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en PiF hoofdelijk en dus niet ieder afzonderlijk zullen worden veroordeeld tot betaling van een dwangsom. Het bij niet naleving van het gebod te verbeuren bedrag zal worden gematigd tot € 1.000,00 per dag, met een maximum van € 100.000,00.

6.16. [gedaagden] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

7. De beoordeling in de door [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] opgeworpen incidenten

7.1. inleiding

7.1.1. [eiseres in de hoofdzaak] heeft aangevoerd dat de incidenten een wettelijke grondslag ontberen en niet zijn aan te merken als incidenten omdat zij geen betrekking hebben op een processuele verwikkeling van andere aard dan beslechting van materiële geschilpunten.

7.1.2. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Een incidentele vordering is een vordering die hangende het geding en naar aanleiding daarvan wordt ingesteld overeenkomstig de vormvoorschriften van art. 208 lid 1 Rv. Het gaat daarbij niet alleen om de in afdeling 2.10 van boek 1 Rv geregelde incidenten, maar ook om incidentele vorderingen die logisch voortvloeien uit hetgeen elders in het wetboek is bepaald. Nu in beginsel sprake is van een open systeem van incidentele vorderingen, zijn [gedaagden] ontvankelijk in deze vorderingen tenzij het onderwerp waarop het incident betrekking heeft op een andere wijze aan de rechtbank had dienen te worden voorgelegd. Of dit aan de orde is zal worden besproken bij het desbetreffende incident.

7.2. alsnog nemen van een akte/conclusie

7.2.1. [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] legt aan het onder a. gevorderde - te weten dat zij alsnog de gelegenheid krijgt bij akte en/of conclusie op de vordering in de hoofdzaak te reageren - ten grondslag dat zij niet in het bezit was van de in de eerdere procedure in het geding gebrachte stukken, terwijl zij zich zonder kennis te hebben genomen van deze stukken niet in staat achtte inhoudelijk te reageren op de dagvaarding van [eiseres in de hoofdzaak].

7.2.2. Geoordeeld wordt dat [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] met deze incidentele vordering in wezen een zuiver processuele beslissing verlangt waarvoor in art. 2.11 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingzaken een regeling is gegeven. Daarom kan een dergelijke vordering niet worden aangemerkt als een incidentele vordering als hiervoor onder 7.1.2. bedoeld. [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in deze incidentele vordering.

7.2.3. Uit proceseconomische overwegingen zal de rechtbank bij de beslissing over het verdere verloop van de procedure in de hoofdzaak het verzoek van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] betrekken dat zij in de gelegenheid wordt gesteld alsnog een akte en/of conclusie te nemen indien haar niet wordt toegestaan de stellingen en weren van [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en PiF integraal tot de hare te maken.

7.3. herbegroting van het bedrag waarvoor beslag is gelegd

7.3.1. [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] heeft aan het onder b. gevorderde ten grondslag gelegd dat [eiseres in de hoofdzaak] onrechtmatig handelt door beslag te leggen voor een gepretendeerde vordering die betrekking heeft op alle aandelen die [eiseres in de hoofdzaak] houdt in PiF. [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] heeft slechts de helft van die aandelen aan [eiseres in de hoofdzaak] verkocht en geleverd. [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] is daarom van mening dat de vordering niet had moeten worden begroot op € 110.500,00 maar op € 55.250,00.

7.3.2. Deze vordering is gericht op het treffen van een voorlopige voorziening die samenhangt met de hiervoor onder 3.1. weergegeven hoofdvordering en op een voorziening die voor de duur van het geding kan worden gegeven. [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] heeft echter niet gesteld waarom van haar niet kan worden verlangd dat zij de afloop van de hoofdzaak afwacht. Dit volgt ook niet zonder meer uit de aard van het gevorderde omdat een herbegroting van de omvang van de vordering waarvoor beslag is gelegd er niet toe leidt dat PiF - anders dan thans het geval is - wel bevoegd wordt tot het voldoen van vorderingen van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak]. De incidentele vordering zal daarom worden afgewezen.

7.4. uitgifte van aandelen

7.4.1. [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] heeft aan het onder c. gevorderde ten grondslag gelegd dat zij schade lijdt omdat de notaris vanwege het onderhavige geschil weigert de akte tot uitgifte van de aandelen te verlijden, terwijl zij de daarmee gemoeide kapitaalstorting wel heeft verricht.

7.4.2. Naar [eiseres in de hoofdzaak] terecht heeft aangevoerd en anders dan [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] meent, heeft toewijzing van deze vordering verstrekkende gevolgen die zich niet gemakkelijk ongedaan laten maken indien in de hoofdzaak zou worden geoordeeld dat de aandeelhoudersovereenkomst integraal dient te worden nagekomen of het besluit tot uitgifte van aandelen nietig c.q. vernietigbaar is. Aannemelijk is immers dat toewijzing van deze incidentele vordering ertoe zou leiden dat de aandeelhouderspositie van [eiseres in de hoofdzaak] wordt aangetast en de waarde van haar aandelenpakket vermindert. Nu hiervoor onder 6.14. bovendien is geoordeeld dat [gedaagden] in afwachting van een definitief oordeel in het geschil, de aandeelhoudersovereenkomst dienen na te komen en duidelijk is dat de uitgifte van nieuwe aandelen daarmee in strijd is, zal deze incidentele vorderingen worden afgewezen.

7.5. proceskosten

7.5.1. [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de incidenten worden veroordeeld.

8. De beoordeling in de hoofdzaak

8.1. [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] heeft verzocht om voordat een comparitie van partijen wordt bevolen alsnog in de gelegenheid te worden gesteld een conclusie of akte te nemen als haar niet wordt toegestaan de stellingen en weren van [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en PiF integraal tot de hare te maken. [eiseres in de hoofdzaak] heeft hier bezwaar tegen gemaakt.

8.2. Overwogen wordt dat [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] in haar conclusie van antwoord slechts in algemene bewoordingen heeft gereageerd op de stellingen van [eiseres in de hoofdzaak], hoewel de dagvaarding en de producties haar de gelegenheid boden daarop concreter en gedetailleerder te reageren. Daarbij komt dat [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] aan [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] dan wel aan [eiseres in de hoofdzaak] had kunnen vragen of zij gebruik mocht maken van de aan [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] ter beschikking staande stukken uit de eerdere procedure. [student accountant-administratieconsulent] heeft hieromtrent tijdens de pleidooien verklaard dat hij deze vraag niet aan [accountant-administratieconsulent 2] heeft gesteld omdat hij wist dat [accountant-administratieconsulent 2] niet aan zijn verzoek zou voldoen vanwege de omstandigheid dat [accountant-administratieconsulent 2] van mening is dat hij daarvoor geen toestemming kon geven zonder de instemming van [accountant-administratieconsulent].

De rechtbank acht dit een onnodig inefficiënte wijze van procederen die in beginsel voor rekening komt van degene die dit veroorzaakt. Overwogen wordt echter dat het niet juist voorkomt [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] de dupe te laten zijn van de onwil van [accountant-administratieconsulen[gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] om de producties uit de eerdere procedure aan [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] ter beschikking te stellen.

Het zou evenwel tot vertraging van de procedure en extra kosten leiden indien aan [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] zou worden toegestaan alsnog een conclusie of akte te nemen. Hiertegen heeft [eiseres in de hoofdzaak] dan ook terecht bezwaar gemaakt. Daarom zal aan het verzoek van [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] worden tegemoet gekomen door haar toe te staan de stellingen en weren van [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en PiF integraal tot de hare te maken. Nu [eiseres in de hoofdzaak] al in de gelegenheid is geweest op die stellingen en weren van [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak] en PiF te reageren wordt zij daardoor niet in haar belangen geschaad.

[eiseres in de hoofdzaak] heeft nog aangevoerd dat de tot nog toe gevolgde processtrategie van [gedaagden] heeft geleid tot extra kosten. Zij heeft verzocht hiermee bij de uit te spreken veroordeling in de kosten rekening te houden. De rechtbank acht het niet raadzaam hierover thans reeds een oordeel te geven en zal dat zo nodig in het eindvonnis doen.

8.3. De rechtbank zal een verschijning van partijen ter terechtzitting bevelen teneinde een schikking te beproeven en tot het geven van inlichtingen.

8.4. In beginsel zal ter comparitie niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie. Dit laat onverlet dat het partijen vrij staat - mede gelet op hetgeen de andere partij nog naar voren heeft gebracht en/of aan schriftelijke stukken nog in het geding heeft gebracht - voorafgaande aan de zitting de juridische standpunten kort op papier samen te vatten en dit aan de wederpartij en de rechtbank toe te zenden, met inachtneming van het hierna volgende.

8.5. Alle bescheiden waarop een partij zich ter terechtzitting wenst te beroepen, dienen uiterlijk twee weken vóór de zitting aan de rechtbank en aan de wederpartij te worden toegezonden.

8.6. Indien een partij verhinderd is op de hieronder vermelde datum, dient deze dat binnen twee weken na uitspraak van dit vonnis bij brief te melden aan de griffie van de rechtbank (sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam, faxnummer 010 2972518) en daarbij opgave te doen van de verhinderdata van beide partijen voor de drie maanden volgend op de oorspronkelijk bepaalde datum.

9. De beslissing

De rechtbank

in het door [eiseres in de hoofdzaak] opgeworpen incident

9.1. gebiedt [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak], [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en PiF voor de duur van het geding het bepaalde in de aandeelhoudersovereenkomst integraal na te komen;

9.2. veroordeelt [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak], [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en PiF hoofdelijk om aan [eiseres in de hoofdzaak] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 9.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoen, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt;

9.3. bepaalt dat deze dwangsom vatbaar zal zijn voor matiging door de rechter voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;

9.4. veroordeelt [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak], [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en PiF ieder voor een derde deel in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiseres in de hoofdzaak] tot op heden vastgesteld op € 1.130,00;

9.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

in de door [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] opgeworpen incidenten

9.6. verklaart [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] niet ontvankelijk in de vordering tot het alsnog mogen nemen van een akte en/of conclusie;

9.7. wijst het gevorderde voor het overige af;

9.8. veroordeelt [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiseres in de hoofdzaak] tot op heden vastgesteld op € 1.130,00;

in de hoofdzaak

9.9. bepaalt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. L.J. Sarlemijn in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan het Wilhelminaplein 100 - 125 op 14 maart 2011 van 15.00 tot 17.00 uur;

9.10. bepaalt dat [eiseres in de hoofdzaak], [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak], [gedaagde sub 2 in de hoofdzaak] en PiF dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen;

9.11. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Sarlemijn en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2011.

2066/1624